Eligius verering

Inleiding
Eligius is de tweede patroonheilige van Huisseling. Hij werd tussen 588 en 590 geboren in Chaptelat. Hij was van beroep achtereenvolgens hoefsmid, goudsmid en muntmeester onder de Merovingische koningen Clotharius II en Dagobert I. Voor Clotharius vervaardigde hij een gouden troon, die nog steeds te bezichtigen is in Parijs. Hij werd vervolgens muntmeester van Marseille en verwierf een plaats in de Franse hofhouding. Ook maakte hij talrijke reliekschrijnen en grafmonumenten voor heiligen en hoogwaardigheidsbekleders. Op 13 mei 641 werd hij tot bisschop gewijd van het bisdom Doornik-Noyon. Hij overleed op 1 december 660. Zijn relieken bevinden zich in de kathedraal van Noyon. 1 december is de officiële sterfdag van Eligius. Omdat het dan bijna winter is, wordt in Huisseling 25 juni als feestdag aangehouden, de dag waarop de relieken (botjes) naar Huisseling werden overgebracht.

Koningszeer
Eligius, ook wel Liezejes, Eloy of Alo genoemd, was een bijzondere patroonheilige. Hij werd aangeroepen tegen zweren, klierziekten, gezwellen, kanker en andere kwalen bij mens en dier. Vanaf de 13e eeuw werd hij aanroepen bij het veel voorkomend euvel van de scrofulose, ook wel het koningszeer of het heiligenwerk geheten. Het was een ziekte met vele spontane verbeteringen en verslechteringen en berustte op tuberculose in de lymfeklieren van de hals. Oorspronkelijk was hij de beschermer van de edel- en hoefsmeden. In Huisseling werd hij vooral vereerd als beschermer van het vee (vnl. paarden). Opvallend is dat vroeger voornamelijk vrouwen ter bedevaart gingen, maar met de Eligiusmis op maandag zaten voornamelijk oude mannen in de kerk. Aangenomen word dat er ook om genezing van prostaatklachten werd gevraagd.
Het attribuut van Sint Eligius is het aambeeld, dat een verwijzing is naar zijn beroep. De legende vertelt dat hij tijdens zijn beroep als smid, eens een afgesneden voet van een onhandelbaar paard van een nieuwe hoef heeft voorzien. Daarna zette hij de voet weer aan het been, zonder dat het dier bloedde of pijn leed. Een andere legende luidt dat voor het bouwen van klooster Ourscamp aan de Oise, waar Eligius de leiding had, de stenen met een ossenkar werden vervoerd. Opeens werd de kar belaagd door een beer. De jongen die de wagen bestuurde vluchtte weg, maar de beer verorberde de os. Eligius beval de beer het werk van de os over te nemen, wat dus ook gebeurde.

Het vaandel van Eligius dat in de processie gebruikt werd

De keerzijde van het bewuste vaandel


Bedevaart
In Brabant kwamen de gelovigen, die bescherming zochten tegen gezwellen van mens en dier, naar Huisseling toe. Huisseling was in Brabant de enige bedevaartplaats voor Eligius. Vele mensen kwamen dan tussen Sint Jan (24 juni) en de acht dagen daarna (het octaaf) naar de kerk.
De bedevaartgangers gingen huiswaarts met gewijd brood of ‘Liezejeswòtter’. Voor de wijding van het water gold de normale wijding, voor het brood een ‘benedictio specialis’.
Op Eligiuszondag (of als 25 juni op een doordeweekse dag viel, de eerstvolgende zondag) werden ten tijde van pastoor Vinken drie missen gelezen. De eerste mis om 6.00 uur, de tweede om 7.30 uur en de Hoogmis om 9.30 uur. Daarna volgde de verering van de relikwieën, processie, predicatie, wijding van water en brood en de inschrijving in de Broederschap van den Heiligen Eligius. Dit werd dan nog eens herhaald na de Hoogmis op het feest van Petrus en Paulus. De rest van het jaar werd er elke maandag om 8 uur, een Eligiusmis gezongen. Men vermoedt dat de verering van Sint Eligius waarschijnlijk in de late middeleeuwen zal zijn begonnen. In 1538 wordt Rector Johannes van Glent wordt als pastoor genoemd. Hij is geboren in het bisdom Doornik (B). Vermoedelijk heeft hij Eligius naar Huisseling gebracht. De bedevaart werd in de loop der eeuwen steeds minder.

Het processiealtaar op de Ringelenburg. Bron: Fam. Coenen


Voor de parochianen werd er na de Hoogmis een processie gehouden. Voor velen hét hoogtepunt van het jaar. Compleet met vaandels, bruidjes, engeltjes, baren met daarop de beelden van Eligius en Lambertus, flambouwen, et cetera, trok men door Huisseling. Via het ‘Streepestraatje’ liep men naar De Ringelenburg. Op de plek waar eens het jachtslot stond, was het rustaltaar. Van daaruit trok men over de ‘Schutsboomstraat’ terug naar de kerk. Na de ruilverkaveling stond het rustaltaar op de hoek Heuveleindstraat/Dwarsstraatje, waar nu het gashuisje staat. Wanneer eens in de zoveel jaar de Eligiusprocessie niet samenviel met de Sint Jansprocessie in Neerlangel, dan liep OBK mee in de stoet (vroeger was dat uiteraard onze eigen fanfare Sint Eligius). In 1972 werd vanwege ‘tanende belangstelling’ de laatste processie gehouden.

Het middeleeuwse beeld van Eligius

Op de zolder van de kerk staan de flambouwen, engelen- en bruidskostuumpjes, vaandels, baren, Mariabeeld en rustaltaar, nog altijd te wachten. Het veefonds van de NCB Huisseling had in zijn reglement opgenomen dat er door hen jaarlijks twee Heilige Missen ter ere van Eligius gehouden moesten worden. Sinds het opheffen van het veefonds in 1975 werd het stil rond de verering van Eligius.
In de kerk staat nog wel altijd het bijzondere beeld van hem. Vroeger werd het altijd ‘in winterslaap gezet’, door het beeld in een kast op te bergen. Nu mag het pronken in onze kerk. De meningen lopen uiteen, maar waarschijnlijk dateert het uit de periode 1510-1525 en is mogelijk uit de beeldhouwtraditie of/en de omgeving van beeldhouwer Henrick Douwerman (bron: L. van Liebergen).

Het Mariabeeld van de processie


Processie in de Hamstraat en Streepestraatje. Bron: Mevr. Van Wijchen-Megens


Oude processiefoto gemaakt in het Streepestraatje. Bron: Mevr. Egbars-van Maasacker

Processie in het Dwarsstraatje. Op de baar het Lambertusbeeld, baardragers zijn Jan Elemans (Wzn.), Sjaak Elemans, Rinus van Zuijlen en ... . Bron: Fam. Elemans-Coenen


Draagsters van het Mariabeeld, Jo de Bruijn (Wdr.), Jo de Bruijn (Bdr.), Catrien van de Rijdt en An Albers. Bron: Fam. Elemans-de Bruijn


Mariabeelddraagsters Marietje (van der Worp) Kocken, Gonny (Wintjes) Arts, Nelly (Binos) van den Bergh en Nolda van de Rijdt. Het Lambertusbeeld wordt gedragen door Piet van den Bergh en ?. Bron: Fam. Wintjes-Arts.


Baardragers in de Woordstraat. We herkennen Jan van Gaal, Adriaan Kocken en Jan van Schadewijk. Bron: Fam. Van Gaal


Vooraanzicht kerk met processieboog (1965?). Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Uittocht van de processie uit de kerk (1965?). Bron: Fam. Elemans-van Eeden

Processie in de Hamstraat (1965?) met Jan de Bruijn en de kinderen Elemans. Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Processie op de hoek Hamstraat-Woordstraat (1965?). Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Bij het processiealtaar bij het voetbalveld (1965?). Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Bij het processiealtaar op het voetbalveldje (1965?). Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Processie 24 juni 1966. Anneke Elemans is bruidje, Jan, Jeroen en Peter Elemans zijn misdienaar. Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Processie 24 juni 1966. Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Processie 24 juni 1966. Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Processie 1967, Peter Elemans als misdienaar. Bron: Familie Elemans-van Eeden


Processie 1967. Herkenbaar zijn Jan van Schadewijk, Wim Kocken, Jan van den Hoogen, Henri Elemans, Herman van Grunsven, Jan Elemans (Pzn.) en Peter Elemans. Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Processie in 1967. Jeroen Elemans met de vlag. Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Processie 1968. Herkenbaar zijn Peter Elemans en Jan de Bruijn. Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Processie 1968. Herkenbaar zijn Jan Elemans jr. en Hein Elemans. Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Processie 1968 met Anneke Elemans als bruidje. Bron: Fam. Elemans-van Eeden


Processie bij het kerkplein met OBK op de achtergrond. Bron: Fam. Van Uden-van Aar


Processie bij het kerkplein. Herkenbaar is Cisca van Lieshout. Bron: Fam. Van Uden-van Aar


Processie in de Woordstraat. Bron: Fam. Van Uden-van Aar


Processie in de Woordstraat met baldakijn. We herkennen Thé Schonenberg. Bron: Fam. Van Uden-van Aar

naar boven