Huisseling in geschreven bronnen

Op deze pagina worden teksten weergegeven uit boeken en tijdschriften die het dorp Huisseling omschrijven of een bepaald onderwerp belichten.
In het onderstaande zijn ook teksten opgenomen die onwaarheden bevatten. Dat wordt dan ook daarbij vermeld. Toch wordt nadrukkelijk verzocht de teksten niet te gebruiken in officiële publicaties.

Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa

Aardrijkskundig Woordenboek van Witkamp

Geschiedenis der Bisdom van ‘s-Hertogenbosch door L.H.C. Schutjens

Huisseling door de ogen van de Taxateur van het Kadaster

Huisseling door de ogen van de Commissaris van de Koningin

*


Huisseling

Huisseling, ingesloten tussen Ravenstein, Neerloon, Overlangel, Herpen en Deursen, telt tegenwoordig tussen de 350 en 400 inwoners. Huisseling, uitgesproken als Huusseling, ligt in het voormalige Land van Ravenstein, onder de rook van dit oude vestingstadje. Eens was Huisseling een zelfstandige gemeente onder het beheer van het Land van Ravenstein, maar werd vanaf de Franse tijd samengevoegd met Neerloon (behorende tot het Land van Cuijk) en sinds 1923, samen met Deursen c.a. en Dieden c.a., deel uitmakend van de gemeente Ravenstein.

Circa 1205 treffen we de naam ‘Huseniggen’ aan. De daarop volgende vermelding dateert van 1331. In een oorkonde uit het graafschap Megen betreffende de sluis te Haren wordt het dorp dan ‘Huseninghen’ genoemd. In 1365 duikt eenmalig de naam ‘Husewygen’ op. Na 1331 worden de vermeldingen frequenter, met allerlei varianten van ‘Huesselingen, Huysselingen, Husselingh, Huijsling etc. Vanaf 1813 wordt bijna uitsluitend de huidige naam ‘Huisseling’ aangetroffen.

Volgens de ‘Charters en Geschiedkundige Bescheiden betrekkelijk Het Land van Ravenstein’, wordt in 783 of 815 melding gedaan over giften en goederen met name te Herpina (Herpen) van de abdij van Lorsch bij Mainz en Mannheim, gelegen in Taxandrië en wordt er gesproken over “Huusele super fluivis Mosa” (fluvius Mosa = Latijn voor “Rivier de Maas”). Dit betreft echter niet Huisseling, maar ‘Hunsete’ ofwel Hoenzadriel. Herpina betreft hier dan ook niet Herpen maar Herpt!!!
Die ‘Charters’ vormen samen een boekwerk waarin de meeste geschreven bronnen over het Land van Ravenstein zijn verzameld en is historisch gezien een belangrijke informatiebron. Deze charters (statuut of overeenkomst) zijn bijeengebracht door de rector van het stedelijk gymnasium van ’s Hertogenbosch Dr. Cornelius Rudolphus Hermans; rector van de Latijnsche Scholen in Ravenstein Marcellus van den Boogaard (geboren in Huisseling in het huis Grotestraat 57) en Antonius van Hoogstraten, kapelaan te Uden en pastoor te Afferden Gelderland. Naar deze drie heren zijn de straten in de wijk ‘Schonenberg’ genoemd.

De etymologie is nog niet helemaal opgehelderd, maar het kan zijn naam van het Deense woord usseling arm, behoeftig ontlenen; verder betekent hus huis, husen wonen, huisel en husili kleine woning, ing weide. Maar volgens Hermans, die uitgaat van de vorm Heusseling, dat hij terugbrengt tot Heussening, zou het: ‘zijnde de ing of de beemd van Heussen’ kunnen zijn. Heussen zou dan een oude Hollandse eigennaam zijn. Tot nog toe is echter geen aannemelijke verklaring voorgesteld. Zie ook het hoofdstuk ‘Algemene Geschiedenis op deze site voor een nadere uitleg van de naam.

De naam Huisseling nog wat verder uitgediept:
Andere plaatsen met ‘Huis’ of een verbastering ervan in de naam, die voorkomen in Nederland zijn:
Huissen (Huussen), Huizen, Huizinge, Huisst (een buurt in Gelderland), Huisduinen, Hushoven, Hussenberg bij Beek in Limburg, Heythuysen en Heusden, dat niet alleen aan de Maas ligt, maar ook bij Helmond en in Belgisch Limburg en Oost-Vlaanderen.
In Nederland zijn voor het woord ‘huis’ tegenwoordig betekenissen te vinden als: ‘woning’, ‘gezin’, ‘familie’ als geslacht, bijvoorbeeld “het vorstelijk huis’’ en ‘firma’ (handelshuis), ‘husselen’ betekent zoveel als ‘hutselen’ en ‘heus’ = ‘beleefd’/‘werkelijk’/‘heuselijk’/‘hoffelijk’/‘welwillend’.
‘Se’ is alleen bekend als een symbool voor het chemisch element selenium. ‘Ing’ betekent weide of beemd, maar is tegenwoordig niet meer in gebruik. Het Franse woord ‘huis’ betekent hier ‘deur’. In het Duits betekent ‘Hui’ ‘spoedig’, ‘husch’ = ‘ijlings’, ‘heu’ = ‘hooi’.

Van Huisseling is geen oud gemeentewapen bekend. Dergelijke kleine gemeenten hadden zelden een wapen, tenzij ze door bepaalde adellijke personen werden gesticht, zoals Ravenstein. Er werd gewoon een gemeentestempel met de naam gebruikt. Huisseling behoorde tot de schepenbank “Maaskantgericht” en voerde daarom geen eigen wapen. De burgemeester schreef dat Huisseling gebruik maakte van het zegel van Ravenstein en daarom geen wapen wilde voeren. Toch werd op 17 juli 1999 een gemeentewapen voorgesteld: “In zilver een golvende dwarsbalk van azuur, vergezeld boven van twee molenijzers van keel, beneden een lelie van azuur. Het schild gedekt met gouden kroon van drie bladeren en twee parels.” De golvende dwarsbalk moet de Maas voorstellen, de lelie herinnert ons aan de Bourgondische Tijd. In 1992 werd door de Noord-Brabantse Commissie voor Wapen- en Vlaggenkunde een dorpswapen voorgesteld: “In keel een kruis van goud; in een golvend schildhoofd van zilver met drie merletten van keel.” In dit wapen zijn de merletten afkomstig uit het wapen van Herpen (Cuijk), het schildhoofd afkomstig van het Maasland en het kruis symboliseert de kerkpatroon, de Heilige Lambertus. Kerkelijk behoorde ons gebied tot het bisdom Luik, de kleuren van het kruis zijn dan ook afkomstig van de kleuren van Luik.

In de Charters en Geschiedkundige Bescheiden betrekkelijk het Land van Ravenstein staat Huisseling omschreven als:
‘Huiseling, een klein Dorpje beneden Herpen, met een Adelyk Huys, Ringelenberg genoemd.’

*

naar boven

Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa
In het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa uit 1844 staat vermeld dat er in die tijd 70 huizen stonden en er 480 inwoners waren die meestal hun bestaan vonden in de landbouw. Verder staat er vermeld:
HUISSELING “In de wandeling Huseling, dorp in het Land van Ravenstein, prov. Noord-Braband, gem. Huisseling-en-Neerloon, aan den weg van Ravenstein naar Herpen. De inwoners, die hier op 5 na allen R.K. zijn, onder welke 350 Communikanten, maken ene parochie uit, welke tot het apostolisch vicariaat van ’s Bosch, dekenaat van Ravenstein-en-Megen, behoort, en door enen Pastoor bediend wordt. De kerk, aan den H. Lambert toegewijd, is een goed, antiek gebouw, met een fraai orgel en eenen kleinen spitsen toren.” (de oude kerk) – “De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 70 leerlingen bezocht. – Men heeft er een oud slotje, den Ringelenberg geheeten, thans eene boerderij. De kermis valt in Maandag na den 17 September.
Bij den watervloed van Januarij 1809 liep een groot gedeelte van dit dorp onder, en men leed hier groot verlies in hooi, stroo, koorn en aardappelen. Te Huisseling, bleven bij den storm van 31 December 1833, slechts weinige huizen van het water bevrijd, hoewel zij alle op hoogten gebouwd zijn, ook was de schade aan granen, aardappelen, beestenvoeder en stroo zeer aanmerkelijk. Huisseling is de geboorteplaats van den Latijnschen Taalkundige Joannes Jacobus Aarts, geb. den 15 November 1790, gestorven in 1825. Ook is dit dorp bekend geworden door dien de pastoor Wilhelmus Walther Ruys een seminarium bestuurde voor Theologanten voor het vicariaat van Megen-en-Ravenstein, welke inrigting bij zijn overlijden in 1824 naar Uden is overgebragt.”

Dan volgt er een stuk over “DE-BINNENPOLDER-VAN-HUISSELING” en een stuk over “DE-GECOMBINEERDE-POLDER-VAN-HUISSELING”, maar dat slaan we even over.

Ook staat er een stuk onder de kop “HUISSELING-EN-NEERLOON”.
Er staat beschreven: ”gem., gedeeltelijk in het Land van Ravenstein en gedeeltelijk in het Nederambt-van-Cuijk, prov. Noord-Braband. Deze gem. bevat de dorpen Huisseling en Neerloon; beslaat, volgens het kadaster eene oppervlakte van 785 bunder, waaronder 720 bunder belastbaar land; telt 103 huizen, bewoond door 119 huisgezinnen, uitmakende eene bevolking van 790 inwoners, die meest in den landbouw hun bestaan vinden. De inwoners, die op 5 na allen R.K. zijn, maken de parochie van Huisseling en Neerloon uit, welke in deze burg. gem. ieder eene kerk hebben. De 5 Hervormden, die men er aantreft, behooren tot de gem. van Ravestein. – Men heeft in deze gem. twee scholen, als ééne te Huisseling, en ééne te Neerloon, die gezamenlijk door een getal van ruim 100 leerlingen bezocht worden. – In Januarij 1820 liep een groot gedeelte dezer gem. onder water.”

Huisseling.nl; Huisseling in geschreven bronnen
Huisseling.nl; Een deel van de reeks ‘Aardrijkskundig woordenboek Van der Aa’ in de herziene uitgave (Bron: Google).

*

naar boven

Aardrijkskundig Woordenboek van Witkamp
In het Aardrijkskundig Woordenboek van Witkamp uit 1895 staat over Huisseling geschreven:
HUISELING, dorp met eene R.-Kath. kerk in de N.-Brab. gem. Huiseling-en-Neerloon. Het had in 1840 481, in 1890 436 inwoners. HUISELING-EN-NEERLOON, gem. in N.-Brab., uit een deel der heerlijkheid Ravestein (-Huiseling-) en een deel van Kuik (-Neerloon-) saamgesteld. Zij is groot 785 hectare, wordt door Ravestein, Deurzen c. a. en Herpen (-N.-Brab.-), Balgooi en Wichen (-Geld.-) ingesloten. In het oosten en noorden door de Maas bespoeld, heeft zij goede kleigronden, die naar het zuiden echter in diluvisch zand overgaan. In 1822 had deze gem. 545, in 1840 692, in 1874 689, in 1890 638 inwoners. Bij de telling voor 1890 waren alle ingezetenen R.-Kath. Landbouw is er het hoofdbedrijf. De gem. bevat de dorpen Huiseling en Neerloon.

Neerloon wordt daarin beschreven als:
NEERLOON, 1. dorp in de N.-Brab. gem. Huiseling-en-Neerloon. Het ligt aan de Maas en maakte vroeger een deel van het Land-van-Kuik uit, ofschoon het, daarvan gescheiden, naar de landzijde door Ravesteinsch gebied was ingesloten. Het heeft een R.-Kath. kerk en telde in 1840 211, in 1890 202 inwoners. In Januari 1820 brak de bandijk onder dit dorp door.
2. Polder van 83 hectare in de N.-Brab. gem. Huiseling c. a.

Huisseling.nl; Huisseling in geschreven bronnen
Huisseling.nl; Een exemplaar van het Aardrijkskundig woordenboek van Witkamp (Bron: Google).

naar boven

Geschiedenis der Bisdom van ‘s-Hertogenbosch door L.H.C. Schutjens
In het boek van L.H.C. Schutjens (1818-1902), een vroegere pastoor die van alle parochies onder het bisdom ‘s-Hertogenbosch gegevens verzamelde en ze in boekvorm uitbracht, staat:
“De burgerlijke gemeente Huisseling-Neerloon beslaat eene oppervlakte van 785 bunders. De binnenpolder van Huisseling, die in 1804 aan de zijde van de Beersche Maas bekaad is (-zijde Hertogswetering-), bevat ruim 472 bunders. Bij den watervloed van januarij 1809 en van 31 december 1833, vergezeld van eenen zwaren storm, leed het dorp groote schade.

KERK VAN HUISSELING. – De oude parochiekerk, den H. Lambertus toegewijd, stond ter plaatse Schafdries geheeten en werd in 1621 afgebroken, nadat den 1 augustus van genoemd jaar daarin de laatste godsdienstoefening was verrigt. Deze slooping geschiedde op last der Staten van Holland, die namens den hertog van Brandenburg in het stadje Ravenstein eene bezetting legden en daarvan eene kleine vesting wilden maken. Reeds vroeger stond de kerk aan plundering en vernieling bloot; want tijdens de belegering der stad Grave door den hertog van Parma rukte het Staten-leger derwaarts om Grave te ontzetten en namen te dier gelegenheid (1586) de klokken uit den toren van Huisseling mede en bragten groote schade aan de kerk toe; men hield dit klokkengelui voor het schoonste, dat aan den Maaskant gevonden werd.

Van altaren of beneficiën in de oude parochiekerk vindt men geen gewag gemaakt; alléén noemt men het kosterschap, waaraan zeer weinige inkomsten waren verbonden. De huidige kerk dagteekent van omtrent het jaar 1626, vermits den 20 mei 1626 een huis met erve voor ƒ 340,- is aangekocht om daar de nieuwe kerk te bouwen. In deze kerk, die in 1852 (=1853!!!) verbouwd en vergroot is, vereert men bijzonder den H. Eligius, vooral op zondag na St. Jan’s-geboorte (24 junij) en gedurende het octaaf is de toevloed naar deze kerk jaarlijks zeer groot. Over de hoogeschool te Huisseling is reeds gesproken, alsmede is de levensschets van den geleerden Joannes Jacobus Aarts geleverd; Aarts, den 15 november 1790 te Huisseling geboren, stierf den 6 november 1825 als rector der Latijnsche school te Gemert.

*

naar boven

Huisseling door de ogen van de Taxateur van het Kadaster
Deze tekst is overgenomen van de website van het bhic.

De taxateur van het Kadaster
Hoe kijkt een taxateur van het Kadaster naar een dorp of stad? Is dat met de begerige ogen van de politicus die zoveel mogelijk belastingopbrengsten gerealiseerd wil zien, of is dat met de ogen van de professional die een zo rechtvaardig mogelijke schatting wil maken zodat niemand iets te kort komt (of teveel betaalt)? Oordeel zelf: tussen 1825 en 1831 trok er onder verantwoordelijkheid van de Gouverneur een flink aantal taxateurs of schatters door de hele provincie om alle gebouwde en ongebouwde eigendommen van een waardering te voorzien ten behoeve van de nieuwe grondbelasting die de regering wilde gaan instellen. Het vaststellen van de belastbare opbrengst was logischerwijze een van de meest heikele onderdelen van het hele kadaster- en belastingplan.
De taxateurs begonnen met het maken van een beschrijving van iedere gemeente. Zie hier wat ze over Huisseling en Neerloon te melden hadden in hun Tabel nr. 5 van klassificatie der grondeigendommen:

Algemeen
Ligging
De gemeente Huisseling c.a. ligt aan de rivier de Maas, 30 km ten noordoosten van ’s-Hertogenbosch , de hoofdplaats van het arrondissement.

Omliggende gemeenten
Huisseling grenst ten noorden aan Deursen c.a., Ravenstein en Niftrik (provincie Gelderland), ten oosten aan Wijchen en Balgoij (provincie Gelderland), ten zuiden aan het grondgebied van Herpen c.a. en ten westen aan het grondgebied van Deursen c.a.

Rivieren en beken
De rivier de Maas vormt de grens van deze gemeente met de provincie Gelderland. De beken die binnen het grondgebied van Huisseling c.a. stromen zijn niet meer dan sloten die tot uitwatering van de landerijen dienen.

Grote wegen en buurtwegen
Er zijn vier buurtwegen die, hoewel ze redelijk onderhouden zijn, in de winter door de overstroming van de Beerse Maas niet begaanbaar zijn.

Bodemreliëf
De bodem is vrij vlak.

Vruchtbaarheid van de grond
De grond is van een redelijk goede samenstelling en wordt zeer goed bebouwd. De lager gelegen gedeelten hebben vaak veel te lijden van het water en wel hoofdzakelijk door het gebrek aan een behoorlijke afwatering. De grond wordt meestal bebouwd in middelmatige en kleine percelen.

Landbouwproducten
De landbouwproducten zijn koolzaad, tarwe, rogge, gerst, spelt, haver, bonen, klaver, hooi, aardappelen, erwten, groenten en boomvruchten. In deze gemeente is erg weinig hakhout of opgaand geboomte.

Veeteelt
Er worden paarden gefokt voor de landbouw. Het aantal is meer dan genoeg voor eigen gebruik van de landbouwers, zodat er verschillende paarden buiten de gemeente worden verkocht.
Het gedeelte van de grasgewassen dat niet door de landbouwers van de aangrenzende gemeenten wordt gekocht, wordt verbruikt door het vee in de eigen gemeente.

Nijverheid en handel
De belangrijkste tak van nijverheid is de landbouw. Er wordt alleen handel gedreven in de verkoop van landbouwproducten en vee. Daarnaast worden er boter en andere voorwerpen, voor eigen gebruik van de inwoners, verkocht.

Gebouwen
De gemeente bestaat uit de hoofdplaats, die zowat op het midden van haar grondgebied is gelegen, en uit het gehucht Neerloon. De hoofdplaats telt ongeveer 50 huizen die min of meer goed gebouwd zijn. Het gehucht Neerloon bestaat voornamelijk uit woningen van landbouwers en arbeiders. De woningen van de twee eerste klassen zijn redelijk groot en goed gebouwd. De woningen van de overige klassen zijn kleiner of minder comfortabel ingericht.

Bevolking
De totale bevolking van de gemeente bedraagt 622 inwoners.

Ongebouwde eigendommen
Landbouwgronden
De landbouwgronden zijn in vier klassen verdeeld.
1e klasse: zachte, broze kleigronden, met een laag groeiaarde van 5 decimeter, gelegen op een waterdoorlatende ondergrond. Deze grond is erg goed geschikt voor de teelt van winter- en zomervruchten. De geschatte waarde per bunder is ƒ 44,00.
2e klasse: zachte kleigronden met een laag groeiaarde van 4,5 decimeter, gelegen op een enigszins vaste ondergrond. Ook deze grond is geschikt voor de teelt van winter- en zomervruchten. De geschatte waarde per bunder is ƒ 34,00.
3e klasse: kleigronden, vaster en harder dan die van de 2e klasse, met een laag groeiaarde van 3,5 decimeter. De gronden zijn gelegen op een vaste ondergrond en door goede bemesting redelijk geschikt te maken voor de teelt van winter- en zomervruchten. De geschatte waarde per bunder is ƒ 26,00.
4e klasse: vaste, harde kleigronden, met een laag groeiaarde van 2,5 decimeter. De gronden zijn gelegen op een vaste, harde ondergrond. Door de lage ligging van deze gronden zijn zij hoofdzakelijk geschikt voor de teelt van zomervruchten. De geschatte waarde per bunder is ƒ 18,00.

Tuinen
1e klasse: beplant met enkele vruchtbomen. In deze tuinen kunnen door goede verzorging hoofdzakelijk grove, maar ook enkele fijne groenten geteeld worden. Deze groenten worden gedeeltelijk op de markt in Ravenstein verkocht. Het grootste gedeelte van de opbrengst echter wordt verbruikt door de huishoudens van de winkeliers en voornaamste landbouwers. De tuinen zijn gelegen op gronden van de 1e en 2e klasse landbouwgrond. De geschatte waarde per bunder is ƒ 55,00.
2e klasse: deze tuinen zijn gelegen op gronden van de overige klassen landbouwgrond. Hierin worden alleen grove groenten geteeld die weinig zorg nodig hebben. Deze groenten worden verbruikt door de huishoudens van de landbouwers en dagloners. De geschatte waarde per bunder is ƒ 44,00.

Boomgaarden
1e klasse: beplant met goed groeiende appel-, peren-, kersen- en notenbomen. Ze zijn gelegen op gronden van de 1e en 2e klasse landbouwgrond. Geschatte waarde per bunder is ƒ 55,00.
2e klasse: gelegen op gronden van de overige klassen landbouwgrond, waardoor de appel-, peren-, noten- en kersenbomen ook minder goed groeien dan die van de 1e klasse boomgaarden. De geschatte waarde per bunder is ƒ 44,00.

Hooilanden
1e klasse: kleigronden gelegen aan de rivier de Maas, waardoor zij in de winter worden overstroomd en vruchtbaar gemaakt. Deze klasse levert goed en veel hooi op dat gedeeltelijk in de omliggende gemeenten wordt verkocht. De geschatte waarde per bunder is ƒ 70,00.
2e klasse: ook deze hooilanden zijn kleigronden, gelegen aan de rivier de Maas. Maar door de hoge ligging van deze gronden worden deze minder overstroomd en zijn daardoor minder vruchtbaar. Zij leveren goed en voedzaam hooi op, maar wél minder dan de 1e klasse. Ook dit hooi wordt gedeeltelijk buiten de gemeente verkocht. De geschatte waarde per bunder is ƒ 56,00.

Weilanden
1e klasse: kleigronden die meestal op landbouwgrond van de 2e klasse zijn gelegen. Deze gronden leveren goed en voedzaam gras op voor het vee. De geschatte waarde per bunder is ƒ 32,00.
2e klasse: kleigronden, die ook een goed en voedzaam gras leveren voor het vee, echter minder overvloedig. In de winter worden deze gronden overstroomd. De geschatte waarde per bunder is ƒ 26,00.
3e klasse: kleigronden, die door hun lage ligging redelijk maar weinig voedzaam gras voor het vee opleveren. Ook deze gronden worden in de winter overstroomd. De geschatte waarde per bunder is ƒ 18,00.
4e klasse: kleigrond die met zand vermengd zijn en door hun lage ligging een zuur met waterplanten vermengd gras opleveren. Deze gronden worden vaak in de zomer door het heidewater overstroomd. De geschatte waarde per bunder is ƒ 12,00.

Hakhout
1e klasse: goed beplant met goed groeiende eiken- en wilgenbomen en gelegen op gronden van de 3e klasse landbouwgrond en weiland. Ze worden om de 4 jaar gekapt. De geschatte waarde per bunder is ƒ 20,00.
2e klasse: spaarzaam beplant met slecht groeiende wilgenbomen, die om de 5 á 6 jaar gekapt worden. Ze liggen langs de wegen op lage, uitgegraven gronden. De geschatte waarde per bunder is ƒ 3,00.

Opgaand geboomte
Het opgaand geboomte bestaat uit goed groeiende wilgen en witbomen, hoofdzakelijk gelegen langs de wegen. De geschatte waarde per bunder is ƒ 20,00.

Dijken
De dijken zijn beplant met enkele noten- of wilgenbomen. Ze worden voor het grootste gedeelte door het vee beweid. De geschatte waarde per bunder is ƒ 20,00.

Moerassen
Lage, moerassige waterplassen, die bij extreme droogte wat rouweling of strooisel opbrengen. De geschatte waarde per bunder is ƒ 1,00.

Water
Water dat als drinkplaats voor het vee dient. Dit wordt geschat naar de waarde van de naastgelegen gronden.

Veer
Er is een voetveer van Neerloon naar Niftrik, dat is geschat op ƒ 10,00.

Overig water
Waterkolken, die door dijkdoorbraken zijn ontstaan en niets opleveren, zijn geschat op ƒ 0,25.

Gebouwde eigendommen
Huizen
Vanwege de onderlinge verschillen zijn de huizen in deze gemeente verdeeld in 9 klassen. Over het algemeen worden de huizen door de eigenaren bewoond. De huizen zijn onderverdeeld naargelang de gefingeerde huurwaarde die daaraan is toegekend, al naar gelang grootte, ligging en de staat van onderhoud.
De 1e, 2e, 3e en 4e klasse bestaan uit huizen van winkeliers en de voornaamste boerderijen.
Representatief voor de huizen van de 1e klasse met een huurwaarde van ƒ 66,00 is Sectie B 113, eigendom van D. Bijl.

Representatief voor de huizen van de 2e klasse met een huurwaarde van ƒ 54,00 is Sectie B 340, eigendom van G. van den Bogaard.

Representatief voor de huizen van de 3e klasse met een huurwaarde van ƒ 36,00 is Sectie A 195, eigendom van H. Bruijsten.

Representatief voor de huizen van de 4e klasse met een huurwaarde van ƒ 27,00 zijn Sectie A 161, eigendom van A. Kerkhof en sectie B229, eigendom van de weduwe M.W. Kocken.

De 5e, 6e, 7e en 8e klasse bestaan uit woningen van ambachtslieden, kleine boerderijen en woningen van dagloners.
Representatief voor de huizen van de 5e klasse met een huurwaarde van ƒ 21,00 zijn Sectie A 194, eigendom van de kinderen van J. van den Bogaard en sectie B 556, eigendom van W. Willems.

Representatief voor de huizen van de 6e klasse met een huurwaarde van ƒ 15,00 zijn Sectie A 218, eigendom van de weduwe H. Schuurs en sectie B 608, eigendom van M. Hormens.

Representatief voor de huizen van de 7e klasse met een huurwaarde van ƒ 9,00 is Sectie B 629, eigendom van H. van der Ven.

Representatief voor de huizen van de 8e klasse met een huurwaarde van ƒ 6,00 is Sectie A 404, eigendom van J. Sniders.

De 9e klasse bestaat uit hutten die tot schuilplaats van de allerarmsten dienen. Representatief voor de huizen van de 9e klasse met een huurwaarde van ƒ 3,00 is Sectie B 423, eigendom van P. de Bruijn.

Gedaan en gesloten te ‘s-Hertogenbosch,15 januari 1832.

De schatter, P. Hagoort.
De controleur, Fr. Van Bijlandt.

Huisseling.nl; Huisseling in geschreven bronnen
Huisseling.nl; Screenshot van het artikel ‘Huisseling en Neerloon volgens de taxateur van het Kadaster’ op de site van het BHIC.

*

naar boven

Huisseling door de ogen van de Commissaris van de Koningin
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie.

Op de website van het bhic staat een pdf-bestand met daarin het handgeschreven verslag van de Commissaris van de Koningin over Huisseling: De Commissaris van de Koningin over Huisseling en Neerloon

De volgende tekst is overgenomen van de website van het bhic, waarop Rien Wols verteld:

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Huisseling c.a. te melden:

Huisseling.nl; Huisseling in geschreven bronnen
Huisseling.nl; Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant (Bron: BHIC).

Huisseling en Neerloon
Den 22sten. Augustus 1896 bezocht ik de Gemeente Huisseling en Neerloon; per spoor ging ik naar Ravenstein, alwaar ik het rijtuig vond van Geurts (stalhouder tegenover het station Ravenstein), waarmede ik naar Huisseling reed. Op de grens van Huisseling vond ik een zeer nette eerewacht van 41 ruiters; deze begeleidde mij naar het raadhuis. Het raadhuis is ten huize van den secretaris (Albert van de Wiel); alles en alles te zamen één kamer voor secretaris, kantoor van den ontvanger, kamer van B. en W. en raadszaal.

Een paar meisjes wachtten mij op met een prachtig bouquet (La France met tuberozen), waarna ik met B. en W. wat ging zitten praten. De burgemeester (Gerardus van den Oever) woont te Ravenstein, en is in die gemeente tevens wethouder. Ik hoorde daar nog omstandige verhalen uit den tijd, dat Kocken, de latere secretaris van Huissen, daar secretaris was; Kocken zou, door zijn drijven, daar nog opstand gemaakt hebben; de gemeenteraad heeft hem toen gedwongen ontslag te nemen.

Op mijne audientie verschenen slechts de pastoors van Huisseling en van Neerloon. De burgemeester, die tevens heemraad van ’s Lands van Ravenstein is, vertelde mij, dat de bevolking van Schaijk steeds zoo lastig en onwelwillend was, wanneer het op betalen van waterschapslasten aankwam; zoowel de waterschapslasten voor het waterschap ’s Lands van Ravenstein, als die voor het “groot waterschap” werden nooit op tijd betaald; gewoonlijk was vervolging noodzakelijk, alvorens betaling volgde.

Naar hem was medegedeeld, was het de pastoor van Schaijk, die aan de boeren zeide, dat zij niet behoefden te betalen; en als er dan vervolgd werd, en er dientengevolge groote kosten gemaakt werden, dan was het diezelfde pastoor, die het eerst het door hem verschuldigde afdroeg.

De eerewacht deed mij uitgeleide tot de grens van Herpen; toen ik Herpen verliet en over “Overlangel” langs den Maasdijk naar Ravenstein reed, toen vond ik op de grens van Overlangel en Neerloon weer dezelfde eerewacht; deze begeleidde mij vanaf Neerloon tot de grens van Ravenstein.

Ik nam een gunstigen indruk mede van Huisseling; de verhouding tusschen B. en W. scheen mij uitstekend; de secretaris, een gewezen onderwijzer, is iemand, die zich geheel aan zijn werk wijdt; hij komt nergens, zit altijd tehuis, werkt, maakt muziek, of houdt zijn mooien tuin in orde. De secretarie ligt niet aan den grooten weg; vanaf de kerk te Huisseling moet men een eindweegs een binnenpaadje volgen om op het raadhuis te komen. De administratie van den secretaris zoowel als die van den ontvanger waren goed in orde; mondeling werden enkele opmerkingen gemaakt.

Den 23 Mei 1900 kwam ik weder in deze gemeente; ik bezocht dien dag nog Berghem en Herpen; ik ontbeet en dineerde in Ravenstein in een hotel “de Keurvorst van de Paltz”, waarvan eene nicht van Klasens eigenares is. In den salon van den secretaris ging ik met B. en W. zitten praten, terwijl Klasens met den secretaris op de secretarie de administratie van secretaris en ontvanger na zag.

De wethouder De Bruijn, een weduwman met 9 volwassen kinderen, allen tehuis bij hun vader, woont in Huisseling; de wethouder Kerkhoff in Neerloon. Doordat Van den Oever in Ravenstein woont en dus veelal buiten de gemeente is, doet De Bruijn de loopende zaken af. Besproken werd de vraag, of men een niet openbaren weg van Huisseling naar het station te Ravenstein met koolasch van gemeentewege mocht in orde brengen; ik ontraadde zulks, maar adviseerde, dat men zou beginnen met den weg door de eigenaren aan de gemeente te doen overdragen; eerst daarna moest men dien weg dan in orde brengen. Mocht die weg in orde kunnen gebracht worden, dan ware zulks voor de inwoners van de gemeente van groot gemak.

Men toonde zich zeer tevreden met de aanwezigheid in de gemeente van Dr. Philipsen; deze, – een broer van den generaal-majoor, chef van den geneeskundigen dienst Philipsen – was oorspronkelijk dokter in Didam; toen Mr. Kolkman uit Didam wegging, had Dr. Philipsen daar ook geen aard meer. Hij vestigde zich toen op ±35-jarigen leeftijd te Huisseling, met het oog op den hoogen ouderdom van Dr. Van Roosmalen te Ravenstein; hij kon zich niet in Ravenstein vestigen, omdat daar een apotheker is (H.A. Haan), en hij zelf dus geen apotheek zou mogen houden.

Hij kwam volop in de praktijk; van heinde en verre komt men, om hem te raadplegen; ’s ochtends heeft hij, alvorens zijne patienten te bezoeken, tehuis een 40 menschen te woord te staan en te helpen. Philipsen geniet van gemeentewege geen tractement; de armen helpt hij gratis ook aan medicijnen. Hij is ongehuwd, en woont met eene zuster in een zelfgebouwd prachtig huis.

Arbeiders uit Huisseling gaan er bijna niet naar Duitschland; daar zijn trouwens te Huisseling bijna geen arbeiders; de meesten zijn kleine boertjes. Arbeidersloon is ’s zomers ƒ 0,70, ’s winters ƒ 0,40, plus de kost. Deursen en Huisseling hebben samen één veldwachter; deze woont aan den weg van Ravenstein naar het station. Veldwachter doet ’s ochtends in de eene, en ’s middags in de andere gemeente dienst; te Huisseling is er bijna nooit werk voor den veldwachter.

Secretaris van Huisseling is directeur van de brandverzekering, opgericht door den Boerenbond; op het oogenblik heeft hij voor 4 millioen verzekerd; hij heeft daarvoor hulp van twee klerken; een van die twee is de secretaris van Herpen.

v.d. Oever vertelde, dat het verzet van Schaijk tegen het betalen van waterschapslasten gebroken was, sinds een boer, die weigerde ƒ 1,40 te betalen, daartoe gerechtelijk gedwongen was, en ƒ 41,- kosten had moeten betalen. Burgemeester en wethouder Kerkhoff zijn tevens heemraad van het waterschap ’s Lands van Ravestein; ik wees hun op hunne groote verantwoordelijkheid, en vroeg hen, toch te doen wat mogelijk was, om den dijk in behoorlijken staat te brengen.

Omtrent het ongeval aan den dijk in den afgeloopen winter vertelden zij, dat het zeil gehouden was door de wortels van een doornen heg; dat hierdoor de dijkbreuk voorkomen was, en dat, ware die doorbraak gevallen, heel Huisseling verdronken zou zijn.

Den 25 Mei 1904 kwam ik weer in Huisseling; dienzelfden dag bezocht ik nog Megen en Herpen. Ik verleende audientie aan Pastoor Vinken; hij prees de inwoners van Huisseling zeer; overigens had hij niets bijzonders te vertellen. De burgemeester v.d. Oever – tevens wethouder van Ravenstein, riep mijne tusschenkomst in, opdat Ravenstein als standplaats voor een notaris blijve aangewezen.

Nu Verbunt gestorven is, en deze zijn protocol heeft overgedaan aan zijn schoonzoon Gervers, den notaris te Schaijk, doet Gervers het mogelijke, om te maken dat Ravenstein niet weer bezet wordt. Hij ontraadt alle candidaat-notarissen om te solliciteren, en zoo trekken alle sollicitanten zich successievelijk terug.

De verhouding tusschen de menschen schijnt goed; voor vervulling van vacaturen in den Raad werd nog nooit gestemd. Gemeente kreeg van Mr. van Cooth nogal vastgoed; het brengt onzuiver ± ƒ 600 op. Nu wordt dat geld besteed voor herhalingsonderwijs en voor onderwijs in de nuttige handwerken. Het resteerende wordt belegd. Zoodra zich daartoe de gelegenheid voordoet, wil men een onderwijzer met landbouwacte aanstellen.

De weg naar het station is door gemeente met koolasch in orde gemaakt, hoewel die weg niet op den ligger staat. Ik heb den raad gegeven, te zorgen, dat de weg op den ligger gebracht wordt. Huisseling betaalt niets voor de geneeskundige verzorging der armen. Dr. Philipsen behandelt de armen gratis.

Huisseling had vroeger met Deursen één veldwachter; thans niet meer; het betaalt aan zijn eigen veldwachter ƒ 270 + ƒ 20 voor kleeding. Daar de veldwachter een eigen woning heeft en een akker land, kan hij er vrij wel komen.

Een gedeelte van de meisjes gaat naar de Zustersscholen te Ravenstein of te Herpen. Met B. en W. de vraag besproken, in welke gemeente Zimmerman, den visscher met zijn woonark, tehuis behoort, in Ravenstein, in Huisseling of in Dieden. Den heeren op het hart gedrukt, dat zij Zimmerman het leven toch niet noodeloos moeielijk en onaangenaam moesten maken. Wethouder Kerkhoff woont in Neerloon; wethouder De Bruijn, een krasse 76-tiger, in Huisseling.

Den 1 April 1908 kwam ik weer in Huisseling. De pastoor kwam op audiëntie om te bedanken voor de benoeming van v.d. Wiel tot burgemeester; hij zeide mij dat die benoeming veel beter had gewerkt op de gezondheid van v.d. Wiel dan alle Kneipkuren te samen, want dat v.d. Wiel sindsdien weer heel gezond was.

De verhouding tusschen de leden van het gemeentebestuur scheen mij uitstekend. Het bleek mij, dat de wethouder Kerkhoff de uitvinder is van de bijzondere manier om den dijk te Ravenstein te versterken, nl. door er een muur van 2 Meter hoogte in te metselen. Hij was er toegekomen om dat voor te stellen uit zuinigheid; de waterstaat had eene breede berm gewild, maar dan moest men den benoodigden ondergrond koopen, evenals de specie, en dat kwam zoo duur uit. Daarom had hij die muur voorgesteld; men had nu niet de halve kosten gehad van een berm.

Met het legaat Van Cooth wordt niets bijzonders gedaan; men besteedt de inkomsten, ± ƒ 600,- voor herhalingsonderwijs en voor onderwijs in de nuttige handwerken; verder voor gewone uitgaven. Een onderwijzer te Neerloon neemt les om landbouwakte te halen; mocht hij daarin slagen, dan zal hij vermoedelijk uit het legaat Van Cooth een gratificatie ontvangen.

Al het land om Huisseling stond nog plas en dras. Geen wonder, dat men zeer verlangend uitziet naar de verbetering van de Hertogswetering enz. teneinde eindelijk ook deelachtig te worden aan de vruchten van de verlegging van den Maasmond. Omtrent het resultaat van de thans ondernomen werken was men eenigszins sceptisch gestemd. Men hoopte het beste maar was er niet van overtuigd, dat men door de ondernomen werken afdoende zou worden geholpen.

Den 1 Mei 1912 kwam ik weer in de gemeente. Tevoren was ik in Megen geweest; later ging ik nog naar Herpen. Ik maakte den tocht vanuit Den Bosch. Ter audiëntie verscheen pastoor Van Gils; een uiterst geschikt man om mee te praten; hij is sinds een paar jaren te Huisseling. Tevoren was hij pastoor te Esbeek, en woonde daar den strijd van pastoor Jurgens tegen burgemeester Beretta bij.

Pastoor Van Gils stond geheel aan de zijde van Beretta en liet zich heel weinig vleiend over pastoor Jurgens uit; deze was de oorzaak van tal van veeten en moeielijkheden in de gemeente; hij was eerst veel te wit met de menschen; hij haalde ze veel te veel aan; en dan kreeg hij ruzie; en dan moesten de vrienden van gisteren zijn toorn, zijn macht, zijn wraak voelen; ze moesten uit den Raad enz. enz. Op die manier was met name Van der Poel, volgens pastoor Van Gils een uitnemend man, vreeselijk vervolgd, uit den Raad gegooid, enz.

Men voelt zich veilig achter den dijk te Ravenstein; de Maasstanden zijn niet meer zoo hoog als vroeger; zij zijn ook niet meer zoo langdurig; men meent, dat de dijk naar de tegenwoordige behoeften sterk genoeg is.

Opbrengst legaat Van Cooth is ƒ 600; men geeft daarvoor herhalingsonderwijs, en sinds vier jaren een landbouwcursus; deze laatste is tweejarig; er werd eerst een cursus in Neerloon gegeven, en daarna in Huisseling. De belangstelling was zeer groot. Veldwachter is een inwoner van Huisseling; was daar tevoren 12 jr. nachtwacht; ƒ 325 tractement; burgemeester zou hem gaarne laten aflezen. Bij de brandverzekering van den Boerenbond is voor 40 millioen verzekerd.

Wethouder De Bruijn is thans 84 jaar; hij leeft sinds 7 jaren uitsluitend op melk met suiker, en eieren, en houdt zich best. Heeft nog 5 groote kinderen tehuis. Men begint thans de vruchten te plukken van de Maasmondverlegging; door het in orde brengen van de Hertogswetering heeft het binnenland lang zooveel last niet meer van kwelwater als vroeger.

Er zijn bijna geen arbeiders in gemeente; meest allen kleine boertjes; de menschen wonen meestal op hun eigen, maar zwaar belast, Het is geen gezonde normale toestand. Die menschen willen vooruit; willen boer worden; pachten de gronden van de boeren tegen veel te hooge prijzen; drijven alles veel te hoog op. Bij eenigszins ernstigen tegenslag in den landbouw zullen de meesten het niet kunnen houden; ze gaan dan over den kop. Voor de meesten zou het beter geweest zijn, wanneer ze maar eenvoudig arbeider gebleven waren. Burgemeester zal een staat van gemeentelijke bezittingen aanleggen.

Den 30 Juli 1917 bezocht ik vanuit Den Bosch de gemeenten Megen, Huisseling en Herpen. De oude wethouder De Bruijn is overleden; als zoodanig vervangen door zijn zoon (Heijmerik). In Huisseling zou men niet gaarne zien, dat Beersche Maas gesloten werd; de waarde van het slib wordt per H.A. op ƒ 60,- geschat. Men heeft groote schade van het kwelwater; soms kan het land in het midden van Mei nog niet bewerkt! Door verlegging van den Maasmond heeft gemeente veel geprofiteerd; het water komt niet meer zoo hoog als weleer, en loopt sneller weg.

Voor de distributie van levensmiddelen zijn Deursen en Dieden met Huisseling gecombineerd; directeur is een ambtenaar ter secretarie van Huisseling; de zaak zou uitstekend marcheeren. Doordat de gemeenten distribueeren, en er van buiten de gemeente niets inkomt, maken de kleine winkels in het dorp goede zaken.

Den 19 Augustus 1920 kwam ik weer in Huisseling. De gemeenteraadsverkiezing 1919 bracht 4 nieuwe raadsleden en een nieuwen wethouder; er moest eens wat nieuw bloed in het gemeentebestuur komen. De lasten zijn hoog: in Neerloon 7% per hoofd. omslag, in Huisseling 4 ½%. Voor eene vereeniging met Ravenstein voelt men niet veel; dan is de stad te veel baas. Zouden Deursen en Dieden daar óók bijgevoegd worden, dan had men er niet zoo veel bezwaar tegen.

Eene dochter van den burgemeester is onderwijzeres aan de openbare school. Aan eene beschrijving van het archief is nog niets gedaan; men zal er nu eindelijk mede beginnen. Eene beschrijving van de exploitatie der gemeentelijke bezittingen bestaat niet. De dijkbreuk te Cuijk veroorzaakte geen groote schade: men slaagde er met groote moeite in de eigen waterkeering te behouden. Voor eene algeheele sluiting van de Beersche Maas zou wellicht eene kleine meerderheid zijn; de bemesting van gronden door het Maaswater is zoo voordeelig!

De Hertogswetering voorkomt vrijwel waterschade. Door de opening van den Maasmond verlaagde de waterstand te Ravenstein bij hoog opperwater minstens met 40 c.M. De Maasdijken zijn thans voldoende sterk. Er is een groot tekort aan arbeiders; het gaat den keuters goed; met varkensfokken maken ze veel geld. Mond- en klauwzeer heerscht sterk; doorzieken helpt niets; er zijn beesten, die het reeds voor de derde keer hebben; en de laatste keer soms erger dan de eerste of tweede maal. Bij de brandverzekering van den Boerenbond is thans voor ± 100 millioen verzekerd. Aan de administratie ter secretarie laat v.d. Wiel zich blijkbaar weinig gelegen liggen; alle kracht wordt op de brandassurantie geconcentreerd.

naar boven

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.