De Huisselingse boerderijen Inleiding
Huisseling is bekend om zijn oude boerderijen die, vaak prachtig gerestaureerd, het beeld van het dorp bepalen. Van de circa 45 boerderijen die er in het midden van de 19e eeuw waren zijn er nog 24 in (bijna) originele staat bewaard gebleven. Daarnaast kende Huisseling een beperkt aantal burgerwoningen en openbare gebouwen. Soms is er een moderner begin twintigste-eeuws voorhuis aan de oude boerderij vast gebouwd.
Om de geschiedenis van de Huisselingse boerderij na te gaan, is het allereerst van belang om te weten dat er eigenlijk geen typische Huisselingse boerderij is. Globaal hoort de boerderij tot het ‘Saksisch’ boerderijtype dat kenmerkend is voor het vruchtbare kleigebied van het Maasland. Dit strekt zich uit over het noordoosten van de provincie Noord-Brabant, maar heeft ook sterke overeenkomsten met het Land van Maas en Waal. De verschillen met het ‘Frankische’ type op het Brabantse zand zijn groot.
Huisseling.nl; Boerderij ’t Heerehuis aan het Daalderstraatje 2 is één van de mooiste in Huisseling en deed in 2003 mee met de ‘Boerderij van het jaar-verkiezing’ (Bron: Geurt-Jan Elemans, Ravenstein).
De middeleeuwse boerderij
Het Huisselingse bouwtype is het resultaat van elkaar opvolgende bouwkundige ontwikkelingen in een ver achter ons liggend agrarisch verleden. De eerste bouwwerken bestonden slechts uit rechthoekige ruimten, opgebouwd uit rechte takken die van de grond tot de nok reikten. In principe was dat niet meer dan een dak dat op de grond rustte. Dit dak werd bedekt met stro dat overal ruim voorhanden was. In die tijd vond men hygiëne niet belangrijk en woonden mens en dier in dezelfde ruimte. Deze primitieve boerderij wordt aangeduid als het hallehuis.
In de loop der eeuwen evolueerde deze boerderijvorm langzaam in de richting van de bouwwijze die we nu nog kennen. Er ontstonden buitenwanden, zodat de kap los van de grond kwam te staan. Uiteraard bestonden deze wanden uit houten takken waartussen stro gevlochten werd. Later werd het dak gedragen door het veel duurzamer eikenhout en ontstond er een gebintenconstructie. De vloer was van aangestampte aarde of leem. Achter in een hoek stonden een paar varkens, één of twee koeien, een schaap of ezel, terwijl de kippen overal rond konden lopen. ’s Nachts sliepen de bewoners op een ondergrond van stro. Altijd hing er een geur van mest, dieren en ongewassen mensen. Er werd in die tijd dan ook aanzienlijk minder aandacht besteed aan de luchtkwaliteit. De kookplaats bestond uit een kring van stenen waarin vuur werd gestookt. In het dak boven de vuurplaats was een gat uitgespaard, het rookgat, om een groot deel van de rook af te kunnen voeren. Het vuur van de kookplaats zorgde tevens voor een klein beetje licht in de donkere boerderij, waarin destijds nog geen ramen waren aangebracht. De rook van het kookvuur verjoeg lastige vliegen, muggen en andere insecten.
In de Middeleeuwen werden de buitenwanden van takken en stro dichtgesmeerd met koeienstront en kleiachtige leem. Ook beseften de bewoners dat hun leefruimte gescheiden moest worden van het stalgedeelte. Er werden wanden tussen het stal- en woongedeelte geplaatst. Alleen de zolder boven het woongedeelte was nog één geheel met de hooi- en strozolder.
Huisseling.nl; Boerderij ‘De Meerkes’ aan de Meerstraat 1 is jarenlang in gebruik geweest als recreatieboerderij (groepsverblijf). (Bron foto: JosPé, Arnhem).
Door de vele brandbare bouwmaterialen ging men vanaf de 15e eeuw (ook vanwege brandveiligheid) een schouw en schoorsteen metselen van baksteen. Vaak maakte de stookplaats deel uit van de brandmuur. Dit was een gemetselde muur tussen het woon- en stalgedeelte die helemaal tot de nok van het dak reikte. Hier werd nog lang op een open vuur gestookt. Niet alleen voor de bewoners, maar ook voor het vee. Als hulpmiddel voor het vervoeren van de zware ketel met veevoer, gebruikte men vaak een zware houten draaiboom die naast de schouw was opgesteld. Pas in de vorige eeuw werd het open vuur uiteindelijk vervangen door de kachel of het fornuis. De gevlochten buitenwanden werden steeds meer uitgevoerd door halfsteens of steens metselwerk en het strooien dak maakte plaats voor een duurzamer rieten dak. De zijmuren werden ‘opgetild’, waardoor het dak een knik maakte.
De boerderijen vanaf de 17e eeuw
In de loop der tijd ontstond er door veranderende woon- en leefeisen de behoefte aan meer leefruimte en aan meer afzonderlijke kamers. Dit evolueerde in verschillende boerderijvormen. In de buurt van de Maas, zowel aan de Gelderse zijde als de Brabantse zijde, werd de benodigde uitbreiding gerealiseerd door het woongedeelte in zijwaartse richting te vergroten. In het geval van zo’n uitbreiding naar één zijde, waarbij de noklijn van bovenaf gezien een L-vorm vertoont, spreekt men van een ‘krukhuis’. Echter bij een uitbouw naar twee zijden ontstond een aparte dakconstructie dwars op de kap van het achterhuis. Bij deze bouwwijze wordt wel gesproken van een ‘dwarshuis’ of ‘T-huis’, vernoemd naar de vorm van de noklijn van boven gezien.
Huisseling.nl; De sloop van de oude boerderij van de familie Spanjers op het Heuveleind. Deze had nog geen brandmuur die tot aan de nok reikte. Alleen de schouw rijst op naar het dak. De wand achter de schouw is gemaakt van vlechtwerk van wilgentenen en leem. Piet van Lier koopt de boerderij eind jaren ’30, die dan plaats maakt voor nieuwbouw. Huidig adres is 2/2a (Bron: Greet Gerritsen-van Lier).
Dit type boerderij komt veel in Huisseling voor. Kenmerkend is dat de achterkant uit praktische redenen meestal aan de doorgaande weg is gelegen. De voorgevel, voordeur en hoge ramen van het woongedeelte zijn naar het land toe gericht. Het situeren van de boerderij met de achterkant naar de weg kan mogelijk ook worden verklaard vanwege oude belastingtechnische oorzaken. Soms werd de boerderij zó gesitueerd, dat de voorgevel op de kerk uitkeek.
Het type boerderij wijkt sterk af van de langgevelboerderijen in de rest van Brabant. Dit boerderijtype heeft alle ramen en deuren naar de weg gericht, waardoor de passant als het ware uitgenodigd wordt om aan te kloppen. Dit type komt veelvuldig voor op de zandgronden in heel Noord-Brabant en is van oorsprong ontstaan uit de Frankische boerderijvariant.
Huisseling.nl; Diverse boerderijtypes. Eénvoudig hallehuis aan de Grotestraat 34, destijds bewoond door de familie Toon van Maasacker (Bron: Diny Egbars-van Maasacker, Rosmalen).Huisseling.nl; Diverse boerderijtypes. Voormalige krukboerderij aan de Heuveleindstraat, tegenover nummer 6, destijds bewoond door de familie Jan de Bruijn. De boerderij werd gesloopt met de ruilverkaveling. Aan de Beemdenweg 3 werd een nieuwe boerderij gebouwd. Op deze foto zijn alle kenmerken te zien van een originele Huisselingse boerderij. Krukhuis (I) met stal (II), bakhuis en grote schuur met aan de linkerzijde de varkensstallen. Rondom de boerderij de moestuin en de boomgaard (Bron: Frank de Bruijn, Schaijk).Huisseling.nl; Diverse boerderijtypes. T-boerderij aan de Hamstraat 4, destijds bewoond door de familie Dorus Jansen. In de opkamer was vroeger een zogenaamde dranklokaal. Het zolderraampje boven het raam van de herd helt hier nog voorover. Door ouderdom (laatste restant van de oude topgevel van het vroegere hallehuis) was hier het muurwerk verzakt en bij een latere restauratie weer hersteld (Bron: Fam. Spanjers-Jansen, Herpen).
De keuken, het belangrijkste gedeelte van de boerderij
In het gewone ‘bescheiden’ huistype bevinden mensen en dieren zich binnen vier muren en onder één dak. De breedte is bijna altijd 13 meter, de lengte varieert naargelang de welstand van de boer en het aantal koeien. De voorgevel is meestal hoger dan de achtergevel, maar hoog genoeg om de kar met hooi door te laten. Is deze muur te laag dan laat men de achterdeuren inspringen om de vereiste inrijhoogte te halen. Meestal staan rechts de koeien, links de paardenstallen en de hokken voor de varkens. Boven de paardenstal in ‘het veeke’ zitten de kippen, die met een ‘kippenleerke’ naar buiten konden. Natuurlijk zijn er ook diverse varianten mogelijk. Zo zijn er boerderijen die niet met de achtergevel, maar met de zijgevel naar de weg staan zoals dat bij de langgevelboerderijen standaard is. Op die manier lag ‘de deel’ dwars op de boerderij en niet in de lengterichting zoals gebruikelijk. Voorbeelden zijn Hamstraat 8 en Hoekstraat 1 (ooit verbouwd van middenlangsdeel naar dwarsdeel).
Huisseling.nl; Plattegrond van de vroegere boerderij op de hoek Grotestraat 36 / Hoekstraat. Opvallend zijn de twee bedsteden in de kamer en de dwars in het huis geplaatste haard.
De verschillende keukens vormen volgens Jan Elemans het belangrijkste deel van het huis. De ‘geut’ ofwel de spoelkeuken behoort tot het bedrijfsgedeelte. Naast de geut zit de zijdeur. Via de gangdeur bereikt men het woongedeelte van het huis. Rechts de ‘binnengeut’ waar men de zuivelproducten bereidde en bewaarde. Vanuit de binnengeut kon men via een luik met een keldertrap naar de kelder. Op het luik zit de trap naar de opkamer. Verder had men in het voorhuis een ouderslaapkamer en de voorkeuken, waar men leefde en die eigenlijk als de huidige woonkamer fungeerde. Deze is helder verlicht met één of twee grote ramen. Tot slot de vierde keuken van het huis, de achterkeuken. Hier werd gekookt en gegeten, gewassen en gestreken, gebeden en kaart gespeeld. De ligging is dicht bij de stal zodat men de beesten kon horen. Het vormde het belangrijkste gedeelte van het huis.
Huisseling.nl; De aanduiding ‘haard’ was oorspronkelijk de betekenis voor het open vuur in de keuken, maar werd ook gebruikt in de betekenis van de keuken zelf. Als spotnaam voor ‘moeder de vrouw’ werd ook wel het woord ‘herdtrééjer’ gebruikt. De as uit de haard werd ‘herdkersel’ genoemd, afgeleid van het keren (schoonmaken) van de haard (Bron: Ansichtkaartenverzameling Jeroen Arts).Huisseling.nl; Oude schouw (anno 1738) met prachtig tegelwerk in de monumentale boerderij aan het Daalderstraatje 2 (Bron foto: Maries Elemans, Huisseling).
Cultuurverschillen
Door de betrekkelijke isolatie van de omgeving en de aanhoudende strijd met het water, was de Huisselingse boer waarschijnlijk wat stugger en meer gesloten dan zijn collega op de zandgronden. Om natte voeten te voorkomen werden de boerderijen op een verhoging gebouwd met een geleidelijk afschot naar het achterhuis. Vanaf de weg loopt meestal een grindpad dat de bezoeker helemaal langs de zijgevel naar de voordeur leidt. De voordeur werd echter niet vaak geopend, met uitzondering voor de dokter of de pastoor en voor rouw en trouw.
Enkele typische bouwkenmerken Er zijn enkele aspecten aan de Huisselingse boerderij waarmee zij zich onderscheidt van andere boerderijen van hetzelfde type. Zo zijn het ‘uilengat’ en de ‘oogvormige’ raampjes in de grote achterdeuren typisch Huisselings. Waarom deze ramen in deze typische vorm werden uitgevoerd is niet meer te achterhalen. Het is aannemelijk dat de plaatselijke aannemer of de timmerman verantwoordelijk was voor de uitvoering van deze opvallende raampjes. Het kan echter ook een cultuuraspect zijn omdat de raampjes voorkomen in boerderijen van verschillende leeftijden. Uilengaten zijn nog te vinden aan de Woordstraat 2 en Heuveleindstraat 6. Hein Elemans schreef een interessant artikel over de Huisselingse oogjes in‘Bijzondere staldeurramen’.
Huisseling.nl; De typische ‘Huisselingse Oogjes’ zijn nog te vinden in de boerderijen aan de Dortestraat 1, Heuveleindstraat 6, Hamstraat 2 en 4, Burg. Van de Wielstraat 7, Grotestraat 54 en 57 en in de schuur van Mgr. Zwijsenstraat 5. Vroeger hadden bijna alle boerderijen en schuren deze raampjes, getuigen de vele oude foto’s die we hiervan gevonden hebben. Op bovenstaande foto die van Hamstraat 4 (Bron: Geurt-Jan Elemans, Ravenstein).Huisseling.nl; Dortestraat 1.Huisseling.nl; Heuveleindstraat 6.Huisseling.nl; Hamstraat 2.Huisseling.nl; Burg. Van de Wielstraat 7.Huisseling.nl; Grotestraat 54.Huisseling.nl; Een afwijkend type aan de Burg. Van de Wielstraat 1. De vroegere bewoners kwamen uit Berghem en namen mogelijk hun eigen stijl mee naar Huisseling.
De achtermuur van de boerderij was relatief laag waardoor er niet altijd hoge deuren in konden worden aangebracht. Dit loste men op door de hoge achterdeuren iets naar binnen op te schuiven. In het oosten van Nederland zette men de achterdeuren zelfs nog iets verder naar binnen, wat resulteerde in een afdak boven de grote achterdeuren, de zogenoemde onderschoer of onderschuur. Ook dit type komt voor in Huisseling. De grote deuren hadden een ingebouwd kleiner loopdeurtje. De grote deuren vielen in de ‘pelker’ (houten middenstaander) die eenvoudig kon worden weggenomen om grote karren binnen te laten. Oorspronkelijk bestond het gedeelte boven de grote staldeuren uit houten gepotdekselde planken. Dit zijn planken die elkaar in het horizontale vlak gedeeltelijk overlappen. Meestal helde dit houten vlak iets naar voren en in het midden boven de grote achterdeuren zat het hooiluik.
Huisseling.nl; De oude boerderij aan de Grotestraat 36 had nog deels een houten achtergevel. Het was de oudste boerderij van Huisseling, volgens de muurankers daterend van 1649, mogelijk in oorsprong nog ouder (Bron foto: Diny Egbars-van Maasacker, Rosmalen).
De boerderijen hadden geen dakgoten. Om het negatieve effect van opspattend regenwater, dat op de grond valt tegen te gaan, werden rondom de boerderij de muren van de grond tot vaak wel een meter hoogte voorzien van een smeerlaag van specie, ook aangeduid als smeerplint. Waren de daken oorspronkelijk geheel van stro of riet, later werd het riet op het onderste gedeelte van het dak vervangen door dakpannen. In het begin met de gewelfde Hollandse pan en later ook wel de vlakkere en modernere muldenpan. Om inregenen te voorkomen werd de nok van het rieten dak dicht gelegd en aangesmeerd met gebakken nokvorsten.
Vlaamse schuren
Oorspronkelijk werden langsdeel- of Vlaamse schuren gebruikt voor de opslag van graan dat werd verzameld door kloosters en andere ‘tiendheffers’. Later werden de schuren ‘standaard’ bij de meeste grotere boerderijen. De schuren werden gebruikt voor de winteropslag van landbouwproducten en materieel.
Het zijn drie-beukige schuren met een grote langsdeel. De onderlinge variatie is groot. Standaard zit er zowel aan de voor- als achterzijde een staldeur, waardoor men met paarden en kar door de schuur kon rijden. Meestal zijn de deuren links of rechts van het midden geplaatst of op de hoek, waardoor er een zogenaamde hoekgevel ontstond. Omdat de zijbeuken soms verschillend van breedte waren kreeg de schuur een asymmetrisch aanzicht. Traditioneel zijn de schuren van hout en met stro of riet gedekt. De vier nog aanwezige schuren zijn allen van baksteen en met pannen of golfplaten gedekt. Meestal is de gebintconstructie nog wel origineel. De meest bijzondere schuur is die van Grotestraat 59. Verder zijn er nog langsdeelschuren aan Daalderstraatje 2 en Hamstraat 2.
Huisseling.nl; De Vlaamse schuur aan de Grotestraat 59. Deze was vroeger met riet gedekt en in 1911 was hier de noodkerk. In latere jaren is de schuur ook gebruikt voor de opslag van kolen en als bedrijfsruimte van een leidekkersbedrijf (Bron: Foto’s Jeroen Arts).Huisseling.nl; De Vlaamse schuur aan de Grotestraat 59 was vroeger met riet gedekt (rechts) en in 1911 was hier de noodkerk. In latere jaren is de schuur ook gebruikt voor de opslag van kolen en als bedrijfsruimte van een leidekkersbedrijf (Bron: Detail luchtfoto 25 juni 1952, Parochie-archief).Huisseling.nl; De Vlaamse schuur aan de Hamstraat 2 / Woordstraat is in later jaren van een nieuwe oostgevel voorzien, maar had voorheen aan deze zijde een hoekgevel met houten wand. In de kern een zeer oude schuur die voorheen met riet was gedekt. De oud-Hollandse pannen die er nu op liggen komen van de naastgelegen boerderij, die bij een grote verbouwing ‘nieuwe’ muldenpannen kreeg (Bron: Foto’s Jeroen Arts).Huisseling.nl; Aan de Hongerveldstraat stond een ander type voorraadschuur, maar vanwege de rietbdekking en de oogvormige ramen in de grote deuren, de moeite waard om hier te plaatsen. De schuur is gesloopt voor de bouw van nummer 4, maar hoorde vroeger bij de boerderij op nummer 2 (Bron: Detail foto Familie Van der Horst, Huisseling / Ravenstein).Huisseling.nl; Fraai voorbeeld van een rietgedekte Vlaamse schuur aan de Hongerveldstraat 1. Hier woonden vroeger onder andere de families Van den Boogaard, Kocken en Elemans. Boerderij en schuur zijn gesloopt ten behoeve van vrijstaande woningen. In de deur van de schuur is nog een oogvormig raampje te zien (Bron: Fotoverzameling Jeroen Arts).
Huisseling.nl; De vroegere Vlaamse schuur bij de vroegere boerderij aan de Heuveleindstraat 11, afgebroken door de familie Lange-van Rooij, tevens de bron van deze foto.
Rosmolens
Een rosmolen is een molen waarbij de aandrijvingkracht wordt geleverd door een paard (ros) of een ezel. In het verleden waren er boerderijen die zelf een rosmolen hadden maar meestal stond er in een dorp een grotere rosmolen, vaak aangedreven door twee paarden. Het principe van het malen is hetzelfde als bij andere molens. De rosmolen werd voor uiteenlopende doeleinden gebruikt: het malen van graan tot meel, het uitpersen van zaden tot olie, het karnen van boter of bemaling van water. De grotere rosmolens waren bouwsels waarin de molenstenen over elkaar rolden of schuurden, terwijl het paard of het stel paarden buiten het bouwwerk liep. De aandrijving gebeurde dan via een balk die aan de top van het dak bevestigd was en waaraan verticaal naar beneden een ‘boom’ bevestigd was waaraan beneden een tandwielmechanisme was gemaakt.
In Huisseling stonden in de 19e en 20e eeuw rosmolens bij de volgende boerderijen: Daalderstraatje 2, Grotestraat 38 (Heinenhof), Heuveleindstraat bij Flip de Bruijn (zelfs voor 2 paarden!), Weegstraatje 1, Burg. Van de Wielstraat 1.
Bakhuizen
De meeste boerderijen hadden, inpandig of uitpandig, een oven voor het bakken van eigen brood. De boer van destijds was ook bakker en met de ‘bakkers’ in de buurt had men goede afspraken. In de regel bakte men slechts één keer per week brood. Men bakte op verschillende dagen en als men dan een brood tekort kwam kon men er bij de buren eentje bijzetten. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914) werd vanwege de voedselregelingen het zelfbakken bij wet verboden. Het dorp kreeg zijn eerste echte bakkers en weinig boeren pakten na 1918 het bakkersvak weer opnieuw op.
Huisseling.nl; Aan de Dortestraat 1 is nog een bakhuisje aanwezig, al is deze inmiddels compleet verbouwd (Bron: Geurt-Jan Elemans, Ravenstein).
Het jeugdverhaal van Jan Coenen “Vlak voor zijn overlijden in 2009 schreef Jan Coenen voor zijn kleinkinderen ‘het verhaal van zijn jeugd’ op. Hieruit is op diverse plaatsen in dit boek geput. Het handelt over de periode tussen de twee wereldoorlogen en het beschrijft hoe er werd gewoond in de (zeker niet modale) boerderij aan Woordstraat 18. De keuken bevond zich in het achterhuis, plus een bergplaats waar de trap naar de zolder begon en waar het grote fornuis stond. Hier werd wekelijks een grote berg vuile was gekookt. Ook was er de bijkeuken, de geut genaamd, waar de koperen pomp hing boven de granieten gootsteen. Waterleiding was aan de Woordstraat onbekend, evenals telefoon. Er was wel elektriciteit, met in de hele straat drie straatlantaarns. In het achterhuis bevond zich de zijdeur, waardoor iedereen het huis binnenkwam. Slechts weinigen belden aan bij de dubbele voordeur, die ’s nachts werd afgegrendeld met een ijzeren staaf vanwege de Osse Bende.”
Huisseling.nl; Het erf van Woordstraat 18 en 20 gezien vanuit Den Onderstal. Tussen de boerderijen door loopt het Dwarsstraatje naar de familie Gerrits (op de achtergrond). We zien Janus Coenen bij zijn pony’s. De deuren van schuur hebben ook weer oogvormige raampjes (Bron: Fam. Coenen-Clement, Oss).
“Als je de zijdeur binnenging kwam je voorbij de wc. Toiletpapier was er niet, wel een stapel kranten om je billen af te poetsen. Naast de wc begon direct de koeienstal, met vooraan de zes melkkoeien, verder het grotere jongvee, met de koppen naar de deel gericht. Ervoor liep de groep waar de beesten werden gevoerd. De deel met de harde lemen dorsvloer besloeg het grootste deel van de ruimte. Via een grote achterdeur kon je met paard en kar binnenrijden, echter dat gebeurde alleen in de hooitijd om de ladingen hooi te lossen. Dan werd de boerderij tot de nok volgepropt met het wintervoer. Wij moesten als kinderen dan mee naar boven voor het ‘pakken’, zoveel mogelijk heen en weer lopen en springen om het hooi samen te persen. Aan de overzijde van de deel was de paardenstal, een hok voor de jonge kalveren en een ruimte om de voederbieten op te slaan. Achter de boerderij was de grote schuur met een rij varkenshokken, een ruimte voor jongvee en een wat grotere ruimte waar de korenschoven tot aan de nok toe waren opgestapeld. Het achterste deel functioneerde als karschuur, waar de lange en de korte kar waren gestald.”
Vijf en veertig jaar Huisseling opgetekend door Mia Königs (2011) “Nadat zij samen een carrière hadden opgebouwd in Parijs en New York, kwamen Joep en Mia Königs in 1965 weer terug naar Nederland. Hierbij een deel van het verhaal dat Mia speciaal voor dit boek schreef: ‘Het Brabantse land trok ons bijzonder aan. In die tijd stonden, mede door de ruilverkaveling, nogal wat boerderijen in de verkoop. Via een advertentie kwamen we in Huisseling terecht waar ‘Burgemeester van de Wielstraat 1’ te koop werd aangeboden. Jan en Marie van der Horst hadden hun kippenbedrijf beëindigd en waren al van start gegaan met de bouw van hun nieuwe behuizing op de Boschakker. Ondanks het minimale comfort was het voor ons liefde op het eerste gezicht, beseffend dat na de aankoop ons nog heel wat werk te wachten zou staan. We waren jong en namen veel ongemak voor lief. Geen centrale verwarming en geen riolering. De aanwezige gierkelder was iets dat ons tot op dat moment volkomen onbekend was en de houten ‘poepdoos’ deed zelfs nostalgisch aan. De badkamer bestond in het nieuwe door ons zo begeerde onderkomen uit een verplaatsbaar zinken bad op pootjes. In de grotere plaatsen waren badhuizen in zwang, maar in Huisseling en verre omgeving ontbrak deze ’luxe’. Gas was slechts voorhanden in de vorm van flessen zogenaamd Butagas en de elektrische installatie in het huis bestond uit een elektriciteitskastje met één zekering van 6 ampère. Een zekere bijzondere luxe was de telefoonaansluiting waar omringende buren zo nu en dan gebruik van maakten. Het destijds gebruikelijke potje naast het toestel nodigde uit voor een bijdrage aan de telefoonkosten van het nummer 720. Binnen werd de zogenaamde ‘knechten-kamer’ omgebouwd tot slaapvertrek en twee aparte kamers uit het voorhuis tot een grote zitkamer. De opkamer en gewelfde kelders lieten we vanwege historisch oogpunt in de authentieke staat, inclusief de ingebouwde drie bedsteden.”
Huisseling.nl; De Burgemeester Van de Wielstraat 1 van Jan en Marie van der Horst-van Nuland, dat Joep en Mia kochten (Bron: Fam. Van Weegen, Huisseling).
“In de tegenwoordige tijd zullen jongeren zich er nauwelijks van bewust zijn dat hun grootouders geen verwarming hadden. In ons pand bestond de verwarming uit een paar olievaten die tegen de buitengevels bevestigd waren. In die tijd was dat toch al min of meer een luxueuze verwarming van het huis. Bij de restauratie en de onvermijdelijke modernisering van bepaalde onderdelen hebben we steeds getracht het historische karakter te behouden. Dat we daarin zijn geslaagd bewijst de status van de boerderij als gemeentelijk monument.”
Een nieuwe generatie boerderijen
Ongeveer halverwege de vorige eeuw veranderde op het platteland geleidelijk de wijze van bedrijfsvoering en de manier van bewoning. De pomp werd vervangen door een kraan, er kwam beter sanitair en het comfort nam toe. Via de landbouwvoorlichting, mechanisatie, veevoederindustrie en ruilverkaveling kwam de bedrijfsvoering in de 2e helft van de 20e eeuw op een hoger peil, geschikt voor massaproductie en specialisatie. In de beginjaren zestig vond in het buitengebied van Huisseling de ruilverkaveling plaats. Er werden ruilverkavelingboerderijen gebouwd, volgens een type boerderij dat in het hele land voorkomt. Later werden door de toenemende vraag naar productie nog grotere schuren en stallen gebouwd met vaak grote vrijstaande woonhuizen. Riet en pannen werden vervangen door golfplaten. Hiermee verdween definitief de streekeigen bouwwijze van de traditionele boerderij.
Huisseling.nl; Ruilverkavelingsboerderij van destijds de familie De Bruijn-Hoogveld aan de Beemdenweg 3.Huisseling.nl; Ruilverkavelingsboerderij van destijds de familie Van der Horst-Lansdaal aan de Beemdenweg 4.Huisseling.nl; Ruilverkavelingsboerderij van destijds de familie Elemans-de Bruijn aan de Beving 1.Huisseling.nl; Voormalige ruilverkavelingsboerderij van destijds de familie Schonenberg-Wilms aan de Nieuwe Erfsestraat 1 (gesloopt).Huisseling.nl; Moderne stal in de voormalige ruilverkavelingsboerderijen aan de Nieuwe Erfsestraat 1 (gesloopt).
Namen van boerderijen en woonhuizen in Huisseling
Beemdenweg 4: De Vossenkamp (naar een veldnaam).
Contre Escarpe 1: De Zwarte Raaf (voormalig café).
Contre Escarpe 2: Het Doktershuis (Gebouwd als dokterswoning en nog steeds zodanig in gebruik).
Daalderstraatje 2: ’t Heerehuis (oude burgemeesterswoning).
Den Dam 2: Den Dam (naar de Huisselingse Dam die Huisseling beschermde tegen hoogwater).
Den Dam 4: De Beers (naar de ‘Beersche Overlaet’). Dit woonhuis is gesloopt.
Doolhof 5: Kleine Steenoven (naar een veldnaam).
Dortestraat 2: Jagershuis (naar de voormalige bewoner, Dhr. van Haren, die graag ging jagen in de polder).
Dortestraat 4: ’t Keyzershof (naar de voormalige bewoners, de familie De Keyzer). Niet meer in gebruik.
Graafsestraat 20: Huize Blankenburg.
Grotestraat 25: De Steenshof (naar een veldnaam).
Grotestraat 35: De Zwaanshof (naam van oude herberg De Swaen).
Grotestraat 38: De Heinenhof (naar de Heinen Elemans).
Grotestraat 46: De Elft (voormalig café aan de Rijksweg in Reek die de familie uitbaatte).
Grotestraat 56: De Boomgaard (vroegere boomgaard van de kerk). Niet meer in gebruik.
Grotestraat 57: De Palmhof.
Hamstraat 9: Semi – Hof (Kleine boerderij). Niet meer in gebruik.
Hamstraat 8a: Den Afsteek.
Heuveleindstraat 4: Steenuiltje.
Hoekstraat 2: De Gansheuvel. Hongerveldstraat 9: Ceelenhof. Niet meer in gebruik.
Hongerveldstraat 11: ’t Hongerveld (naar een akkercomplex). Sinds een herbouw niet meer in gebruik.
Meerstraat 1: De Meerkes (naar een veldnaam).
Meerstraat 3: Huize Hoogakker (naar een veldnaam).
Nieuwe Erfsestraat 1: De Ganzenwei (naar een veldnaam). Deze boerderij is gesloopt.
De Ringelenburg 1: Ringelenburg (naar het voormalige jachtslot). Deze boerderij is gesloopt.
De Ringelenburg 5: Ringelenburg (naar de boerderij bij het voormalige jachtslot).
Stationssingel 11: Crians. Niet meer in gebruik.
Burgemeester Van de Wielstraat 1: King’s Court (de voormalige bewoners (familie Königs) hadden hier een paardenfokkerij). Niet meer in gebruik. Tegenwoordig heet deze boerderij B&B De Hoeve
Burgemeester Van de Wielstraat 5: Aarensteyn (Naar de voormalige bewoners, de familie Van Aar). Niet meer in gebruik.
Burgemeester Van de Wielstraat 7: De Roesterd (naar een veldnaam).
Woordstraat 22: De Woord (naar een akkercomplex).
Mgr. Zwijsenstraat 5: De Ravenshoeve (boerderij dichtbij Ravenstein).
In het verleden stond er op de plek van de kerk (tot 1626) een boerderij met de naam Achter Hof. In de buurt van Den Dam moet een huis gestaan hebben met de naam ’t Pausinneke. Waar dat stond is nog niet bekend.
De oudste boerderij van Huisseling
Op de hoek van de Grotestraat met de Hoekstraat stond tot enkele decennia terug de oudste boerderij van Huisseling. Muurankers in de voorgevel duidden het jaartal 1649 aan. De middenlangsdeel van deze boerderij sloot vrijwel direct bij de woonkeuken aan, terwijl de stalling van vee en varkens in een buitenstijlruimte plaatsvond. Van een voorstal was geen sprake. De boerderij had nog geen voordeur in de voorgevel, maar een zijdeur, de achtergevel bestond nog gedeeltelijk uit gepotdekselde planken en de schouw stond, in tegenstelling tot de andere boerdeijen in de buurt, tussen de woonkeuken en de zijkamer, in plaats van tegen de muur tussen woon- en stalgdeelte. Direct ernaast, tegen de buitengevel bevond zich de bakoven. De boerderij vertoonde bovendien nog een primitief bouwkundig kenmerk: de sporen van de kap werden nog niet door spanten ondersteund. Op het erf stond een bakhuis en een kolenschuur. De boerderij had de bijnaam “Villa Scheefdak”. Hier woonde de familie Van den Heuvel (kolenboer), later verkochten zij de boerderij aan de familie Van Maasacker, die ernaast woonde op nummer 34. Zij verhuurden de boerderij aan de familie Loderus. De bouwvallige boerderij werd afgebroken door de familie Van Maasacker, omdat zij er een nieuw huis wilden bouwen. Zij kregen echter geen bouwvergunning meer en het terrein bleef onbebouwd. De oude kolenschuur staat er nog wel; deze nu als paardenstal. De meidoornhaag die het perceel ook nu nog omzoomd stond rondom de boerderij.
Bronnen: Familie Van Maasacker en het boek Traditionele boerderijen in Noord-Brabant door dr.ir. J.A. Hendrikx.
Huisseling.nl; Plattegrond van de boerderij en tekening van de schouw.Huisseling.nl; De voorgevel van de boerderij (Bron: Jan Elemans, Huissen).Huisseling.nl; De achtergevel van de boerderij (Bron: Jan Elemans, Huissen).Huisseling.nl; De rechterzijgevel van de boerderij met de kippen (Bron: Jan Elemans, Huissen).Huisseling.nl; De linkerzijgevel van de boerderij met de voordeur. Hier zie je meteen waarom dit huis de bijnaam ‘Villa Scheefdak’ kreeg (Bron: Jan Elemans, Huissen).
Van riet naar pannen
Vroeger waren de boerderijen tot onderaan met riet of stro gedekt. Rond 1875 is het de mode geworden om het onderste deel van het dak met pannen te bedekken. Men vond dat mooier. Er kwam meer ventilatie, maar in de winter werd het wel kouder op de deel. Dat werd grotendeels verholpen door zogenaamde stro- of pannenpoppen tussen de pannen te stoppen die weer en wind buiten moesten houden. De grote voordelen van het dekken met pannen waren onder andere minder brandgevaar en lagere premies voor de verzekering van de brandassurantie. Vroeger lag er op het erf overal hooi en stro, stonden er mijten en takkenbossen her en der. Als er dan brand uitbrak was een boerderij met zo’n laag dak natuurlijk een makkelijke prooi voor de vlammen!
Hierna werden ook de houten wanden of ‘stro-leem-vlechtwerkwanden’ vervangen door muren van steen die een grotere draagkracht bezaten en dus in staat waren meer gewicht te dragen.
Het hoger optrekken van de zijgevels was een logisch vervolg. Hierdoor ontstond vaak wel een ‘knik’ in het dak, maar dat nam men voor lief. Een handige bijkomstigheid was dat er binnen in de boerderij meer bergruimte ontstond op de zolders. Dat was erg handig voor het houden van kippen.
Een dak van stro betekende armoede. Stro had men zelf, en zelfs bij een huurboerderij moest de pachter hiervoor stro reserveren. Riet moest aangekocht worden en pannen zéker. Wat later kwamen ook de vorstpannen in zwang. Dit gebeurde voorheen met graszoden en donderplanten (Sempervivum).
533 jaar Hofstad De Gansheuvel (door Joost Kocken)
(Bedoeld wordt de voormalige boerderij tegenover Hoekstraat 1 die later tot schuur werd verbouwd)
Huisseling.nl; Hofstad De Gansheuvel (de boerderij op de achtergrond) (Bron: Familie Elemans-Coenen, Ravenstein).
De namen van de Huisselingse hofstad, die in 1542 eigendom werd van Wouter Celen zoon, en de voorafgaande en latere eigenaren.
In 1477 bekend onder de naam ‘Herman Bonen hoffstath’;
In 1534 als ‘Herman Hoffstath’;
In 1542 is het eigendom van Aert Zebert Jans s. en later dat jaar van Wouter Celen zoon (door koop van Aert Zebert Jans)
In 1566 staat het bekend als ‘Wolter Ceelen erven hoffstath’;
In 1569 zijn de ‘Erfgenamen Wolter Ceelen’ eigenaars en in 1570 is dat Johan Wolters, een der erfgenamen;
In 1580 staat het bekend als ‘Johan Wolters hofstath’ en de eigenaar is Johan (= Jan) Wolters;
In 1597 als ‘Ceelen hofstath’, met als eigenaar Ceel Jans de Cock, zoon van Jan Wolters;
Tussen 1597 en 1644 onbekend hoe het werd genoemd, maar bekend is dat ergens in de 17e eeuw Teunis Ceel Kocken eigenaar is;
In 1644 wordt het ‘Sint Thonnis hoff’ genoemd en is Ceel Teunis Kocken eigenaar;
In 1695 is dat Marij de weduwe van Ceel Teunis en in 1703 Jan de Cock, zoon van Ceel Teunis;
In 1715 wordt het ‘Cocken hoff’ genoemd en zijn de Erfgenamen van Jan de Cock eigenaar;
In 1716 staat vermeld ‘Den hoff van ..’ .. de kinderen van Jan de Cock en later in 1716 wordt Antonetta de Cock, dochter van Jan genoemd;
In 1733 en 1760 ‘Jan de Kockshoff’, nog genoemd naar de oude eigenaar;
In 1738 Huis, hof .. op den Gansheuvel(*) en is het in eigendom bij Antonetta de Cock x Henrick Maes, Zij verkopen het aan Ruth Lamers Kleijnen;
In 1741 wordt het dus ‘Ruth Kleijnenhoff’ genoemd;
In 1785 is Gerardus de Kleijn, zoon van Ruth, eigenaar en die verkoopt het weer aan Hendrik van den Berg;
In 1825 staat het bekend als ‘Huis, hof .. op de Gansheuvel’ en Hendrik van den Berg verkoopt het aan Wouter van Aar voor ƒ 700,-;
In 1860 ‘Huis, schuur, erf, boomgaard, tuin en bouwland sectie B.148-151’, in eigendom van de erfgenamen van Wouter van Aar (zijn weduwe Isabella Wilms is vruchtgebruikster);
In 1871 wordt het verkocht aan Hermanus G. Elemans;
In 1893 zijn de erfgenamen van Hermanus G. Elemans de eigenaars;
In 1924 wordt het verkocht aan Hendrikus Jac. Elemans;
In 1928 is het huis is niet meer als woonhuis aanwezig (het is in 1927 verbouwd tot schuur);
In 1960 volgt er een boedelscheiding: de erfgenaam is Henri Elemans, en er staat nu een nieuwe schuur;
Ook in 2005 is het nog in eigendom van Henri Elemans ‘van het Hoekstraatje’;
Huisseling.nl; Hofstad De Gansheuvel (de boerderij op de voorgrond) (Bron: Familie Elemans-Snoek, Huisseling).
In 2007 wordt de tegenoverliggende woonboerderij en de genoemde schuur (voormalige boerderij) bij gebrek aan opvolging door Henri en Truus Elemans-Snoek verkocht aan de familie Cornelissen-Woltering.
* In 1738 wordt de hofstad omschreven als 1½ morgen op den Gansheuvel, bestaande uit huijs, hoff, boomgart, schuer en backhuijs. Het cijnsregister hanteert ca. 1695 en ca. 1761 een maat van 7 hond. In 1825 1 bunder en 28 roeden = 1,28 ha. In 1832 kadastraal bekend Huisseling sectie B.148 t/m 151 huis, schuur, erf, boomgaard en bouwland groot 1.20.20 ha.
Verzameling Joost Kocken, 2010.
Huisseling.nl; De genomineerde boerderij voor de ‘Boerderij van het jaar’-verkiezing in 2003 (Bron: Foto’s Jeroen Arts).
De boerderij van Herman en Riek van Aar-van Breughel aan het Daalderstraatje 2 wordt genomineerd als Boerderij van het jaar in Brabant. Helaas grijpen ze net naast de prijs en wordt een boerderij in Boekel, die nog in bijna originele staat verkeerd, als winnaar uitgeroepen.
De Stichting ‘De Brabantse boerderij’ kiest al sinds jaar en dag een orginele oude boerderij voor de zogenaamde ‘erepluim’ en een best gerestaureerde oude boerderij voor de ‘boerderijenpluim’. In 2024 is een boerderij in Boerdonk verkozen tot mooiste Brabantse boerderij.
Vergane glorie
Hieronder een fotocollage van boerderijen, woonhuizen en belangrijke gebouwen die uit het Huisselingse straatbeeld zijn verdwenen. Voor zover als er foto’s voorhanden zijn. Deze collage gaat over de woningen die sinds de eerste kadasterkaart uit 1826 langs het oude stratenplan zijn verdwenen. Gesloopte woningen in de nieuwbouwwijken zijn in dit hoofdstuk niet meegenomen. Van het stukje Maasdijk tussen de Staaijstraat en Maasdijk 27, dat heel vroeger óók Huisseling was, zijn geen afbeeldingen beschikbaar. Verdwenen bedrijfsgebouwen zijn opgenomen in de desbetreffende hoofdstukken bij ´Beroepen & Verenigingsleven’.
Maasdijk en Doolhof:
De voormalige boerderij van de familie Th. Peperkamp aan de Maasdijk 28. Deze schijnt in het verleden door fam. Peperkamp-Snoeks verkocht te zijn aan fam. Sonneveldt-Funke, die het zeer grondig hebben verbouwd tot de huidige woonboerderij. (Bron: Familie Oosterhout-van Aar, Wijchen).De huidige woonboerderij op de plek waar voorheen de familie Peperkamp woonde. Tegenwoordig valt dit onder Neerloon, maar vroeger was dit Huisseling. (Bron: Foto’s Jeroen Arts).Op de eerste kadasterkaart van 1832 staat op dit perceel aan de Maasdijk 29 al een boerderij van Francis & Regina Velt-van den Boogaard. Rond 1865 is het in bezit van Jacoba Velt (en Hendrikus Vermeulen?). Van 1876 tot circa 1933 is het in eigendom van Gerard de Kleijn en zijn erfgenamen. Dan kopen Johannes & Wilhelmina Roelofs-Loeffen het pand. Zoon Wim neemt het dan weer over. Na een beperkte brand heeft Wim het pand van de verzekering moeten slopen en een nieuw huis gebouwd. Tegenwoordig valt dit onder Neerloon, maar vroeger was dit Huisseling. (Bron: Jos Roelofs / Loon aan de Maas).
Op een kaart uit 1925 staat aan de Maasdijk een huis ingetekend tussen Roelofs (29) en Lansdaal (Doolhof 15). Daar is mij verder nog niets over bekend.
Het oude Huisselingse veerhuis aan de Maasdijk stond ter plekke van het huidige, tot Ravenstein behorende, veerhuis ‘Brass aan de Maas’. Het oude Ravensteinse veer was waar later café ’t Pumpke was, vlakbij het rondeel ter hoogte de Walstraat. Op bijgaande foto zien we het voorhuis met veranda vóór de grote verbouwing of aanbouw aan de voorzijde. Aan de achterzijde is nog steeds de vorm van een T-boerderij te zien met een zeer oude kelder onder het vroegere voorhuis. Het huidige ‘voorhuis’ is er aan de voorzijde tegenaan gebouwd. (Bron: Beeldbank HKK Ravenstein, detail ansichtkaart).Hier woonde de familie Van Zanten, daarvoor schoenmaker Hent Heessen en de familie Roeskes-Derks. Dit huis stond op de plaats waar nu het adres Doolhof 14 is, op de splitsing met de Johan van Willigenstraat en is herbouwd in een geheel andere stijl. (Bron: HKK Land van Ravenstein).
In de hoek Johan van Willigenstraat-Doolhof stond in later jaren een huisje tussen Van Zanten (Doolhof 14) en Broes (Doolhof). Wie hier woonden is mij nog niet bekend.
Het voormalige huisje van Karel & Geertruda Broes-Penders aan de Doolhof, tussen de huidige Johan van Willigenstraat en de Prinses Irenestraat. Van links naar rechts Karel Broes sr., Geertruda (tante Trui), grootmoeder Geertruda Penders, Karel junior (de vader van Jo Broes), Tonny en Rinus. Karel Broes kwam uit Bergharen, Geertruda, geboren te Huisseling, was een dochter van Johannes Penders en Johanna Maassen. Daarvoor woonden hier de families Penders-Maassen en Maassen-van Schaijk. (Bron: Jo Broes, Ravenstein).
Graafsestraat (en Blauwe Kei – Ganzenweg):
Deze tabaksboerderij stond op de hoek van de Graafsestraat 1 en de Doolhof. Hier woonden voerman Jan & Anna van Tilburg-van den Heuvel en hun kinderen Anna, Marie, Adriaan en Stien. Daarvoor Toon & Anneke Arts-van der Zanden en hun kinderen (naar Oss verhuisd) en de familie Johannes & Johanna Scheeren-van den Hoogen met Petronella Velt en Johanna Arts. Jan van Tilburg had een groot sterk paard waarmee hij onder andere boomstammen versleepte. Verder teelde hij tabak. Op de zolder van het achterhuis werden de tabaksbladeren te drogen gehangen. Onder het dak zaten dan ook luiken om het tabak te drogen. De buitengevels waren gebroken wit/geel van kleur. In de vijftiger jaren moest de boerderij plaats maken voor de Sint Jozefschool (1956). (Bron: Familie Sommers-Brands, Neerlangel).In 1955 begint gemeentearchitect Piet Elemans aan zijn laatste grote project: een jongensschool naar de stijl van een Engelse hallenschool. Zijn zoon Jan, die ook architect is, wordt bij het project betrokken. Voor hem is dit het eerste grote project. De opdrachtgever is het Schoolbestuur van de Rooms-katholieke Jongensschool, Grote Kerkstraat A.11 te Ravenstein (de Sint Luciaparochie). Piet Elemans voert de directie over “Het bouwen van een zesklassige jongensschool met speelplaats en rijwielberging plus een gymnastieklokaal met handenarbeidlokaal en diverse nevenruimten, op een terrein kadastraal bekend Gemeente Huisseling c.a. Sectie A. no: 739”. Het terrein staat bekend als ’t Bogertje. Voorheen stond op deze locatie de tabaksboerderij van de familie Van Tilburg. De aannemer is W. van der Pas uit Oss. In december 2002 wordt voor het laatst les gegeven in het gebouw. De kinderen gaan na de kerstvakantie naar een nieuw gebouw aan de Stationssingel / Mgr. Borretlaan. Het oude gebouw wordt in 2005 gesloopt. Inmiddels staat hier nu het appartementengebouw ‘Castello’. (Bron: HICO, Oss).Het huis van Piet & Drika Reijs-van Uden aan de Graafsestraat (nu Blauwe Kei 1 en 2). Piet werd al vroeg weduwnaar en hertrouwde met Jacoba Dekkers. Daarvoor woonde hier de familie Goossens-Arens. Het huis is bijna onherkenbaar verbouwd tot twee woningen. Tegenwoordig valt dit onder Neerloon, maar vroeger was dit Huisseling. (Bron: Familie Reijs-Jansen, Overlangel).Het huis van Piet & Drika Reijs-van Uden aan de Graafsestraat (nu Blauwe Kei 1 en 2). Piet werd al vroeg weduwnaar en hertrouwde met Jacoba Dekkers. Daarvoor woonde hier de familie Goossens-Arens. Het huis is bijna onherkenbaar verbouwd tot twee woningen. Tegenwoordig valt dit onder Neerloon, maar vroeger was dit Huisseling. (Bron: Het Nationaal Archief).Het huis van Harry Zonnenberg aan de Graafsestraat / Ganzenweg, ter hoogte van de huidige ingang van de Gasunie. Voorheen woonden hier Louis Zonnenberg-Spanjers en Hoefnagels en Jan Spanjers, de eigenaar van het café-tolhuis. Op het Heuveleind woonde ook een Spanjers, die familie was. Dit pand is afgebroken voor de aanleg van de Gasunie. De twee kastanjebomen rechts staan er nu nog steeds ter oriëntatie. De paal bij de heg was de grenspaal van de drie dorpen Huisseling-Overlangel-Herpen. Het huis stond volledig op Huisselings grondgebied. Voorbij deze paal hoorde de straat wél bij Herpen. Pas sinds 2017 valt dit onder Neerloon. (Bron: Stichting Herpen in woord en beeld, Herpen).
Contre Escarpe:
We zien het café van Van Wetten (Martinus van Wetten & Hendrika van Londen) aan de Contre Escarpe 1 / Landpoortstraat. Later woonde hier hun dochter Dina, die getrouwd was met griffier Jan van Gulick en weer later o.a. Has Smits en Jan Kuijpers. Naast het café is de smederij van Anastacius Verhoeven. De smid is zojuist bezig met het beslaan van een paard, zoals dat na hem zijn zoon Willem en kleinzoon Toon Verhoeven dat deden. Voorheen was hier smederij Van Wetten gevestigd. Het pandje van de smid is al lang geleden vervangen door een gebouw van betonstenen en golfplaten. (Bron: Ansichtkaartenverzameling Jeroen Arts).Het woonhuis van de familie Theo & Hendrina van Wijchen-Willems, later Bertus & Johanna van Wijchen-Bongaards aan de Contre Escarpe 4. Zij hadden er een timmerbedrijf (achter de grote deuren). De familie Van Wijchen kwam oorspronkelijk uit Dennenburg. In 1832 woonden hier Jan & Woutrina Heesen-Bulhoff met Johannes Bulhoff, Johanna Gerritsen en Petrus Elemans. (Bron: Fam. Van der Sluijs-van Wijchen, Ravenstein).De woning van Bertus van Wijchen & Johanna Bongaards. Vergeleken met de foto hierboven is het pand in de tussentijd enigszins verbouwd. Het dak veranderde van een wolfsdak in een zadeldak, de gevelindeling werd gewijzigd en er verscheen een dakkapel. Het huis is afgebroken voor nieuwbouw. (Bron: Fam. Van der Sluijs-van Wijchen, Ravenstein).Achter de woning van dokter Philipsen aan de Contre Escarpe 2 (en achter het pakhuis) stond deze voormalige boerderij, die later als stal in gebruik was. Deze is afgebroken voor de uitbreiding van de C1000 aan het Keurvorstenplein. Wie hier woonden is nog niet bekend. In 1832 stonden op het perceel van het doktershuis nog eens twee boerderijen (nr. 1 op de plek van de huidige achtertuin / Boerenbond en nr. 2 de op de plek van het huidige woonhuis). In nr. 1 woonde boerderij woonde toen Antoon Moors. In 1860 staan hier geregistreerd: Johannes van den Bergh & Regina Kuppen, Adrianus de Groot (koopman) & Catharina Geurts, Frederik van Teeffelen en Francis Tooten (schoenmaker). In nr. 2 woonde in 1832 Dirk Bijl. In 1860 staan hier geregistreerd: Wilhelmus Bijl (herbergier) en zussen Johanna en Clara en Antonius S. Martens (Missionaris Apostolisch). Dokter August Philipsen en zijn zus Johanna Theresia uit Tiel kochten de boerderij van de familie Bijl om er een groot herenhuis te bouwen. (Bron: Fam. Keulers, Ravenstein).Op dit kadasteraartje uit 1826 van de omgeving Contre Escarpe is te zien waar de oude huizen van de families Moors en Bijl gestaan hebben. Ook is de boerderij van de familie Kroonen te zien op de plek waar nu de parkeerplaats van ‘Fie Zie’ is (voormalige Boerenbond) en de oude boerderij annex garage van de familie Van Thiel links op de hoek. Geheel rechts het timmerbedrijf van de familie Van Wijchen.
Stationssingel:
Voormalige garage van Tonny & Nelly van Thiel-van Aar aan de Mgr. Zwijsenstraat 2 hoek Stationssingel. Voorheen woonden hier Q. van Thiel & ? van Dijk en daarvoor Tinus Lamers, nog eerder een zekere Kocken en in 1832 Gerard Snijders. In vroeger tijden was in deze oude boerderij ook een smederij gevestigd. Achter de boerderij een voormalige opslagloods van de CeHaVé. De boerderij werd gesloopt na de bouw van een nieuwe garage. (Bron: HKK Land van Ravenstein).De boerderij met dwarsdeel van de familie Van Lamoen-Berben (chirurgijn), later Jan ‘de Bels’, daarna Gerardus Kleijnen & Anna Wolters en weer later van Koos van Haare, aan de Stationssingel ter hoogte van de huidige school. Koos van Haare kocht het van de weduwe Anna Kleijnen-Wolters en woonde daar vanaf 1948 met Anna Wolters, dochter van Arnolda Bongers getrouwd en gescheiden van Arnoldus Wolters die iets verderop woonden. De boerderij werd gekocht door de Ravo Schoenfabriek die er een kantine en later opslagruimte in vestigde. In 2001 werd de zwaar vervallen boerderij gesloopt voor de bouw van de Ravengaarde. (Bron: Henk van Haare).De boerderij van de familie Van Lamoen-Berben (chirurgijn), later Jan ‘de Bels’, daarna Gerardus Kleijnen & Anna Wolters en weer later van Koos van Haare, aan de Stationssingel ter hoogte van de huidige school. Op deze foto is de boerderij in vervallen toestand te zien, met op de achtergrond het gebouw van de Ravo. (Bron: Brabants Dagblad / Bart Tonies).Huis van de familie Arnoldus & Arnolda Wolters-Bongers, aan de Stationssingel ter hoogte van de Burg. Van Claarenbeekstraat, tegenover ’t Kempke. In het gezin Wolters-Bongers was een zoon Jo, bijnaam ‘Winnie’ die plotseling op 30-jarige leeftijd in 1951 is overleden. Winnie was een zeer goede voetballer bij VV Ravenstein. Dit was nog nét in Huisseling. (Bron: Henk van Haare).De restanten van Het huis van de familie Arnoldus & Arnolda Wolters-Bongers. Dit was nog nét in Huisseling. (Bron: Henk van Haare).De achterzijde van het huis van de familie Arnoldus & Arnolda Wolters-Bongers, aan de Stationssingel tegenover ’t Kempke. Dit was nog nét in Huisseling.
Het voormalige café van Theodor Nales, voorheen café Frans Kuijpers en eerder van Piet Henst en mogelijk Fons de Vocht sr. aan de Stationssingel in de hoek bij het spoor. Dit was nét in Deursen. (Bron: Fotoverzameling Jeroen Arts).Het huis van Piet & Greet Blokland-Schapenk aan de Stationssingel (randje Deursen), ter hoogte van de trap bij het spoorviaduct. Voorheen woonden hier brigadecommandant van de Rijksveldwacht Herman Schapenk en zijn vrouw Odilia Sewarte en Harrie van Dieten. Het huis is deels afgebrand, waarna met het oog op het doortrekken van de Dorpenweg, geen herbouwvergunning werd verleend. Piet en Greet Blokland woonden daarom met hun honden in een zelfgemaakte hut van een oude bus en schaftwagen achter het huis. (Bron: Fam. Van Weegen, Huisseling).Tekst op het huis van de familie Blokland.Kruis op het huis van de familie Blokland. Piet en Greet Blokland woonden in een stacaravan achter hun vervallen huisje en kregen geen nieuwe bouwvergunning van de gemeente Ravenstein. Vandaar de tekst op het huis op de bijbehorende foto’s.Rond 1931 koopt Fons van Hees uit Deursen bouwgrond aan de Stationssingel (voormalig 7/7a) en bouwt daar een nieuw huis. Hij trouwde met Hendrika van Uden uit Dieden. Ze kregen twee jongens en twee meisjes; Toos, Toon, Ruud en Anny. Zoon Ruud en zijn vrouw Mien van Boekel uit Herpen bleven in het ouderlijk huis van Ruud wonen. Zij kregen twee kinderen; Alex en Ilonka. Het huis van de familie Van Hees werd in 1983 aangekocht om ruimte te maken voor een uitbreiding van het naastgelegen distributiecentrum van BMW Nederland. Op de achtergrond zien we nog vaag de woningen van nieuwbouwwijk ‘Plan Schonenberg’. Het huis van de familie Van Hees (randje Deursen), stond ter hoogte van de huidige laad- en losdokken van De Kok Transport. (Bron: Mien van Hees-van Boekel, Herpen).De directeurswoning naast de stoomzuivelfabriek Sint Isidorus (randje Deursen), vanaf 1917 bewoond door directeur Frans Reijs en zijn gezin en later bewoond door zoon Jan en weer later door de familie Hoek-Gravelaar van de HoGra vrachtwagenfabriek. Vanaf 1944 was zoon Jan Reijs directeur, tot aan de fusie met Schaijk in 1953. Vanuit Schaijk maakte hij de fusie in 1955 met Sint Willibrordus te Oss mee. Jan werd adjunct-directeur en later technisch directeur van de ‘Combo’ (combinatie Berghem-Oss). (Bron: HKK Land van Ravenstein).Op de parkeerplaats van wat eerst de Boerenbond was, stond voorheen de timmerwerkplaats van Silvester Kroonen (net achter het Boerenbondgebouw, adres Grotestraat / Mgr. Zwijsenstraat 3). Voordat hij naar de Winkelstraat 8-10 verhuisde, was dit óók het woonhuis van Silvester. Voor hem woonden hier ouders Hermanus & Johanna Kroonen-Elemans en daarvoor grootouders Silvester (*Deursen 1790) & Maria (*1799) Kroonen-Elemans en hun kinderen Johanna *1824, Wilhelmina *1836, Hermanus *1843 en Maria *1845) en Hermanus van Grunsven (van Den Dam 2). Hermanus Kroonen was in 1877 de architect van de pastorie. De boerderij is gesloopt ten behoeve van extra ruimte voor de Boerenbond. (Bron: Familie Keulers, Ravenstein).
Mgr. Zwijsenstraat, Grotestraat (deel 1) en Middingstraat:
De voormalige boerderij met dwarsdeel van Thé Schonenberg & Anneke Wilms aan de Mgr. Zwijsenstraat 7 / Grotestraat 12. Vroeger woonden hier Drikus Wilms & Maria van den Berg (en mogelijk ouders Hendrikus Wilms sr. en Maria Hester de Kleijn). Daarvoor Arnoldus & Henrica van Zuijlen-Elemans en daarvoor Marcellus & Anna Elemans-Kuijpers, M. Elemans en Hendrina Willems en in 1832 Hendrik van Stippent. De familie Van Zuijlen-Elemans bouwde later een nieuw woonhuis ernaast op eigen grond aan de Grotestraat 14. Thé en Anneke Schonenberg verhuisden naar een nieuwe ruilverkavelingsboerderij aan de Nieuwe Erfsestraat 1 in Huisseling en de oude boerderij werd afgebroken voor de bouw van een nieuwe Boerenleenbank. Zie hiervoor het hoofdstuk over de Boerenleenbank. (Bron: Fam. De Vries-Schonenberg, Huisseling).Aan de Grotestraat 23 stond vroeger dit zogenaamde ‘biesthuis’ met middenlangsdeel waar op het laatst de familie Frans & Mathilda van de Rijdt-Klaazen woonden. Zij zijn de ouders van o.a. Catrien (x Jan Elemans) en Piet (“Piet Friet” op nr. 25). Voor hen woonde hier Nabuurs en daarvoor Petje & Alberdina van den Berg-Kocken en in 1832 Jan van den Berg(h). In deze krukhuisboerderij was vroeger een tolhuis / café gevestigd. Het stond op de hoek met de Middingstraat en is afgebroken voor de bouw van het Wit-Gelekruis. (Bron: Fam. Elemans-van de Rijdt, Huisseling).Rechts zien we de achterzijde van de voormalige Grotestraat 23 met de Middingstraat (nu Dokter Sluijtersweg). Links is Grotestraat 22 nog zichtbaar.Op 10 april 1961 werd door het Rijk goedkeuring gegeven voor het bouwen van een nieuw schoolgebouw voor het voortgezet onderwijs (ULO) aan de Middingstraat 1. De school was een ontwerp van architect Jan Elemans (Pzn) en werd gebouwd door aannemer De Veer uit Geffen. In september 1962 wordt het gebouw in gebruik genomen. De school wordt uiteindelijk bekend als Pius XII Mavo en valt uiteindelijk onder het Carmel College en Hooghuis Lyceum Oss. In 2017 wordt voor het laatst les gegeven en in 2024 volgt sloop van de gebouwen, Inmiddels is een nieuwe wijk in aanbouw. (Bron: Karin van Weegen, Huisseling).Marinus en Wim van Zuijlen met Eva uit de VS (dochter van Lowiekus van Zuijlen) voor de boerderij met dwarsdeel van de familie Dries & Hanneke van Zuijlen-Willems en daarvoor van Bertus van Aar aan de Grotestraat 28. Het huis werd destijds gebouwd op de plek van een dubbele woning uit de tijd van de oude kerk die daar stond (rond 1600). Mogelijk een kosterswoning? Hier woonde onder andere de mandenmakersfamilie Lansdaal, met op het laatst Richard & Anna Lansdaal-Megens, die naar een nieuw huis aan de Maasdijk / Doolhof verhuisden. Daarvoor woonden hier zijn ouders Frans & Getrude Lansdaal-Basten en in 1832 o.a. Johanna Marie Kleinefeldt. Het huis van Van Zuijlen werd afgebroken om ruimte te maken voor de Dorpenweg. Deze zou doorgetrokken worden van Ravenstein naar Haren. Tussen dit huis en nummer 26 lag een pad naar het achterliggende land met de naam Het Kruisstuk. Die naam is een verwijzing naar de oude kerklocatie. (Bron: Fam. Van Veghel-van Zuijlen, Huisseling).Tussen de huidige Grotestraat 26 en 32 stond ter hoogte van het Visserspaadje en de Dorpenweg tot aan 1621 de middeleeuwse tufstenen kerk van Huisseling. Op deze natuurgetrouwe weergave van een kaart van s’Grooten is deze kerk te zien.Op dit kaartje uit 1826 is de locatie van de oude kerk tot 1621, ter hoogte van nummer 165. Nummers 166 en 169 is de dubbele woning die nog stamt uit de tijd van die oude kerk. Nummer 160 onderaan is de oude boerderij uit 1649 op de hoek van de Grotestraat en de Hoekstraat. Bij nummer 167 zien we een rood vierkantje. Dit duidt mogelijk op een heilighuisje dat na 1632 op het oude kerkhof werd geplaatst ter herinnering aan de gedwongen sloop van de kerk. De Grotestraat heette toen nog ‘De Hoogstraat’ of ‘Hooge Weg’.De boerderij aan de Grotestraat 36 / hoek Hoekstraat, die de familie Van Maasacker kocht van de familie Van den Heuvel-van der Vorst en op het laatst verhuurde aan de familie Loderus uit Herpen. Bertus van den Heuvel had als bijnaam ‘Antracietje’, omdat hij kolenboer was. De nog steeds bestaande kolenschuur, nu paardenstal, is gebouwd in 1931. Hij was getrouwd met Maria van der Vorst. In 1832 woonde hier Jan Gerrit Smits. Wie er tussen Smits en Van den Heuvel woonden is niet bekend. Dit was de oudste boerderij van Huisseling, met muurankers uit 1649. Hij werd gesloopt voor nieuwbouw, waarvoor uiteindelijk nooit een vergunning is verleend aan de familie Van Maasacker. (Bron: Nederlandsopenluchtmuseum_AA 96922).
Van de boerderij op de hoek Grotestraat – Daalderstraatje zijn geen foto’s beschikbaar en momenteel zijn er ook geen verdere gegevens over bekend. Het pand staat op de kaarten van rond 1880 en is afgebroken rond 1900. Het was in gebruik als tolhuis / café.
Daalderstraatje en Hoekstraat:
Van de boerderij voorheen bij Daalderstraatje 1 zijn ook geen afbeeldingen beschikbaar. Hier woonden vanaf 1832 achtereenvolgens Jan Dorus van Aar, Christiaan & Maria Elizabeth van Aar-van Zuijlen, Piet van Aar (‘Botte Piet’) & Maria Jans(?), Engelbert & Wilhelmina van Aar-de Vaan, Toontje & Ida van Aar-van Gelder en knecht Willem Gremmen, en als laatste Toon van der Horst & ? Kersten. Zij verhuisden naar Deursen. Het huis is waarschijnlijk vanwege bouwvalligheid gesloopt.
Deze boerderij aan het Daalderstraatje 5 bezat oorspronkelijk een dwarsdeel. Het voorhuis was gericht op Daalderstraatje 3. Het naastgelegen Daalderstraatje 7 heeft een soortgelijke bouw. Omstreeks 1960 is het boerderijtje afgebroken en vervangen door een moderne bungalow. Hier woonden Jan & Annie de Groot-Albers. Zij hadden een kas waar ze bloemen en planten verkochten. Voor hen woonden hier Jan Albers (groentenboer) en Theodora van Asten met hun dochters Marie, Annie en Doortje en ‘Tante Ten’ (Marie van Asten). Later hertrouwde Jan met Martina Gijsbers. Voor hen woonden hier mogelijk Hanneske Albers en zijn vrouw ? Van Uden (niet zeker) en in 1832 Marcellis Elemans. (Bron: Paul Stoots).Tegenover Hoekstraat 1 stond vroeger de boerderij (hofstad) van Wouter en Isabella van Aar-Wilms. De boerderij werd in 1871 verkocht aan de familie Elemans en is sinds 1927 de schuur van Hoekstraat 1 en uiteindelijk in 1942 gesloopt en vervangen door een nieuwe boerenschuur met stallen. Van Hofstad De Gansheuvel en haar bewoners is door Joost Kocken een uitgebreid verslag gemaakt. Deze vindt u hier: 533 jaar Hofstad De Gansheuvel . (Bron: Fam. Elemans-Snoeks, Huisseling).
In 1935 werd de oude boerderij aan de Hoekstraat 1 zo goed als geheel vernieuwd. Van het oude hallehuis met middenlangsdeel rest momenteel alleen nog een deel van de spanten in het achterhuis. Architect Piet Elemans ontwierp een moderne T-boerderij met dwarsdeel. In de oude boerderij woonde in 1832 Peter van Aar. In 1860 Hermanus en Johanna Maria Elemans-Kocken, daarna drie van hun kinderen, namelijk Wilhelmus, Hester en Theodorus Elemans. Dan komen neefje Drikus (van de Heinenhof) en Miet Elemans-Schamp in de boerderij wonen. Zij zorgen in 1935 voor de herbouw van de boerderij.
Grotestraat (deel 2) en Meerstraat:
De oude boerderij aan de Grotestraat 38 is grotendeels verloren gegaan bij een brand. Van dit huis rest alleen bovenstaande foto van een mestproef. De gevel op deze foto, met de karakteristieke cementbanen is nog deels opgenomen in de huidige zij-achtergevel van de ‘nieuwe’ boerderij. Hier woonden achtereenvolgens Johannes Smits (1832), in 1860 Hendricus van den Bergh en ? en als laatste Henricus & Hendrika Elemans-van den Bergh (vanuit de Burg. Van de Wielstraat 1). (Bron: Fam. Elemans-Coenen, Ravenstein).Rechts naast de huidige boerderij Grotestraat 40 (gebouwd in 1930) van de familie Van den Bergh stond vroeger een oude hallehuisboerderij, welke na de bouw van het nieuwe huis er nog enkele jaren heeft gestaan. Hier woonden achtereenvolgens Hermanus Wout Elemans (1832), Hubertus & Wolterina van den Bergh-Elemans(?), Hermanus & Theodora van den Bergh-van den Berg, Cellus & Maria van den Bergh-van de Coolwijk, Grad & Hermina Kocken-van Aar (tijdelijk na het afbranden van hun huis op nummer 33 in 1932). (Bron: Mevrouw Binos-van den Bergh, Oss).Naast het huis van haar ouders Grad en Hermina Kocken-van Aar, werd voor vrijgezelle dochter Marietje een aanleunwoning gebouwd met als adres Grotestraat 33a. Na het overlijden van Marietje, in 2006, werd het perceel verkocht aan de familie De Vocht-van der Heijden, die er een nieuw vrijstaand woonhuis bouwden. (Bron: Foto’s Jeroen Arts).
Van het voormalige huis van de familie Grad Kocken bij Grotestraat 33, dat in 1932 afbrandde, is geen afbeelding beschikbaar! In dit huis woonden achtereenvolgens: Kinderen Dirk de Bruijn (1832), Arnoldus & Isabella Elemans-Kocken(?), Jan & Maria Elemans-Kroonen (de ouders van architect Piet Elemans), Willem & Anna Maria Kocken-Lamers (“Willem uit de Meerkes”) en Grad & Hermina Kocken-van Aar.
De oude boerderij / herberg ‘De Swaen’ aan de Grotestraat 35 bestond al zeer lang en was een bekende herberg, waar zelfs rovershoofdman ‘Kobus van der Schlossen’ al kwam. Hier woonden achtereenvolgens: Marcellus Wouter Kocken (1832), onbekend (waarschijnlijk diverse Kocken’s), Cellus & Miet Kocken-Elemans, Huib & Clara Arts-van den Berg (huurders), Jacobs, Grad & Hermina Kocken-van Aar, Antoon & Martina Kocken-van Kessel. Antoon en Martina bouwden naast de boerderij een nieuw woonhuis met de naam ‘Zwaanshof’ en lieten de oude boerderij met middenlangsdeel staan als bedrijfsruimte voor hun boerderij. De latere bewoners, de familie Van Dijk, hebben de oude boerderij uiteindelijk helemaal gesloopt en op die plek een nieuwe schuur gebouwd. (Bron: Het Nationaal Archief).Op een onbebouwd perceel aan de Meerstraat 4 laat Wout Kocken (weduwnaar van Maria van der Putten) een bungalowtje bouwen waarin hij zijn oude dag kan slijten. Zijn zoon Adriaan Kocken en schoondochter Maria Eijsvogels nemen de naastgelegen familieboerderij op nr. 3 over. Wanneer Wout overlijdt wordt de bungalow verkocht aan Bep & Anneke van Dommelen-Voet die het compleet en onherkenbaar verbouwen. (Bron: Fam. Elshof-Heijmans, Balgoij).Begin januari 1958 brandt de oude boerderij met middenlangsdeel ‘Huize Hoogakker’ aan de Meerstraat 3 helemaal af nadat de wind door openslaande deuren jaagt en de kaarsjes in de kerstboom de boom (en uitieindelijk het huis) in brand doet zetten. Met hulp van velen wordt de familie op allerlei gebied geholpen en al snel verrijst er een nieuwe boerderij op dezelfde plek. In de oude boerderij wonen achtereenvolgens: Antoon van Erp (1832), Jan Wouter Kocken (burgemeester) & Sophie van Huisseling samen met Theodorus Elemans en Wouterus & Johanna Kocken-Bernts, Janus & Gerarda Kocken-van den Hazelkamp, Wout & Maria Kocken-van der Putten en ene Van de Koolwijk en een Van Tongeren. (Bron: Fam. Elshof-Heijmans, Balgoij).Aan de Grotestraat 39 laten Leo & Noor Vissers-Sommers een vrijstaand woonhuis bouwen dat zij later aan de achterzijde nog eens flink uitbreiden. Zij wonen hier met hun 3 dochters. Na het overlijden van Noor (Leo is dan al lang dood), wordt het huis verkocht aan de familie Van Bergen-van Daalwijk. Zij laten het huis in 2016 slopen, omdat het huis zou verzakken (dat blijkt achteraf mee te vallen) en bouwen er een nieuw modern huis. (Bron: Fam. Elemans-van Eeden, Oss).Aan de Grotestraat 39 laten Leo & Noor Vissers-Sommers een vrijstaand woonhuis bouwen dat zij later aan de achterzijde nog eens flink uitbreiden. Zij wonen hier met hun 3 dochters. Na het overlijden van Noor (Leo is dan al lang dood), wordt het huis verkocht aan de familie Van Bergen-van Daalwijk. Zij laten het huis in 2016 slopen, omdat het huis zou verzakken (dat blijkt achteraf mee te vallen) en bouwen er een nieuw modern huis. (Bron: Fam. Van Bergen-van Daalwijk, Huisseling).
Op de oude kadasterkaarten is ter hoogte van Grotestraat 54 een boerderij ingetekend met een andere plattegrond dan de huidige T-boerderij. Deze boerderij is in de 19e eeuw vervangen door het huidige pand met statig voorhuis. In de oude boerderij woonde in 1832 Antoon de Kleijn. Na hem woonden hier Willem & Louisa van de Wiel-van Aar en hun kinderen en nicht Lamberdina de Kleijn en Petrus en Christina van de Wiel. In 1860 woont Anna Margaretha Kocken er bij in een apart gedeelte. De familie Van de Wiel kwam uit Escharen, Van Aar en de Kleijn waren Huisselingse families. Willem was hoofdonderwijzer, koster en organist. Mogelijk is de boerderij ten tijde van zoon Albertus van de Wiel (x Johanna van de Ven) vervangen. Van de Wiel was bestuurslid van diverse organisaties, onderwijzer, gemeentescretaris (ontvanger) en later burgemeester. Ook was in die tijd in het pand het raadhuis en de verzekeringsmaatschappij van de NCB gevestigd. Wellicht betaalde de gemeente Huisseling-Neerloon mee aan de ‘upgrading’ om het ook als raadhuis te kunnen gebruiken. Van het oude pand is geen afbeelding beschikbaar.
Grotestraat 61 was van oudsher het middelpunt van Huisseling. Op deze plek stond vroeger een brouwerij, later was hier een handkracht boterfabriekje en diverse vormen van middenstand. De brouwerij was eigendom van de familie Kocken. In 1832 wonen hier Petrus & Lamberdina van den Boogaard en Hendrika Maria van den Boogaard (‘houwkind’) en daarna Martinus & Petronella van de Sluis-van den Boogaard. Op een gegeven moment is er een nieuwe boerderij met middenlangsdeel gebouwd die wat verder van de straat af staat. Daar woonden Martinus met zijn tweede vrouw Ida van Erp en daarna hun zoon Hannes en Gerarda van de Sluis-Megens. Vervolgens woont hier ene Van Geenen (Kapsalon en kruidenierswinkeltje), vanaf 1925 Joannes & Nelly Brocks-Loobeek (kruidenierswinkeltje) en schoonouders Kasper & Maria Christina Loobeek-Boel. Vanaf 1929 woont hier de familie Th. Van den Hoogen-Poelen. Dan komt het in handen van Frans & Antonia de Vocht-Bruijsten (weduwe van Jan van Aar) die stoppen met hun winkel aan de Woordstraat 2 en aan de Grotestraat 61 de winkel voortzetten. In 1966 brand het pand af en komt er een nieuwe vrijstaande woning. (Bron Ansichtkaartenverzameling Jeroen Arts).
Hamstraat / Boschakker / Den Dam / Nieuwe Efsestraat:
Aan de Hamstraat 1 werd in 1626 een nieuwe kerk gebouwd. Naast deze kerk verrees tevens een pastorie die de voorgevel aan de Hamstraat had. De kerk werd in 1911 afgebroken en de pastorie in 1877. Van de pastorie is geen afbeelding beschikbaar. Hier zien we de oude kerk vanaf de achterzijde, waar nu Grotestraat 56 is. (Bron: Detail ansichtkaart). De bewoners van deze pastorie waren achtereenvolgens pastoors Hendrik van der Waeijen, Willem van Itfelt, onbekend, Nicolaas de Bruijn, Cornelis van der Heijden, Hendrik Verbruggen, Arnold Zeelandts, Cornelis Zeelandts, Arnold Douven, Willem Ruys (professor van het seminarie), Hendrik van den Wijmelenberg, Anton Verkuijlen en zijn vader Joannes, Jacob Vermeer en Augustinus Adrianus van Gils.Op dit kaartje uit 1826 zijn de oude kerk en de oude pastorie (318) te zien. Links van de kerk zien we de oude school en kosterswoning. Rechts, op de hoek met de Grotestraat, de brouwerij en bijbehorende brouwerswoning (345-346) en handkracht boterfabriekje ‘Landmanshoop’. Nummer 359 toont de oude Hamstraat 6 met de teruggeplaatste deeldeuren aan de straatzijde.
Op Hamstraat 2 staat nu een boerderij met middenlangsdeel dat er tot aan de grondige sloop / verbouw van 2026 nog oud uit zag en als gemeentelijk monument bekend stond. Het huis zelf dateert van 1912. Het is gebouwd op de kelder van de voorganger, met behoud van de spanten in het achterhuis. Deze stond al ingetekend op de kadasterkaart van 1826. De vloedkamer met alcoven (bedsteden) zijn bewaard gebleven als latere aanbouw van het oude huis uit 1894. Tegen de rechterflank stond een houten broedlokaal uit 1928. Van dit alles resteert straks nog zeer weinig! In het oude pand woonden in 1832 Marcellus & Catharina van Huisseling-van Ochten. Daarna woonden hier Hubertus & Johanna Voet-van den Bergh, die het huis dus in 1912 herbouwden.
Op de plek waar nu Hamstraat 3 is, stond het voormalige brouwershuis van de familie Kocken. Hier woonden in 1832 Marcellus en Jan Wouter Kocken. In 1860 is het pand in tweeën gedeeld. Op B45a woont Wilhelmus van Aar; op B45b wonen Peter Velt en Wilhelmina Caspers. Daarna werd het gesloopt, tegelijk met het naastgelegen pand met huidig adres Grotestraat 61. Er verscheen toen één nieuwe boerderij ten tijde van Martinus van de Sluis. Pas begin jaren ’70 verrees hier de huidige Hamstraat 3.
Een steentje naast de voordeur vermeld dat het pand Hamstraat 6 in 1877 werd gebouwd voor de familie Van Aar. Voorheen was dit perceel alreeds bebouwd. Op het kadastrale minuutplan van 1826 staat er al een pand ingetekend met een grondplan van een langhuisboerderij met teruggezette middenlangs-deeldeuren in de straatgevel. De voorgevel bevond zich toen nog aan de andere zijde met zicht op het veld. In de huidige stal is de voormalige voorgevel terug te vinden. De stal zelf werd verlengd. In de linkerflank is nog een deel van de gevel opgemetseld met oude IJsselsteentjes. Het huidige pand herbergde in het verleden een bierhuis en café; terwijl het vorige pand eerst ook nog een café, smederij en kruidenierswinkeltje herbergde. Dit werd gerund door de familie Van Casteren. Op de foto de oude zijgevel van IJsselsteentjes en de zogenaamde ‘doeldeur’. In het oude pand (tot 1877) woonde in 1832 Peter van den Boogaard. Daarna Jacobus & Arnoldina van Casteren-van Berkel en Clara Goets. Dan Christianus & A.M. van Casteren-van den Heuvel en als laatste Adrianus van Aar & Petronella de Veer (eerder gehuwd met Hermina Kroonen). (Bron: Foto’s Jeroen Arts).Hamstraat 9 werd begin jaren ’60 gebouwd door Albert & Til Arts-Schamp op de grond van Doortje Kocken. Als eerste verrees er een noodwoning die later als stal in gebruik werd genomen. Deze is nu onderdeel van het achterhuis van de huidige woning en niet meer als woonhuis herkenbaar. We zien Joop op de bromfiets en achter het raam zien we Til. (Bron: Fam. Arts-van Bakel, Huisseling).Aan de Hamstraat 10 staat nu een bungalow met rieten kap, dat eruit ziet als een oud boerderijtje. Het is de vervanger van een oud boerderijtje dat al op de kadasterkaart van 1826 staat ingetekend. Hier woonden toen Johannes & Anna van Maasacker-van de Kamp met dochter Wilhelmina en kleinkinderen Johannes en Maria van Maasacker. Daaarna wonen hier Gerardus & Johanna van Houtert-van Maasacker, dan Hannes & Helena van Houtert-Bouwmans (veldwachter), dan Grad & Johanna van Outvorst-van Houtert (dorpsomroeper). Daarna woont hier de familie Piet Suppers-Schriks en daarna Toon Suppers. Dan komen hier Wim & Marietje van Summeren-van Gaal te wonen en als laatste Freddie Wittenberg en zijn gezin. Freddie breekt het boerderijtje af en bouwt het bungalowtje. (Bron: Fam. Van Summeren-van Gaal, Huisseling).Waar nu het viaduct over de A50 is stond vroeger een boerderij die voor de aanleg daarvan werd afgebroken (Hamstraat 11). In 1860 woonden hier Gerardus & Clara Elemans-van den Boogaard en Johannes de Kleijn. Daarna zouden Peter & Elisabeth van Waltrop-Elemans hier gewoond hebben (niet zeker). Peter is een zoon van Theodorus van Waltrop en zij zijn de zwager en zus van de vorige bewoners. Dan Martinus Bernardus (Thijs) & Theodora Coenen-Elemans, dan Jan & Sebastiana (Jans) Arts-van den Berg en als laatste Toon & Toos Arts-van Zuijlen. (Bron: Schilderij van Hein Arts, ’t Oventje).Hamstraat 14 werd gebouwd voor Jan & Nellie van Aar-van Vugt. Het ouderlijk huis van Jan stond ernaast op nummer 12. Dit was een houten woning waarvan er in Herpen ook eentje heeft gestaan. Jan en Nellie verhuisden naar Vinkel en verkochten de woning aan Piërre en Carla Timmermans-Asselbergs. Zij bouwden het om tot een compleet andere stenen bungalow zoals die er nu nog staat. (Bron: Hein Elemans, ’t Oventje).
Van het huis van de familie Antoon en Johanna de Kleijn-van Duren, tussen Hamstraat 11 en Boschakker 2 is geen foto beschikbaar. Op oude kaarten is dit huis nog aangegeven, midden in het stroomgebied van de oude Maasmeander. Hier woonden op het laatst zoon en dochter Aart en Ida de Kleijn. Na het overlijden van Ida kocht buurjongen Sjaak van Gaal het bouwvallige huis, maar hij kreeg geen vergunning voor herbouw. Het huis werd gesloopt en Sjaak verhuisde buiten Huisseling.
Aan de Boschakker 2 (vroeger Hamstraat) stond voorheen een grote boerderij met dwarsdeel. Rond 1860 heeft het pand dubbele bewoning. Op B48 wonen dan Johannes & Maria Anna van Sprang-van Aar en op B48a woont Hendrikus van Houtert (weduwnaar van Maria Loeffen) met dochter en zoon Elisabeth en Leonardus. Daarna wonen hier Jan & Woutrina van Gaal-van Sprang, dan Hannes & Grada van Gaal- Weijenberg en als laatste de familie Jan van Gaal-van de Koolwijk. Dan wordt er een nieuw huis gebouwd door de nieuwe bewoners Jan & Ria van den Elzen.
Volgens Jan van Gaal stond er tussen Boschakker 1 en 2 nog een klein huisje van Drikus Jansen. In 1860 was B49 en woonden hier Johannes & Hermina van Rooij-Kuijpers en Helena Maria van Waltrop. Hiervan is geen foto beschikbaar.
Van het vroegere huis tussen de Boschakker (Hamstraat) en Den Dam is geen foto beschikbaar. Deze stond ongeveer waar nu de rotonde met De Bulk is. Van de oude bewoningsgeschiedenis is niet veel bekend. Mogelijk woonde hier de familie Heesen die er een café hadden. Begin 20e eeuw komen hier Arnoldus & Aleida Schraven-Versteegh te wonen met hun kinderen Arnold, Herman, Cornelis, Marie en Hubertus (Hubertus is de opa van Huub van Aar). Zij hebben er een kapsalon, kleermakerij en bierhuis. Daarna wonen hier een tijdje Thijs & Marie van Roosmalen-Schraven die weer naar het ouderlijk huis van Thijs aan de Grotestraat 59 verhuizen. Het huis komt dan leeg.
In de jaren ’30 raakt de familie Bertus & Hanneke van Gaal-van Dieten failliet en zij moeten hun huis aan de Woordstraat 2 noodgedwongen verkopen. Zij kunnen de leegstaande boerderij van Van Roosmalen huren en gaan daar met hun grote gezin wonen. Het verhaal gaat dat Van Roosmalen in 1946 de boerderij in brand heeft gestoken om het gezin eruit te krijgen. Zij verhuizen dan naar de oude school die door het kerkbestuur als noodwoning wordt ingericht.
Naast de afgebrande boerderij waarin de familie Van Gaal-van Dieten woonde, stond nog een grote schuur die als kippenhok in gebruik was. Na de oorlog was er, net als nu, grote woningnood. Vroeger woonde hier al een broer van Johanna Elemans (die met Antonius Kocken was getrouwd, Woordstraat 20). Het was dus niet zo vreemd om van dit kippenhok een noodwoning te maken, nu het niet meer in gebruik was. Hier kwam toen de familie Wim van Hemmen te wonen die later naar Ravenstein verhuisde. Ook zij hielden er kippen, zoals op de foto is te zien. Dit is afgebroken in 1972 ter voorbereiding op de aanleg van de snelweg. (Bron: Fam. Van Aar-van den Berk, Huisseling).
Aan Den Dam stond vroeger een oud hallenhuis met de achtergevel half in de Huisselingse Dam gebouwd. Het zou hier in eerste instantie gaan om overzetcafé / wachthuis ‘De Huisselingse Hut’ van Cornelissen-van der Lee, maar die stond schijnbaar aan de andere zijde van de dam. Dat was een houten keet die kon worden afgebroken bij hoogwater. Den Dam 2 was toch echt een ander pand. Hier woonde heel vroeger al een Van Grunsven, de opa en oma van de opa van de huidige bewoner Don van Grunsven. Dit zouden Peter & Maria van Grunsven-Holden moeten zijn. Al in 1735 trouwde in Huisseling een ‘Mari Gisb. Grunsven met Anton van Tiel’. Peter en Maria hadden een zoon, Nicolaas die was getrouwd met Catharina Elemans. Via vererving kwam neef Niek van Grunsven uit Demen in de boerderij wonen. In het oude huis was toen een café. Niek was timmerleraar, maar omdat er weinig werk was begon hij samen met zijn zoons Herman en Anton een fruitbedrijf met de naam ‘Pomona’. Hij liet tegen het oude huis een nieuw voorhuis bouwen en verbouwde het oude achterhuis ingrijpend. Zie ook hoofdstuk Horeca en Ambachten & kleine middenstand.
Nadat Niek van Grunsven aan Den Dam zijn fruitbedrijf ‘Pomona’ was begonnen, kwamen zijn twee zoons Herman en Anton in het bedrijf. Zij bleven uiteindelijk ook samen op de boerderij. Herman & An van Grunsven-Poelmans (uit Neerloon) in het ouderlijk huis, Anton & An van Grunsven-Roefs in een nieuwgebouwd huis ‘De Beers’ uit 1954 ernaast op Den Dam 4. Zij hadden geen eigen kinderen, maar hadden neefje Arthur van Dongen in huis als adoptiekind. Na het overlijden van An bouwde Anton een grote houten blokhut in de tuin, waar hij ging wonen. In het oude huis woonden toen nog een tijdje Arthur en W. van Dongen, maar daarna verviel het huis steeds meer en meer. Toen Anton was overleden kocht een zekere Theunissen de boel, sloopte het huis en uiteindelijk ook de blokhut en bouwde er een grote moderne houten bungalow. (Bron: Foto’s Jeroen Arts).Nadat Niek van Grunsven aan Den Dam zijn fruitbedrijf ‘Pomona’ was begonnen, kwamen zijn twee zoons Herman en Anton in het bedrijf. Zij bleven uiteindelijk ook samen op de boerderij. Herman & An van Grunsven-Poelmans (uit Neerloon) in het ouderlijk huis, Anton & An van Grunsven-Roefs in een nieuwgebouwd huis uit 1954 ernaast op Den Dam 4. Zij hadden geen eigen kinderen, maar hadden neefje Arthur van Dongen in huis als adoptiekind. Na het overlijden van An bouwde Anton een grote houten blokhut in de tuin, waar hij ging wonen. In het oude huis woonden toen nog een tijdje Arthur en W. van Dongen, maar daarna verviel het huis steeds meer en meer. Toen Anton was overleden kocht een zekere Theunissen de boel, sloopte het huis en uiteindelijk ook de blokhut en bouwde er een grote moderne houten bungalow. (Bron: Foto’s Jeroen Arts).
In het stroomgebied van De Beerse Overlaat, voorbij Den Dam 4, stond café ‘De Huisselingse Hut’. De familie Hannes Cornelissen-van der Lee uit Herpen zou de uitbater zijn. Naar verluidt woonden zij in het oude huis aan de Sint Sebastianusstraat waar later de familie Antoon Roozen-van Rossum woonde.
Toen Thé en Anneke Schonenberg-Wilms hun oude boerderij aan de Grotestraat 12 (Mgr. Zwijsenstraat 7) vanwege de ruilverkaveling moesten verlaten, konden zij aan ruilverkavelingsweg Nieuwe Erfsestraat 1 een nieuwe boerderij ‘De Ganzenwei’ bouwen. Zij hadden daar uiteindelijk een zeer grote boerderij met diverse stallen staan. Na hen woonden hier zoon Cor & M. Schonenberg-van Huisseling die de boerderij voortzetten. Uiteindelijk hebben zij het, na onzekere tijden door onder andere de gevreesde varkenspest, verkocht aan de naastgelegen Gasunie NV en verhuisden zij naar Velp bij Grave. Eén stal en één loods zijn blijven staan en zijn (dankzij de gemeente Oss) nu als bouwloodsen voor carnavalswagens in gebruik bij diverse carnavalsvereniging uit de omgeving. (Bron: Foto’s Jeroen Arts).
Burgemeester Van de Wielstraat:
Direct naast de oude kerk stond de oude kosterij (schoolhuis) met links daarnaast de oude school. In 1882 werd er een nieuwe school en schoolmeestershuis gebouwd en in 1903 een nieuwe kosterij. In 1881 is de zogenaamde drie-eenheid ‘koster/onderwijzer/organist’ afgeschaft na het overlijden van Willem (Wim) van de Wiel. Het gezin Van de Wiel-van Aar woonde toen al op de Grotestraat 54, maar vóór die tijd woonde de koster/onderwijzer/organist in de oude kosterij (schoolhuis). Hier moeten, als het goed is (en het gebouw steeds dezelfde is gebleven), gewoond hebben: Jacobus van Summeren, Henrick Wilberts van Schaijk, Geurt van Niethuijsen, Simon Peerboom, Nicolaus van den Hoven & Guilhelmina van den Berg, Rudolph Kuijpers, Hermanus Hendrikszoon Elemans, Antoon Smits en mogelijk nog even Willem & Louisa van de Wiel-van Aar.
Recht tegenover de Lange Del stond de voormalige oude boerderij Burgemeester van de Wielstraat 3. Hiervan is geen afbeelding beschikbaar. In 1832 wonen hier Hendrik & Clara Reijs-van Aar. In 1860 Theodorus Reijs (hoofdbewoner) en broer en zussen Franciscus, Hendrica en Maria Anna Reijs. De boerderij werd gekocht door buurman Wouter Boeijen (van nr. 1 en getrouwd met Woutrina van Wetten) en gesloopt na het gereedkomen van de nieuwbouw pal links ernaast, in 1921. Dat is de huidige boerderij op dit adres.
Tussen Burgemeester Van de Wielstraat 3 en 7 stond ook een boerderij. Hiervan is geen afbeelding beschikbaar. De boerderij werd rond 1880/1881 gesloopt en de bouwmaterialen zouden zijn gebruikt bij de bouw van nummer 5 (achter nummer 7). Vóór 1695 woonden hier Willem Hermens ‘de Prins’ (Princen) & Ceelken N.N. Via zoon Willem Willems was in 1695 kleinzoon Jan Boes de erfopvolger. Het bleef in bezit van de familie Boes tot 1751 toen Tomas Zeelands het kocht, die het weer verkocht aan Maria van der Wielen. Eens had in dit huis de Zwartmakersbende van Kobus van der Schlossen een brandbrief gestoken. Van der Schlossen werd ervan beschuldigd dat hij na de dood van Willem Princen (†1694) een brandbrief in diens huis te Huisseling had gestoken. Hij schijnt daar al eerder ingebroken te hebben.
In 1786 Maria van der Wielen de boerderij over aan Jan Paschalis & Corina Kocken-van Leur. ‘Huis en hof of gelegen te Huisseling, groot 8 hond met bakhuis, schuur en stenen put en verder al wat aard en nagelvast is.’ Ten behoeve van de minderjarige kleinkinderen van Quirina (Corina) wordt rond 1832 toestemming verleend voor verkoop van deze boerderij. 1 Deel aan buurman Hendrik Reijs en 1 deel aan ene Hartjes. In 1879 erft Adrianus van der Wielen een zuidoostelijk en een noordoostelijk deel; Hendrikus van der Wielen (x Maria Elemans) erft zuidelijk en westelijk (boomgaard) een deel, waarop hij Burgemeester Van de Wielstraat 5 laat bouwen (1881) met hergebruik van materiaal van de oude boerderij van Princen. Gesloopt in 1880.
In 1934 wordt in opdracht van Bertus Arts door architect Piet Elemans een nieuwe boerderij ‘De Roesterd’ ontworpen ter vervanging van de zeer oude boerderij aan de Burgemeester Van de Wielstraat 7. Deze boerderij met middenlangsdeel had nog lage gevels en een verdiepte achtergevel om ruimte te creeëren voor hoge deeldeuren en een hooiluik (zoals op bovenstaande tekening). Van deze oude boerderij rest alleen nog een klein deel van de ankerbalkgebinten in de deel van de huidige boerderij met achterhuis uit 1983. Vóór 1832 wonen hier Willem & Anna Maria van der Wielen-van den Berg. In 1832 wonen hier Leonardus & Cornelia van der Wielen-van de Kamp en hun kinderen en Theodora van den Berg. Rond 1860 zijn Adrianus & Elisabeth van der Wielen-van den Berg de hoofdbewoners, met Johannes, Hendrikus en Hendrika (Riek) van der Wielen. In 1890 staat Johannes van der Wielen als hoofd genoteerd. Hij overlijdt in 1891, waarna Bertus en Riek Arts-van der Wielen de eigenaren en bewoners zijn. In 1901 overlijdt Riek, waarna Bertus hertrouwd met Marianne van Dijk uit Overlangel. Bertus is via vererving van de familie Van der Wielen ook eigenaar geworden van Burgemeester Van de Wielstraat 5, die hij verhuurd aan ene Van den Heuvel. Vanaf 1934 woont daar zoon Albert met zijn gezin. (Bron: Bert Arts, Huisseling).
Woordstraat en Hongerveldstraat:
Aan de Woordstraat 4-6 stond sinds eind jaren ’20 een dubbel woonhuis naar een ontwerp van architect Oomens uit Den Haag en gebouwd door aannemers Bertus van Gaal en Grad Kocken op de grond van Bertus & Hanneke van Gaal-van Dieten (Woordstraat 2). De bouw loopt uit op een drama, omdat de opdrachtgevers (De Wit en Van de Roer) niet willen betalen. Van Gaal en Kocken worden failliet verklaard en Van Gaal moet zijn huis verkopen. Op nummer 4 wonen hierna Wim & N.N. van Pinxteren-Loof. Wim van Pinxteren had een concessie voor Radiocentrale Sint Jan. De zendmast stond achter Woordstraat 2, waar Wim in het achterhuis ook een mosterdfabriekje had. Na Van Pinxteren wonen hier Toon & Mimi Bogaerts-van Nuland, die een leidekkersbedrijf hebben. Als laatste woont hier het gezin van Albert & Marie van Dijk-Straten. Op nummer 6 wonen hierna Has & Maria van Schaijk-van den Berg. In januari 1967 brand de dubbele woning af na een gasexplosie. Op deze plek worden later de huidige Woordstraat 4 en 6 gebouwd. (Bron: Fam. Wattenberg-van Dijk, Huisseling).De oude dubbele schuur achter Woordstraat 4 overleefd de brand en blijft behouden. De schuur behoorde oorspronkelijk bij nummers 4 en 6 en is in de oorlog nog gebruikt als verblijf voor Engelse soldaten. Rond 2010 is de schuur alsnog gesloopt. (Bron: Foto’s Jeroen Arts).Woordstraat 10 wordt gebouwd voor Jan & Wilhelmina Vrolijk-Matthijssen die eerst op nummer 16 woonden. De nieuwe bewoners Willie & Ria Bens (en later de familie Van Leuken-Vermeulen) verbouwen het huisje onherkenbaar, zodat van de woning op deze foto eigenlijk niets overblijft. (Bron: Fotoverzameling Jeroen Arts).
Tot 1901 staat aan de Woordstraat 18 de oude boerderij van de familie Donkers. In 1832 staat de boerderij op naam van Lambert van den Boogaard (x Petronella van der A??). In 1860 wonen hier Nicolaas & Hendrika van den Boogaard-Elemans en Petronella en Dorothea van den Boogaard en Johannes Petrus, Johannes Hubertus en Nicolaas Donkers. Dan Johannes Petrus & Theodora Donkers-van den Boogaard. In maart 1889 emigreren Johannes Petrus Donkers en Theodora van den Boogaard met zes kinderen vanuit Huisseling naar Faribault in Minnesota. Ze verkochten hun huis aan de aan Martinus Bernardus (Thijs) Coenen en zijn vrouw Theodora Elemans (Er is in de familie Coenen sprake van een ‘Jan-Oom Coenen’ die het huis van Donkers overnam, maar dat is nog zeer onduidelijk). De families Coenen en Donkers waren via Van den Boogaard en Elemans sterk aan elkaar gerelateerd, zodat het huis wél in de familie bleef (zie Hamstraat 11). In 1901 herbouwen Thijs en Theodora de boerderij.
Op de plaats waar nu Hongerveldstraat 1-3-5-7-7a en Woordstraat 10a-10b-12-14 staan, stond vroeger een boerderij met middenlangsdeel met adres Hongerveldstraat 1. Hier woonden in 1832 Marcellus & Maria van den Boogaard-van den Berg. Daarna Petrus (Piet) & Lamberdina van den Boogaard-van den Boogaard (Piet = zoon van Marcellus van den Boogaard en Maria van den Berg; Lamberdina = dochter van Nicolaas van den Boogaard en Hendrina Elemans van Woordstraat 18). Dan woont er een Cellus Kocken (x Petronella van Aar?). Na hem Toon & Jans Kocken-Kuijpers en Franz Hoeth (houwkind) en mejuffrouw Liza Stoeph, die verhuizen naar Grotestraat 44. Mogelijk hebben zij de boerderij in de tussentijd al eens herbouwd. Dan Toon & Jo Elemans-de Bruijn, die naar een nieuwe ruilverkavelingboerderij aan de Beving verhuizen. Dan Jan Dominicus (Herpen) en Ben Reijs (Neerloon) en als laatste Frans & Arnolda Brükx-van der Wielen. Daarna wordt de boerderij afgebroken voor nieuwbouw. (Bron: Fotoverzameling Jeroen Arts).Ook aan de Hongerveldstraat 2 woonde een familie Van den Boogaard. In 1832 was dat Willem van den Boogaard. Dan wonen hier Willem & Maria Willems-van Munster (Willem Willems een zoon van Michiel en Maria Willems-Caspers), dan Bertus & Mechelina van den Berg-Willems, dan Grad & Wilhelmina van der Horst-van den Berg en als laatste Leonard & Cisca van der Horst-Lansdaal. Zij laten tegen de oude boerderij een nieuw huis bouwen en gebruiken de oude boerderij met middenlangsdeel als bedrijfsruimte. Met de ruilverkaveling betrekken zij een nieuwe ruilverkavelingsboerderij aan de Beemdenweg. De familie Pouels-Holtslag koopt het huis en breekt de oude boerderij helemaal af. (Bron: Fam. Van der Horst-Lansdaal, Huisseling).Wim & Marietje van Summeren-van Gaal bouwen na hun vertrek uit Hamstraat 10 een bungalowtje “t Hongerveld’ aan de Hongerveldstraat 11. Op dit perceel stonden voorheen kippenhokken van de familie Princen. Zij wonen hier met hun twee zonen en Doorke Kocken. Na het overlijden van Wim en de verhuizing van Marietje naar Herpen koopt de familie Waijers-Elemans het huis. Zij laten in eerste instantie een familie Van Uden en later hun zoon en wat vrienden in het huis wonen. Dan breken ze het af en bouwen er een nieuwe bungalow. ( Bron: Funda).Wim & Marietje van Summeren-van Gaal bouwen na hun vertrek uit Hamstraat 10 een bungalowtje “t Hongerveld’ aan de Hongerveldstraat 11. Op dit perceel stonden voorheen kippenhokken van de familie Princen. Zij wonen hier met hun twee zonen en Doorke Kocken. Na het overlijden van Wim en de verhuizing van Marietje naar Herpen koopt de familie Waijers-Elemans het huis. Zij laten in eerste instantie een familie Van Uden en later hun zoon en wat vrienden in het huis wonen. Dan breken ze het af en bouwen er een nieuwe bungalow. (Bron: Foto’s Jeroen Arts).Op Hongerveldstraat 13 staat een oude boerderij met dwarsdeel waar in 1832 de uit Neerlangel afkomstige Gerardus van Dijk woont met zijn vrouw Johanna Maria Mulders en Petronella Verstegen. Na hen wonen hier zoon Hendrikus (Hent) & Maria van Dijk-Smits, dan zoon Marinus & Hendrica van Dijk-van Berkel, dan weer zoon Albert & Marie van Dijk-Straten. Zij ruilen van boerderij met Cellus & Anna van den Heuvel-Zwaans van Heuveleindstraat 13. Dan wonen hier zoon Cor & Marie van den Heuvel-Jansen. De boerderij brand af en er wordt een nieuwe bungalow gebouwd. (Bron: Fam. Van den Heuvel-Jansen).De nieuwe bungalow van Cor & Marie van den Heuvel-Jansen aan de Hongerveldstraat 13. Na het overlijden van Cor en de verhuizing van Marie naar Herpen, wordt het pand gekocht door de familie De Haas die het onherkenbaar verbouwen. (Bron: Funda).
Aan de Heuveleindstraat 2 staat al vroeg een boerderij ingetekend. In 1832 wonen hier Jan & Antonia van Haaf-van Aar. Zij is eerder gehuwd met Theodorus Reijs. Dan volgt er een hiaat (niet duidelijk wie hier daarna woonden). Mogelijk wonen hier eerst de ouders van Driek Spanjers (Johannes Spanjers??). Rond 1900 wonen hier Driek Spanjers (en mogelijk Wilhelmina van den Bergh of Maria Alberdina van den Berg). In 1925 vraagt Driek nog een bouwvergunning aan voor een varkensschuur. Eind jaren ’30 komen Piet & Anna van Lier-Ripp via Mook uit Duitsland. Piet is een Nederlander, maar zijn vrouw niet en vanwege de oorlogsdreiging moeten zij hun huis en winkel verlaten. Ze breken de oude boerderij van Spanjers af en bouwen er een nieuw huis met Franse kap. Op de foto de sloop van de boerderij van Spanjers door de familie Van Lier. (Bron: Greet Gerritsen-van Lier, Ravenstein).Heuveleindstraat 2 met Franse kap na de bouw door de familie Van Lier-Ripp. Het is 1959 en de waterleiding is zojuist aangelegd. (Bron: Greet Gerritsen-van Lier, Ravenstein).Het woonhuis Heuveleindstraat 2 wordt eind jaren ’60 verbouwd en gesplitst in nummers 2 en 2a. Op nummer 2 wonen dan oma Anna van Lier-Ripp en zoon Hans & Sjaan van Lier-Ploegmakers. Op nummer 2a komen zoon Theo & Rina van Lier-van der Heijden te wonen. Ook woont er op een gegeven moment glazenwasser Paanakker in het voormalige kippenhok. Rond 2015 wordt nummer 2a onherkenbaar verbouwd door Van Lier en Van den Boogaard. (Bron: Thijs Elemans, Huisseling).
Van het oude huis van de familie Custers aan de Heuveleindstraat 4 is geen afbeelding beschikbaar. Hier wonen in 1832 al Martinus & Maria Anna Custers-van den Berg en zoon Piet Custers (Maria Anna is een dochter van Hubertus & Oda van den Berg-van Aar en een zus van Bertus van den Berg van Hongerveldstraat 2). Na hen wonen hier zoon Piet & Johanna Custers-Peters, dan zoon Tinus & Maria Custers-Jansen en zoon Theo Custers (vrijgezel). De boerderij brandt af en er komt een nieuw woonhuis voor de familie Custers-Jansen.
Heuveleindstraat 11 wordt gebouwd als woning voor Chris & Marij van Gaal-Frickel. Na hen woont hier de familie Derksen-de Vocht. Dan komt hier de familie Van Lieshout-van Dieten te wonen die het huis onherkenbaar verbouwen. (Bron: Thijs Elemans, Huisseling).Aan de Heuveleindstraat 13 staat al vroeg een boerderij. In 1832 woont hier Catharina Schuurs, weduwe van Derk van den Heuvel. In 1860 Cornelia van Duuren, weduwe van Marcellus van den Heuvel en haar kinderen Cornelis, Everardus, Anna Maria en Theodora. Dan wonen hier Cor & Riek van den Heuvel-van Boekel en dan Cellus & Anna van den Heuvel-Zwaans. Zij ruilen van boerderij met Albert & Marie van Dijk-Straten van Hongerveldstraat 13. Na de familie Van Dijk wonen hier Jan & Toos van Zuijlen-van de Wiel. Als laatste Toon en Corry Lange-van Rooij die de boerderij vervangen door een moderne bungalow. (Bron: Fam. Van Zuijlen-van de Wiel, Escharen).Deze boerderij zou tegenwoordig aan de Heuveleindstraat 15 gestaan hebben, maar is al met de ruilverkaveling gesloopt. Op het laatst woonden hier Jan & Riek de Bruijn-Hoogveld die naar een ruilverkavelingsboerderij aan de Beemdenweg verhuisden. Voor hen woonden hier vrijgezelle ooms en tante Heymericus Franciscus, Anna en Jan de Bruijn en Johannes van der Ven. Zij zijn allen geboren in de overliggende boerderij Heuveleindstraat 6 en stammen uit een talrijk gezin dat over Huisseling en omgeving verspreid raakte (Jan de Bruijn was de zoon van Bertus & Petronella de Bruijn-Spanjers). In 1832 woonde hier Heijmerik de Bruijn.
Van de oude boerderij van de familie De Zwart aan de hoek Heuveleindstraat / Beemdenweg is geen afbeelding beschikbaar! Hier woonden in 1832 Mathijs & Cornelia Keijzers-van den Berg en hun nazaten.
Ruilverkavelingsboerderij Beving 2 werd gebouwd voor Piet & Dinie Kocken-Boeijen en hun gezin. Na hen wonen hier zoon John & Renate Kocken-van Helvoort die het woonhuis vervangen voor nieuwbouw. (Bron: Foto’s Jeroen Arts).Rond 1849 wordt het oude ‘slotje’, landhuis of versterkte boerderij ‘De Ringelenburg’ gesloopt en verschijnt er in 1852 in de overliggende boomgaard een nieuwe boerderij met huidig adres Ringelenburg 1. Jan de Kleijn was als meesterknecht in dienst bij de familie Van der Heijden en woonde nog in het oude huis. In 1832 woonden hier Gerardus & Hester de Kleijn-Megens. Na hen Hendrik & Everdina de Kleijn-van den Heuvel en Jan & Maria de Kleijn-Derks. Van de familie De Kleijn wonen er nu nog steeds diverse nazaten in Huisseling. Ten tijde van Hendrik en Everdina is de nieuwe boerderij gereed. Zij wonen hier met hun gezin. Na hen wonen hier Nolleke & Katrien Arts-de Kleijn. Dan worden zoon en dochter Drikus en Katrien jr. de hoofdbewoners. In 1945 komen hier neefje Albert & Til Arts-Schamp te wonen. Zij kunnen in 1954 het landgoed inclusief twee boerderijen kopen van de erfgenamen van Van der Heijden. In 1961 komen hier Jan & Mien van Lieshout-Knoops te wonen. In 1972 brandt de oude boerderij af. Inmiddels is er al wel een nieuw woonhuis bij gebouwd. (Bron: Fam. Arts, Huisseling).Bij het nieuwe woonhuis Ringelenburg 1 van de familie Van Lieshout-Knoops verschijnt vanaf de jaren ’60 een modern melkveebedrijf met diverse nieuwe schuren en stallen. In de witte schuur links de melkstal met melktank. In 2025 worden bijna alle schuren en stallen na bedrijfsbeëindiging gesloopt. (Bron: Foto’s Jeroen Arts).Bij het nieuwe woonhuis Ringelenburg 1 van de familie Van Lieshout-Knoops verschijnt vanaf de jaren ’60 een modern melkveebedrijf met diverse nieuwe schuren en stallen. In 2025 worden bijna alle schuren en stallen na bedrijfsbeëindiging gesloopt. Ook de stallen uit 2010 op bovenstaande foto verdwijnen na 15 jaar alweer uit het straatbeeld. (Bron: Paul van Lier, Huisseling).Naast de huidige Ringelenburg 5 stond links de oude boerderij van Marinus & Geertruida Martens-van der Burgt. In 1750 zou hier de weduwe van Aard Rutten hebben gewoond. 1832 woonden hier de Kinderen van Jan Cornelus Elemans (x Maria Verstegen?). Dan volgt er een hiaat in de tot nu toe bekende gegevens. In 1932 zou bewoner Bertus Willems zijn vertrokken. Marinus & Geertruida gaan er met hun gezin wonen. Zoon Bert & Mien Martens-van de Burgt bouwen de huidige bungalow. (Bron: Fam. Martens-van de Burgt, Huisseling).
Van het oude huis aan de Ringelenburg 3 is geen afbeelding beschikbaar! Hier woonde in 1832 Hendrik van der Venne, zoon van Dominicus van der Venne & Maria Jansen van Zeelandt die er mogelijk al woonden. Dan woont hier Van Aar (bijnaam “de Sint Jan”), de ouders van onder andere Wim van Aar (=Engelbert & Wilhelmina van Aar-de Vaan, zie Daalderstraatje 2). Dan komen hier Tinus & Allegonda Stoots-Sanders te wonen. Tinus werkte bij het spoor maar stopt daarmee en wil boer worden en koopt de boerderij van Van Aar. Dit plan mislukt en het gezin verhuisd naar Nijmegen. Zij verkopen aan klompenmaker Van Loon uit Herpen. In 1934 brand de boerderij af na een mislukte poging om de brandverzekering te tillen. De familie Stoots-Sanders komt weer terug naar Huisseling en bouwt op dezelfde plek een nieuw huis. In 1935 woont tijdelijk de familie Saedt bij hen in (na terugkomst uit Indië voor werk bij de landmacht).
Heeft iemand nog aanvullende foto’s? Laat het even weten via het prikbord of het contactformulier!