Gilde

Huisseling.nl; Logo Sint Lambertusgilde

 

Het Sint Lambertusgilde

Kermis

Gildelied Sint Lambertus

Reglement van het Broederschap van den Heiligen Lambertus

Het koningszilver

Dagkoningen van het gilde

Lijst van gemeentekoningen

Lijst van burgerkoningen

Lijst van winnaars jeu de boule

Ledenlijst

Gedicht over Sint Lambertus

 

Link naar de Facebookpagina: Facebookpagina Huisselings gilde
Op Activiteiten Sint Lambertusgilde vindt u meer informatie over ons gilde.

 

Hieronder stukken met betrekking tot het Sint Lambertusgilde en lijsten van koningen, dagkoningen, gemeentekoningen en burgerkoningen.

 

Het Sint Lambertusgilde
Inleiding
De officiële naam van het Sint Lambertusgilde luidt “Het Broederschap van den Heiligen Lambertus te Huisseling”. Het stelt zich ten doel de christelijke broederschap uit te dragen, die gekenmerkt wordt door vriendschap, verdraagzaamheid en hulpvaardigheid, vanuit de traditionele gildegeest, met de daaraan verbonden gildetradities. Het gilde stelt zich verder ten doel de genoemde eigenschappen in de gemeenschap van Huisseling te bevorderen.

Het ontstaan van de gilden
De dorpsgilden zijn ontstaan omstreeks 1500, soms zelfs eerder. Ze zijn sterk verbonden met de kerk en hebben vaak dezelfde patroonheilige. Ze bevorderden de bouw en de bescherming van kerken tegen verovering en brandstichting. In de loop der tijd werden deze godsdienstige broederschappen omgevormd tot schutsgilden. Ze verleenden ook hulp bij plaatselijke rampen, zoals de pest, bij watersnood en het begraven van doden. De beschermende functie was belangrijk omdat de dorpen geen grachten en verdedigingswerken hadden en plunderingen en veroveringen aan de orde van de dag waren. De leden van deze broederschappen moesten gewone mensen zijn, zonder enig kwaad in de zin. Lid zijn van een schuttersgilde werd gezien als een voorrecht.

Het oude Lambertusgilde
Over het oude gilde is nagenoeg niets bekend. We moeten het hebben van enkele flarden in de diverse archieven. Het koningszilver vertelt eigenlijk nog het meest. In het parochiearchief (de Memoriale Parochiae) staat genoemd: “…ook de laatste Mis 9 ½ uur op den dag der 1e H. Communie, Eligiuszondag, Petrus & Paulus en Heilige Lambertus, wanneer de gilde met Insigniën naar de kerk komt, onder welke mis de gildebroeders offeren, welke offer voor den pastoor is.”
Van het oude koningszilver is onder andere de koningskraag (1779) bewaard gebleven. Hierop is Lambertus als bisschop afgebeeld, met bisschopsgewaad, mijter, kromstaf en een kerkje balancerend op zijn hand. Rondom het beeldje is een dubbele kabelrand bevestigd, die versierd is met bloem- en bladranken. Op de rand staat de tekst: “DYE SCHUTT VAN HUISCELINGH”. Dit medaillon is van rond 1500 en werd voorheen los aan een ketting gedragen en is later op de kraag gemonteerd. Gezien de versieringen op de ring, zou het beeldje nog ouder kunnen zijn dan de rand, ook al omdat het beeldje de rand van boven niet raakt en los op de plaat gemonteerd is.

In 1825 stuurde de gouverneur van Brabant een vragenlijst naar alle gemeenten in de provincie. Op deze lijst moest de gemeente invullen wat de goederen en de bezittingen van de schutterijen in de gemeente waren. Het gemeentebestuur antwoordt dat de Schutterij of Broederschap van Sint Lambertus te Huisseling: “besitten capitaal ten lasten der zelven Gemeente van ƒ 84,50 cent rentende jaarlijks ƒ 2,55, het geene de Dekens van het gild beheren en ontvangen, verder besit ieder Schutterij, een Trom, Vaandel en eenige silvere Schilden die den Koning van dat Broederschap op de feestdagen wordt omgehangen”. De goederen zijn in beheer bij de koning en de onderling gekozen vier dekens. De inkomsten worden onderling door de leden verteerd op de daartoe bestemde dagen. Verder bezit de gemeente nog de Schutterij of Broederschap van Sint Victor in Neerloon.
In 1910 meldt pastoor Van Gils dat het Gilde jaarlijks 70 cent aan inkomsten geniet uit oude tienden aan de beneden- of westzijde van de Raam.

Reglement van het broederschap
In het parochiearchief werd de oude Gildecaert uit 1878 teruggevonden. Dit is het enige archiefstuk dat bewaard bleef. Het bestaat uit zes kantjes handgeschreven tekst met daarin de regels en gebruiken van het aloude Sint Lambertus Broederschap. De aanhef luidt: “Wij ondergeteekenden Tijdelijke Koning, Vaandrig, Deekens en verdere Broeders van het Broederschap van den Heiligen Lambertus te Huisseling; alzoo wij in overweging genomen hebben dat de wensch is geuit om het thans bestaande reglement of ordonnancie voor onze Broederschap, wegens zijne oude dagteekening als andersints, aan te vullen, en dat de verwezelijking van dien wensch met het belang van het Broederschap is overeen te brengen, zoo is het dat wij met algemeen overleg hebben goedgevonden en verstaan gelijk wij goedvinden en verstaan bij deze met de beloften om zich daarna te gedragen en de ordonnancien te handhaven.” Gedaan en vastgesteld in onze vergaderingen van 21 October en 24 en November 1878 met algemene stemmen en ondertekend door de 23 werkende leden van het Gilde.
Op dat moment was Johannus van den Berg koning, Arnoldus Arts vaandrig, Hendricus van Dijk, Johannes Wouterus van den Bergh, Joannes van Maasacker en Antoon van den Berg waren toen de dekens van het gilde. Verder is bekend dat Cornelis van den Heuvel zilverdrager was en Hannes Jansen was schilddrager. Verder was iedereen in Huisseling lid van het gilde.

De taken van het gilde
Het gilde had o.a. als taak om de doden te begraven. De leden dolven het graf, regelden de uitvaart en begroeven de overledene. Pastoor Vinken schrijft verder over het gilde: “…de dooden worden meestal begraven door de leden der S. Lambertusgilde, aan welke ook het baarkleed behoort.” Voor gebruik van het baarkleed werd door het gilde geld geïnd: 50 cent voor een blanke kist en 1 gulden voor een geschilderde kist. Het doodgravergereedschap stond in het knekelhuisje naast de kerk. Voor het begraven van de doden kregen zij altijd een bescheiden vergoeding. Het gilde bezat lange zwarte jassen en hoge zwarte hoeden die gebruikt werden door de dragers. Volgens de overlevering waren deze al heel oud en versleten en werden door iedereen gedragen. De jassen en hoeden waren daarom ook smerig en hadden inmiddels de gaten erin zitten!

In 1911 werd voor het laatst koning geschoten. De laatste koning was Dries van Zuijlen. In 1921 liep ons gilde nog wel mee in de optocht voor het 25-jarig jubileum van de Boerenbond van ’s-Hertogenbosch. In de notulen staat vermeld “Bij het schitterend feest in den Bosch, was onze afdeling goed vertegenwoordigd. Vele leden zijn met hun Geestelijk adviseurs en Bestuur, met fanfare en gilde opgetrokken naar den Bosch, ten einden aan de grootschen optocht deel te nemen”. Op de kaft van het programmaboekje van de NCB in 1921 stond een foto van het toenmalige Sint Lambertusgilde uit Huisseling. Hoewel er veel moeite voor is gedaan, kon de foto niet meer worden achterhaald. Wel is later nog een foto gevonden met het oude vaandel.

In 1924 werd door leden van het gilde de laatste begrafenis gedaan. Hierover is de volgende anekdote bekend. Er ontstond een conflict tussen weduwe Paessens-van den Boogaard en het gilde. Zij woonde tegenover de pastorie, op een steenworp afstand van de kerk en vond de afstand zo klein, dat de begrafenis wel voor half geld gedaan kon worden! Daarop staakten de verontwaardigde broeders tijdens de begrafenis hun werkzaamheden, smeten hun petten op de grond en riepen: “Doet u het zelf maar! Wij zijn opgeheven! Als het dorp zo weinig solidair is met zijn gilde en er zo weinig voor over heeft, dan hoeft het allemaal niet meer.”

Het overige gildezilver
Gelukkig is er naast de eerder genoemde koningskraag nog veel zilver bewaard gebleven. Oorspronkelijk moet het gilde nog veel meer zilver hebben gehad. Volgens wijlen Drikus van Aar konden er zelfs twee koningen mee behangen worden en dan sleepte het zilver nog over de grond. Veel zilver was versleten door het opschuren met zilverzand en werd hergebruikt. Het oudste gildezilver zou ook best eens geplunderd kunnen zijn geweest. Volgens Drikus is er ook zilver verkocht of geschonken aan de kerk om het om te smelten voor kerkzilver. Vroeger hing het zilver aan de muur in de voorkamer van de pastorie. Begin jaren ’60 zat het verstopt in een schoenendoos. Er was meer zilver aanwezig dan tegenwoordig, maar een groot deel was helemaal versleten. In 1779 heeft Antonius Kocken, toen keizer in Huisseling, aan het gilde keizerszilver toegevoegd. Dat keizerszilver is niet meer aanwezig, maar de halskraag van het koningszilver zou daar een overblijfsel van kunnen zijn.

Pijl en boogvereniging ‘De Eendragt’
Door de leden van het Huisselingse gilde werd geschoten met zowel kruisboog als geweer (karabijn). Er werd geoefend op de schutsboom. Deze stond op het schutsveld aan de Heuveleindstraat (Schutsboomstraat). Aan het kleine zilveren kruisboogje in het koningszilver, is af te lezen dat het gilde een kruisbooggilde moet zijn geweest. Het ‘teerhuis’ van het gilde was jarenlang de boerderij annex bierhuis (herberg) aan de Hamstraat 6. Tot omstreeks 1920 was de uitbater de familie Van Aar. Links naast het bierhuis lag de schietbaan, ook wel ‘de doelen’ genoemd, wat geen toeval was, immers de schietverenigingen werden vaak door de gildeleden opgericht. De schietvereniging in Huisseling heette “De Eendragt”.
Er werd geoefend met pijl en boog en men ging ook geregeld op concours. De schutters moesten door een seringenlaantje op het doel schieten, dat meestal op een paar pakken stro was bevestigd. De latere bewoner van de boerderij (Jan de Bruijn) kon zich nog herinneren dat er in 1921, toen hij er kwam wonen, geweren en bogen op de zolder lagen. Op dat moment werd er ook gestopt met het bierhuis, maar de zijdeur van de boerderij werd nog lang de doeldeur genoemd!

Beugelbaan en fanfare
Bij het teerhuis was buiten ook een beugelbaan ingericht. Met een slaghout moesten de spelers een houten bal door een ijzeren beugel slaan. Het spel kon ook in het klein binnen, in de gelagkamer worden beoefend. De functie van de beugelbaan werd later overgenomen door het biljart.

Huisseling had begin 20e eeuw ook nog een eigen fanfare, die door pastoor Vinken wordt omschreven als Fanfare Sint Eligius. In een ander programmaboekje van het 25-jarig jubileum van de grote NCB staat een foto van de fanfare afgebeeld. Verder is er over deze fanfare niets bekend.

Poging tot heroprichting van het gilde begin jaren 1960
Cor van den Heuvel, Jan Kuijpers en Lam van Duren hebben begin jaren 1960 geprobeerd het gilde opnieuw op te richten. Volgens Cor was iedereen in Huisseling vóór heroprichting van het gilde, behalve pastoor Johan Diels. Die was fel tegen. Hij heeft gezegd: “Zo lok je de mensen uit de huizen en in de kroeg” en als de pastoor tegen is, kun je geen gilde oprichten. Volgens Lam van Duren lag het vaandel ergens in Den Bosch en waren er nog drie heel oude lange geweren, die waarschijnlijk naar het gemeentehuis van Ravenstein zijn gegaan. Het gilde had al een schutsboom geregeld, die bij Cellus Kocken zou komen staan. Alle toekomstige leden zouden uit de luchtbuksvereniging ‘Nimrod’ komen, die in Huisseling huisde bij café Jan Kuijpers. Ze wilden een doorstart maken naar een gilde en de vereniging opheffen. Veel leden kwamen uit Huisseling en Over den Dam. Toen het gilde niet van de grond kwam is de luchtbuksvereniging verder gegaan, maar toen men meer met scherp wilde gaan schieten kwam het einde van de club snel in zicht. Op dat moment was Dries van Zuijlen (de laatste koning uit 1911) het enige nog levende lid van het oude gilde.

Heroprichting van het gilde
In 1983 wordt door Henk van Leeuwen het initiatief genomen om het gilde weer nieuw leven in te blazen. Hij kwam uit Noordwijk en wist niet wat een gilde was. Na het bezoeken van een tentoonstelling in het gemeentehuis van Ravenstein was hij vastbesloten om het voor elkaar te krijgen. Henri Elemans, Leo Vissers, Thé Arts en Jan van Munster sloten zich aan bij het initiatief van Henk en er werd een ‘Stichting Heropleving Sint Lambertusgilde’ opgericht.
Vanuit de gemeenschap werd door diverse personen direct positief gereageerd. In februari 1984 volgt een presentatie in het Stationskoffiehuis, waarbij de eerste leden zich melden. Het Sint Barbaragilde uit Ravenstein wordt gevraagd om te helpen met het vendelen en trommen. In augustus worden er diverse werkgroepen opgericht. In januari 1985 wordt gestart met trommen. De gildezusters worden bereid gevonden het vaandel, de vendels en de kostuums te vervaardigen. In juli volgt een historische vergadering: Henri Elemans wordt tot hoofdman geboond. Rinus van Oosteren wordt commandeur en Antoon van Aar vaandrig. Bep van Dommelen en Theo van den Bergh worden vendeliers. Met diverse giften wordt het gilde op weg geholpen. Zo is bekend dat het cadeaugeld voor de 25-jarige bruiloft van Henri en Truus Elemans-Snoek werd gestort in de gildekas. Op 29 augustus wordt tijdens een vergadering in het zojuist in gebruik genomen parochiecentrum de rest van ‘de overheid’ van het gilde gekozen. Henk van Leeuwen wordt tot staande deken benoemd, Jan van Munster tot dekenschrijver, Thé Arts tot dekenschatbewaarder en Leo Vissers tot dekenarchiefbewaarder.
De overige leden van het eerste uur zijn dan: Huub van Aar, Piet Banken, Tinus Pijnenburg, Jan van Erp, Wiet Arts, Marc Pijnenburg, Hans Heinemann, Piet Dekkers en Adriaan Kocken.

Op zaterdag 14 september 1985 is er voor het eerst in 74 jaar weer ‘koningschieten’ in Huisseling, een gebeurtenis die zich weer iedere drie jaar zal gaan herhalen. Van tevoren wordt ook de overdracht van het gildezilver getekend door het parochiebestuur en de overheid van het gilde. Het gilde trekt vanaf het parochiecentrum naar het feestterrein op ’t Hoogakker. De eerste koning na de heroprichting wordt Leo Vissers. Na de feestavond op zaterdag is er volgens oude traditie een gildemis in de Sint-Lambertuskerk, waarna er ‘erewijn’ wordt gedronken en een vendelgroet wordt gegeven. Dan volgt een optocht naar het toernooiveld aan de Meerstraat, gevolgd door een massale opmars, slangendefilé en is er kruisboogschieten. Volgens traditie vind deze gebeurtenis gelijktijdig plaats met de feestdag van Lambertus (kermis). Hierop wordt later verder ingegaan.

Het inbonen van nieuwe leden
Bijzonder bij een gilde is het inbonen van nieuwe leden of het bonen om belangrijke beslissingen zoals; het (her-)benoemen van overheidsleden, wijziging van de ordonnantiën of ontbinding van het gilde. Het gilde heeft Anton van Grunsven gevraagd hiervoor een nieuw inboonkistje te maken. Het bonen stamt uit de tijd dat analfabetisme nog veel voorkwam. Het principe van bonen kende geen onduidelijkheden. Het inbonen gebeurt met witte en zwarte bonen. Een zwarte boon is vóór een te nemen besluit, een witte boon is tegen een te nemen besluit. Het kistje heeft twee vakken voor het gescheiden bewaren van de witte en zwarte bonen en een vak om te stemmen. Op het kistje zit een schuifdeksel met een opening voor het (anoniem) stemmen.

De hoofdmanketen
Door de eerste nieuwe hoofdman (Henri Elemans) is aan het gilde een nieuwe hoofdmanketen of ‘breuk’ geschonken. De breuk bestaat uit een aantal zilveren schakels, die aan elkaar verbonden zijn d.m.v. rozetten. In de schakels zijn opengewerkt de symbolen aangebracht, die op het gildevaandel voorkomen. Dit zijn de Franse lelie (naar de Bourgondische vorsten), een kruisboog en een ploeg. De breuk eindigt in een medaillon met daarin de beeltenis van Sint Lambertus, de patroon van het gilde. Een kleiner medaillon, dat boven het medaillon van Lambertus is geplaatst, draagt de beeltenis van de Heilige Eligius, de tweede patroon en beschermheilige van de parochie.

Het vaandel
Diverse gildeleden hebben zich in 1985 gebogen over een nieuw vaandel. Daarbij werd rood als hoofdkleur gekozen, omdat rood de kleur van Lambertus is. In het midden staat een beeltenis van Sint Lambertus, gevat in een medaillon. Dit medaillon is uitgewerkt in een glas in loodmotief in enkele variaties van de kleur blauw. De beeltenis van Sint Lambertus is daarin uitgewerkt naar een zo getrouw mogelijke kopie van het antieke beeld in de kerk. Het blauw van het glas in loodmotief, is gekozen naar aanleiding van het feit dat de kleur blauw ook in het oude vaandel voorkwam.
Het medaillon wordt, banistiek gezien, opgevangen door vier wapenschilden. Twee wapens dragen het wapen van de Bourgondische vorsten (drie Franse lelies), omdat het gilde vóór 1500 in de Bourgondische tijd is ontstaan. In één wapen treffen we drie kruisbogen aan, omdat het gilde een kruisboogschietend gilde is. In het vierde wapen zijn drie ploegen weergegeven, omdat het gilde van oudsher een broederschap van het platteland is geweest. Op ons koningszilver komt de afbeelding van een ploeg ook veelvuldig voor.

De kostuums
Voor de oorlog waren de kostuums nog niet zo rijk versierd. Het gilde van Huisseling liep vroeger waarschijnlijk gewoon in de boerenkleding rond en had een pet op. De leden van de overheid en de vaandrig droegen waarschijnlijk een sjerp. Later werd het kostuum het nette zondagspak, dat vaak uit een slipjas bestond, vandaar het huidige jacquet. De pet bleef, tot het ‘eind’ van het gilde. De accessoires waren waarschijnlijk blauw.
De kostuums van het nieuwe gilde bestaan uit een rode jas met witte kraag en witte manchetten, zwarte kniebroek en lange witte kousen. Alleen de commandeur draagt een blauwe zijden sjerp met franjes. De overige leden dragen een zwart jacquet, gestreepte zwart/grijze pantalon, witte bloes, zwart vest en grijze stropdas. Schuin over het jacquet dragen deze broeders een rode zijden sjerp, waarop een embleem in de vorm van een wapenschild. Op dit wapenschild staan dezelfde afbeeldingen als op de vaantjes voor de bazuinen. Alle gildebroeders dragen een zwarte bolhoed met een rode band en koperen gesp, met op de zijkant van de hoed een naturel struisvogelveer; leden van de overheid dragen twee veren. Bij de dames gelden ongeveer dezelfde bepalingen qua kleding als bij de heren. De keuze voor jacquet met gestreepte broek is gemaakt, vanwege het feit dat het gilde vroeger de begrafenissen verzorgde.

De partizaan
De commandeur van het gilde draagt een partizaan. Een partizaan was in de 16e eeuw een
stokwapen. Vanaf de 17e eeuw werd het een onderscheiding voor bevelvoerende officieren in het leger en het gilde. Een commandeur is een bevelhebber, hij geeft aanwijzingen aan de gildebroeders hoe zich te gedragen. De partizaan is door een zeer vakkundige juwelier gemaakt en is vervaardigd uit geblauwd staal en het bewerkte omhulsel is van zilver. Dit kostbare stuk is geplaatst op een circa twee meter lange houten stok met een flos als versiering. De partizaan wordt tezamen met een zijden blauwe sjerp gedragen.

Het moderne gilde
Zoals ook het oude gilde een belangrijke sociale functie had in het dorp, zo beperkt ook het nieuwe gilde zich niet alleen tot de meer traditionele onderdelen. In de beginjaren werd op zaterdagmiddag een spelltjesmiddag of playbackshow georganiseerd voor de kinderen. Als intermezzo deed Wil van Daalwijk ‘The Barber of Sevilla’ van Dorus. De ‘klanten’ zijn Antoon van Aar, Rinus van Oosteren en Jan van Munster. Later wordt er, onder regie van Bernadien Smit-Arts, een toneelgroep geformeerd die op zaterdagmiddag de kinderen vermaakt. Tegenwoordig worden de kinderen vermaakt met workshops en spelletjes.

Het gilde organiseert in de loop der jaren naast het burgerkoningschieten, ook jeu de boules wedstrijden en andere activiteiten voor de burgers, zoals een competitie kruisboogschieten op dinsdagavond. Vanaf 2014 wordt in samenwerking met enkele burgers een fietstocht geörganiseerd.

 

Kermis
Inleiding
De dorpskermis viel vroeger op het feest van de kerkpatroon Sint Lambertus, op de eerste zondag na 17 september. Van oorsprong is de naam kermis afgeleid van ‘kerk-mis’. De kermisdagen waren de hoogtijdagen voor het gilde, dat dan de feestdag van zijn patroon vierde. Allereerst werd er om de drie jaar op de zaterdag of zondag rond 17 september om ‘de koning’ geschoten. Die eer was weggelegd voor diegene die de vogel op de schutsboom met het laatste schot kon neerhalen. Wanneer de nieuwe koning bekend was kon men beginnen aan de teerdagen om de nieuwe koning te vieren.

De teerdagen
Kermiszondag begon met het thuis ophalen van de gildekoning, waarna het in optocht naar de Hoogmis in de kerk ging. Daarna barstte het feest los in één van de herbergen (het teerhuis) die de ‘klandizie’ van de broederschap tijdens de ‘teerdagen’ had gekocht. In latere tijden had men een vast teerhuis. Ook niet-leden konden tegen betaling deelnemen aan de feestvreugde. Voor het gilde waren het zeer speciale dagen die vroeger zelfs van zondag t/m woensdag duurden. In het oude reglement staat: “De Koningk, Vaandrig en de vier Deekens zullen 4 à 5 weken vóór de teerdagen, die zullen invallen zondag, maandag, dinsdag en woensdag ná 17 September, zorg dragen voor een goed teerhuis en wijders voor alles wat tot de vergaderingen en andere bijeenkomsten vereischt wordt; dit alles op zoo min mogelijke kosten en zoo veel mogelijk voordeel voor het Broederschap. Zondag na de teerdagen zal de rekening van ontvangsten en uitgaven telkens moeten worden opgenomen en afgesloten; van die rekening kan elke werkende broeder inzage nemen”.

Krentenmik met bier
Door het hele dorp werd wekenlang uitgekeken om het kermisvolk, meestal familieleden van elders, te ontvangen. Op kermiszondag kwamen zij in alle vroegte om deel te nemen aan de Hoogmis. De kerk zat dan vol met vreemd volk. Na de Hoogmis was het tijd om feest te vieren! De mannen begaven zich direct naar de herbergen en bierhuizen in het dorp, die in mum van tijd volliepen. Tussen de middag begaf het kermisvolk zich huiswaarts alwaar moeder de vrouw het kermismaal al klaar had staan. Tijdens de koffietafel werd tarwebrood en krentenmik, peperkoek en andere lekkernijen voorgezet en tussendoor werden nog de nodige biertjes verschalkt.

De kermis zelf
Ook buiten was van alles te beleven. Voor de kerk en de pastorie stonden kraampjes met koek en snoep. Een soort van peperkoek versierd met suikerglazuur en bloemen zoals je ze nu nog ziet met Valentijn. Ook het bekende ‘koekslaan’ was zeer populair. De bedoeling was dat twee mannen die tegen elkaar inzetten, de peperkoek met een knuppel precies in de lengte doormidden sloegen. Degene die won kreeg de peperkoek mee naar huis en de ander was zijn inzet kwijt. De kermis trok ook andere vormen van vermaak aan. De Kop van Jut schijnt een vast onderdeel te zijn geweest. Hier konden diverse prijzen worden verdient. Ook kwamen er standwerkers, marskramers en waarzeggers op de kermissen af. Voor een stoomcarrousel was Huisseling net een maatje te klein. Bovendien zal het op de beugelbaan aan de Hamstraat ook druk zijn geweest, maar het allerbelangrijkste van de kermis was natuurlijk het dansen.

 

Gildelied Sint Lambertus
(tekst: Jan van Munster)
Ons dierbaar gilde Sint Lambertus,
Wij scharen ons onder uwe vaan.
Vendeliers ziet uw vendels zwieren,
Tamboers hoort uw trommels slaan.

Refrein:
O dierbaar gilde van Sint Lambertus
In gildedeugd en broerderschap
Gaat ons gilde nooit verloren
Gildebroeders, gildezusters: één van hart.

Het Huiss’lings gilde door de jaren:
een vast begrip voor het hele dorp.
Met z’n allen gilde vieren,
Elk van ons staat daarvoor borg.

Refrein

En ook de jeugd voelt zich betrokken,
bouwt stevig aan ons gilde mee.
Jong tamboers gaan voorop voor het vaandel,
’t Is de jeugd die telt voor twee.

Refrein

Een trotse koning in ons midden
Hij schoot de vogel en wel gericht
Prachtig zilver wordt hem omhangen
En met eer de koningsplicht.

Refrein

En tweedracht zal ons niet verdelen,
Wij blijven eensgezind met elkaar
Onze guld leeft van toen tot heden
En zo blijft het menig jaar.

Refrein

naar boven

 

Reglement van het Broederschap van den Heiligen Lambertus
Wij ondergeteekenden Tijdelijke Koning, Vaandrig, Deekens en verdere Broeders van het Broederschap van den Heiligen Lambertus te Huisseling; alzoo wij in overweging genomen hebben dat de wensch is geuit om het thans bestaande reglement of ordonnancie voor onze Broederschap, wegens zijne oude dagteekening als andersints, aan te vullen, en dat de verwezelijking van dien wensch met het belang van het Broederschap is overeen te brengen, zoo is het dat wij met algemeen overleg hebben goedgevonden en verstaan gelijk wij goedvinden en verstaan bij deze met de beloften om zich daarna te gedragen en de ordonnancien te handhaven.

Art. 1.
Om de drie jaren zal vóór den Patroonsdag van Sint Lambertus, ten tijde door den Koning, Vaandrig en Deekens, met goedkeuring der Burgerlijke en Kerkelijke Overheden, te bepalen den Vogel of Papegaai worden geschoten, waarbij alle werkende broeders of leden moeten tegenwoordig zijn op de wijze van ouds gebruikelijk. Zoo het mocht gebeuren dat één broeder den vogel of Papegaai drie maal achtereenvolgens afschiet, zal hij voor Keizer moeten worden erkend en uitgeroepen, voor welken Eeretitel de Keizer niets zal kunnen of mogen vorderen, als alléén zal vanwege de Schutterij of Broederschap aan genoemden Keizer voor ééne reis worden gegeven drie zilveren vogeltjes; terwijl de Schild of Plaat met het verdere daarbij behoorende door den Keizer moet worden bekostigd. Bij overlijden van dusdanigen Keizer zullen de drie vogeltjes met het verdere zilverwerk vervallen ten behoeve en voordeel van het Broederschap des H. Lambertus om daarmede te handelen na goedvinden.
Art. 2.
De broeders die bij het vogelschieten, buiten het geval van ouderdom, ziekte en om andere wettige redenen n.l. zich bevinden in Nederlandsch Militaire dienst, niet compareren, zullen verbeuren ééne boete van één gulden 20 cents.
Art. 3.
Die voor Koning wordt erkend en uitgeroepen zal aan het Broederschap vereeren eene nieuwe schild of plaat, in waarde omstreeks gelijk aan die door den afgetreden Koning vereerd.
Art. 4.
Alle broeders en zusters zullen gehouden zijn ten tijde der teer- of vergader-dagen en andere bijeenkomsten den Koning, Keizer en Vaandrig te noemen met den naam van Koning, Keizer en Vaandrig. Op den feestdag van den H. Lambertus en op den dag of dagen wanneer eene H. mis zal worden gecelebereerd voor de zielen der afgestorvene Broeders en Zusters, zal de Koning met H.D. Koningin door Vaandrig, Deekens en werkende Gild-broeders, op de wijze van ouds gebruikelijk worden afgehaald om gezamentlijk de Hoog-Mis op 17 September en de dienst voor de afgestorvenen te gaan bijwonen op verbeurte voor en en ander van zestig cents.
Art. 5.
De Keizer, Koning en alle andere werkende leden of broeders gedurende 50 jaar onafgebroken lid van ’t Broederschap zijnde, zullen deze als Jubilaris worden erkend en geproclameerd en van alle verteringen en onkosten, die op het Broederschap zouden komen vervallen, vrij zijn zóó lang zij als zoodanig fungeren; ook zal de eventueele Keizer bij alle bijeenkomsten en raadhoudingen, die onder de Schutterij mogten vervallen, zoo wel als de Koning, Vaandrig en Deekens worden verzocht en H.D. aldaar én in alle voorvallen geven het éérste woord, rang en plaats.
Art. 6.
De werkende broeders in Huisseling wonende, zullen, buiten het geval van ziekte, ouderdom en andere reden volgens art. 2, op den Patroonsdag van Sint Lambertus, op den dag van de kerkelijke diensten voor de afgestorvene broeders en zusters en op den dag van het vogelschieten moeten compareren op verbeurte der boeten van ƒ 1,20 en 60 cents volgens de artikelen 2 en 4; en bovendien nog gehouden zijn in de gemaakte verteeringen en andere kosten, die zullen noodig zijn, bij te dragen.
Wanneer men van zijne verhindering om de kerkelijke diensten voor de afgestorvene broeders en zusters te kunnen bijwonen, tijdig kennis geeft aan den tijdelijken Koning of Deeken, zal slechts eene boete van 15 cents verbeurd zijn, welke zal worden besteed voor zielmissen. Wanneer men zich bevindt in Militaire dienst is de kennisgeving volgens de vorige zinsnede niet noodig en vervalt de daarbij gestelde boete van 15 cents.
Art. 7.
De Koningk, Vaandrig en de vier Deekens zullen 4 à 5 weken vóór de teerdagen, die zullen invallen zondag, maandag, dinsdag en woensdag nà 17 September, zorg dragen voor een goed teerhuis en wijders voor alles wat tot de vergaderingen en andere bijeenkomsten vereischt wordt; dit alles op zoo min mogelijke kosten en zoo veel mogelijk voordeel voor het Broederschap.
Art. 8.
De tijdelijke Koning en de 4 deekens zullen telken jare op 17 September aanstellen 2 nieuwe deekens die zij als zoodanig geschikt zullen oordeelen. Bij tusschentijds overlijden van een der Deekens zullen de Deekens die het laatste afgetreden zijn, de functien hunnen afgestorvene Medebroeders moeten waarnemen op verbeurte van ƒ 1,20. Door het lot zal worden bepaald, wie der afgetreden deekens de functie wegens overlijden zal waarnemen.
Art. 9.
De Koning, Vaandrig en Deekens zullen te alle tijde zorgen dat het zilverwerk, obligatien en andere papieren, mitgaders al wat tot ’t Broederschap behoort, goed en behoorlijk bewaard worde.
Art. 10.
Zondag na de teerdagen zal de rekening van ontvangsten en uitgaven telkens moeten worden opgenomen en afgesloten; van die rekening kan elke werkende broeder inzage nemen.
Art. 11.
Zij die geen lid des Broederschaps zijn kunnen tegen betaling van gelag-gelden, ter bepaling door Koning, Vaandrig en Deekens, worden toegelaten.
Art. 12.
De leden, en de toegelatenen, van het Broederschap zullen zich ten tijde van vergaderingen en andere bijeenkomsten wachten van dronkenschap, vloeken, kwalijk spreken, twisten, etc., op verbeurte van 60 cents aanstonds te betalen. Bij weigering van betaling zal het den Koning, Vaandrig en Deekens vrijstaan en geoorloofd zijn zulke personen uit het Broederschap te schrappen en deze nimmer in- of bij dezelve op te nemen.

Art. 13.
a.) Onder de broeders en leden des Broederschaps worden verstaan werkende en honoraire vrije broeders.
De vrije broeders zijn van alle verpligtingen, van welken aard ook, ontheven: treden in geene hoegenaamde stemmingen en goedkeuringen; kortom hebben vrijen toegang tot de algemeene bijeenkomsten en vergaderingen, zonder iets ten koste te leggen voor gelag- en andere gelden.
b.) De werkende en honoraire leden zullen worden aangenomen op den dag van St. Lambertus met volstrekte meerderheid van stemmen, uit te brengen door den Koning, Vaandrig, Deekens en andere werkende medebroeders.
c.) De werkende broeders zullen voor aanneming ten behoeve der kas van ’t Broederschap moeten betalen de som van 50 cents: terwijl elke honoraire of vrije broeder bij zijne aanneming moet betalen de som van vijf gulden.
d.) Bij ’t nemen van ontslag, hetwelk jaarlijks op St. Lambertusdag kan worden aangevraagd, moet worden betaald door een werkende Broeder één gulden en door een honorair of vrijen broeder vijf gulden.
e.) De tijdelijke Koning en Deekens zullen tusschentijds hun ontslag als zoodanig niet mogen nemen, maar gehouden zijn hunne functiën waar te nemen tot den vervaldag.
Art. 14.
De vrouwen van de gehuwde broeders, zoo werkende als honoraire, zijn stilzwijgend zuster van het Broederschap van den H. Lambertus. De man overleden zijnde en de vrouw komen te hertrouwen, houdt op lid te zijn des Broederschaps, tenzij hare tweede of andere echtgenoot geen lid is.
Art. 15.
Bij overlijden in Huisseling van een der Broers of Zusters, zullen dezelve door het Broederschap begraven worden, voor welke gerechtigheid ten behoeve der kas van ’t Broederschap moet worden betaald:
a.) voor een werkenden broeder of zijne vrouw één halve ton bier en ƒ. 1,00 voor gelucht;
b.) voor een honoraire of vrijen broeder of zijn vrouw ƒ. 6,00.
Art. 16.
Bij overlijden buiten Huisseling van een der broers of zusters zal een gelijk bedrag moeten worden betaald als onder lett. a en b van het vorige artikel is bepaald.
Art. 17.
Bij overlijden in Huisseling van een der broers of zusters zal de Koning daarvan alle broeders doen verwittigen en deze tevens verzoeken om ter bestemde ure, zoo als van ouds gebruikelijk de lijkdienst bij te wonen, te samen gaan offeren, voor den afgestorvene broeder of zuster te bidden en wijders alle kerkelijke plechtigheden bij te wonen. Die alsdan, buiten ziekte, hoogen ouderdom en militaire dienst, niet tegenwoordig is, zal verbeuren eene boete van 60 cents. Wanneer men van zijne verhindering om de lijkdienst te kunnen bijwonen, tijdig kennis geeft aan den Koning of Deeken, zal slechts eene boete van 15 cents verbeurd zijn, te besteden voor zielmissen.
Art. 18.
De weduwe zusters- of vrouwen des Broederschap in Huisseling wonende, zijn gehouden, buiten ziekte en ouderdom, op den Feestdag van St Lambertus de hoogmis bij te wonen en te gaan offeren op verbeurte eener boete van 60 cents.
Art.19.
De tijdelijke Deekens zullen gehouden zijn de doode lichamen der Broeders en Zusters ter kerke te dragen en te begraven, zonder daarvoor iets te kunnen vorderen; maar zoo het een lichaam betreft aan besmettelijke ziekte overleden, kunnen zij vorderen dat het lijk op een afstand van 5 meter van het sterfhuis worde gebracht. Bij onwil of nalatigheid volgens het eerste gedeelte van dit art. 19, vervalt men in eene boete van ƒ. 1,20. De Koning zal alsdan een ander broeder rekwireren, en deze ook weigerachtig zijnde, zal mede vervallen in eene boete van 60 cents zoo dikwijls als zulks mocht voorvallen.
Art. 20.
De tijdelijke Deekens zullen tevens gehouden zijn de doode lichamen van alle anderen, geen broeder of zuster des Broederschaps in Huisseling overleden, ter kerke te dragen en te begraven en daarvoor kunnen eischen 25 cents per boom. De 2e, 3e en 4e zinsneden van het vorig artikel van toepassing.
Art. 21.
In het geval aan den Koning en de Deekens van het Broederschap verzocht wordt dat een lijk van een afgestorvene in Huisseling geen lid van ’t Broederschap zijnde, door de Gilde of Schutterij begraven worde is artikel 17 van toepassing.
Art. 22.
Voor gerechtigheid volgens het voorgaande artikel zal aan de kas van het Broederschap moeten worden betaald één halve ton bier en ƒ. 1,00 voor het gelucht.
(zie artikel 15 lett. a.)
Art. 23.
Zoo iemand het Baarkleed met de Lijkbaar pretendeert, zal men daarvoor aan de Deekens moeten betalen 25 cents van iederen boom.
Art. 24.
Voor de lijken der kinderen, wier ouders leden van het Broederschap zijn, is, wanneer deze met het Broederschap worden begraven, artikel 15 lett. a en artikel 17 van toepassing.

Bijzondere en Slotbepalingen:

Art. 25.
De Koning van het Broederschap zal uit de kas van ’t Broederschap eene jaarlijksche toelage ontvangen van vijf gulden.
Art. 26.
De tijdelijke Koning, Vaandrig, Deekens en Tamboer zullen op de teerdagen in artikel 7 vermeld, op den Patroonsdag van den H. Lambertus, en op den dag van het doen van rekening en verantwoording elk uit de kas des Broederschaps ontvangen een som van tien cents daags voor verteering.
Gedaan en vastgesteld in onze vergaderingen van 21 October en 24en November 1878 met algemeene stemmen.

(w.g.)

J. v.d. Berg Koning
A. Arts Vaandrig
H. v. Dijk Deeken
J.w. v.d. Bergh Deeken
J. van Maasacker Deeken
A. van den Berg Deeken
H. van den Bergh Wz., A. van den Berg, J. Elemans, N. van Dijk, J. de Kleijn, Jan van den Berg Wz. W. v.d. Berg, A.J. van Aar, P. van Waltrop, H. Wilms, M. Elemans, Th. De Kleijn, C. v.d Heuvel, G. de Kleijn, J. Elemans, J. de Groot, H. v.d. Bergh Az.

naar boven

 

Het koningszilver
Hieronder volgt een lijst met de beschrijving van het koningszilver van het Sint Lambertusgilde. Voor de complete lijst was in het boek geen plaats.

Na het inslapen van het gilde, rond 1924, waren er een halskraag, een papegaai en 28 koningsschilden overgebleven.

Een halskraag, met daarop het 16e eeuwse medaillon met de afbeelding van Sint Lambertus bevestigd. Lambertus is als bisschop afgebeeld, met bisschopsgewaad, mijter, kromstaf en een kerkje balancerend op zijn hand. Rondom het beeldje is een dubbele kabelrand bevestigd, die versierd is met bloem- en bladranken. Op de rand staat de tekst: “DYE SCHUTT VAN HUISCELINGH”. Dit medaillon is van rond 1500 en werd voorheen los gedragen. Later is dit op de halskraag gemonteerd. Gezien de versieringen op de ring, zou het beeldje ouder kunnen zijn dan de rand, ook al omdat het beeldje de rand van boven niet raakt en los op de plaat gemonteerd is.

Halskraag


Medaillon

 

De halskraag heeft het inschrift ‘Marcillis Kocken Koning, Matheus van Londen vendrick 1779.’ Het meesterteken in de halskraag, waarvan ook wordt gesuggereerd dat het eigenlijk een hoofdmanskraag moet zijn geweest, is: ‘Jl’. Onder deze ronde halskraag hangt een klein zilveren kruisboogje met pijl. Aan de halskraag hangt de 18e eeuwse papegaai, vrijwel het belangrijkste attribuut van het koningszilver. Ook de vogel heeft als meesterteken: ‘Jl’. Aan de vogel zitten uitstekels met oogjes bevestigd waaraan, met haakjes, de schilden opgehangen kunnen worden. De vogel is gedreven uit een plaat zilver, dat doet denken aan verschillende andere vogels in de buurt met soortgelijke vorm. De vogel doet sterk denken aan een papegaai, is halfplat, hol, heeft de vleugel tegen het lijf en is gegraveerd.

Papegaai

 

Het eerste schild dateert van 1659.

  • Hendrick Peters Coninck in ‘t jaer 1659”. Het wapen op het schild is een kruisje met daarin de letters H en P.
  • Hendrick Peters

  • Antonius Kocken Conig van St. Lambert in Husseling 1785. Daarboven staat de afbeelding van een ploegende boer. De ploeg is bespannen met twee paarden (Dit schild is in privébezit).
  • Antonius Kocken

  • W. v.d. Boogert Koning V.H. Broederschap V.D. H. Lambertus D. vogel af geschoten den 17 September Anno 1789”. Met een afbeelding van, onder stralende zon, ploegende boer. De ploeg is bespannen met twee paarden.
  • W. van den Boogert

  • Dirk van den Heuvl koning van ’t brouderscap v.d. heijligen Lambrtus tot Huijseling 1792”. Dit schild schijnt in familiebezit te zijn.
  •  “Jan W. Kocken Koning van Sinte Lambertus Broederschap in Huisseling. “Terwijl mijn broeder die kroon had afgestaan (In 1803 tot koning geschoten, geen schild meer van, red.), nam ik die voor lief en aangenaam aan, schoon die voor mij ook niet eeuwig zal Resteeren, want als het vendrik en deekens zullen tolleeren, zal men voor het jaar 1800 en tien den vogel weer op den schutsboom zien. 1806”. Daarboven staat de afbeelding van een ploegende boer. De ploeg is bespannen met twee paarden.
  • Jan W. Kocken

  • Franciscus van Aar Koning van ’t Broederschap V.D. H. Lambertus; de vogel afgeschoten; den 17 Sept. Anno 1810”. Daarboven staat de afbeelding van een ploegende boer. De ploeg is bespannen met twee paarden.
  • Franciscus van Aar

  • “Gij Broederlijke Schaar, gij S. Lambertus leden, bejuigt hier W. v. Aar, zijn naam zal eeuwig leeven, om dese helde daad, om het Konings Regt verkregen, zoo lang de waereld staat, zal mijn gedagtenis leven. Den 16 Sept. 1818, W. v. Aar Konink”.
  • W. van Aar

  •  “P. v.d. Boogaard Koning van St. Lambertus Gild 15 / 9/ 1822”. Daarboven staat de afbeelding van een ploegende boer. De ploeg is bespannen met twee paarden.
  • P. van den Boogaard

  • G. Elemans Koning van St. Lambertus Gild 1839”. Daarboven staat de afbeelding van een ploegende boer. De ploeg is bespannen met twee paarden.
  • G. Elemans

  • Hendrikus van den Berg 1844 (geen schild van).
  • Philippus de Bruin Koning van St Lambertus Broederschap te Huisseling, 1853. Daarboven staat een afbeelding van Lambertus.
  • Philippus (Flip) de Bruijn

  • P. van den Bogaart Koning van St. Lambertus den 17 September 1856”. Daarboven staat een afbeelding van Sint Lambertus.
  • P. van den Boogaart

  • “Weldoen en vrolijk zijn, is ’t beste hier op aarde, Dit geschenk 833/1000 fijn, voor hondert jaar meer in waarde. J. van Erp Koning van ’S Lambertus Broederschap in Huisseling 15 September 1859”.
  • J. van Erp

  • “Wij waren allen blij van geest, op ons vrolijk schuttersfeest. Ik mikte zoo met mijn geweer, dat de vogel kwam beneden neer, niet voor voor roem of eigen loon, maar voor Lambertus ons Patroon. Antoon v.d. Berg Koning Huisseling 1862”. Daarboven staat een afbeelding van een ploegende boer. De ploeg is bespannen met twee paarden.
  • Antoon van den Berg

  • Hendrikus van Dijk met zijn vlijt, heeft er den papegaij neergeleid en heeft gekozen voor tot zijn zin, Francisca van Dijk tot Koningin te Huisseling 1865”. Met de afbeelding van een pijprokende boer achter een ploeg met twee paarden.
  • Hendrikus van Dijk

  • “Wij blijven allen blij van Geest, op ons vrolijk schutters feest, ik mikte voor den tweeden keer, dat den vogel kwam ter neer, niet voor roem of eigen loon, maar voor Lambertus ons Patroon. Antoon v.d. Berg Koning te Huisseling 1868”. Daarboven een afbeelding van een ploegende boer en de ploeg is bespannen met twee paarden.
  • Antoon van den Berg

  • “Op ons vrolijk schuttersfeest, zijn wij steeds verheugd van geest en schoot ik den vogel neer, onzen H. Patroon ter eer. Wouter van den Berg Koning van St. Lambertus Broederschap te Huisseling 1871”. Daarboven staat de afbeelding van een ploegende boer. De ploeg is met twee paarden bespannen.
  • Wouter van den Berg

  • “Ik schoot met mijn carabijn en kogel, met groote kracht al naar den vogel en reeds den eerste keer, schoot ik hem van boven neer waarvoor ik heb ontvangen de eer, als Koning van ’t Gild van St. Lambertus en doe daarvoor present deze plaat, tot sieraad van ’t Gildgewaad. J.W. v.d. Bergh Koning van St. Lambertus Broederschap te Huisseling 1875”. Daarboven drie afbeeldingen: Rechts de schutter schietend met zijn karabijn, in het midden de schutsboom met de vogel daarop, en links daarvan een boompje.
  • J.W. van den Bergh

  • “Hendrikus 1844, Antoon 1862, Walterius 1871. Door zijne drie broeders voorgegaan, bleef Hannes niet gaarne achter staan en schoot niet om eer of belooning, maar om onze Patroon zich Koning. Johannes v.d. Berg Koning van St. Lambertus Broederschap te Huisseling 1878”. Daarboven staat de afbeelding van Sint Lambertus.
  • Johannes van den Berg

  • Johannus v.d. Berg Koning van St. Lambertus Broederschap Huisseling 1881”. Daarboven staat een afbeelding van Sint Lambertus.
  • Johannus van den Berg

  • Hubertus van den Berg Koning van St. Lambertus Broederschap Huisseling 1884”.
  • Hubertus van den Berg

  • Johannes Wouterus van den Bergh, Koning van Sint Lambertus Broederschap Huiseling 1887”.
  • J.W. van den Bergh

  • “De schutter, die, anders Voerman, den vogel schoot twee keeren bewees dat hij meer ! dan, de zweep weet te hanteeren. Hubertus van den Bergh, Koning van St. Lambertus Broederschap Huiseling 1890”.
  • Hubertus van den Bergh

  • Heimerikus Franciscus de Bruijn, Koning van St. Lambertus Broederschap te Huisseling 1893”.
  • Heimerik de Bruijn


    Heimerikus Franciscus de Bruijn

  • Johannes Gerrits Koning van St. Lambertus Broederschap Huisseling 1896”.
  • Jan Gerrits


    Johannes (Jan) Gerrits

  • Hubertus van den Berg Koning van St. Lambertus Broederschap Huisseling 1899”.
  • Hubertus van den Berg

  • Hendrikus Arts Koning van St. Lambertus Broederschap Huisseling 1902”.
  • Drikus Arts


    Hendrikus (Drikus) Arts

  • Hubertus van den Berg Koning van St. Lambertus Broederschap Huisseling 1905”.
  • Hubertus van den Berg

  • Arnoldus Schraven Mr Kleermaker en barbier, Koning van St. Lambertus Broederschap Huisseling 1908”.
  • Arnold Schraven


    Arnoldus Schraven

  • Andreas van Zuijlen Koning van Sint Lambertus Broederschap Huisseling 1911”.
  • Dries van Zuijlen


    Andreas (Dries) van Zuijlen

Het gilde met de heroprichting in september 1985

Na de heropleving van het gilde in 1985 kwamen daar de volgende schilden bij:

  • “Na vierenzeventig jaren herleeft het St. Lambertusgilde te Huisseling, de koning wordt Leo Vissers op de 14e dag van de herfstmaand in 1985”. Op het schild is het symbool van een oscillatiekring van de radiotechniek afgebeeld, evenals het familewapen, zoals dat werd afgebeeld op een koningsschild uit 1727 van een familielid uit het gilde van Overlangel.
  • Leo Vissers

    Leo Vissers

  • Martinus Pijnenburg Huisseling; Toen viel de laatste brok, gaf dat mij een schok, en als beloning werd ik voor drie jaar koning. 18 september 1988-1991”. Op het schild zijn de symbolen weergegeven uit het hoveniers- en plantenkwekersberoep. Ook is het familiewapen van de familie Pijnenburg afgebeeld.
  • Tinus Pijnenburg

    Tinus Pijnenburg

  • “BROEDERSCHAP VAN ST. LAMBERTUS. Nadat ik het 56e schot heb gelost is de koning van zijn taak verlost; Hiervoor kreeg ik een mooie beloning De jongste gildebroeder is nu KONING. Martijn van Leeuwen, 22 september 1991”. Op het schild is in reliëf afgebeeld een leeuw die een boek met Debet en Credit vasthoud, verwijzend naar de naam en de opleiding van de jonge koning.
  • Martijn van Leeuwen

    Martijn van Leeuwen

  • “Het geluk was er weer Voor de tweede keer. Martinus Pijnenburg”. Op het schild zijn fraai opengewerkte bomen en struiken afgebeeld, die verwijzen naar het beroep van de koning. Ook het familiewapen keert weer terug. Daarnaast staat er ook een kruisboog afgebeeld.
  • Tinus Pijnenburg

    Tinus Pijnenburg

  • “Gildekoning 1997-2000. Wouter Kocken St. Lambertusgilde Huisseling”. Op het sobere schild zijn geen symbolen aangebracht.
  • Wouter Kocken

    Wouter Kocken

  • “Broederschap St. Lambertus Huisseling, Koning Antoon van Aar 2000-2003”. Op het schild is in het midden op een fraaie wijze een aar afgebeeld, verwijzend naar de naam van de koning, een schicht, verwijzend naar het beroep van de koning en een kruisboog.
  • Antoon van Aar

  • “Koning John Loeffen 2003-2006″. In het midden van het schild is een zo natuurgetrouw mogelijke kopie vervaardigd van het Sint Lambertusbeeld in de kerk. Deze afbeelding is opgelegd in een ovaal, zoals op het vaandel. Onder de afbeelding staat geschreven “Broederschap St. Lambertus Huisseling”
  • John Loeffen

    Schild John Loeffen

  • “Koning Marisca van Lier (-van den Berg) 2006-2009. “Op 17 sept. 2006 schoot ik mij als 1e vrouw tot Koning van het gilde. Broederschap v. St. Lambertus Huisseling”. De naam van de koning is gegraveerd op een opgelegd plaatje. Het schild heeft een vrouwelijke vorm. In het midden van het schild is een kruisboog en een bazuin afgebeeld; twee gildenactiviteiten van de koning. Op het schild staat het beginjaartal van het koningschap: 2006. De O in ‘Koning’ heeft een kruisje, als teken van de vrouw. Dit om aan te geven dat het om een vrouwelijke koning gaat.
  • Marisca van Lier-van den Berg

    Schild Marisca van Lier (van den Berg)

  • Jan van den Berg 2009-2012. “Sint Lambertusgilde. Gildekoning Jan van Wout van Jan van den Berg. Huisseling 20 september 2009-2012”. Op het rechthoekige schild zijn een koe en een kalf afgebeeld.
  • Jan van den Berg

  • Marisca van den Berg 2012-2015. “Koning 2012-2015 Marisca van den Berg. Broederschap v. St Lambertus Huisseling”. Marisca is voor de tweede keer koning. Net als haar eerste schild heeft ook dit schild een ronde vorm gekregen. De O in ‘Koning’ heeft een kruisje, als teken van de vrouw. Dit om aan te geven dat het om een vrouwelijke koning gaat. Bovenaan het schild het embleem dat ook op onze sjerpen is afgebeeld, met de Brabantse leeuw, de bisschopsmijter van Lambertus, de kruisboog en en de Franse lelie van de Bourgondische vorsten. Op het schild is een schatkist met het wapen van gildekring Land van Cuijk afgebeeld. Marisca is secretaris/penningmeester van het kringbestuur. Verder is een ganzenveer afgebeeld als teken dat zij deken-schrijver is van ons gilde. Ook staan de eerste noten van ons gildelied afgebeeld op een notenbalk.
  • John Loeffen 2015-heden.

Devotieschilden:

  • “Aen St. Lambertus in Huisseling 1800”, devotieschild voor Lambertus.
  • Devotieschild Lambertus

  • Hartvormig schild “S B Z”, devotieschild waarschijnlijk aan St. Eligius, de 2e patroonheilige van Huisseling.
  • Devotieschild SBZ

  • Hartvormig schild “Ik heb tot Ue Gee Lueg (of Zueg) 1790”, devotieschild waarschijnlijk aan St. Eligius, de 2e patroonheilige van Huisseling. Bovenop het schild zit een kruisje met daaraan een kettinkje en het schild (hart) is doorboord met een pijl, die los aan het schild geklonken zijn. Op de achterzijde van het schild staat “M.H.E.”
  • Devotieschild Ik heb tot ue gee lueg

  • Devotieschild in de vorm van een meisje met koe, gegraveerd.
  • Devotieschild Meisje met koe

naar boven

Het gilde in 1993

 

Dagkoningen van het gilde
Hieronder een lijst met de dagkoningen van het Sint Lambertusgilde. De ontbrekende jaartallen komen overeen met het driejaarlijkse koningschieten. Het gilde doet dan niet aan dagkoningschieten, maar schiet dan voor de komende drie jaar een nieuwe koning.

  • 1986: Rinus van Oosteren
  • 1987: Henk van Leeuwen
  • 1989: Henk van Leeuwen
  • 1990: Huub van Aar
  • 1992: Henk van Leeuwen
  • 1993: ?
  • 1995: Marc Pijnenburg?
  • 1996: Rob van Veghel
  • 1998: Piet Banken
  • 1999: Jan van Munster
  • 2001: Antoon van Aar
  • 2002: geen gildefeesten
  • 2004: Marisca van den Berg (van Lier)
  • 2005: Marielle van Oosteren (Loeffen)
  • 2007: John Loeffen
  • 2008: Paul van Lier
  • 2010: Paul van Lier. Jubileumkoning wordt Ad Ketels van het gilde uit Maren-Kessel
  • 2011: Rens van Lieshout
  • 2013: Tom Neve
  • 2014: Piet Dekkers
  • 2016: Marisca van den Berg
  • 2017: Tom Neve

naar boven

 

Lijst van gemeentekoningen
In 1986 werd op initiatief van burgemeester Coos Combee het gemeentekoningschieten ingesteld. Dit geschiedde onder de gilden van Huisseling, Neerlangel en Ravenstein. Hieronder de gemeentekoningen van Ravenstein van 1986 tot en met 2002:

  • 1986: William Peters (Ravenstein)
  • 1987: Joop Peters (Neerlangel)
  • 1988: Piet Banken (Huisseling)
  • 1989: Wander van Munster (Huisseling)
  • 1990: Rinus van Oosteren (Huisseling)
  • 1991: Maria van Wijchen (Neerlangel)
  • 1992: Ton van Winsen (Ravenstein)
  • 1993: Henk van Leeuwen (Huisseling)
  • 1994: Martien Megens (Neerlangel)
  • 1995: Wim Peters (Ravenstein)
  • 1996: Ton van Winsen (Ravenstein)
  • 1997: Rinus van Oosteren (Huisseling)
  • 1998: Wim van Breda (Neerlangel)
  • 1999: Wouter Kocken (Huisseling)
  • 2000: Harry Hattink (Ravenstein)
  • 2001: Adriaan van Breda (Ravenstein)
  • 2002: Piet Dekkers (Huisseling)

Hieronder de gemeentekoningen van de gemeente Oss van 2003 tot 2011. Dit geschiedde onder de gilden van Huisseling, Ravenstein en Oss:

  • 2003: Martin van Lieverloo (Oss)
  • 2004: Antoon van Aar (Huisseling)
  • 2005: Geert Ploegmakers (Oss)
  • 2006: Sander van Griensven (Oss)
  • 2007: Paul van Lier (Huisseling)
  • 2008: Frans van Roessel (Oss)
  • 2009: Tonny Verhoeven (Ravenstein)
  • 2010: Marc Pijnenburg (Huisseling)

Hieronder de gemeentekoningen van de gemeente Oss van 2011 tot 2015. Dit geschiedde onder de gilden van Huisseling, Ravenstein, Maren-Kessel en Oss:

  • 2011: Tom Neve (Huisseling)
  • 2012: René Theunissen (Ravenstein)
  • 2013: Paul van Lier (Huisseling)
  • 2014: Tom Neve (Huisseling)

Hieronder de gemeentekoningen van de gemeente Oss van 2015 tot heden. Dit geschied onder de gilden van Huisseling, Ravenstein, Geffen, Oss en Maren-Kessel:

  • 2015: Hetty Verhoeven (Geffen)
  • 2016: Harrie Peters (Geffen)
  • 2017: Alex Buren (Maren-Kessel)
  • 2018: Tom Neve (Huisseling) voor de derde maal gemeentekoning!!

     
    naar boven

     

    Lijst van burgerkoningen (In bewerking)
    Hieronder een lijst met de burgerkoningen tijdens de Huisselingse gildefeesten:

    • 1986: Sjoerd Waijers
    • 1987: Hanny Hamers (Ravenstein)
    • 1988: ?
    • 1989: Henk van der Ven
    • 1990: Mevrouw Verhoeven
    • 1991: Jan van Oirschot
    • 1992: geen burgerkoning
    • 1993: ?
    • 1994: Paul van Lier
    • 1995: Mieke Postma-Timmermans
    • 1996: Cor Geurts
    • 1997: Tonny van de Poel (Ravenstein)
    • 1998: Jan van Zwam (Ravenstein)
    • 1999: Mark Geurts
    • 2000: Huub van der Sanden (Overlangel). In dit jaar werd het 15-jarig bestaan gevierd met prijsschieten. Kruisboog op doel: 1e prijs Ton van Winsen (Ravenstein), 2e prijs Gijs van Dijk (Niftrik) en 3e prijs Adriaan van Breda (Ravenstein). Kruisboog op wip: 1e prijs Mari van Breda, 2e prijs Wilma van de Rijdt (Neerlangel) en 3e prijs Ton van Winsen (Ravenstein).
    • 2001: Tiny van Lieshout
    • 2002: geen gildefeesten
    • 2003: Twan Loeffen
    • 2004: geen burgerkoning
    • 2005: Martijn den Brok
    • 2006: Jan Moonen?
    • 2007: Jan Moonen?
    • 2008: Fred van der Sluijs
    • 2009: Martijn den Brok
    • 2010: René van Lent
    • 2011: Cor Geurts
    • 2012: Hans Brenters
    • 2013: Cor Neve (Oss)
    • 2014: Dirk van den Akker
    • 2015: René Theunissen (Ravenstein)
    • 2016: Gijs van Dijk (Niftrik)
    • 2017: Gijs van Lieshout
    • 2018:

     
    naar boven

     

    Lijst van winnaars jeu de boule (In bewerking)

    • 1994:
    • 1995:
    • 1996:
    • 1997: Paul Waijers, Frank Waijers en Bart de Vries bij de senioren en Inge Megens, Rob Megens en Danny van de Burgt bij de junioren
    • 1998: Nel Lagarde, Marjan van Zwam en Riet Geurts
    • 1999: Erik Waijers, Wout Elemans en Frank Waijers bij de senioren en Niels van Uden, Johan Daverveld en Huub van Aar bij de junioren
    • 2000: Cor Geurts, Toon Jaspers en Sjoerd Waijers
    • 2001: Ingeborg van Leeuwen?
    • 2002: geen gildefeesten
    • 2003: Kees Loeffen, Henk van der Ven en Tiny van Lieshout
    • 2004: Tiny van Lieshout, Henk van der Ven+, Kees Loeffen en Toon Jaspers
    • 2005: Toon Jaspers, Wiet Arts en Sjoerd Waijers
    • 2006: Kees Loeffen, Tiny van Lieshout en Thijs van Els
    • 2007:
    • 2008:
    • 2009:
    • 2010: Cor Geurts, Harry van de Burgt en Danny van de Burgt
    • 2011: Gijs van Lieshout, Twan Loeffen en Edwin van Erp
    • 2012: Harry Lagarde, Kees Loeffen en Tiny van Lieshout (De Drie L’s)
    • 2013: Harry Lagarde, Kees Loeffen en Tiny van Lieshout (De Drie L’s)
    • 2014: Mark Geurts, Twan Loeffen en Gijs van Lieshout (De Ketskoningen)
    • 2015: Ton Callaars, Twan Loeffen en Gijs van Lieshout (De Gladde Ballen)
    • 2016: Anny van Grunsven, Marjon Festen en Nel Lagarde (Het laatste Woordje)
    • 2017: Fred van der Sluijs, Twan Loeffen en Gijs van Lieshout (De Gladde Ballen)
    • 2018:

     
    naar boven

     

    Ledenlijst (In bewerking)
    Heroprichtingcomité
    Henk van Leeuwen: 1982-heden oud- staande deken, erelid
    Leo Vissers: 1983-2002† voormalig dekenarchivaris, oud-koning
    Thé Arts: 1983-heden oud-dekenschatbewaarder, erelid
    Henri Elemans: 1983-2011† oud-hoofdman, erelid
    Jan van Munster: 1984-2010† oud-dekenschrijver, tamboer, erelid

    Belangstellenden tijdens heroprichting
    Annie van den Hoogen†
    Theo Klink
    Huub de Vocht†

    Leden van 1985
    Huub van Aar: 1985- ? voormalig wapenmeester
    Toon van Aar: 1985-2008 oud-vaandrig, oud-koning
    Wiet Arts: 1985- ? gildebroeder
    Piet Banken: 1985-2002 voormalig wapenmeester
    Theo van den Bergh: 1985-heden vendelier
    Piet Dekkers: 1985-heden oud-commandeur, hoofdman
    Bep van Dommelen: 1985-2011 vendelier, oud-dekenschatbewaarder
    Jan van Erp: 1985-1992 gildebroeder
    Hans Heinemann: 1985-2011 vendelier, voormalig tamboer, oud-dekenalgemeen
    Adriaan Kocken: 1985-2003 gildebroeder
    Rinus van Oosteren: 1985-2001 voormalig commandeur
    Marc Pijnenburg: 1985-heden wapenmeester, hoofd schietcommissie, commandeur en oud-kringbestuurslid, EGS (Europäische Gemeinschaft historischer Schützen)
    Tinus Pijnenburg: 1985-2009 oud-hoofdman, 2x oud-koning

    Leden ná 1985
    Jeroen Arts: 2002-heden archiefbeheerder, vaandrig
    Timo Bakker: 2016-heden vendelier
    Jan van den Berg: 2002-heden koning
    José van den Berg: 2008-2012† dekenschrijver
    Marisca van den Berg (van Lier): 2004-heden koning, oud-koning, tamboer, voormalig bazuinblazer, voormalig schildknaap
    Jeroen den Brok: 2014-2016 voormalig schildknaap, tamboer
    Hans Ceelen: 1987- ? voormalig tamboer
    Grad van Gelder: 1993-heden tamboer, oud-commandeur, erelid
    Korneel van den Heuvel: 2016-heden
    Gerard Janssens: 1995-2008 oud- staande deken, p.r.
    Wouter Kocken: 1987-2003 gildebroeder, oud-koning
    Martijn van Leeuwen: 1989-2008 voormalig bazuinblazer, voormalig tamboer, oud-koning
    Paul van Lier: 1995-heden oud-deken algemeen, staande deken, bazuinblazer, 2e vaandrig
    Theo van Lier: 2015-heden
    Rens van Lieshout: 2007-heden oud-dekenalgemeen, dekenschatbewaarder
    John Loeffen: 1999-heden oud-koning, oud-vaandrig, oud-assistent dekenschatbewaarder, oud-vendelier
    Jan Moonen: 1987-2003 gildebroeder, ‘geluidsman’
    Wander van Munster: 1987-1991 voormalig tamboer
    Tom Neve: 2011-heden vendelier
    Mariëlle van Oosteren: 2006-2008 gildezuster
    Rob van Veghel: 1996-2000 voormalig tamboer
    Max Vlemmix: 2013-2016 tamboer

    Aspirant-leden
    Timo Bakker: 2014-2016
    Marisca van den Berg (van Lier): 2001-2004 voormalig schildknaap, bazuinblazer
    Jeroen den Brok: 2012-2014 voormalig schildknaap, tamboer
    Korneel van den Heuvel: 2014-2016
    Sarah Neve: 2013
    Joan van Oosteren: 1989-1992
    Yop Spanjers: 2003-2012 voormalig schildknaap, vendelier
    Max Vlemmix: 2011-2013 tamboer i.o.
    Wim Vossen: 2017-heden

    Jeugdleden
    Jeroen den Brok: 2007-2012 voormalig schildknaap, tamboer i.o.
    Arte Spanjers: 2009-2010 schildknaap
    Max Vlemmix: 2009-2011 tamboer i.o.

    naar boven

    Het gilde in 2005

     

    Gedicht over Sint Lambertus
    Het volgende gedicht gaat over het ontstaan van het Sint Lambertusgilde. Dit is het enige ware verhaal (tekst: Marcel. Speciaal ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van het gilde in 2010 geschreven).

    De 7e eeuw na Christus en Lambertus ziet het licht
    Zijn vader ziet hem aan en doet van schrik de luiken dicht
    Geen wolk van een baby, maar een joch met moeilijk haar
    Vanwege zijn geboorteplaats is hij Maastrichtenaar

    Misschien heeft u van bisschop Theodardus nooit gehoord
    Maar deze man werd door een groepje struikrovers vermoord
    Toen was er plots geen bisschop, maar Lambertus stond gereed
    Er staat in de analen dat hij het best wel aardig deed

    Zijn allerbeste vriend dat was hofmeijer Pepijn
    Die liever bij een andere dan zijn eigen vrouw wou zijn
    Lambertus sprak: Schande! Dit is ongehoord en vies
    Ik ban jou uit de kerk als jij ’t blijft doen met Alpaïs

    (Marcel zegt: Zo heette die hoer. Concubine noemden ze dat toen. Een bijvrouw. Wie heeft er hier een bijvrouw?)

    Pepijn die was verslaafd aan haar, het was een lekker ding
    Lambertus hield zich aan zijn woord en sprak: Jij stommeling
    Ik moet jou nu verbieden om te komen in een kerk
    Alpaïs was ziedend en begon haar Duivels werk

    Het was een lange dag geweest, Lambertus had gebeden
    Twee schurken zaten op het dak, Lambertus zat beneden
    De boeven deden heel secuur, wat Alpaïs graag wilde
    Er viel een puntig zwaard omlaag…..en Sint Lambertus gilde!

    En zo is de naam Sint Lambertusgilde ontstaan.

    Er is ook nog een moraal:
    Heren, mannen, kerels, kom doorbreek je huwelijkstrouw
    Het is een oud gebruik, dus neem gerust een tweede vrouw
    U moet het wel ter harte nemen, deze goede raad:
    Dat als je eens wilt zingen, je de kerk op tijd verlaat.

    naar boven