Kerkgeschiedenis 638-2000

Tekening van de oude kerk. Bron: Archief Drost van Ravenstein

638-1800

1801-1900

1901-1950

1951-2000

 

Kerkgeschiedenis in chronologische volgorde
Hieronder volgt de Huisselingse parochiegeschiedenis. Voor een breder beeld zijn ook enkele belangrijke feiten die op dat moment in Brabant of de Nederlanden speelden opgenomen in de tekst. Voor de gegevens is gebruik gemaakt van de stukken in het parochiearchief van Huisseling, waaronder de notulen van het Kerk- en Armbestruur, de Memoriale Parochiae (dagboeken) van de pastoors, aantekeningen, brieven, etc.; het parochiearchief van Ravenstein-Huisseling (sinds 1971); parochieblad Info-’t Klepperke-D’n Doper; informatie van deskundigen en parochianen, diverse boeken en het www.

638-1800

Beeld van de heilige Lambertus in de parochiekerk


638-705
De heilige Lambertus werd ca. 638 geboren te Maastricht. Hij was bisschop van Maastricht van 670 tot 705. Hij verkondigde het geloof in de streek rondom Maastricht en Luik en tot ver in Brabant waar hij veel kerken stichtte. Op 17 september 705 werd Lambertus op brute wijze met een lans vermoord in Luik. Hij werd begraven in Maastricht. Lambertus wordt voorgesteld als een vitale man, gekleed in bisschopsmantel met mijter en staf. Hij draagt het evangelieboek en een lans. Zijn feestdag is 17 september. De bevolking was tot nu toe voornamelijk Germaans en heiden, maar omdat zij al lang was binnengedrongen in de gebruiken van het Romeinse Rijk, waren zij ook makkelijk tot het Christendom te bekeren. Karel de Grote was degene die de kerstening flink ter hand heeft genomen. Na zijn tijd was het Christendom voorgoed geworteld.

705-728
Hubertus – opvolger van Lambertus als bisschop van Maastricht – bracht de bisschopszetel van Tongeren-Maastricht over naar Luik. Hij bracht ook de relieken van Lambertus over naar Luik, waar zij vereerd worden tot vanuit onze streken. Huisseling viel kerkrechtelijk in die tijd onder het bisdom Luik. Voor een gedetailleerde omschrijving over het graf van Lambertus en zijn familie zie deze link: Databank Meertens Instituut

1358-1365
Gerit Graet wordt genoemd als investiet van Huisseling (Gemachtigde van de bisschop om een pastoor te installeren in zijn parochie). Er moet dus een pastoor geweest zijn in Huisseling, maar deze wordt niet met naam genoemd. Gerit Graet is in 1365 nog steeds aan Huisseling verbonden (als pastoor?). In 1375 en ook in 1382 is hij proost van het Lieve Vrouwe Broederschap te ‘s-Hertogenbosch en kanunnik aan de Sint Janskerk.

1400
De parochie wordt in het Bossche Protocol genoemd als behorend tot het gebied van de abdij van Berne. Maar de naam van een pastoor is niet bekend. Hij resideert ter plaatse en is dus geen vervanger.

1421
Rector Gerard van den Berg wordt als pastoor genoemd van 1421 tot 1438. In 1421 wordt vermeld dat voor de toelating van Gerard van de Berg als priester van de parochiële kerk van Huisseling en voor de vruchten die de heer aartsdiaken toekomen, de kerk vier Hollandse schilden moet betalen. In 1421 wordt gezegd dat hij zijn leven lang plaatsvervangend vicaris van Sevenum (L) is. In 1438 is hij plaatsvervangend priester in Herpen, waar hij aan een bepaald altaar een gefundeerde Mis moet lezen.

1428
In het archief van het Bossche Protocol (BPR) wordt Hendrik van Loon als priester in Huisseling genoemd. Het is niet zeker of hij de parochieherder was, of een priester afkomstig uit Huisseling.

1463
Rector Nicolaas van Den Bosch is pastoor van Huisseling.
Er wordt een toelating verleend aan priester Jacob Conrardus van Oerle (geboren in het Bisdom Keulen) tot de kerk van Huisseling. Deze kerk was vacant wegens het ontslag van Hendrik van Boxtel als wettig waarnemer. Van Oerle werd door rector Nicolaas van den Bosch officieel aangesteld. Dat bleek uit een document van de notaris Arnold Thomas van Venroede. Van Oerle kwam van de kapel van de Maagd Maria in Niftrik.

1478
Rector Conrard van den Oever wordt als pastoor genoemd, maar hij is vóór 18 april 1478 overleden. Na de dood van Van den Oever is er een tijdje geen priester en is er een vacature.
Als plaatsvervanger voor Van den Oever komt Magister Jacob Johannes Thomas Maes. Hij is kanunnik van de Sint Jan in ‘s-Hertogenbosch, priester van het Bisdom Kamerijk en is geboren in het Bisdom Luik en overlijdt op 8 juli 1498. Hij studeerde in 1455 artes te Leuven, in 1465 is hij magister, in 1465 studeerde hij ook te Leuven en is van 1476 tot 1498 kanunnik van de Sint Jan. Adolph van Kleef, heer van Ravenstein, geeft het pastoraat voor onze kerk aan Jacob Maes, als tegenprestatie naar Johannis die Quade (De Quay), drossaard in Ravenstein. Maes kreeg op 18 april 3 Rijnguldens voor zijn toelating. De heer van Ravenstein was de bezitter van het pastoraat en collatierechten van de parochie Huisseling. Maes was lid van de raad van de universiteit van Leuven, waarin vier pastoors zitting hadden.

1485
Rector Arnold Hendriks wordt als pastoor genoemd.

Medaillon aan de koningskraag van het gilde

Rond 1500
Oprichting Broederschap van den Heiligen Lambertus.

naar boven

1510
Rector Johannes Emori wordt als pastoor genoemd.

1510-1530
Rector Arnold van Herpen wordt als pastoor genoemd. In 1520 wordt de waarde van de kerk geschat. De kerk is een “kleine” kerk (ecclesia dimidia), dat wil zeggen dat slechts de helft van de belasting hoefde te worden betaald. De waarde is 12 florijnen, met de verplichting drie Missen op te dragen, uitgezonderd op feestdagen. Van altaren of beneficiën wordt niet gesproken, alleen het kosterschap, waaraan zeer weinig inkomsten zijn verbonden, wordt genoemd.

1523-1524
Rector Anthon Mynet wordt als pastoor aangesteld als plaatsvervanger voor Van Herpen, die afwezig is en stemt er mee in voor 1 schild.

1530
Rector Johannes van Brecht wordt als pastoor aangesteld als plaatsvervanger voor Van Herpen, die nog steeds afwezig is en stemt er mee in voor 1 schild.

1538
Rector Johannes Gerards wordt als pastoor genoemd. Hij wordt ontslagen. Het vermoeden bestaat dat hij is veroordeeld wegens het gebruik van geweld.

1538
Rector Johannes van Glent wordt als pastoor genoemd. Hij is geboren in het bisdom Doornik (B) en wordt aangesteld als vervanger voor Johannes Gerards. Van Glent krijgt 5 Rijnguldens voor zijn toelating.
Zou hij Eligius naar onze parochie hebben gehaald? Deze kwam ook van Doornik/Noyon!

1538-1556
Rector Theodorus van Lith wordt als pastoor genoemd. Van Lith bedient zelf de kerk, die een waarde heeft van 14 Rijnguldens.

1556-1566

Op de kaart is een getrouwe weergave van de oudste Huisselingse kerk te zien, vergelijkbaar met de oude Neerlangelse kerk. De kaart werd vervaardigd in de periode 1557 en 1595 door sGrooten.

Op de kaart is een getrouwe weergave van de oudste Huisselingse kerk te zien, vergelijkbaar met de oude Neerlangelse kerk. De kaart werd vervaardigd in de periode 1557 en 1595 door sGrooten.


Rector Jacob Cuijpers wordt als pastoor genoemd en is in 1566 rector in Huisseling, maar in 1556 wordt hij ook aangesteld als plaatsvervanger voor de kapel van Volkel, parochie Uden.

1559
Oprichting van een groot aantal bisdommen bij de bul “Super Universus” van Paus Paulus IV, waaronder ‘s-Hertogenbosch en Roermond. Ook Huisseling valt dan onder het bisdom Den Bosch. Tot die tijd vielen de gebieden Ravenstein en Megen onder het gezag van Graaf de Mean, prins-bisschop van Luik.

Fransiscus Sonnius, de eerste bisschop. Bron: Wikipedia

1562
Sonnius wordt in november tot eerste bisschop van ‘s-Hertogenbosch gewijd. Hij blijft dit tot 1570. Tevens worden er nieuwe dekenaten opgericht, waaronder Maasland. Ook Het Land van Ravenstein wordt hierbij ingedeeld, maar blijft zich samen met het Graafschap Megen, stug (lees: tegendraads) vasthouden aan het bisdom Luik.

1566
Het jaar van de Beeldenstorm.

1571
In de synode van 1571 staat Hueselinghen wel onder de parochiekerken vermeld maar pastoors worden niet genoemd. De tweede bisschop van Den Bosch, Metsius (1570-1580) verdeelt de dekenaten opnieuw, tot tien, waaronder zich 194 parochies bevinden. Dekenaat Maasland heet voortaan dekenaat Oss.

Alexander Farnese, Prins van Parma. Bron: Wikipedia

1585
Hendrik van der Waeijen uit Asten wordt als pastoor genoemd. Later werd Van der Waeijen pastoor in Neerloon. Hij is priester ten tijde dat de prins van Parma Grave belegerd. Het Statenleger dat uitrukt om Grave weer te ontzetten trekt met een spoor van vernielingen en plunderingen door Huisseling en Neerloon. Zij nemen dan meteen maar even de klokken uit de toren van Huisseling mee en brengen grote schade aan de kerk toe, onder andere aan al het ijzerwerk en de glazen spullen. Het klokkengelui werd gerekend tot het mooiste dat hier in het Maasland te horen was. “Der worren geen schoender clocken aen den Maeskant als wij te Huiscelingh en hadden.”

naar boven

1609
Het Twaalfjarig Bestand wordt van kracht. Een wapenstilstand tussen de Spanjaarden en de Zuidelijke Nederlanden (katholieken) enerzijds en de opstandelingen of ketters (protestanten) van de Zeven Provincien anderzijds. In het begin van de 17e eeuw vestigen de Jezuïten zich in Ravenstein.

1612
In de synoden van 1612 staat Hueselinghen onder de parochiekerken vermeld maar pastoors worden niet genoemd.

1616
Naar aanleiding van de verkoop van het zilverwerk in verband met de stadsbrand van Ravenstein in 1606 wordt een nieuwe klok gekocht, nadat er al 35 jaar gebruik werd gemaakt van een gehuurde klok.

1617
Bisschop Zoesius (1615-1625) bezoekt het dekenaat Oss. Hij komt tot de conclusie dat men in de tien parochies in de Heerlijkheid Ravenstein blijft vasthouden aan het bisdom Luik. De inwoners van Het Land van Ravenstein zijn bang dat de inlijving bij het Bisdom ‘s-Hertogenbosch ook gevolgen zou kunnen hebben voor hun staatkundige onafhankelijkheid. Al in 1615 laat hij de pastoor van Haren afzetten, wegens ‘wangedrag’, d.w.z. tegendraads zijn in de richting van ‘s-Hertogenbosch.

1621

"Die Distrusie van Huiscelingh in anno 16 en de 21". Bron: Parochiearchief


“Die Distrusie van Huiscelingh in anno 16 en 21″. Ravenstein wordt door de Staten Generaal tot vesting verheven! Er komt een Statenleger en Ravenstein krijgt vestingwerken. De Lambertuskerk die tot nu toe nog op ‘De Schafdries’ staat, moet tezamen met 29 woonhuizen worden afgebroken om Ravenstein vrij schootsveld te bieden. Op zondag 1 augustus leest de pastoor voor de laatste keer de Heilige Mis, waarna de kerk gedwongen wordt afgebroken (Het verhaal “Die Distrusie van Huiscelingh in anno 16 en de 21″ zal te zijner tijd elders op deze website worden gepubliceert). 1621 is tevens het jaar waarin het zogenaamde Twaalfjarig Bestand eindigt.

1626
Door het kerkbestuur wordt voor 340 gulden van Aart-Wilhelmus Arts en Jenneke de huisvrouwe het land, genaamd “Achter Hof”, aangekocht om “een nieuwe kerk te bouwen en een kerkhof te leggen”.

1627
De protestanten nemen in maart de Ravensteinse kerk in bezit. Ook ons gebied ontkomt dus niet aan de bezetting. Op 19 januari 1628 was de kerk echter weer in katholieke handen.

1629
Willem van Itfelt wordt als pastoor genoemd. Waarschijnlijk is Van Itfelt dezelfde persoon, van wie bisschop Ophovius (1626-1637) in zijn Diarium op 19 juli 1631 meldt, dat de pastoor van Huisseling, een priester uit de orde van de Guilhelmieten, hem te Geldrop het bericht bracht, dat de hertog van Neuburg de heerlijkheid Ravenstein in bezit had genomen. Dit belangrijke bericht deed de kerkvoogd besluiten zes dagen later zich naar Ravenstein te begeven. In april is het beleg van Den Bosch: Het Statenleger neemt ‘s-Hertogenbosch in bezit. Dit heeft grote gevolgen voor het vrij uitoefenen van het katholieke geloof in Brabant.

1631
Bisschop Ophovius komt in juni naar Ravenstein om zijn bisschoppelijke jurisdictie uit te oefenen en het Heilig Vormsel toe te dienen, maar Wolfgang Wilhelm van Neuburg, heer van Ravenstein, is niet blij met zijn aanwezigheid. Uiteindelijk komen de bisdommen Luik en ‘s-Hertogenbosch samen overeen dat ‘s-Hertogenbosch Het Land van Ravenstein mag erkennen als haar gebied. Pastoor Loeffs van Velp pleit voor oprichting van een eigen dekenaat en afsplitsing van dekenaat Oss. De protestanten verlaten Ravenstein.

1632
Pastoor Van Itfelt verkoopt de oude “Pastoriën Wehm” van Huisseling. Op 27 januari 1632 vindt de overdracht plaats van een stuk grond, waarop voorheen het kerkhof van Huisseling lag en waar ook de pastorie heeft gestaan. De pastorie wordt in de acte aangeduid als “Wehm” en “Pastorie Wehm”. Weem is een oude benaming voor erven rond een kerk die gebruikt werden voor kerkhof, pastorie, tuin en boerderij, maar ook wel voor de pastorie zelf. Er wordt bepaald dat de penningen zullen gebruikt en belegd worden voor het nieuwe kerkhof en de nieuwe pastorie van Huisseling.

1634
Ontstaan van het dekenaat Ravenstein. Bisschop Ophovius benoemt Jan van Ahr, pastoor van Herpen, tot eerste deken. In 1695 wordt ook het Graafschap Megen van Oss gescheiden en bij het dekenaat Ravenstein gevoegd.

Begraafboek Deursen 1636 met de naam van pastoor Van Itfelt. Bron: BHIC

1636
Pastoor Van Itfelt sterft in augustus 1636 aan de gevolgen van de pest en wordt begraven in Deursen. In Staats Brabant wordt de openbare uitoefening van de katholieke godsdienst verboden. Het zelfstandige Land van Ravenstein blijft, samen met Megen en Gemert, hiervan gevrijwaard.

1637
Wolfgang Wilhelm van Neuburg, heer van Ravenstein, wenst een eigen bisschop voor Het Land van Ravenstein. Dit verzoek wordt echter afgewezen.

1648
De Vrede van Munster wordt gesloten. Een groot feest volgt in de Zuidelijke Nederlanden.

Calvarieberg met de grafsteen van pastoor De Bruijn

1653
Nicolaas Antonius de Bruijn wordt als pastoor genoemd. Fundatie van Sacramentsmissen in perpetuum (eeuwigheid), gefundeerd vóór 1652.

1665
Pastoor de Bruijn sterft op 20 augustus. Cornelis van der Heijden O.S.Cr. wordt als pastoor genoemd. Hij is een kruisheer uit het klooster van Wickerade (Wijckraij).

1667
Op 1 maart sterft pastoor Van der Heijden nadat hij ongelukkig in het water terecht is gekomen en verdrinkt! Hendrik Verbruggen volgt hem op als pastoor. Hij was eerst kapelaan te Zeeland. Bij besluit van 9 mei van de Propaganda Fide te Rome worden de dekenaten Ravenstein en Megen weer toegevoegd aan het bisdom Luik.

naar boven

1702
Pastoor Hendrik Verbruggen sterft op 20 oktober. Op 16 november wordt Arnold Zeelandts benoemd tot pastoor van Huisseling en op 6 december wordt hij geinstalleerd door pater Ernestus Marquerink SJ. Hij krijgt in 1725 de waardigheid van landdeken van het district Ravenstein. Hij is 40 jaar lang pastoor geweest en heeft veel betekend voor Huisseling (zie het onderdeel ‘Parochieverhalen’ op deze site). Zeelandts wordt in Uden geboren en is in 1697 pastoor in Neerloon.

Het medaillon van het knekelhuisje wordt gedateerd rond 1700. Het is onbekend waar het zich voor 1878 bevond. Helaas is er nu (door vorstschade) nog weinig meer van dit medaillon over...

1720-1730
Het Lambertusbeeld komt in onze parochie. Het vertoont grote gelijkenis in afmeting en kleurgebruik met het Eligiusbeeld. Het is echter jonger en van een andere beeldhouwer afkomstig. Lambertus is afgebeeld met een bisschopsmantel, bisschopsstaf in de rechterhand en papierrol in de linkerhand. Oorspronkelijk staat aan de voet het opschrift ‘St. Lambertus’.

1732
In januari kopen de zusters Augustinessen van weduwe Van den Broeck het landgoed “Den Bogaert” in Deursen, alwaar zij een nieuw klooster stichten dat zij “Nieuw Soeterbeeck” noemen. Noodgedwongen (vanwege vervolging) moesten zij in dat jaar hun eigen onderkomen, het klooster Soeterbeeck bij Nuenen, verlaten. Meerdere kloosterorden volgden hun voorbeeld om naar het soevereine Land van Ravenstein te komen.

1742
Arnold Zeelandts laat in 1742 in een testament een legaat aan de armen van Huisseling na. Zie het onderdeel Parochieverhalen op deze site).

1743-1755
In 1743 al begint de ellende over het onderhoud van de pastorie. De situatie is op een gegeven moment zo ernstig, dat pastoor Cornelis Zeelandts met verlof van zijn geestelijke overheid in Ravenstein mag gaan wonen, totdat de pastorie weer bewoonbaar is. Het kerk- en armbestuur weigert ook maar iets aan de broodnodige renovaties te doen. De landsdeken Aloisius van Willigen, het dorpsbestuur, het landsbestuur en zelfs Heer Carl Theodor (van Sulzbach) bemoeien zich met de situatie.
Er moet veel aan het gebouw gebeuren. De timmerman moet o.a. een nieuwe zolder maken boven de keuken, opkamer en de geut,met ribben daarbij te leveren 4 á 5 duijms dick. Goet greene 2 ½ voet van malkanderen…”. Ook moet hij o.a. een nieuw trapje maken van de keuken naar het opkamertje en de ramen en de “Eijken dulpers” vervangen. Daarnaast hebben ook de metselaar, “glasmaaker en verver” en “de decker” veel werk te verrichten. De dakdekker moet onder andere ervoor zorgen dat het “dack van ’t huijs heel en gans geverst worden en alle gaete opgestopt dat het goet dight is”, waarbij “de hocken met weijte of speltje Stroij gedreven en het dack met Rogge Stroij gedeckt worden”.
De kosten voor de restauratie van de pastorie worden op het kerk- en armbestuur verhaalt. Er wordt bereikt dat, om de parochianen niet te belasten, het geld uit de kerk- en Armenkas moet komen, dat men alleen de pastorie hoeft te repareren en niet het schuurtje en dat de proceskosten door het kerk- en Armbestuur moet worden betaald. Omdat zij het bedrag niet kunnen betalen, wordt de richterbode van Ravenstein en de Vijf Maasdorpen belast een “gereed pand te halen” bij één van de kerk- en armmeesters en dat aanstaande zondag te veilen en tegen twee uur ’s middags publiekelijk te verkopen en proberen genoeg ervoor te krijgen als voor de betaling nodig is!

1745
Op 7 maart sterft pastoor Arnold Zeelandts. Hij wordt opgevolgd door zijn neef Cornelis Zeelandts, die eveneens in Uden is geboren. In 1722 was nog werkzaam als kapelaan in Zeeland.

1756
Cornelis Zeelandts sterft op 2 januari. Arnold Mattheus Douven wordt als pastoor aangesteld; zijn pastoraat duurt 31 jaar. Hij is geboren in Uden. In 1756 wordt het Arnold Douven toegestaan op zon- en feestdagen meer dan één mis op te dragen. Voordien begaven de parochianen zich deels naar Ravenstein en deels naar Herpen, om de heilige mis bij te wonen. Het binatiecontract is terug te vinden onder Parochieverhalen.

1763
Door Arnold Douven wordt een contract opgesteld over de aanstelling van Nicolaas van den Hoven tot koster en schoolmeester in Huisseling. Zie voor dit contract Parochieverhalen.

1766
Vaststelling Dagen der Gedurige Aanbidding tot het Allerheiligste Sacrament in Huisseling, Uden en Volkel op 1, 2 en 3 september. Een Volle aflaat wordt ingesteld voor deelname aan de sacraments processie.

Pastoor W.W. Ruys

1787
Arnold Douven sterft op 7 augustus. Willem Waltherus Ruys wordt als pastoor aangesteld. Hij is in Reek geboren op 14 juni 1752. Ruys werd in 1775 in Luik tot priester gewijd en was kapelaan in Reek van 1776 tot 1787. Hij was 37 jaar lang pastoor en was een zeer ervaren Godgeleerde en heeft gedurende 25 jaar, tot aan zijn dood, onderwijs in de theologie gegeven en een groot aantal priesterstudenten opgeleid.

1799
Pastoor Ruys start met zijn seminarie. Zie voor meer informatie over dit onderwerp deze pagina: Theologische Hogeschool

naar boven

 

1801-1900

1801
Ten gevolge van het concordaat tussen Napoleon en paus Pius VII wordt het Bisdom Luik opgeheven. De toenmalige Luikse prins-bisschop François Antoine graaf de Méan blijft echter apostolisch administrator van het dekenaat Ravenstein, maar laat het bestuur uitoefenen door een commissaris-generaal. Tot 1806 door de Luikse priester Lejeune, daarna door Arnold Borret, pastoor van Haren.

1806
Mgr. Borret wordt door de bisschop van Luik benoemd tot commissaris-generaal van Het Land van Ravenstein en Megen. Koning Lodewijk Napoleon is even in Huisseling en schenkt de pastoor 600 gulden voor het orgel.

1815
Pastoor Ruys bezorgt te ‘s-Hertogenbosch een herdruk van het werk van de Vlaamse Kapucijn Fulgentius Bossaert: Principia Theologiae moralis et scholasticae. Hij herzag de eerste druk van dit werk en vulde het naar gegevens van latere schrijvers aan. Klik op Principia Theologiae moralis et scholasticae voor de digitale versie van het boek.

1822
Pastoor Ruys laat in ‘s-Hertogenbosch een Verzameling van zeven leerreden (preken) verschijnen.

1823
Door Dekreet Vicaris-Generaal Lejeune wordt te Huisseling een contract opgesteld om in de districten Ravenstein en Megen het recht te hebben om priesters te mogen begraven, toekomend aan de deken. Zie het verhaal onder ‘Parochieverhalen’.

1824
Pastoor Ruys sterft op 18 januari. Dat betekent het einde van de priesteropleiding te Huisseling. Een stukje tekst op zijn bidprentje vermeldt: “Zijne gedagtenis zal niet vergaan en zijn naam zal in zegening blijven van geslagt tot geslagt. De Volkeren zullen zijne wijsheid vermelden, en de Gemeente zal zijn lot verkondigen”.
Hendrik van den Wijmelenberg (1800-1881) zet de taken van Ruys voort, tot een opvolger benoemd is. Het seminarie gaat naar Uden en Van den Wijmelenberg treedt toe tot de Orde van het Heilig Kruis en wordt leraar op de Latijnse School in Gemert.
De op 3 november 1791 in Uden geboren Anton Verkuijlen wordt als pastoor aangesteld. Anton Verkuijlen volgde zijn theologie bij Ruys en was kapelaan in Reek. Het parochiearchief vermeld Maria Anna Spierings als zijn huishoudster.

1831
Mgr. Borret wordt verheven tot Apostolisch Vicaris en mag namens de bisschop van Luik zelfstandig optreden in Het Land van Ravenstein en Megen.

1840
Het apostolisch Vicariaat Ravenstein-Megen en inmiddels ook Grave worden weer bij het Bisdom ‘s-Hertogenbosch gevoegd.

Oprichting van de nieuwe (oude) Kruisweg, 1841. Bron: Parochiearchief

1841
Er komt een nieuwe kruisweg in de kerk.

1845
Het parochiearchief vermeldt:“In onze parochie zijn 470 zielen, de straat aan de kerk heeft geene naam, een eigen kerkhof, de stichting der kerk is onbekend, de H. Lambertus”.

1849
Besloten wordt om aan arme gezinnen wekelijks een brood te schenken en ook enige karren turf te kopen. Besloten door pastoor Anton Verkuijlen en kerkmeesters G. Elemans en H. van den Berg.

1850
Huisseling wordt getroffen door een buitengewoon hoge waterstand. Er is veel schade aangericht en er zijn mensen dakloos. In mei volgen enkele nodige reparaties aan het leiendak en de muren van de kerk, in het bijzonder de fundering en wordt er besloten alles zo snel mogelijk weer in orde te brengen. Tevens wordt er een nieuwe dorpel bij de ingang van de kerk gelegd, omdat de oude versleten is.

Voorzijde van het vaandel met het 'Ecce Panis Angelorum'

 

De achterzijde van het vaandel met een afbeelding van Lambertus

1851
Er wordt een nieuwe zijden ‘Damaste Vaan’ gekocht met “dubbel schild, met een in hout uitgestoken vanenkruis, verguld en verzilverd met stok en ijzerwerk, geheel in de orde van de heer Stolzenberg te Roermond, voor de somme van ƒ 52,25.”
De nog goede plavuizen uit de gang van de pastorie worden in de kerk onder de banken gelegd en in de pastorie komen er stenen voor in de plaats. De oude plavuizen onder de kerkbanken hebben veel geleden (door de watersnood?).

naar boven

1852
In 1852 laat pastoor Anton Verkuijlen Meester timmerman J. van Asten een bestek opstellen om de kerk te kunnen restaureren en vergroten.
In maart wordt besloten om de kerk volgens vervaardigd bestek te veranderen, maar niet voordat het kerkbestuur de gemaakte plannen door deskundigen heeft laten goedkeuren. Allemaal waren ze van mening dat het een goede kerk zou worden. Alleen het plan om de sacristie naast de kerk te bouwen laat men varen. De sacristie komt achter het altaar en wanneer de kerk in de toekomst te klein zou worden, kan men nog altijd een sacristie naast de kerk bouwen en het altaar naar achteren verplaatsen. Op 20 december wordt besloten om ‘enige eiken, die voorhanden zijn, aan te kopen, als ook planken, sparren en 39 mudden kalk en andere voorbereidingen te treffen.’

1853
Pastoor Verkuijlen neemt 2500 gulden op om de kerk te vergroten. Het schip wordt daarbij in lengte verdubbeld. Dit gebeurt omdat de bevolking groeit. Besloten wordt om bij G. de Bruijn “Dertig duijsent stenen te koopen en dese met eene schuit te Ravenstein te laten aanbrengen omdat het geschikter uitkomt voor onze karren aldaar af te halen, als ook dat er metzelzand en zand om de sacristij op te hoogen te Herpen moet worden gehaald, omdat het nu nog den ledigsten tijd is en dat het volk ook alle spandiensten met den meesten ijver en breidwilligheid verrigt hebben en vastgesteld om de werkzaamheden te beginnen den tweede zondag na Paschen”. Ook komt er een nieuw hoogaltaar. Het weer is tijdens de verbouwing steeds zo slecht, dat er koeienhuiden om het altaar worden gehangen zodat de kaarsen niet uitwaaien!
“Wij hebben ons allen maandenlang ellendig moeten behelpen, en ’t weer was onophoudelijk slegt. Alles was genoegzaam open en den scherpen noorderwind blaasden van alle kanten door de planken en open ramen. Den autaar was met huiden omhangen ten einde de kaarsen niet zouden uitgaan en veel meer andere ongemakken, welke wij hebben moeten ondergaan en nu werkelijk nog ondergaan Schoon, wel, niet beter.”

Het hoogaltaar in gebruik tijdens de Eligiusprocessie op landgoed De Ringelenburg

Op 25 september houdt het kerkbestuur een vergadering om te overleggen wat voor hoogaltaar er in de kerk moet komen. De heer Stolzenberg uit Roermond heeft een Romeins altaar van hout en een tombe met Lam Gods, tabernakel met gesculpteerd beeld van onze Zaligmaker en crucifix. De altaartombe wordt door de metselaar bewerkt en de rest wordt door Stolzenberg verzorgd.
Op 18 december wordt besloten om vanwege de korte dagen het werk tot in het voorjaar te staken en dat er in de kerk een geheel nieuwe vloer zal komen, met de oude stenen onder de banken.

Het zuiltje van de oude preekstoel

1854
Er wordt besloten om het orgel door de dhr. Van Nistelrooij uit Oss in orde te laten maken en de blaasbalg hoger te laten aanbrengen en verder enige registers te laten veranderen. Er wordt ook besloten om een muur te laten metselen rondom het kerkhof (achterzijde), vanaf de hoek van de pastorietuin (achter de kerk door) tot aan het voetpad van het huis van de meester (Grotestraat 54). Omdat deze muur zoveel problemen oplevert wordt besloten hem door te trekken tot aan de kosterij. Er wordt meteen overgegaan tot het inkopen van kalk en stenen.
Er komt een nieuwe preekstoel in onze kerk. Deze is van donker eiken en gemaakt in een atelier in Roermond. Deze preekstoel stond op de Rijksmonumentenlijst. Alleen het zuiltje is er nog van bewaard. Het is door timmerman Grad Kocken aangepast. Nu staat het Eligiusbeeld er op.
Op 24 september wordt besloten over te gaan van 3-jarige naar 6-jarige verpachting van de gronden. Marc. van Huisseling wordt aangesteld als kerkmeester.

1855
In onze parochie zijn 360 communicanten.
Op 4 maart wordt besloten om pootaardappelen te verzorgen voor de armen en voor Henricus Jansen een woning te verzorgen en wel in de kamer bij Marcellus van der Zand te Deursen met erbij een akkerland. Op de muur rondom het kerkhof komen dekstukken en er wordt voor ƒ 90,00 een nieuwe ijzeren poort besteld bij de heer Van Blerik.

1856
Godefridus Elemans wordt tot kerkmeester benoemd.

1857
Het is de bedoeling dat de metselaar voor het feest van Lambertus de kerk van binnen en buiten opnieuw zal bepleisteren en witten. Vanwege de donkere dagen wordt alles uitgesteld tot na Pasen.

1858
Bij Hermans, een bekend edelsmid in Eindhoven, wordt een nieuwe monstrans in gotische stijl besteld. Omdat de kerk enkele milde giften heeft mogen ontvangen, heeft men maar liefst ƒ 800,00 te besteden.

De Huisselingse monstrans

1859
Op 8 april wordt de nieuwe monstrans geleverd. De zilveren, deels vergulde monstrans wordt in gotische stijl vervaardigd. De monstrans is circa 80 cm. hoog. Aan weerszijden van de lunula gotische baldakijnen, waaronder vergulde beeldjes van Eligius met aambeeld en hamer, Bonifatius met zwaard en boek, Maria met kindje Jezus en diverse engeltjes. Ook wordt er een zilveren wierookvat met scheepje aangeschaft.

1860
Er wordt besloten om op de schoorstenen in plaats van houten, ijzeren deksels aan te brengen.

1861
Men laat het zilver dat op de andere (koperen) monstrans zit overbrengen op de oude, sterk vergulde, koperen monstrans. De (andere) koperen wordt buiten gebruik gesteld, omdat ze al te gering was. Dit overbrengen gebeurd door smid Hermans te Eindhoven.
Op 27 juli slaat ’s morgens om 9 uur de bliksem in op de toren. Zonder echt schade te veroorzaken is de ontsteltenis groot. Men kan in de toren niet klimmen vanwege stank en roet. De schrik zit er goed in! De kerkelijke brandassurantie keert 155 gulden uit om de schade te herstellen. De kerk zelf legt er nog 36,21 gulden bij en heeft nu in plaats van houten twee roodkoperen wijzerplaten kunnen laten maken. Ook de haan, knop, uurwijzers enz. worden verguld.

1863
Besloten wordt om de kerk te laten witten, het ijzer in de ramen te verven en ook de pastorie, de poort van het kerkhof en al het andere aan de kerk behorende te laten schilderen.

1864
In juli worden er twee dalmatieken aangeschaft.

1865
De calvarieberg tegen de toren wordt gewit en hier en daar gerepareerd. De kerk krijgt een grote schoonmaak.

1866
Er wordt een Onze Lieve Vrouwebeeld met piëdestal besteld, dat voor de meimaand geplaatst moet zijn. De pastorie krijgt de nodige reparaties.

1867
De op 25 juni 1840 in Loon op Zand geboren Jacob Vermeer, wordt benoemd tot eerste assistent van pastoor Verkuijlen die ziek is en volgt hem twee jaar voor zijn dood op als pastoor. Hij schijnt op 12 maart 1866 naar Italië te zijn vertrokken en komt nu dus een jaar later weer terug naar Huisseling.

1868
Op 9 juni overlijdt kerkmeester Marcellus van Huisseling. In zijn plaats wordt Adrianus Josephus van Aar aangesteld.

Inventarislijst van de pastorie uit 1869. Mogelijk opgesteld na het overlijden van pastoor Verkuijlen. Bron: Gemeentearchief Huisseling


1869
Na een pastoraat van 45 jaar sterft op 1 december Anton Verkuijlen. Tegen het knekelhuisje op het kerkplein ligt nu nog de grafsteen van Verkuijlen. Het opschrift vermeldt: P.M. Rev. Dom. Antonii Verkuijlen Udensis. Qui sacellanus in Reek vocatur. Pastor in Huisseling anno 1824. Iridemique obiit 4 dec. 1869. R.I.P. De grafsteen van Verkuijlen stond oorspronkelijk onder de calvariegroep tegen de oude kerk.
Jacob Vermeer wordt in december benoemd tot kapelaan in Deurne. Augustinus Adrianus van Gils wordt op 27 december 1869 als pastoor aangesteld. Hij is geboren op 22 augustus 1822 in Tilburg als telg van een bekend kleermakersgeslacht. Voor hij naar Huisseling komt is hij kapelaan in Drunen in 1849 en in 1857 in Eindhoven.

Pastoor A.A. van Gils

1870
Onze parochie telt 355 personen die hun Pasen houden, 1 pastoor, 2 kerkmeesters en 4 armmeesters en 1 parochieel kerkhof.
De pastorie is vanwege de ontruiming van de goederen van pastoor Verkuijlen zeer gehavend. Pastoor Van Gils laat de beschadigde pastorie repareren. De kerkmeesters zijn nu, naast pastoor Van Gils, G. Elemans (penningmeester) en A.J. van Aar (secretaris).
Van de nalatenschap van pastoor Verkuijlen worden ‘solide’ effecten gekocht. Op 7 juni overlijdt kerkmeester Godefridus Elemans en er wordt een nieuwe kandidaat gezocht, die men vindt in zijn zoon Henricus die penningmeester wordt. Er wordt besloten een stenen brug te maken aan ’t Kerkeland en een brandkast aan te schaffen.

1871
Gedeputeerde Staten geven in ernstige overweging een algemene begraafplaats aan te leggen i.v.m. de verplichting sinds 1869. De gemeente wil tijdelijke ontheffing vragen. Zij antwoorden Gedeputeerde Staten dat de algemene begraafplaats zal worden aangelegd op een perceel genaamd ’t Heuveleind sectie B… ca. 140 centiaren en per 1 januari 1874 in gebruik zal worden genomen. Het terrein ligt meer dan 50 meter van bebouwde woningen. Uiteindelijk wordt deze toch aangelegd op een perceel aan het Varkensstraatje op de hoek met de Graafsestraat. De algemene gemeentelijke begraafplaats heeft een oppervlakte van 60m2.
Henricus van den Berg, Wilhelmus van de Wiel en Wouter Elemans worden in de archieven genoemd als lid van het Armbestuur.
Door het kerkbestuur wordt besloten om het Kerkeland in het voorjaar publiek notarieel te verkopen. De Kerkemeerkes niet, omdat dit stuk weiland eerst verbeterd moet worden door de heuvels in de laagtes te verwerken. De huidige pachter is A.J. van Aar.
Er is nog steeds geen brandkast en er wordt besloten om het geld te gebruiken voor een nieuw rode kazuifel.

1873
Onteigening van gronden voor de aanleg van de ‘Spoorlijn Tilburg-Nijmegen’, die op drie plaatsen door gronden van de R.K. Kerk en Armen komt te lopen en ook op drie plaatsen de landerijen van de pastorie doorkruist.
In het R.K. Armbestuur wordt Wilhelmus van de Wiel herkozen en in de plaats van de overleden Wouter Elemans komt Philip de Bruijn die penningmeester wordt. Eindelijk wordt de brandkast dit jaar aangeschaft.
De grote bewerking van het Kerkemeerke is eindelijk geschied. Een deel van het perceel wordt met haver bezaaid, het andere deel wordt als hooiland in gebruik genomen. Er worden 25 karren mest aangekocht om het land te bemesten.

1874
Het tuinhuisje wordt aangewezen als lijkenhuisje (voorganger van het knekelhuisje). De kerk werd hiertoe verplicht door de wereldlijke overheid.
Er worden door de Spoorwegmaatschappij nog 13 roeden en 10 ellen onteingend van van De Beving; alsook de pachters Woutje Kocken en P. van Maasacker. In juni zal het geld van het spoor door notaris Verbunt in een hypotheek worden verwerkt en verdeeld over de Kerk en de Armen.

De zeer fraaie ciborie


1875
Er komt een nieuwe gouden ciborie, een antiek gotiek model. De ciborie wordt vervaardigd door Franz Xaver Hellner, Kempen (D.); echter geleverd door Gerard Bartel Brom (Utrecht, 1874). In het boek ‘Naar Gothieken kunstzin’ van het Noord-Brabants Museum, staat: ‘Edelsmid Hermann Momm, werkzaam in Nijmegen van 1852-1906; werkte voor de kerk van Huisseling’. We weten nog niet wat hij voor de kerk heeft gemaakt.
Op ’t Hongerveld worden scheidspalen geplaatst tussen het land van de kerk en dat van de pastorie van Deursen. De veldwachter (Van der Weijden) moet om de drie maanden de huur van zijn huis gaan betalen. Hij huurt zijn huis van de kerk.

1876
Wederom wordt er grond onteigend door de Spoorwegmaatschappij. Pachter W.E. Kocken is opnieuw de gedupeerde. Herinstelling van het 40-urengebed.
Op 29 oktober is er een bespreking over een nieuw te bouwen pastorie. Aan Mgr. Zwijsen wordt een machtiging gevraagd.

De nieuwe pastorie met de oude kerk


1877
In januari wordt wederom over de bouw van een nieuwe pastorie gesproken, omdat het vorige plan nu niet uitgevoerd kan worden. Men wil nu dat de nieuwe pastorie met het front naar de grindweg (Grotestraat) gekeerd moet zijn en met een doorlopende gang naar de kerk. Op 28 maart wordt er een contract opgesteld tussen het kerkbestuur en aannemer Arnoldus van den Bergh Pzn. uit Huisseling voor de bouw van een nieuwe pastorie achter de bestaande (de oude pastorie stond dus met de voorgevel naar de Hamstraat gericht).
Naar een ontwerp van architect Hermanus Kroonen Szn. uit Huisseling wordt een nieuwe pastorie gebouwd. De pastorie wordt buitenwerks 11,00 x 13,00 ellen en heeft spouwmuren, iets wat voor die tijd zeer bijzonder is. De aannemer snapt daar niet zoveel van. Hij heeft nog nooit van “zogenaamde spouwmuren” gehoord! De aanbesteding geschied voor de som van ƒ 10.176,00. Uit de aantekeningen van pastoor A.A. van Gils blijkt dat de oude pastorie niet zoveel waarde heeft en dat de goede materialen moeten worden gebruikt voor een schuurtje, een nieuw lijkenhuisje (het knekelhuisje) en een ringmuur om het kerkhof.

Het knekelhuisje met het graf van pastoor Verkuijlen

1878
Mgr. Godschalk geeft toestemming voor het bouwen van een lijkenhuisje (het knekelhuisje) en een schuurtje.

1879
Het uurwerk in de klokkentoren wordt hersteld en de oude monstrans wordt verkocht aan het klooster in Gennep.
Lid van het kerkbestuur zijn nu pastoor A.A. van Gils, Henricus Elemans en Adrianus Joseph van Aar; Lid van het armbestuur zijn nu Henricus van den Bergh, Wilhelmus van de Wiel en Philip de Bruijn.
Dokter Van Roosmalen heeft in 1878 de armen gratis bediend. De jacht wordt afgestaan aan de gemeente, mits het R.K. Armbestuur jaarlijks 20 gulden ontvangt. Hent van Houtert ontvangt 10 mudden steenkool van de Armen en Dora van Oss heeft er 5 gehad.
Het is een ongunstig jaar voor de bankenverpachting. De opbrengst zal dit jaar minder zijn vanwege het ongewoon hoge zomerwater.

1880
De kerk bezit diverse landerijen in Schaijk. Philip de Bruijn van het armbestuur deelt mee dat hij 20 gulden ontvangen heeft van de jacht van de Weledele heren Jurgens uit Oss. De Beving wordt onteigend ten behoeve van de ophoging van de dam.

1881
Thans is koster, meester en organist Wilhelmus van de Wiel. Hij heeft voor al deze betrekkingen om lichamelijke gebreken, vooral omtrent het gezicht, bedankt “en die wij bij dezen onzen hartelijk dank betuigen voor de trouwe diensten gedurende meer dan 40 jaren aan herder en kerk bewezen en tevens toewensen dat hij nog vele jaren, hoewel emeritus, zijne kunstvolle en aangename geluiden + tonen (als organist) mag doen horen tot stichting van de parochianen.” Zijn beoogde opvolger, Joannes van Maasacker, is orgeltrapper en mag hiermee door blijven gaan. Van Maasacker schijnt erg veel last van zijn ogen te hebben, want Dokter Van Roosmalen adviseert hem eerst een ‘blauwen bril’ te kopen in Nijmegen en daarna naar Utrecht te sturen om hem in het Gasthuis te laten verplegen.
Er wordt voor het eerst gesproken over het bouwen van een nieuwe school en schoolmeesterswoning. Waarschijnlijk vanwege het feit dat schoolmeester Van de Wiel is gestopt. De boerderij waarin hij woont (Grotestraat 54), is niet van de kerk of gemeente.

1882
Het kosterschap was in Huisseling sinds eeuwen verenigd met het vak van schoolmeester en organist. Deze ‘drie-eenheid’ wordt afgeschaft bij het bedanken van Wilhelmus van de Wiel als koster. Het ambt wordt gescheiden en er komt een afzonderlijke koster, Antonius van Maasacker, die eigenlijk meteen door zijn zoon Joannes wordt opgevolgd. De pastoor heeft hem per 1 januari 1882 als koster aangesteld. De kosterswoning wordt tijdelijk bewoond door Henricus van Houterd.

De fraaie kelk

1883
Er wordt een nieuwe kelk aangeschaft. Deze neogotische verguld zilveren kelk is van de hand van H. van Gardinge en T. Manders uit Eindhoven. Op de zeslobbige voet staan medaillons met voorstellingen van Christus aan het kruis, Maria, Jozef, Augustinus, Eligius met aambeeld en monstrans en Lambertus.

1885
Wilhelmus van de Wiel, secretaris van het R.K. Armbestuur, overlijdt op 11 juli. Zijn zoon Albertus wordt voorgedragen als zijn opvolger en door de bisschop als zodanig benoemd.

1887
De kerk gaat gelden beleggen in (Russische) effecten. (Dit blijkt later een fiasco te worden als de koersen dalen…)

1888
De gemeenteraad besluit dat de kermis volgend jaar 2 dagen wordt gehouden in plaats van 3 dagen dit jaar.

1893
Hendrik van der Heijden wordt de assistent van pastoor Van Gils.

Bidprentje van kapelaan Henricus van der Heijden, assistent in Huisseling van 1893 tot 1895

1895
Van Gils overlijdt, na 25 jaar als pastoor in Huisseling werkzaam te zijn geweest, op 18 augustus 1895 en wordt hier op het kerkhof begraven.

Pastoor J. Vinken

Joseph Vinken wordt als pastoor aangesteld en assistent Van der Heijden wordt benoemd tot kapelaan in Bladel. Vinken is in 1848 in Bladel geboren. Hij is eerst assistent in Achthulsel en Moergestel, daarna kapelaan in Bergeijk bij ’t Hof en kapelaan in Zeeland. In september is hij eerst 14 dagen deservitor, daarna pastoor. Zijn dienstmeid is Maria Vlemmix, die ook voor A.A. van Gils werkte (Maria Vlemmix overlijdt in 1918 te Tilburg).

Vinken stelt een boekje samen met de ‘Memoriale Parochiae’, de kerkelijke gebruiken in onze parochie. Daarin maakt hij onder andere aantekeningen over de gebruiken bij de 1e Heilige Communie: “Kinderen die de Eerste H. Communie doen worden ingeschreven in de broederschappen 1: Eligius, 2: Gedurige aanbidding, 3: Godslastering, 4: Rozenkrans, 5: Apostolaat des Gebeds, 6: St. Pieterspenning. Kort daarna worden hen de scapulieren opgelegd en hunne namen gezonden naar de Fraters Carmelieten te Oss. Vroeger kregen de eerste Communicanten een prentje waarop bewijs dat zij hunne 1 H. Communie gedaan hebben, thans geef ik hen een boekje waarin de doopbeloften x opdracht aan O.L.V. De 1, 2, 3 Communicanten gaan in de buurt van de kerk koffie drinken, waar zij door kennissen verzocht worden.” In zijn Memoriale spreekt Vinken over ‘Kapellaan Van der Marck’ als assistent.

1896
Door de samenwerking van pastoor Vinken met o.a. pater Gerlachus van den Elsen en Albertus van de Wiel, komt hier de N.C.B. afdeling Huisseling tot stand.

1897
Pastoor Vinken schrijft over de gebruiken met Pasen vroeger en rond 1897: “Op Paesmaandag worden de kerckmeesters bij de Heer Pastoir op de paaseijeren versoght: maar de kerckmeesters geven den wijn, die dien dagh over tafel gedroncke wort volgens out gebruijck, gelijck op meer pastorijen geschiet. Nog heden worden de kerkmeesters en organist met hunne vrouwen den 2en Paasdag des middags aan tafel verzocht. Zij blijven den heelen dag, nemen het avondmaal, doch van wijn geven is geen spraak meer.”

1898
Er worden reparaties verricht aan de toren en er komt een brandkast om het zilverwerk van de kerk in te bewaren.

1899
De bisschop stemt toe om het altaar te laten vergulden.

1900
Bij het 25-jarig priesterschap van Josephus Vinken op 22 mei hebben de kerkmeesters Henricus Elemans en Adrianus van Aar bij alle parochianen een collecte gehouden. Van de opbrengst is een Russisch zilveren Godslamp gekocht. Zij is gemaakt bij de firma G. van de Breckel te Nijmegen. De pastoor heeft hem in dank aangenomen; niet voor hemzelf, maar voor de parochie, wiens eigendom ze nu is. De oude koperen Godslamp is geschonken aan het voormalige, destijds afgebrande klooster, van de Paters Kapucijnen te Sluiskil in de provincie Zeeland.
Martinus Bernardus Coenen is tot armmeester benoemd i.p.v. Henricus van den Bergh.

naar boven

1901-1950

1902
In juni schenkt de huishoudster van pastoor Vinken, Maria Vlemmix, aan de parochie 6 Russisch zilveren kandelaren. De schenkster wil tot aan haar dood anoniem blijven…
Er wordt besloten een tekening en begroting te laten maken en een aanvraag in te dienen om de kosterij te mogen herbouwen.

1903
In dit jaar wordt met hergebruik van de oude materialen een nieuwe kosterij gebouwd, omdat het pand een bouwval blijkt te zijn. De linkerzijmuur van de oude kosterij blijft staan. Het gemeentearchief vermeld: “90B973 Dorp B-43, Herbouw Kosterij, 980 R.K. Kosterij, J. van Maasacker (koster)”. Tevens worden de pannen van de pastorie vervangen door leien, i.v.m. het nestelen van vele mussen.

Zijgevel van de oude kosterij die bij de herbouw in 1903 gespaard bleef

Zijgevel van de oude kosterij die bij de herbouw in 1903 gespaard bleef

Pastoor Vinken over de gebruiken bij het bouwen van een nieuw huis: “…Is het gebruik dat de buurmeisjes eene kroon sieren als de kap op het huis is. Deze kroon wordt daarna aan de kerk geschonken. Als het huis betrokken is worden die meisjes ten visite gevraagd, die soms wel wat laat blijven. Ik heb zondag 2 augustus van den preekstoel gezegd dat als ze te laat blijven de kroon geweigerd of teruggegeven wordt, en op mijn voorbeeld gewezen. Bij het bouwen van het kostershuis is ook eene kroon gesierd. Ik heb de meisjes bij den koster verzocht onder het octaaf van Eligius: alle waren weg vóór het Lof om te gaan melken, en velen in ’t Lof.”
Een kroonvormig geraamte werd gemaakt van ijzerdraad en met bloemen en watten versierd. Deze werd gebruikt op de Kroonkar, waarin de bruid was gezeten, gevolgd door een stoet met karren meubilair en vee (door de buurt verzorgd). Zo’n zelfde kroon werd ook gebruikt om het dak te versieren van nieuwe boerderijen. Door het jaar heen werden ze allemaal bewaard. Met het feest van Eligius kwamen ze dan in de kerk te hangen (J.H.A. Elemans).

1907
In dit jaar worden de Tiendrechten afgeschaft. Ook onze kerk had inkomsten uit tienden op een stuk grond ten westen van De Raam. Pastoor Van Gils schrijft na 1910 “Thans zijn de tiendrechten afgeschaft, doch de daaruit voortspruitende schade zal later door het Rijk worden vergoed. Op deze tiend blijft echter rusten eene belasting van 70 cent jaarlijks te betalen aan de St. Lambertusgilde.” De kerk krijgt van de regering 3.000 gulden, waarvan effecten zijn aangekocht.

Pastoor A.J.L. van Gils

1909
Als gevolg van een beroerte neemt pastoor Vinken ontslag als pastoor van Huisseling op 4 augustus en leeft nog 13 jaar in het Liefdegesticht in Bladel waar hij in 1922 op 74 jarige leeftijd sterft. Augustinus Johannes Lambertus van Gils wordt als pastoor aangesteld. Hij is een neef van Augustinus Adrianus van Gils en wordt op 17 september 1858 in Tilburg geboren. Voor hij naar Huisseling komt is hij pastoor in Esbeek. De huisknecht van A.J.L. van Gils was Joannes Bruurs, overleden op 3 februari 1922 in het Liefdesgesticht te Herpen.

De oude kerk van Huisseling in maart 1911, gezien vanaf de voorzijde. De tekening is gemaakt door Hein Arts

1910
Aan de pastorie wordt een aanbouw geplaatst voor 2650 gulden en er komt een ijzeren hekwerk aan de straatzijde. Ook wordt de voordeur verder in de gang geplaatst om regeninslag te voorkomen. De gang stond blijkbaar nogal eens onder water. Het gemeentearchief vermeld: “133B953, Grootestraat B50, bijbouw, bijkeuken en bergplaats, 273, Augustinus Johannes Lambertus van Gils, overgenomen 31 October 1910”. Er komen plannen om de oude kerk opnieuw te vergroten. De bevolking groeit gestaag en de kerk wordt weer te klein. Er worden tekeningen gemaakt om de kerk aan te passen. De kwaliteit van het gebouw staat vergroting toe, maar architect Caspar Franssen uit Roermond, vindt dat het beter is om een geheel nieuwe kerk te bouwen. Hij maakt diverse plannen voor een kruiskerk met een toren naast het priesterkoor. Dit zou mooier zijn vanaf de straat. Na veel wikken en wegen wordt er besloten om toch een nieuwe kerk te bouwen, op dezelfde plaats. Franssen heeft in 1907 de kerk van Herpen verbouwd en is daarom bekend bij het Huisselingse kerkbestuur.

Ansicht van de pastorie met de nieuwe kerk

1911
De notulen van de gemeente Huisseling melden in februari het volgende: ‘Mededeling slooping kerkgebouw. Met algemeene stemmen wordt besloten aan den Minister van Binnenlandsche Zaken mede te deelen, dat het Roomsch Katholiek Kerkbestuur alhier voornemens is om haar kerk, staande in de afdeeling Huisseling, te sloopen.’
In mei wordt een bouwvergunning voor een nieuwe kerk op perceel B.1097 verleend. Het gemeentearchief vermeld: “136B1079, Dorp-B49, herbouw na slooping, Kerk, 28 juli 1911. 981 de R.K. gemeente en de R.K. kosterij.”
In maart worden door de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed nog snel foto’s gemaakt van de oude kerk, die in april wordt afgebroken. Daarna wordt gestart met de bouw van “Eener kerk met toren, sacristij, verbindingsgang naar pastorij, doopkapel, enz.”Als noodkerk wordt de oude kolenschuur tegenover de pastorie ingericht. De kerkklok wordt in een grote Lindeboom gehangen. Tijdens de bouw van de kerk, waaraan heel het dorp meehelpt, schijnt het niet één drup geregend te hebben! Water voor het cement werd gehaald uit de wiel bij de familie Stoots. De firma Mestrom uit Nijmegen is de aannemer, maar het hele dorp hielp mee. De totale kosten bedragen ongeveer 30.000 gulden. De aanvang heeft plaats op 24 april en de oplevering op 18 november 1911. Op 16 oktober staat er in de Provinciaal Noordbrabantsche en ‘s-Hertogenbosche Courant vermeld: HUISSELING, 13 Oct. Met den bouw der nieuwe kerk alhier is men zoo ver gevorderd, dat zij thans onder dak en van leien voorzien is. De toren is ook reeds voor een groot gedeelte gereed. Heden wappert de vaderlandsche vlag van zijn spits. Het geheel, kerk en toren, is een flink en vrij hoog gebouw, dat wel aan de eischen des tijds zal voldoen.”
In oktober verzoekt het kerkbestuur van Huisseling het gemeentebestuur een subsidie te verlenen van ƒ 575,- voor de aanschaf van een nieuw uurwerk. Prae-advies: Het bestaande uurwerk geeft de tijd niet meer nauwkeurig aan. De middelen zijn uitgeput door de bouw van de kerk. Het uurwerk is ook in het belang van de ingezetenen. Het gemeentebestuur geeft toestemming onder voorwaarde dat zij de toren mogen gebruiken in tijden van watersnood en brand en voor het uitsteken van de vlag. Pastoor A. van Gils en kerkmeester A.J. van Aar danken in november namens het kerkbestuur het gemeentebestuur weer voor de milde gift om een nieuw torenuurwerk te doen vervaardigen.
Op 19 december wordt de nieuwe kerk ingezegend door pastoor Van Gils.

Eerste steen:
De “eerste steen” bevindt zich in de voormalige doopkapel van de kerk.
De tekst op de steen luidt: “Et lapis iste, quem erexi in titulum, vocabitur Domus Dei gen XXVIII22. A.J.L. van Gils (Parochus), H. Elemans, A.J. van Aar Adm. Eccl.ae Vic. S. Petri et Pauli Anno 1911”.
Kalkstenen steen boven de ingang:
In het uit kalksteen uitgevoerde boogveld zijn het Alfa- en Omegateken gebeeldhouwd. Op een vlammend kruis is het IHS-teken afgebeeld. Alfa en Omega is het eerste en het laatste letter uit het Griekse alfabet. Ze duiden op Jezus Christus als het begin en het einde van alles.

Het Maria-altaar

Maria-altaar:
Eikenhouten treden, altaartombe van zandsteen (1911), opstand van eikenhout. De tombe is gekocht van een geldgeschenk van de kinderen W. Kocken. De twee gebeeldhouwde engeltjes op het Maria-altaar zijn gekocht van een geldgeschenk van mevrouw Van Gils.

Het Josephaltaar

Joseph-altaar:
Eikenhouten treden, altaartombe van zandsteen. Van de familie van pastoor Van Gils, uit Breda, heeft men 80 gulden gekregen voor het Sint Josephaltaar. Door diverse andere personen samen werd nog eens 325 gulden bijeengebracht. De tombe schijnt al uit de oude kerk te komen, vandaar het verschil in uiterlijk met de tombe van het Maria-altaar.

Het Heilig Hartbeeld

Heilig Hartbeeld:
Houten beeld, geschonken door burgemeester Albertus van de Wiel. (“Uit offerblok bij gelegenheid van Jubilé afb. 80 gulden, waarvoor voetstuk en baldakijn van het Heilig Hartbeeld gekocht zijn”). Eertijds stond het H. Hartbeeld op het zuiltje van Lambertus.

Het torenuurwerk uit 1911

Besloten wordt om de gemeenteraad te vragen het uurwerk voor de toren te willen bekostigen. De gemeenteraad van Huisseling c.a. zegt dit toe, mits zij op hun beurt gebruik mogen maken van de toren voor het luiden van de klokken bij brand en watersnood en het uitsteken van de vlag.

Dokter Augustus Philipsen schenkt de ramen in het priesterkoor. Het Museum voor Vlakglas en Emaillekunst in Ravenstein heeft op hun website aandacht besteed aan deze ramen: kerkramen priesterkoor Lambertuskerk

Ontwerptekening met de toren aan de zuidzijde gesitueerd (niet uitgevoerd). Bron: Parochiearchief Huisseling

Wellicht leuk om te weten dat vlak na de bouw de wanden in de kerk okergeel waren en op het priesterkoor een houten parketvloer lag. De huidige mozaïkvloer is bekostigd door pastoor Franken.

1916
Er wordt 2.450 gulden besteed aan “een nieuw hoogaltaar (waarvan de tombe reeds geplaatst is), voorstellend Het Laatste Avondmaal, uit te voeren (in Slavonisch eikenhout en waarvan de beelden rijk verguld zullen worden) door den beeldhouwer Jan Custers uit Stratum”. Opvallend aan dit hoogaltaar is dat het tabernakeldeurtje onderdeel en middelpunt is van de voorstelling ‘Het Laatste Avondmaal’. Het oude hoogaltaar is versleten. Het zal worden gebruikt als rustaltaar tijdens processies.

1917
Kerkmeester Henricus Elemans overlijdt. Wouter Boeijen wordt zijn opvolger. Tevens wordt Wilhelmus Elemans als extra kerkmeester benoemd.

1918
De huidige kruiswegstaties worden aangeschaft (geschenk van huishoudster Maria Vlemmix). De nieuw geschilderde kruisweg is “een kopie van Louis Hendriks en goedgekeurd door dr. Xavier Smits.” Het is geschilderd op doek en daarna op hardboard gelijmd. De oude kruisweg uit 1841 heeft geen waarde en is afgegeven aan een arme kerk of Missie.

1919
De kerk wordt op 28 juli door de bisschop geconsacreerd. Er wordt geld opgenomen voor versieringen in de kerk en twee erebogen die later ook jaarlijks gebruikt gaan worden tijdens de bedevaart en processies. Verder wordt het hoogaltaar gepolychromeerd.

Pastoor I.C.N.J. Franken

1920
Pastoor A.J.L. van Gils sterft op 19 januari op slechts 62-jarige leeftijd en wordt begraven op het kerkhof van Huisseling. Ignatius (Jan) C.N.J. Franken wordt als pastoor aangesteld. Hij is geboren op 6 november 1875 in Tilburg en is op 9 juni 1900 in ‘s-Hertogenbosch tot priester gewijd. Op 2 maart 1902 wordt hij kapelaan in Nuenen, op 27 juni kapelaan in Zeelst en op 6 februari 1920 pastoor in Huisseling. Hij is tevens directielid van de textielfabrieken van Franken in Tilburg en wordt door koster Jan Vrolijk elke week met de auto naar de vergadering in Tilburg gebracht. De dienstmeid van Franken is Cato Lauwers.
In augustus wordt door het gemeentebestuur aan het Kerkbestuur verlof verleend tot het aanleggen van een R.K. begraafplaats op perceel kad. B.817. Het kerkhof wordt verplaatst naar een nieuw perceel aan de Hamstraat. Daarbij moet de grond worden opgehoogd en volgens de overlevering, kreeg de chauffeur bij iedere vracht zwarte grond, een sigaar en een borreltje. In totaal waren het 1500 karren!

Ontwerptekening voor de nieuwe biechtstoel. Bron: Parochiearchief Huisseling

1921
Het nieuwe kerkhof wordt ingezegend. Het terrein is 1240m2 groot. Er wordt een nieuwe stenen biechtstoel aan de kerk gebouwd, omdat de oude houten zeer gehorig is. De parochianen hebben daar over geklaagd. Tot 1921 staat er in de kerk een “Uit fragmenten samengestelde biechtstoel uit de 17e of 18e eeuw”, dat op de Rijksmonumentenlijst was geplaatst.
Voor de ramen van de bibliotheek in de pastorie worden door Glasatelier Derix uit Kevelaer glas in lood ruitjes gemaakt van Aloysius (onderwijs/Jezuïten) vanwege de Hogeschool, Eligius (met aambeeld), Lambertus (met papierrol) en Willibrordus (met kerk op arm). De ontwerper is dhr. Stümmel en de originele Kartons zijn nog aanwezig in het glasmuseum van Kevelaer.
Aan weerszijden van de pastorie worden nieuwe hagen gepland. De oude zijn door ouderdom versleten.

1922
In de gemeente wordt elektriciteit aangelegd door de PNEM en het Gemeentelijk Energiebedrijf Huisseling c.a.

1923
Verzoek van het kerkbestuur waarin zij verzoekt om teruggave van de ‘doop- trouw- en doodenregisters’, die sinds plusminus 1824 berusten bij de burgerlijke stand van de gemeente Huisseling. Dit wordt onderzocht. Besloten wordt dat de registers niet aan de parochie worden teruggegeven.
Verkopen voor afbraak van het lijkenhuis op de algemene begraafplaats aan de Graafschestraat. De algemene begraafplaatsen van Langel en Huisseling worden gesloten. Die van Deursen blijft bestaan.
De gemeente Huisseling-Neerloon wordt door Ravenstein geannexeerd.

1925
Ten tijde van pastoor Franken wordt Joannes van Maasacker uit zijn kosterschap ontheven en krijgt hij drie maanden om de kosterij te verlaten. Dit weigert Van Maasacker en er ontstaat een ruzie tussen de pastoor en de koster. Uiteindelijk komt het zelfs nog voor de kantonrechter, die oordeeld dat de pastoor de kosterij in bezit mag nemen. Van Maasacker betrekt een woning aan de Grotestraat. Als opvolger van Joannes van Maasacker komt Janus van Aar in de kosterij wonen.

Theresia van Lisieux in Katwijk

1927
Door de pastoor wordt een beeld aangeschaft van de H. Theresia van Lisieux, dat grotendeels een geschenk is van Wouter Eligius Kocken, die geld geeft ter gelegenheid van de Eerste H. Mis van Piet Kocken. Theresia, gekleed in bruin gewaad met daaroverheen een wit kleed en zwarte hoofddoek. Een kruisbeeld en diverse rozen in haar handen gekneld, rozenkrans aan haar arm. Dit beeld is in 1927 vervaardigd door Jan Custers uit Eindhoven en geschonken door de familie Kocken. Het beeld werd voornamelijk door de R.K. Boerinnenbond St. Theresia afd. Huisseling gebruikt voor hun patroonfeestdag. Het beeld niet meer aanwezig in de collectie van de Lambertuskerk, maar bevindt zich in de kerk van Katwijk a/d Maas.

1928
De Openbare Lagere School van Huisseling wordt door de gemeente Ravenstein gesloten.

1929
Pastoor Franken vraagt in juni toestemming om het voormalige schoolhuis en de voormalige lagere school en bijgebouwen te mogen aankopen om er een fundatie op te kunnen stichten.

1938
In opdracht van pastoor Franken wordt door beeldhouwer Piet Verdonk een beeld van Sint Hubertus vervaardigd. Het zandstenen beeld is 135cm. hoog en toont Sint Hubertus met een hert en jagershoed. Het is een geschenk van Wilhelmina Bouwens-Van Aar. Ook wordt er een beeld van Sint Anna met de heilige Maria geplaatst. Het beeld is van zandsteen en ca. 135cm. hoog. Het is een geschenk van Marie Keyzer uit Brussel. Tevens zijn er eenzelfde soort beelden toegevoegd van Sint Barbara, H.H. Paulus & Petrus en Antonius van Padua.

Op deze foto zijn de oude communiebanken nog goed zichtbaar. Bron: Familie Coenen

1940
In opdracht van pastoor Franken, wordt door Piet Verdonk een eikenhouten preekstoel gemaakt met aan de zijkanten beelden van de vier evangelisten van 85cm. hoog. Verder wordt het geheel voorzien van een kruisbeeld en uit aantekeningen blijkt dat er ruim 720 werkuren in zitten. Eén of meer evangelisten schijnen privégeschenken te zijn geweest van pastoor Franken.
Ook wordt door Verdonk een communiebank, bestaande uit twee delen, met gebeeldhouwde taferelen, geleverd. Het ene tafereel stelt de Emmaüsgangers voor. Met koperen letters is de tekst “Zo iemand eet van dit brood” aangebracht. Het andere ‘Mozes en het eten van het Paaslam’. Met koperen letters is de tekst “Zal hij leven in eeuwigheid” aangebracht. Verdonk werkte hier 300 manuren aan. De twee delen van de communiebank zijn inmiddels ruggelings tegen elkaar gezet en voorzien van een nieuw blad, vervaardigd door Chris Salet, en doet nu dienst als offeraltaar.

1943
Pastoor Franken vraagt in februari toestemming om het schoolhuis te mogen verkopen aan organist Franz Huth en zijn vrouw Theodora Voet. Hij neemt op 29 oktober ontslag als pastoor en overlijdt in Tilburg op hemelvaartsdag 10 mei 1945 en wordt in Tilburg begraven. Johan Herman Josef van den Heuvel wordt op 19 oktober als pastoor aangesteld. Hij wordt geboren op 18 februari 1900 en is hier slechts drie jaar pastoor geweest. Zijn broer is pastoor in Batenburg.

Pastoor J.H.J. van den Heuvel

1945
Pastoor Van den Heuvel vraagt toestemming aan de bisschop om de oude lagere school om te mogen bouwen tot noodwoning.

Een jonge pastoor J.M. Diels. Bron: Familie Diels

1946
Pastoor van den Heuvel wordt benoemd tot pastoor van de Trouwlaan in Tilburg. Hij sterft, aan de gevolgen van een beroerte, op 13 januari 1970 in Tilburg. Johannes Martinus Diels wordt als pastoor aangesteld. Hij is op 20 augustus 1901 in Dreumel geboren als zoon van een smid en wordt op 2 juni 1928 tot priester gewijd. Hij is kapelaan in Steensel van 1928 tot 1929, kapelaan te Goirle van 1929 tot 1932, kapelaan te Made van 1932 tot 1933 en kapelaan in Best van 1933 tot 1938. Daarna wordt hij Rector in Zijtaart van 1938 tot 1940 en Rector in Diessen van 1940 tot 1946.
Hij stelt Dina Schilders aan als zijn huishoudster. De twee kennen elkaar nog van de scouting in Helvoirt, waar Dina leidster en Johan aalmoezenier was. De scouting heeft naderhand o.l.v. Johan Diels nog een musical/toneeluitvoering gedaan in Alverna.

1947
Op het priesterkoor (op de plek waar nu de twee kaarsendragende engeltjes staan) staan beelden van Lambertus en Eligius. Deze beelden van geel/crèmekleurig geschilderd beukenhout, staan met hun ruggen tegen een schot. Deze twee zijn beelden van onze beider patronen die altijd in de kerk stonden (De beelden van Lambertus en Eligius die nu in de kerk staan stonden altijd opgeborgen en kwamen alleen met de patroonsdag en processie voor de dag). Volgens pastoor J. Diels staan deze twee crèmekleurige beelden in de weg, en aangezien er nog twee lege nissen zijn op de voorgevel van de kerk, worden ze naar die nissen verplaatst. Uiteraard zijn die beelden niet geschikt om buiten geplaatst te worden, en al spoedig komen beiden in stukken naar beneden vallen (Helaas niet meer in de collectie van de Lambertuskerk aanwezig).
Buiten de kerk worden 3 grote lindebomen verwijderd, echt oude knoesten, waarvoor in de plaats 2 populieren komen. Tevens verzorgd tuinbouwbedrijf De Roeper uit Malden een nieuwe beplanting rond de kerk en wordt er een grote steen, waarop de veldwachter in lang vervlogen tijden de nieuwsberichten afkondigde (de gebooi), als stoep bij de ingang van de kerk gelegd.
De Huisselingse Theo Geurts wordt in juni tot priester gewijd. Heel het dorp loopt uit om hem te begeleiden naar de kerk voor zijn eerste H.Mis.
Op het graf van pastoor Verkuijlen tegen het knekelhuisje staat een totaal versleten calvariegroep onder een luifel. Allen het kruis is nog te redden en wordt op het kerkhof geplaatst (niet meer aanwezig).
De wanden langs het priesterkoor worden ‘in plastiek’ gezet.
Van 25 oktober tot 2 november wordt de Heilige Missie gehouden door de Paters Kapucijnen Marcellinus en Severus. (Een serie donderpreken over kuisheid en huwelijksleven volgens de regels van de Kerk).

1948
De grote goud-zilver ciborie wordt aangeschaft. Deze is gemaakt door de firma Teurlings in ruil voor een klein zilveren ciborie, 20 gram goud en een gouden ketting van Dora Kocken, met extra bijbetaling.
De Godslamp wordt aangepast. Vanaf nu kan met behulp van een katrol de lamp omhoog of omlaag geschoven worden, zodat het bijvullen veel makkelijker gaat.
De kruisweg wordt gerestaureerd door kunsthandel Borzo uit ’s-Hertogenbosch.

1949
Op 15 maart wordt door de deken van Herpen de nieuwe Mariaklok geconsacreerd.
De nieuwe bewoners van De Doolhof willen onder geen beding bij de parochie Huisseling horen. Er volgt een grenswijziging en de parochie Ravenstein betaalt jaarlijks een bedrag aan de pastoor van Huisseling voor de geleden schade. Eind december wordt „De Kindsheid” opgericht.
Door de firma Borzo uit ’s-Hertogenbosch worden de kruiswegstaties gerestaureerd. Grad Kocken heeft er ook nog wat aan vertimmerd. Door Piet de Luy wordt een verlichtte ster voor bij de kerststal gemaakt.

1950
Er komt centrale verwarming in de kerk. Men kiest voor oliestook, omdat dit minder vuil en stof met zich meebrengt dan kolen. Hiervoor wordt een stookhok aan de kerk aangebouwd. Het Armbestuur financiert de aanschaf ervan.
Aan het bisdomarchief in ’s-Hertogenbosch wordt het register van doop, huwelijk en overlijden over de periode 1744-1811 in bewaring gegeven.

naar boven

1951-2000

1951
Het mooie Eligiusbeeld wordt gerestaureerd en molmvrij gemaakt door dhr. B. Knipping uit Alverna. Tevens wordt de Eligiusmis gewijzigd van een gezongen naar een gelezen Mis.
Er wordt een dameskoortje opgericht, dat geleid wordt door de rector van Herpen. Het koor houdt stand tot 1955. Op 20 september wordt door de bisschop toestemming verleend om “…enkele niet meer gebruikte beelden van lindenhout te verkopen aan de Paters Capucijnen, onder gehoudenheid tot behoorlijke verantwoording en wijziging van de Inventaris” (Dus niet meer in de collectie van de Lambertuskerk aanwezig). Aan het bisdom wordt een bijdrage gevraagd in de onkosten voor het verbouwen van de woning van de familie Van Gaal.

1952
Volgens pastoor Diels zijn er nu 53 gezinnen lid van de KRO. Ruim 30 huisgezinnen zijn nog geen lid. Volgens richtlijnen van de bisschoppen werden alle gezinnen aangespoord om lid zijn van de KRO.
In de kerk zijn door Piet de Luy de oude lampen vervangen door moderne lampen volgens het verlichtingsplan van Philips. De oude lampen waren glazen schalen met peren aan lange bronzen pendels. Deze zijn aan de missie op Borneo gegeven.
In het priesterkoor zijn 2 gordijnen gekomen ter ere van het H. Sacrament, die op zon- en feestdagen opgehangen worden. Er komt ook een nieuwe boog voor de processie.

Priesterfeest pastoor Diels

1953
Alle 4 de grote beelden en de zijaltaren worden door beeldhouwer Piet Verdonk opgeknapt.
In mei wil het kerkbestuur een gedeeltelijk antieke biechtstoel verkopen. Jammer genoeg is er in de kerk geen plaatsje voor te vinden en is hij voor hier doelloos. Beeldhouwer Verdonk schat het aanwezige hout op 125 gulden. Het kerkbestuur vraagt of ze deze mogen verkopen tegen ongeveer deze prijs. Er valt nog heel veel aan te restaureren, is slecht en aan één kant toegankelijk. Ook ligt daar nog een eikenhouten baldakijn boven een beeld, eveneens onbruikbaar in de kerk. Dit baldakijn is niet antiek. Het kerkbestuur krijgt toestemming van de bisschop om het te verkopen.

Groot priesterfeest in Huisseling! (meer foto's op BHIC.nl)

Op zondag 7 juni 1953 wordt in Huisseling het 25-jarig priesterfeest van pastoor Johan Diels gevierd. Heel het dorp is op deze fraaie zondagochtend uitgelopen om de jubilaris te feliciteren. Om half 10 wordt de feeststoet voor de pastorie opgesteld: schooljeugd, bruidjes, pastoor, familie, feestcomité, parochianen. Vanaf de pastorie tot aan de kerk is een versiering aangebracht en van alle huizen wappert de vlag. Om 10 uur is in een prachtig versierde kerk de Plechtige Hoogmis, opgedragen door de jubilaris zelf, met assistentie van Piet Kocken O.Praem., Rector Frans Meulemans en kapelaan Theo Geurts. Het Parochieel Zangkoor zingt onder leiding van Ties Jansen, terwijl dit koor na de H. Mis samen met het Dameskoor de vijfstemmige feestcantate van Haller zingt.
Na afloop van de mis gaat de stoet weer in dezelfde volgorde terug naar de pastorie, waar de huldiging van de jubilaris zal plaatsvinden en waar het geschenk van de parochianen zal worden aangeboden door de kerkmeester, de heer Marcellis van den Bergh. Hierna volgen de kinderhulde en de wensjes van de bruidjes, waarna burgemeester Hoefnagel een toespraak houdt. OBK besluit de huldiging met een aubade. Om half 4 volgt dan nog een Plechtig Lof, waarna voor iedereen de gelegenheid bestaat de jubilaris te feliciteren.

De parochianen hebben een cadeau bedacht voor de pastoor. Het uitgangspunt is: “Onze pastoor houdt veel van zijn kerk en spaart kosten noch moeite om van onze parochiekerk een waar juweel te maken.” Het cadeau wordt dan ook de beschildering van het priesterkoor. Er bevinden zich nog kale nissen op het priesterkoor en men wil ze laten beschilderen met engelengroepen. Kunstschilder Piet Gerrits uit Heilig Landstichting wordt gevraagd een ontwerp te maken. Omdat Piet invalide is, doet zijn broer Gerard het eigenlijke schilderwerk. Onder diens toeziend oog mag de Huisselingse kunstschilder Piet Coray de gewelven in het priesterkoor van biezen en sterren voorzien. Op woensdag 10 juni volgt dan nog een feestelijke dag voor de kinderen. Om half 9 naar de Kindermis en vanaf 9 uur vrij! Vanaf half 3 komen de kinderen dan bij Drikus de Bruijn bij elkaar voor de kinderspelen, met na afloop een traktatie.

1954
Op 17 januari wordt oud-koster Wim Kocken geprofest. Hij legt zijn geloften af in het convent van de Kapucijnen in ’s-Hertogenbosch en komt bij de Kapucijnen in Velp wonen. Huisseling viert dit feest gezamenlijk.
De boteromgang wordt ingevoerd.
Op 21 juni arriveert de nieuwe luidklok (zie stuk over de klokken).

1955
Er komt een volautomatisch Angelusapparaat in de toren, zodat de koster niet meer om 12 uur het Engelen des Heren hoeft te luiden.

Enkele van de oude kinderbankjes uit de zijbeuken

In de huidige kerk staan tot 1956 nog andere banken uit de oude kerk. Het is een verzameling (allegaartje) van banken, die uit vijf verschillende soorten bestaan en op blankhouten vlonders stonden. Eind 1955 wordt aanvraag gedaan voor de aanschaf van nieuwe banken. Dit om meer eenheid in de kerk te krijgen en opdat gelovigen “gemakkelijker en behoorlijker” in de banken kunnen zitten. Van de oude banken zijn in het archief nog de afmetingen opgenomen. De aanschaf van banken met vijf (i.p.v. vier) zitplaatsen doet de kerk meer tot zijn recht laten komen en worden er extra zitplaatsen mee gewonnen. I.p.v. 22 rijen worden het er nu nog maar 19. Bij de communiebank komt nu ook meer ruimte vrij. De tweepersoons zijbankjes van grenenhout blijven staan om kosten te sparen (later toch verwijderd). De achterste banken zijn antiek, d.w.z. de 13 kopstukken aan de middengang, aan de zijgangen zijn het effen planken. In de oude kerk stonden de banken namelijk met één zijde tegen de muur. De banken zelf zitten ongemakkelijk en het hout is zeer noestig. Het bisdom wil dat deze kopstukken verkocht worden aan de Sint Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch (niet meer gevonden). De voorste banken worden verkocht aan de Petrus Donderskapel in Tilburg. Het overschot wordt per opbod verkocht.
De nieuwe banken kosten ca. 9.000 gulden. Er heerst nog bankenpacht en een groot gedeelte van de kosten zullen door de gelovigen zelf worden terugbetaald… Voorheen stonden vooraan luxe banken met deurtjes en kussentjes voor de burgemeester, de huisarts en de gegoede burgers. De nieuwe banken naar model “Baardwijk” worden gemaakt van Slavonisch eikenhout en geleverd door meubelfabriek A.C. Ballemans in Dongen. Zij leveren ook de kerkmeesterbank en de vlonders. De firma Kleysen in Haaksbergen levert 197 wolvilten knielkussens. In de oude inventarisatie van het Rijksmonumentenregister staat dat er een eiken zitbank op de Rijksmonumentenlijst staat geplaatst. Deze bank is inmiddels verdwenen.
De organist heeft Huisseling verlaten en is in Ravenstein gaan wonen, waar hij bij een meubelfabriek werkt. Hij kan tijdens werkdagen niet gemist worden en pastoor Diels is genoodzaakt om Z.E.H. Rector Verhoof uit Herpen te laten komen om het orgel te bedienen.

1957
De grote ciborie wordt geheel opnieuw verguld door Hamers Edelsmidse te Tilburg. Uitwendig mat, inwendig glanzend en nieuwe ivoren nodus.

1958
De nieuwe wijk ‘De Midding’ in Ravenstein gaat in zijn geheel over naar de parochie Ravenstein. Er wordt grond verkocht aan de gemeente voor de nieuwe Uloschool. Ook vanwege de aanleg van de Dorpenweg raakt de kerk grond kwijt.
In september wordt de oude zilveren kelk ingeruild voor een nieuw verguld zilveren exemplaar dat is gemaakt door de firma Teurlings.

Het ooievaarsnest die pastoor Diels in 1959 liet bouwen


1959
Van het feestgeschenk ter gelegenheid van het 12,5-jarig pastoraat van pastoor Diels, dat in combinatie met het Paasfeest zuiver kerkelijk wordt gevierd, worden een koormantel, een wit gotisch kazuifel en 4 witte gordijnen voor in het priesterkoor aangeschaft.
In juni/juli is er een ooievaar in Huisseling gesignaleerd en pastoor Diels laat een ooievaarsnest opzetten in de tuin naast de pastorie. Hij vroeg de parochianen na de mis om “met uittemotor” weg te rijden! De ooievaar heeft er nooit opgezeten…
Op 4 september wordt de kosterswoning verkocht aan Jan Jansen uit de Broekstraat in Herpen. De woning is versleten en de koster (Flip van Zuijlen) wil er niet langer meer in blijven wonen en hij betrekt met zijn gezin een nieuw huis aan de Grotestraat.
Op 13 december viert Wout Elemans zijn 25-jarig ambt als kerkmeester.

1960
Het uurwerk wordt omgebouwd en het opwinden, dat voorheen met de hand moest worden gedaan, geschiedt vanaf nu automatisch.

1961
Na een geldgeschenk van de familie Diels wordt er een nieuwe bidstoel aangeschaft.
In de pastorie wordt de keuken verbouwd. Er komen onder andere nieuwe ramen en een nieuw aanrecht.

1962
De kruiswegstaties, die aanvankelijk in één gezamenlijke grote lijst zitten (twee tezamen in één lijst), worden door de firma Salet één voor één gratis in een aparte lijst geplaatst.
Naast de kerk wordt een parkeerterrein ingericht, ter vervanging van het oude kerkhof. Hiervoor moeten de grafzerken van beide pastoors Van Gils naar het groot kerkhof worden overgebracht, alwaar ze op de Calvarieberg worden gelegd. De gemeente Ravenstein werkt mee aan het parkeerterrein.

1963
Op 22 april overlijdt vrij plotseling kerkmeester Cellus van den Bergh. Henri Elemans en Jan van den Hoogen worden beiden tot armmeester en Herman van Grunsven tot kerkmeester benoemd.

1964
Meester Ties Jansen neemt als dirigent afscheid van het koor en wordt opgevolgd door Mhr. Vonk.

1965
De bankenpacht wordt afgeschaft. Tevens wordt er een nieuwe geluidsinstallatie aangeschaft.
Vanaf dit jaar gaat de kerk grafrechten vragen.

1966
De verwarmingsinstallatie wordt geheel vernieuwd. Ook in de pastorie komen nieuwe kachels.
Aan de Heuveleindstraat wordt op verzoek van pastoor Diels een voetbalveldje aangelegd. De jeugd die steeds het parkeerterreintje bij de kerk gebruikt bij gebrek aan een voetbalveld, is vanaf nu dus voorzien. Ook wordt er een zangclub opgericht voor gehuwde dames.

40-jarig jubileum pastoor Diels 1968. Bron: Fam. Wattenberg

1968

40-jarig jubileum pastoor Diels 1968. Bron: Fam. Wattenberg

Pastoor Diels viert samen met de parochianen zijn 40-jarig priesterfeest. Een comité organiseert een pastoorsfeest. Op Eerste Pinksterdag is er een Hoogmis waarin pastoor Piet Kocken samen met de feesteling voorgaat. Na de Hoogmis volgt er op het parkeerterrein een huldiging, receptie en het aanbieden van de cadeaus als kazuifels, radio en grammofoonplaten en een bedrag onder couvert. Voor de kinderen van de lagere school is er een traktatie. Op Tweede Pinksterdag is er voor de kinderen van 8 tot 14 jaar een sportdag op het voetbalveld.

Emeritaat pastoor Diels 1971


Pauselijke onderscheiding voor Dina Schilders 1971

1971

Emeritaat pastoor Diels, kinderfeestje bij Frans Egbars, o.l.v. Piet Hein Arts 1971

Koster Flip van Zuijlen neemt ontslag.
Johan Diels neemt op zondag 5 september ontslag en wordt benoemd als Emeritus-pastoor, waarna hij zijn opvolger Jan Donders assisteert. Hij is de laatste echte Huisselingse pastoor en mag met toestemming van het bisdom op de pastorie blijven wonen. Dina Schilders viert eveneens haar zilveren jubileum en wordt onderscheiden met het ereteken “Pro Ecclesia et Pontifice”. Van de parochie kreeg ze een mooi hangklokje en de pastoor 4 Oirschotse stoelen.

Pastoor J.W. Donders

Johannes Wilhelmus Donders, priester uit de congregatie van de paters van de Heilige Geest (C.S.Sp.), geboren in Kaatsheuvel op 10 juni 1924, wordt op 10 september als pastoor aangesteld. Van 1955 tot 1961 en van 1963 tot 1965 is hij missionaris in de Centraal Afrikaanse Republiek, Novicenmeester in Baarle-Nassau van 1965 tot 1967 en kapelaan in Weert van 1967 tot 1968. Sinds 1968 is hij pastoor in Ravenstein, maar vanaf 1971 ook pastoor in Huisseling.
Na 37 jaar trouwe dienst als kerkmeester sterft op 9 oktober Wout Elemans op 90-jarige leeftijd.

Oud prentje van pastoor Donders in de Missie. Bron: Parochiearchief Huisseling!

1972
De oude school waarin de familie Van Gaal woont wordt verkocht. Ook het kerkpaadje wordt verkocht aan de buurman en tevens verkoop van grond aan het Rijk i.v.m. de aanleg van de nieuwe snelweg.
De processie ter van de Heilige Eligius wordt voor het laatst gehouden (zie stuk over Eligius).

1974
Voortaan gezamenlijke exploitatie voor de parochies H. Lambertus, H. Lucia en H. Willibrordus.
Het kerkkoor krijgt in september een nieuwe dirigent in de persoon van Henk van Leeuwen.

1975
Het parochieblaadje Info verschijnt vanaf dit jaar ook in onze parochie.
Jan Elemans volgt Thé Schonenberg op als kerkmeester. Hij zal tevens beheerder worden van het kerkhof dat dit jaar een grondige onderhoudsbeurt zal krijgen.
De wijzerplaten op de toren worden van nieuwe cijfers voorzien en worden voortaan verlicht.
De oude verwarmingsketel in de kerk is versleten en wordt vervangen door een nieuwe. Er wordt overgegaan van olie- naar gasstook. De olietank onder de grond naast de kerk wordt met zand gevuld.
Er komt een poort tussen de pastorietuin en de parkeerplaats.
Mevrouw Tonies is bezig met een kinderkoor.
Herman van Grunsven stopt als collectant; Peter Geutjes neemt die taak over.
Pastoor Diels verzoekt het bisdom om gratificatie over het verlies van inkomsten na het overgaan van 144 zielen naar de parochie Ravenstein, vanwege een nieuwe grenswijziging tussen de parochies.

1976
Jan Vrolijk gaat het kerkhofonderhoud doen.
De stenen rond de calavarieberg worden verkocht aan overbuurman Freddie Wittenberg, die ook een inritje zal maken naar de garage naast de pastorie.

1978
Het pijporgel wordt gerestaureerd door de firma Vermeulen uit Weert. Een speciaal opgericht orgelcomité haalt ruim 7.000 gulden op onder de parochianen. Met het kerstconcert wordt het orgel plechtig ingespeeld door organist Léon van den Brand.

Gouden priesterfeest pastoor Diels. Bron: Familie Wattenberg

Op 2 juni viert oud-pastoor Johan Diels zijn gouden priesterfeest. Op 4 juni volgt een plechtige H. Mis door hem opgedragen met assistentie van pastoor Jan Donders. Verder wenst hij geen uiterlijk vertoon. Toch bracht harmonie OBK de jubilaris een serenade.
Pastoor Jan Donders is op 22 oktober aanwezig bij de installatie van paus Johannes Paulus II op het Sint Pietersplein, na het plotseling overlijden van paus Johannes Paulus I op 29 september.

1979
Dit jaar worden de ramen in het priesterkoor gerestaureerd.
Op 3 juni wordt het zilveren priesterfeest van Jan Donders gevierd in een grote tent op ’t Kempke.

1980
In Ravenstein wordt gevierd dat het 600 jaar geleden stadsrechten kreeg.
40-jarig priesterfeest van kapelaan Wim Besselink in mei. De plechtige Eucharistieviering heeft plaats in de tent van de stadsfeesten. Op 15 sptember neemt pastoor Krijnen van Deursen-Dennenburg ontslag en Wim Besselink volgt hem op als pastoor.
Vanaf dit jaar wordt Jan Donders bijgestaan door weekendassistent pater Rein van Langen S.C.J. uit Nijmegen na het vertrek van pater J. Verberne en pater W. van Son van de Spiritijnen. Ook de overige kerkramen worden gerestaureerd.

1981
Zuster Truus de Vocht viert haar zilveren jubileum als wijkzuster.
Er wordt een begin gemaakt met besprekingen over een gemeenschapsruimte in Huisseling (gemeentelijk).
Op 18 september volgt de opening van de nieuwe sporthal Den Hoge Graaf in onze parochie.

1982
In Ravenstein wordt rouwkapel Sint Joseph geopend.
Zuster De Vocht neemt afscheid als wijkverpleegster en wordt onderscheiden met zilveren medaille, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. Op 30 april vieren de zusters in Deursen dat zij 250 jaar geleden een nieuw begin maakten in Het Land van Ravenstein met ‘Nieuw Soeterbeeck’.
Het gemengd koor zingt met succes in De Doelen in Rotterdam, t.g.v. het Nederlands Korenfestival van de Avro.

De oude markante rode beuk. Bron: Parochiearchief Huisseling

1983
Voor de pastorie wordt de markante rode beuk geveld, omdat hij ziek is en niet meer te redden valt. Tiny van Lieshout wordt benoemd tot lid van het kerkbestuur.
Een begroetingsdienst bezoekt de mensen in de nieuwe wijk bij de sporthal.
Op 2e Paasdag zingt het nieuwe kinderkoor, o.l.v. Henk van Leeuwen en Jan van Munster, voor het eerst in de kerk. Op het priesterkoor wordt een nieuw elektronisch orgeltje geplaatst.
Er zijn plannen om het aloude gilde van Sint Lambertus nieuw leven in te blazen. Een groepje van 5 mannen o.l.v. Henk van Leeuwen is er druk mee.
De plannen voor een nieuwe gemeenschapsruimte zijn van de baan. Er zijn nu vaste plannen ontstaan om een bijeenkomstruimte te bouwen aan de kerk.
Johan Diels doet sinds enige tijd geen H. Mis meer. In augustus wordt hij ziek.

De oude markante rode beuk voor de pastorie. Bron: Parochiearchief Huisseling

1984
Annie van den Hoogen-Boll overlijdt plotseling. Zij heeft veel betekend voor de kerk en het toekomstige gilde.
In Huisseling zijn ‘stille krachten’ die een, door specialisten ‘dood’ verklaard luidsysteem, zomaar weer aan de praat krijgen! Die stille krachten zijn Jan Elemans en Ad Vos.
Henk van Leeuwen is tien jaar dirigent van het Huisselings Gemengd Koor (ook wel Sint Lambertuskoor genaamd). In die tien jaar heeft hij het koor tot een hoog niveau weten te tillen.
Heemkundekring Maasland komt in actie om het knekelhuisje te behouden, nu de nieuwe bijeenkomstruimte definitief wordt. In september wordt begonnen met de bouw van het parochiecentrum, dat aangenomen wordt door de firma Dekkers Hout. De architect is dhr. G. van der Ven uit Deursen. De biechtstoel zal straks de toegang vormen tot het zaaltje.
In november wordt de boomgaard naast de kerk als bouwkavel verkocht aan de familie Baars-Bootsma uit Ravenstein. De vijver bij de pastorie wordt gedempt.

De uitvaart van pastoor Johan Diels

Pastoor Johan Diels schenkt de parochie een nieuw groen kazuifel. Zijn gezondheid wordt steeds slechter.
Hij gaat nu ook geestelijk verder achteruit en overlijdt op 14 december op 83-jarige leeftijd. Op 19 december wordt er plechtig afscheid van hem genomen met een Eucharistieviering, waarin deken P. van Spijk voor ging met assistentie van Jan Donders, Wim Besselink, Rein van Langen, Theo Geurts, W. van H? en vicaris Hendriks. Door Theo Baars worden foto’s gemaakt.

Het zojuist gereed gekomen parochiecentrum. Bron: Parochiearchief Huisseling

1985
Op het parochiecentrum waait de vlag. In de sporthal wordt een informatiebijeenkomst belegd voor de parochianen over het gebruik van het zaaltje. Op 20 april wordt het gebouw opgeleverd en vanwege de regen zelfs met Koninginnedag al in gebruik genomen. Op 30 juni volgt de officiële ingebruikname en inzegening door pastoor Donders. Het knekelhuisje wordt gerestaureerd door Nico de Bont uit Nieuwkuijk.

Interieur van het parochiecentrum. Bron: Parochiearchief Huisseling

 

Een deel van het kerkbestuur: Gerda van Aar, Jan van Schadewijk, Tinus Pijnenburg en Gerda Heinemann. Bron: Parochiearchief Huisseling

Het kerkbestuur wordt uitgebreid met 2 nieuwe leden, te weten mevrouw Gerda van Aar-van den Berk en dhr. Theo Krabbenborg. Daarnaast zijn Jan Elemans, Jan van den Hoogen, Tiny van Lieshout en Gerda Heinemann-Münsters lid van het kerkbestuur.
De Calvarieberg op het kerkhof wordt naar achteren verplaatst. Het kerkplein wordt flink aangepakt door de firma Verstegen uit Schaijk. Ook de bermen worden op kosten van de gemeente met tegels verhard.

In september is het groot feest in Huisseling.
De heropleving van het Sint Lambertusgilde wordt groots gevierd. Op zaterdag wordt er een nieuwe koning geschoten en op zondag is er een plechtige Hoogmis, waarbij verschillende gastgilden aanwezig zijn. Het kerkbestuur heeft het gilde geld geschonken voor een hoofdvaandel.
Rein van Langen blijft tot oktober bij onze parochie en die van Ravenstein betrokken voor hij naar Amsterdam vertrekt.
Vanaf oktober wordt Jan Donders bijgestaan door emeritus kapelaan/pastor Wim Besselink C.S.Sp. Hij wordt op 5 november 1915 in Ruurlo geboren en priester gewijd op 21 juli 1940. Hij heeft jaren gewerkt in Angola en daarna in Breda, Helmond en Lieshout. Toon van de Lokkant C.S.Sp, geboren op 29 mei 1927 in Haps, wordt de opvolger van Wim Besselink voor de parochie Deursen-Dennenburg.

Pastor W. Besselink

De parochianen kunnen zich inschrijven voor de koop van de pastorie. Er zijn geen gegadigden. Woonmaatschappij Maasland wordt benaderd om de pastorie tot bejaardenappartementen om te bouwen.
De eerste misdienettes worden ingewerkt om de H.Mis te dienen en er is een bijeenkomst voor de cursisten van de kindernevendienst dat men in Huisseling ook wil gaan doen.
Tiny van Lieshout start in november met nieuwe zangers en zangeresjes voor het kinderkoor.
Op 21 december wordt door het gilde de eerste kerstknutselmiddag gehouden voor de jeugd. Zij kunnen een werkstukje en een kerststukje maken en krijgen chocomel met kerstbrood.

1986
Jan van den Hoogen neemt afscheid van het kerkbestuur. Hij wordt geprezen om zijn verdiensten voor de parochie. Met succes wordt de kindernevendienst ingevoerd. Elke maand is er in het parochiezaaltje een bijeenkomst, die door moeders wordt begeleid.
De Woningstichting Maasland komt met een plan om de pastorie te laten ombouwen tot een Bejaardencentrum. Naast de pastorie zouden dan enkele zelfstandige bejaardenwoningen komen te staan. De gemeente Ravenstein keurt dit plan af i.v.m. ‘stedenbouwkundige overwegingen’.

Verkoopadvertentie pastorie

Het gilde houdt dit jaar voor het eerst een spelletjesmiddag voor de kinderen. Deze wordt gehouden op de zaterdag van de patroonsfeesten. Wigwams van Jeugdwerk Herpen worden geleend om het veld aan te kleden.
Dit jaar komt op 30 november voor het eerst Sinterklaas naar Huisseling. Hij komt onder gildebegeleiding aan bij het parochiecentrum. Ruim 80 kinderen en vele ouders zijn aanwezig. Tijdens de kerstknutselmiddag in december wordt spontaan het orgeltje uit de kerk naar het parochiecentrum gedragen en Jan van Munster gaat kerstliedjes spelen, met de kinderen om hem heen die gaan meezingen.

1987
In mei wordt de pastorie openbaar te koop aangeboden. In mei wordt het pand verkocht aan de familie Van Liebergen-de Leeuw.
Tijdens een repetitie van het koor op woensdagavond ontstaat er een schoorsteenbrand. Nadat er door het koor al grappen zijn gemaakt over stank constateert Ruud van den Hoogen rookvorming boven het dak van de kerk en hij belt de brandweer, die met groot materieel uitrukt. Gelukkig blijkt alles mee te vallen. Een vogelnest in de schoorsteen heeft vlam gevat.
In juni verhuisd Dina naar de Mgr. Borretlaan in Ravenstein en krijgt van het kerkbestuur een elektrisch kooktoestel cadeau, waar ze zeer blij mee is. Er wordt een bloemengroep geformeerd. In september wordt Gerda van Aar opgevolgd door Tonny Ceelen, Gerda Heinemann, Eduard van den Bergh en Mario Coenen in de ‘Welkomstgroep Nieuwe Wijk’. Thé Arts krijgt in november de gouden speld van de Gregoriusvereniging uitgereikt, vanwege zijn 40-jarig lidmaatschap van het Huisselings Gemengd Koor.

De Lambertuskerk tussen de jaren 1986 en 1989


1988
In maart wordt de doopvont van de doopkapel naar het Maria-altaar verplaatst.
Dina Schilders krijgt door burgemeester Koos Combée de eremedaille in zilver opgespeld, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. Zij ontving deze onderscheiding vanwege haar 40-jarig werk als huishoudster in de parochie. Zo bescheiden als ze is vind ze dat de onderscheiding niet heeft verdiend. Vanaf 1 mei wordt de avondwake ingevoerd.

Marietje Kocken zoals we haar ons herinneren. Bron: Parochiearchief Huisseling

1989
Marietje Kocken wordt onderscheiden met de eretekenen van “Pro Ecclesia et Pontifice”, omdat zij al 45 jaar als huishoudster in dienst van de kerk is.
De misdienaars gaan van het geld van de eieromgang naar De Bergen in Wanroij en gourmetten in het parochiecentrum. Op dat moment zijn Herald, Bas, Hein, Femke, Roosmarijn, Sander, Anke, Marlon, Patricia, Lenny, Ellen, Mieke, Bjorn, Marcel en Jasmijn de misdienaars in Huisseling.
Na de vakantie stopt Ad Vos als koster, in november worden 3 dames gevonden die het kosterschap over willen nemen, te weten Tonny van Schadewijk, Thea van den Bergh en Betsie Jansen. Maria Derks-Peters en Tiny van Lieshout vieren hun 25-jarig lidmaatschap bij het gemengd koor. Zij ontvangen de zilveren medaille en de zilveren draagspeld van de Gregoriusvereniging.
Jacques Leo uit Ravenstein wordt tot priester gewijd.

1990
De beelden van Eligius en Lambertus worden onderhanden genomen met een behandeling tegen houtworm.
Op 8 september viert Wim Besselink zijn gouden priesterfeest in onze kerk. Hij wordt begeleid door pastoors Jan Donders, Toon van de Lokkant, misdienaars en gilde.

Het priesterfeest van pastor Besselink

Chris Salet viert zijn 40-jarig jubileum bij het koor en Jan de Bruijn zijn 25-jarig jubileum als organist. Zij ontvingen de gouden en zilveren medaille van de Gregoriusvereniging en de bijbehorende draagspelden. Door het gemengd koor wordt een spetterend kerstconcert gezongen.

1991
Het kerkbestuur neemt afscheid van mevr. Gerda Heinemann-Münsters. Als nieuw kerkbestuurslid wordt benoemd mevr. Diny Kocken-Boeijen.
Gerda van Aar-van de Berk wordt beheerder van het parochiecentrum. Mevr. Marie van Summeren-van Gaal werd de nieuwe kosteres i.p.v. Betsie Jansen-Jansen.
Bij het gemengd koor worden 6 jubilarissen gehuldigd met de zilveren Gregoriusspeld, te weten mevr. Lies van Zuijlen-den Brok, mevr. Anna van Haren-Driessen, mevr. Mientje Dekkers-van Schadewijk, mevr. Anneke Schonenberg-Wilms, mevr. Marie van Dijk-Straten en mevr. Ria van den Elzen.

1992
Tiny van Lieshout neemt afscheid van het kerkbestuur. In zijn plaats komt Mario Coenen.
De heer Jean-Piërre van Rijen heeft in zijn studie de ciborie van onze kerk opgenomen. Later is de ciborie tentoongesteld in het Utrechtse Catharijneconvent.
De oude olietank tussen de kerk en het huis van de familie Jansen is schoongemaakt en met zand gevuld.

1993
Er is een Stichting Mariabeeld Ravenstein opgericht door onder andere Jan Coenen en oud-Huisselinger Hein van Schaijk. Aan de A50, ter hoogte van de Meerstraat, moet een Mariabeeld komen staan. Er worden gelden voor ingezameld. Het Sint Lambertusgilde wordt bereid gevonden zorg te dragen voor het nodige onderhoud.
Pastor Wim Besselink gaat na enkele zware darmoperaties voor verdere verzorging naar Huize Maasland. Helaas duurt dat niet lang. Hij sterft op zaterdag 20 februari. Op 24 februari is er gelegenheid om afscheid van hem te nemen tijdens een Avondmis en de volgende dag tijdens de uitvaartdienst in Ravenstein, waarna hij wordt begraven op het kloosterkerkhof. Pastor Besselink was als assistent een grote steun voor onze parochie.
De misdienaars hebben hun jaarlijkse uitstapje naar zwembad De Tongelreep in Eindhoven en daarna gourmetten in het parochiecentrum, o.l.v. Tilly, Gerda en Marietje. De misdienaars zijn op dat moment: Mieke, Bjorn, Ellen, Jolanda, Lenny, John, Marcel, Jasmijn, Maarten, Robert, Niels, Gijs, René, Hilde en Duifje. Ook het kinderkoor heeft een uitstapje naar De Tongelreep.
Op 31 oktober viert pastoor Jan Donders zijn 25-jarig priesterjubileum. Het wordt gevierd met een Plechtige Eucharistieviering in de Sint Luciakerk en een receptie in Vidi Reo. Bij het jubileum wordt het boekje “Donders’ Goed” uitgegeven. Door de gemeente Ravenstein wordt Donders onderscheiden als ‘ereburger’ van Ravenstein.
Op 20 november is de landelijke intocht van Sinterklaas. Ook ons gilde is daarbij betrokken. De N.O.S. zend de aankomst live uit op de Nederlandse televisie.
Theo Krabbenborg stopt als kerkbestuurslid.

1994
Jan Donders neemt op 11 juni afscheid als pastoor. Op die dag viert hij tevens zijn 40-jarig priesterjubileum. Er komt gelukkig een opvolger. Pater H. Voorn komt stagelopen in onze parochies. Hij vertrekt in april naar Gemert.

Pastoor J. de Lange

Op 1 juli wordt Joop de Lange aangesteld als pastoor voor de parochies Huisseling en Ravenstein. Hij wordt geboren op 13 oktober 1930 in St. Nicolaasga in Friesland en op 21 september 1958 in Gemert tot priester gewijd, waarna hij gaat werken als missionaris in Brazilië. Van 1986 tot 1992 is hij pastoor en principaal in het Noord-Braziliaanse spiritijnse district Joop de Lange is een vriendelijke pastoor en groot van postuur (1.98m.).
Theo Krabbenborg neemt afscheid van het kerkbestuur. Rinus van Oosteren volgt hem in deze op. Jan Donders vertrekt naar Reek als pastoraal werker van het verzorgingstehuis. Hij is tevens gildepriester voor de Kring Land van Cuijk.

1995

1996
Vanaf 1996 komt pater Piet Pouls C.S.Sp. Joop de Lange assisteren. Pouls wordt op 7 februari 1927 te Neer geboren. Van 1954 tot 1975 is hij missionaris in Angola, van 1976 tot 1996 pastor in de Portugese Parochie in Amsterdam en assistent in Ravenstein van 1996 tot 1999.
De kinderkoren van Huisseling (het Huisselings Kinderkoor) en van Ravenstein (Jubilate), worden samengevoegd tot kinderkoor ‘De Vlinders’. Mieke van Veghel en Susan van Lieshout uit Huisseling worden de dirigentes/begeleidsters van het koor. Het kinderkoor oefent iedere week in het parochiecentrum van Huisseling.

Het plaatsen van de nieuwe beelden met een hoogwerker van De Bresser

Op de plekken waar eens twee beukenhouten beelden stonden worden in 1996 twee nieuwe beelden geplaatst. Afkomstig uit het depot van het bisdom in Appeltern. Geen Lambertus en Eligius, geen bisschoppen, maar twee wezen die lang geleden de martelaarsdood hadden gevonden; de legionair Donatus en de knaapachtige ijsheilige Pancratius. Beiden zo’n 230kg zwaar. Hoewel niet direct verbonden met de kerk van Huisseling, pasten beide heiligenbeelden zeer goed. Niet alleen vanwege hun stijl, een overgang van late neogotiek naar stilering van de Beuroner Schule, en die dus aansluit op de architectuur van dit gebouw en het interieur ervan. Ook hun maatvoering kwam perfect overeen met de hoogte en de diepte van de nissen. De een geharnast, de ander gekleed als diaken. Daarnaast zijn beide heiligen goede bekenden op het platteland, werden zij bijzonder aangeroepen, vereerd in agrarische gemeenschappen. Donatus, met een eigen bedevaartsoord in Reek, geldt als beschermer tegen noodweer, in het bijzonder tegen onweer. Pancratius wordt samen met Servatius en Bonifatius de ijsheiligen genoemd. Zij markeren de grens tussen het staartje van de winter en de prilheid van de lente.

Pater Piet Pouls C.S.Sp.

1997
Oprichting van Kwadrant.Een overlegorgaan van de pastorale eenheid Ravenstein, om te komen tot een grotere samenwerking en het op elkaar afstemmen van pastorale en bestuurlijke activiteiten in de tot nu toe nog onafhankelijk van elkaar bestaande parochies.
Marietje Kocken poetst al 55 jaar de kerk. Haar vader Grad droeg het haar destijds op. Die deed nogal wat klusjes voor pastoor Franken, wiens werkster vertrok, zodoende. In de krant wijdt ze uit over schoonmaakmethoden en zelfgemaakte boenwas.

Pastoor Ad Tijssen

1998
Tot 1 januari blijft Joop de Lange aan als pastoor.
De op 15 februari 1935 in Gemert geboren Ad Tijssen C.S.Sp. wordt als priester aangesteld. Hij volgde zijn opleiding op het Klein Seminarie te Weert, waarna hij het groot seminarie volgde van de congregatie van de Heilige Geest. Op 15 oktober 1961 is Ad Tijssen tot priester gewijd en in september 1962 startte zijn levenstaak in Tanzania. In 1996 kwam hij terug naar Nederland en is op 18 januari 1998 pastoor geworden van de parochies H. Lucia en H. Lambertus.

De restauratie van de Lambertuskerk. Bron: Parochiearchief Huisseling

De Lambertuskerk wordt gerestaureerd. Onder andere de toren, de klokkenzolder en de gewelven worden flink onderhanden genomen. Er komt een nieuwe kachel en de voorgevel wordt opnieuw gevoegd en er komen voorzetramen aan de zijde van het pleintje. De parochianen brengen zelf veel geld bijeen. Dat was een eis van het bisdom! “Is de kerk levensvatbaar, is de vraag?”

Het optakelen van de oude grafsteen uit de pastorietuin. Bron: Parochiearchief Huisseling

Op 26 mei komt de haan weer terug op de toren. Dit gebeurt met een hoogwerker. Tevens wordt de schoorsteen, die met een storm naar beneden was gekomen weer teruggeplaatst op het priesterkoor en wordt de grafsteen van pastoor De Bruijn over de kerk getakeld. Deze komt later dit jaar op de Calvarieberg te liggen.

De grafsteen op het kerkplein. Bron: Parochiearchief Huisseling

Op 20 september is er groot feest! De kerk wordt officieel heropend na de renovatie. Tevens worden de patroonsfeesten van de kerk en het gilde gevierd en het 25-jarig jubileum van het Gemengd Koor. Op zondag is er een Hoogmis met 3 Heren, waarna in de tent op het veldje bij de kerk een koffieconcert door OBK (Met gebak!) en een optreden van het koor. In de kerk heeft het gilde een tentoonstelling georganiseerd. Een goed dorpsfeest.

Op 19 juni wordt het 40-jarig priesterfeest van Joop de Lange gevierd. In augustus wordt bekend dat pastoor Ad Tijssen problemen heeft met zijn nieren. In september stopt Wil Wattenberg als kerkbestuurslid.
Johan de Loyer neemt de functie over. Op zondag 4 oktober wordt onder leiding van pater Piet Pouls een familieviering rondom Werelddierendag georganiseerd. Dieren werden mee naar de kerk gebracht en gezegend.

Marietje Kocken wordt uit haar benarde postitie bevrijd. Bron: Fam. Kocken

Op 27 oktober is er grote consternatie in Huisseling. Marietje Kocken is op de zolder van de kerk van de gewelven gevallen en op het plafond van de sacristiezolder terechtgekomen! Ze kan niet zomaar naar beneden. De hoogwerker van de Osse brandweer komt er aan te pas. Met een scheur in één van haar nekwervels wordt ze opgenomen in het Radboud te Nijmegen. Ze heeft veel pijn, maar denkt eigenlijk alleen maar aan wanneer ze weer aan het werk zou kunnen!
Op 15 december wordt het ‘Renovatiecomité’ opgeheven met een feestvergadering. En terecht!
Het Gemengd Koor sluit op 20 december haar jubileumjaar af met een fantastisch kerstconcert. De pastoor biedt als dank een kaars aan, die bij de kerststal wordt geplaatst.

1999
Op 3 januari is er een nieuwjaarsreceptie in het parochiecentrum. Het is erg druk en voor herhaling vatbaar.
Op 14 maart gaat pater Piet Pouls tijdens een dienst onderuit! Hij raakt buiten kennis en er wordt een ambulance gebeld. Allerlei onderzoeken houden hem een week in het ziekenhuis, maar de eigenlijke oorzaak wordt niet gevonden.
Op Paaszondag 4 april wordt er plechtig met een lege emmer gezegend. De kosteres was het wijwater vergeten en de “pastoor” had zijn ogen nog dicht.

naar boven