Orgel / klokken

Het orgel van de H. Lambertuskerk

De kerkklokken

 

Het orgel van de H. Lambertuskerk
(door Mario Coenen)

Inleiding
Voor de meeste kerkgemeenschappen was (en is) het orgel in hun kerk belangrijk ter begeleiding en ondersteuning van de gezangen. De pastoor, dirigent of organist wilde altijd wel een mooier of groter instrument, maar meestal ontbraken de centjes. Het verhaal over de orgels in de Heilige Lambertuskerk van Huisseling begint in 1790 met een brief van pastoor Wilhelmus Waltherus Ruys en de beide kerk- en armmeesters Hendricus van den Berg en W.W. van der Wiele, aan de landdrost van de Heerlijkheid Ravenstein. Hierin is opgenomen dat ‘een jonge dogter met naame Maria van der Wiele uijt een besondere zugt voor den godsdienst en Luijster van gods-huis eenen Orgel in de kerk van den gemelden Dorpen besorgt’. Het was een eenvoudig orgel waarvan de maker onbekend is gebleven. De dispositie (beschrijving van de registers en het technische deel van het orgel) is wel beschreven door Lohman en bewaard gebleven.

Ter illustratie een foto van het (volgens het bijschrift) Huisselingse orgel, dat niet het Huisselingse orgel is!

P. van Eysdonck en Zoon (orgelbouwers)
Men scheen niet al te gelukkig te zijn met dit orgel, want in het parochiearchief bevindt zich een contract uit 1807 waarin de ‘jongelinge Gerardus van Aar aan pastoor Ruys 200 gulden betalen zal tot aankopinge van den nieuwen orgel’.
Dit orgel kwam zeer waarschijnlijk als tweedehandsje uit de kerk van Oirschot. Het parochiearchief van Oirschot vermeldt dat het instrument voor 625 gulden werd verkocht aan pastoor Ruys van Huisseling. Dit orgel is oorspronkelijk in 1764 gebouwd door de orgelmakers P. van Eysdonck en Zoon. Door de watersnoodramp van 1809 ontstond een aanzienlijke schade die ook de kerk en het orgel trof. Koning Lodewijk Napoleon schonk de pastoor destijds een bedrag van 600 gulden voor herstel van het orgel.
In het archief van de familie Smits, de beroemde orgelbouwers uit Reek, bevindt zich een ontwerptekening voor Huisseling die omstreeks 1860 gemaakt zou zijn. Het orgel is echter nooit gebouwd en er blijft dus nog steeds behoefte aan een nieuw of aangepast orgel. In 1898 vraagt het kerkbestuur aan de bisschop van ’s-Hertogenbosch ‘magtiging om een nieuw doorloopend register aan het orgel te laten maken, als het goedschiks tegen niet te hoogen prijs kan geschieden’. Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid gaf toestemming onder gehoudenheid tot behoorlijke verantwoording en voor zover de kosten de 300 gulden niet te boven gaan.

Pijporgel, front

Het pijporgel, vooraanzicht

De nieuwe kerk
Met de bouw van de nieuwe kerk in 1911 wordt het orgel van de oude naar de nieuwe kerk overgeplaatst. Maar bij een nieuwe kerk hoort een beter orgel. In 1912 wordt opnieuw toestemming gevraagd aan de bisschop voor het aangaan van een lening van 600 gulden, om daarmee het oude orgel op orde te brengen en te voorzien van een nieuwe blaasbalg. Waarschijnlijk zijn de werkzaamheden niet uitgevoerd omdat al in 1913 een nieuw verzoek naar de bisschop ging voor aanschaf van een nieuw orgel. Men had een orgel op het oog van de orgelbouwer P. Pels uit Alkmaar. Waarschijnlijk is er om budgettaire redenen weer geen nieuw orgel geplaatst maar heeft de Firma Pels het bestaande orgel ingrijpend omgebouwd en gemoderniseerd. De gehele mechaniek en een deel van het pijpwerk zijn vervangen. De tractuur (het mechanische deel) werd pneumatisch met een vrijstaande speeltafel midden voor het orgel. De oude balg en een deel van de kanalen bleef bewaard, alsmede een aantal pijpen. Andere bronnen vermelden dat er in de kerk sinds 1913 een instrument van B. Pels is geplaatst.

Pijporgel, pinakel

In 1948 wordt het orgel uitgebreid met een nieuwe Meidinger windmachine die door de firma Gebr. Vermeulen wordt geleverd. Een jaar later wordt het orgel door dezelfde firma schoongemaakt en waarschijnlijk ook gerestaureerd. In 1977 wordt een orgelfonds opgericht. Het kerkbestuur ziet door de zeer slechte toestand van het orgel zich genoodzaakt het orgel opnieuw te laten restaureren. De restauratie wordt weer uitgevoerd door Gebr. Vermeulen uit Weert.

Het Johannusorgel op het priesterkoor

Naar het digitale tijdperk
Omstreeks 1986 hebben veranderingen in de liturgie tot gevolg dat het koor op het priesterkoor gaat zingen. De afstand tot het pijporgel wordt daardoor te groot. Er wordt een elektronisch orgel ter waarde van 8.000 gulden aangeschaft. Het pijporgel achter in de kerk wordt uitsluitend nog gebruikt voor rouw- en trouwdiensten. Omdat het repertoire van het Huisselings Gemengd Koor toeneemt, voldoet het elektronisch orgel niet meer aan de gestelde eisen. Het orgel mist karakter en klankrijkdom en inspireert niet. Er wordt wederom een orgelcommissie opgericht, die alle mogelijkheden (zoals het verplaatsen en uitbreiden van het pijporgel) bekijkt. De onderzochte mogelijkheden blijken financieel niet haalbaar. In 2000 krijgt men toestemming van het bisdom voor de aanschaf van een digitaal orgel voor 39.117 gulden van het merk Johannus. Het geluid van het orgel wordt nu door de wanden en de gewelven gelijkmatig en op een natuurlijke wijze over de ruimte verdeeld. Naast de vele registers biedt het orgel ook een keuze uit enkele oude stemmingen zoals middentoon en werckmeister.

naar boven

 

De kerkklokken
(door Jeroen Arts)

Inleiding
De klokken in de kerktoren behoorden altijd al tot het meest waardevolle bezit van de parochie. Uit de geschiedenis is bekend dat de oude klokken in 1586 werden geroofd en dat men daarna zo’n 30 jaar een klok heeft moeten huren. Pas in 1620 heeft Huisseling weer een eigen klok in bezit gekregen. Als de kerk in 1621 – op last van de Staten – moet worden afgebroken, schrijft men: “want wij hebben een clock laten gieten, die en is noch niet al betaalt, want sij en heeft daer noch geen jaer gehangen.” In 1699 worden er nieuwe klokken aangeschaft. Deze werden ter plekke gegoten door klokkengieter Johan Fremy.

Klokken als kanonnenvoer
Na een verhuizing naar de nieuwe kerk, worden de klokken op 7 januari 1943 opnieuw door oorlogsgeweld uit de toren gehaald. De Duitsers hadden het brons van de klokken nodig, alleen echt monumentale klokken mochten blijven hangen.
Henri Elemans noteerde destijds het volgende: “De twee klokken dateerden van 1699 en waren gegoten onder pastoor Verbruggen en de kerk-meesters Jan Ceel Kocken en …Cleijnen. De grote klok, H. Lambertus woog 473 kg, de kleine H. Maria, 250 kg. Deze klokken zijn indertijd in Huisseling op het kerkhof door rondtrekkende klokkengieters gegoten. Op 22 januari 1943 werd er een klein klokje in de toren aangebracht (dat tegenwoordig op het dak van de pastorie hangt). Op 3 februari werden de klokken bij de kerk opgehaald om per schip, samen met alle andere klokken uit de omgeving, naar Duitsland te worden afgevoerd om daar als ‘kanonnenvoer’ te dienen.”

De klokken in de klokkenzolder

De klokken komen na de oorlog zwaar beschadigd terug. Er was helaas niet al te zacht mee omgesprongen. Op 23 februari 1945 worden ze weer in de toren teruggehangen. Door het Ministerie van Financiën en het Commissariaat voor Oorlogsschade wordt in september 1948 geld uitgekeerd voor nieuwe klokken. In 1948 wordt door pastoor Diels een nieuwe Mariaklok besteld bij Petit & Fritsen, die in maart 1949 wordt geleverd. Hij zou gezegd hebben: “dat valse kreng moet maar eens den toren uit”.
In 1953 vindt pastoor Diels het tijd worden om te kijken of de andere zwaar beschadigde klok misschien kan worden hersteld. Hij laat twee firma’s de mogelijkheden bekijken. Beide firma’s zijn van mening dat men de klok beter kan laten omgieten tot een nieuwe klok. Petit & Fritsen krijgt hiervoor de opdracht en in maart wordt een nieuwe klok geleverd. Deze wordt de Lambertusklok genoemd.

De Lambertusklok

De Mariaklok


Het uurwerk
In 1911 wordt een nieuw uurwerk voor in de toren aangeschaft. De gemeenteraad van Huisseling zegt toe het uurwerk te betalen, mits zij op hun beurt gebruik mogen maken van de toren voor het luiden van de klokken bij brand en watersnood en het uitsteken van de vlag. In 1955 wordt door de firma Eijsbouts een automatisch Angelusapparaat geleverd. De toren bezit nu twee nieuwe klokken en een nieuw Angelusapparaat. De toren kan er voorlopig weer tegenaan.
In 1960 wordt de handmatige opwinding van de klok vervangen door een automatische opwinding. Tot nu toe gebeurde dat nog steeds met een zwengel. Die zwengel was ‘uit den tijd’ en de koster was inmiddels verhuisd naar een andere woning, zodat hij niet meer zo snel bij de kerk kon zijn. In 1975 komen er nieuwe cijfers op de toren en wordt er een cijfer- en wijzerverlichting aangebracht. Met de grote restauratie in 1998 worden de klokken gedemonteerd en schoongemaakt. De klokkenstoel wordt gezandstraald en alles wordt weer opnieuw opgehangen. Het Angelusapparaat wordt ook weer in ere hersteld. In april 2011 is het oude mechanische uurwerk (bijna honderd jaar oud) vervangen door een digitaal uurwerk en werkt de aandrijving van de klok op een computer. Het oude uurwerk is nog wel aanwezig, maar buiten gebruik gesteld.

Aandrijving wijzers in de toren

Aandrijving wijzers en wijzerverlichting binnenzijde

naar boven