Boerderijen

De Huisselingse boerderijen

Namen van boerderijen en woonhuizen in Huisseling

De oudste boerderij van Huisseling

Van riet naar pannen

533 jaar Hofstad De Gansheuvel

Boerderij van het jaar verkiezing in 2003

Vergane glorie

 

De Huisselingse boerderijen(In bewerking)
Inleiding
Huisseling is bekend om zijn oude boerderijen die, vaak prachtig gerestaureerd, het beeld van het dorp bepalen. Van de circa 45 boerderijen die er in het midden van de 19e eeuw waren zijn er nog 24 in (bijna) originele staat bewaard gebleven. Daarnaast kende Huisseling een beperkt aantal burgerwoningen en openbare gebouwen. Soms is er een moderner begin twintigste-eeuws voorhuis aan de oude boerderij vast gebouwd.
Om de geschiedenis van de Huisselingse boerderij na te gaan, is het allereerst van belang om te weten dat er eigenlijk geen typische Huisselingse boerderij is. Globaal hoort de boerderij tot het ‘Saksisch’ boerderijtype dat kenmerkend is voor het vruchtbare kleigebied van het Maasland. Dit strekt zich uit over het noordoosten van de provincie Noord-Brabant, maar heeft ook sterke overeenkomsten met het Land van Maas en Waal. De verschillen met het ‘Frankische’ type op het Brabantse zand zijn groot.

De middeleeuwse boerderij
Het Huisselingse bouwtype is het resultaat van elkaar opvolgende bouwkundige ontwikkelingen in een ver achter ons liggend agrarisch verleden. De eerste bouwwerken bestonden slechts uit rechthoekige ruimten, opgebouwd uit rechte takken die van de grond tot de nok reikten. In principe was dat niet meer dan een dak dat op de grond rustte. Dit dak werd bedekt met stro dat overal ruim voorhanden was. In die tijd vond men hygiëne niet belangrijk en woonden mens en dier in dezelfde ruimte. Deze primitieve boerderij wordt aangeduid als het hallehuis.

In de loop der eeuwen evolueerde deze boerderijvorm langzaam in de richting van de bouwwijze die we nu nog kennen. Er ontstonden buitenwanden, zodat de kap los van de grond kwam te staan. Uiteraard bestonden deze wanden uit houten takken waartussen stro gevlochten werd. Later werd het dak gedragen door het veel duurzamer eikenhout en ontstond er een gebintenconstructie. De vloer was van aangestampte aarde of leem. Achter in een hoek stonden een paar varkens, één of twee koeien, een schaap of ezel, terwijl de kippen overal rond konden lopen. ’s Nachts sliepen de bewoners op een ondergrond van stro. Altijd hing er een geur van mest, dieren en ongewassen mensen. Er werd in die tijd dan ook aanzienlijk minder aandacht besteed aan de luchtkwaliteit. De kookplaats bestond uit een kring van stenen waarin vuur werd gestookt. In het dak boven de vuurplaats was een gat uitgespaard, het rookgat, om een groot deel van de rook af te kunnen voeren. Het vuur van de kookplaats zorgde tevens voor een klein beetje licht in de donkere boerderij, waarin destijds nog geen ramen waren aangebracht. De rook van het kookvuur verjoeg lastige vliegen, muggen en andere insecten.

In de Middeleeuwen werden de buitenwanden van takken en stro dichtgesmeerd met koeienstront en kleiachtige leem. Ook beseften de bewoners dat hun leefruimte gescheiden moest worden van het stalgedeelte. Er werden wanden tussen het stal- en woongedeelte geplaatst. Alleen de zolder boven het woongedeelte was nog één geheel met de hooi- en strozolder.

Door de vele brandbare bouwmaterialen ging men vanaf de 15e eeuw (ook vanwege brandveiligheid) een schouw en schoorsteen metselen van baksteen. Vaak maakte de stookplaats deel uit van de brandmuur. Dit was een gemetselde muur tussen het woon- en stalgedeelte die helemaal tot de nok van het dak reikte. Hier werd nog lang op een open vuur gestookt. Niet alleen voor de bewoners, maar ook voor het vee. Als hulpmiddel voor het vervoeren van de zware ketel met veevoer, gebruikte men vaak een zware houten draaiboom die naast de schouw was opgesteld. Pas in de vorige eeuw werd het open vuur uiteindelijk vervangen door de kachel of het fornuis. De gevlochten buitenwanden werden steeds meer uitgevoerd door halfsteens of steens metselwerk en het strooien dak maakte plaats voor een duurzamer rieten dak. De zijmuren werden ‘opgetild’, waardoor het dak een knik maakte.

De boerderijen vanaf de 17e eeuw
In de loop der tijd ontstond er door veranderende woon- en leefeisen de behoefte aan meer leefruimte en aan meer afzonderlijke kamers. Dit evolueerde in verschillende boerderijvormen. In de buurt van de Maas, zowel aan de Gelderse zijde als de Brabantse zijde, werd de benodigde uitbreiding gerealiseerd door het woongedeelte in zijwaartse richting te vergroten. In het geval van zo’n uitbreiding naar één zijde, waarbij de noklijn van bovenaf gezien een L-vorm vertoont, spreekt men van een ‘krukhuis’. Echter bij een uitbouw naar twee zijden ontstond een aparte dakconstructie dwars op de kap van het achterhuis. Bij deze bouwwijze wordt wel gesproken van een ‘dwarshuis’ of ‘T-huis’, vernoemd naar de vorm van de noklijn van boven gezien. Dit type boerderij komt veel in Huisseling voor. Kenmerkend is dat de achterkant uit praktische redenen meestal aan de doorgaande weg is gelegen. De voorgevel, voordeur en hoge ramen van het woongedeelte zijn naar het land toe gericht. Het situeren van de boerderij met de achterkant naar de weg kan mogelijk ook worden verklaard vanwege oude belastingtechnische oorzaken.
Het type boerderij wijkt sterk af van de langgevelboerderijen in de rest van Brabant. Dit boerderijtype heeft alle ramen en deuren naar de weg gericht, waardoor de passant als het ware uitgenodigd wordt om aan te kloppen. Dit type komt veelvuldig voor op de zandgronden in heel Noord-Brabant en is van oorsprong ontstaan uit de Frankische boerderijvariant.

De keuken, het belangrijkste gedeelte van de boerderij
In het gewone ‘bescheiden’ huistype bevinden mensen en dieren zich binnen vier muren en onder één dak. De breedte is bijna altijd 13 meter, de lengte varieert naargelang de welstand van de boer en het aantal koeien. De voorgevel is meestal hoger dan de achtergevel, maar hoog genoeg om de kar met hooi door te laten. Is deze muur te laag dan laat men de achterdeuren inspringen om de vereiste inrijhoogte te halen. Meestal staan rechts de koeien, links de paardenstallen en de hokken voor de varkens. Boven de paardenstal in ‘het veeke’ zitten de kippen, die met een ‘kippenleerke’ naar buiten konden. Natuurlijk zijn er ook diverse varianten mogelijk. Zo zijn er boerderijen die niet met de achtergevel, maar met de zijgevel naar de weg staan zoals dat bij de langgevelboerderijen standaard is. Op die manier lag ‘de deel’ dwars op de boerderij en niet in de lengterichting zoals gebruikelijk. Voorbeelden zijn Hamstraat 8 en Hoekstraat 1 (ooit verbouwd van middenlangsdeel naar dwarsdeel).

De verschillende keukens vormen volgens Jan Elemans het belangrijkste deel van het huis. De ‘geut’ ofwel de spoelkeuken behoort tot het bedrijfsgedeelte. Naast de geut zit de zijdeur. Via de gangdeur bereikt men het woongedeelte van het huis. Rechts de ‘binnengeut’ waar men de zuivelproducten bereidde en bewaarde. Vanuit de binnengeut kon men via een luik met een keldertrap naar de kelder. Op het luik zit de trap naar de opkamer. Verder had men in het voorhuis een ouderslaapkamer en de voorkeuken, waar men leefde en die eigenlijk als de huidige woonkamer fungeerde. Deze is helder verlicht met één of twee grote ramen. Tot slot de vierde keuken van het huis, de achterkeuken. Hier werd gekookt en gegeten, gewassen en gestreken, gebeden en kaart gespeeld. De ligging is dicht bij de stal zodat men de beesten kon horen. Het vormde het belangrijkste gedeelte van het huis.

Cultuurverschillen
Door de betrekkelijke isolatie van de omgeving en de aanhoudende strijd met het water, was de Huisselingse boer waarschijnlijk wat stugger en meer gesloten dan zijn collega op de zandgronden. Om natte voeten te voorkomen werden de boerderijen op een verhoging gebouwd met een geleidelijk afschot naar het achterhuis. Vanaf de weg loopt meestal een grindpad dat de bezoeker helemaal langs de zijgevel naar de voordeur leidt. De voordeur werd echter niet vaak geopend, met uitzondering voor de dokter of de pastoor.

Enkele typische bouwkenmerken
Er zijn enkele aspecten aan de Huisselingse boerderij waarmee zij zich onderscheidt van andere boerderijen van hetzelfde type. Zo zijn het ‘uilengat’ en de ‘oogvormige’ raampjes in de grote achterdeuren typisch Huisselings. Waarom deze ramen in deze typische vorm werden uitgevoerd is niet meer te achterhalen. Het is aannemelijk dat de plaatselijke aannemer of de timmerman verantwoordelijk was voor de uitvoering van deze opvallende raampjes. Het kan echter ook een cultuuraspect zijn omdat de raampjes voorkomen in boerderijen van verschillenden leeftijden.

De achtermuur van de boerderij was relatief laag waardoor er niet altijd hoge deuren in konden worden aangebracht. Dit loste men op door de hoge achterdeuren iets naar binnen op te schuiven. In het oosten van Nederland zette men de achterdeuren zelfs nog iets verder naar binnen, wat resulteerde in een afdak boven de grote achterdeuren, de zogenoemde onderschoer of onderschuur. Ook dit type komt voor in Huisseling. Oorspronkelijk bestond het gedeelte boven de grote staldeuren uit houten gepotdekselde planken. Dit zijn planken die elkaar in het horizontale vlak gedeeltelijk overlappen. Meestal helde dit houten vlak iets naar voren en in het midden boven de grote achterdeuren zat het hooiluik.

De boerderijen hadden geen dakgoten. Om het negatieve effect van opspattend regenwater, dat op de grond valt tegen te gaan, werden rondom de boerderij de muren van de grond tot vaak wel een meter hoogte voorzien van een smeerlaag van specie, ook aangeduid als smeerplint. Waren de daken oorspronkelijk geheel van stro of riet, later werd het riet op het onderste gedeelte van het dak vervangen door dakpannen. In het begin met de gewelfde Hollandse pan en later ook wel de vlakkere en modernere muldenpan. Om inregenen te voorkomen werd de nok van het rieten dak dicht gelegd en aangesmeerd met gebakken nokvorsten.

Vlaamse schuren
Oorspronkelijk werden langsdeel- of Vlaamse schuren gebruikt voor de opslag van graan dat werd verzameld door kloosters en andere ‘tiendheffers’. Later werden de schuren ‘standaard’ bij de meeste grotere boerderijen. De schuren werden gebruikt voor de winteropslag van landbouwproducten en materieel.
Het zijn drie-beukige schuren met een grote langsdeel. De onderlinge variatie is groot. Standaard zit er zowel aan de voor- als achterzijde een staldeur, waardoor men met paarden en kar door de schuur kon rijden. Meestal zijn de deuren links of rechts van het midden geplaatst. Omdat de zijbeuken soms verschillend van breedte waren kreeg de schuur een asymmetrisch aanzicht. Traditioneel zijn de schuren van hout en met stro of riet gedekt. De vier nog aanwezige schuren zijn allen van baksteen en met pannen of golfplaten gedekt. Meestal is de gebintconstructie nog wel origineel. De meest bijzondere schuur is die van Grotestraat 59. Verder zijn er nog langsdeelschuren aan Daalderstraatje 2 en Hamstraat 1.

Rosmolens
Een rosmolen is een molen waarbij de aandrijvingkracht wordt geleverd door een paard (ros) of een ezel. In het verleden waren er boerderijen die zelf een rosmolen hadden maar meestal stond er in een dorp een grotere rosmolen, vaak aangedreven door twee paarden. Het principe van het malen is hetzelfde als bij andere molens. De rosmolen werd voor uiteenlopende doeleinden gebruikt: het malen van graan tot meel, het uitpersen van zaden tot olie, het karnen van boter of bemaling van water. De grotere rosmolens waren bouwsels waarin de molenstenen over elkaar rolden of schuurden, terwijl het paard of het stel paarden buiten het bouwwerk liep. De aandrijving gebeurde dan via een balk die aan de top van het dak bevestigd was en waaraan verticaal naar beneden een ‘boom’ bevestigd was waaraan beneden een tandwielmechanisme was gemaakt.
In Huisseling stonden in de 19e en 20e eeuw rosmolens bij de volgende boerderijen: Daalderstraatje 2, Grotestraat 38 (Heinenhof), Heuveleindstraat bij Flip de Bruijn (zelfs voor 2 paarden!), Weegstraatje 1, Burg. Van de Wielstraat 1.

Bakhuizen
De meeste boerderijen hadden, inpandig of uitpandig, een oven voor het bakken van eigen brood. De boer van destijds was ook bakker en met de ‘bakkers’ in de buurt had men goede afspraken. In de regel bakte men slechts één keer per week brood. Men bakte op verschillende dagen en als men dan een brood tekort kwam kon men er bij de buren eentje bijzetten. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914) werd vanwege de voedselregelingen het zelfbakken bij wet verboden. Het dorp kreeg zijn eerste echte bakkers en weinig boeren pakten na 1918 het bakkersvak weer opnieuw op.

Het jeugdverhaal van Jan Coenen
Vlak voor zijn overlijden in 2009 schreef Jan Coenen voor zijn kleinkinderen ‘het verhaal van zijn jeugd’ op. Hieruit is op diverse plaatsen in dit boek geput. Het handelt over de periode tussen de twee wereldoorlogen en het beschrijft hoe er werd gewoond in de (zeker niet modale) boerderij aan
Woordstraat 18. De keuken bevond zich in het achterhuis, plus een bergplaats waar de trap naar de zolder begon en waar het grote fornuis stond. Hier werd wekelijks een grote berg vuile was gekookt. Ook was er de bijkeuken, de geut genaamd, waar de koperen pomp hing boven de granieten gootsteen. Waterleiding was aan de Woordstraat onbekend, evenals telefoon. Er was wel elektriciteit, met in de hele straat drie straatlantaarns. In het achterhuis bevond zich de zijdeur, waardoor iedereen het huis binnenkwam. Slechts weinigen belden aan bij de dubbele voordeur, die ’s nachts werd afgegrendeld met een ijzeren staaf vanwege de Osse Bende.

Als je de zijdeur binnenging kwam je voorbij de wc. Toiletpapier was er niet, wel een stapel kranten om je billen af te poetsen. Naast de wc begon direct de koeienstal, met vooraan de zes melkkoeien, verder het grotere jongvee, met de koppen naar de deel gericht. Ervoor liep de groep waar de beesten werden gevoerd. De deel met de harde lemen dorsvloer besloeg het grootste deel van de ruimte. Via een grote achterdeur kon je met paard en kar binnenrijden, echter dat gebeurde alleen in de hooitijd om de ladingen hooi te lossen. Dan werd de boerderij tot de nok volgepropt met het wintervoer. Wij moesten als kinderen dan mee naar boven voor het ‘pakken’, zoveel mogelijk heen en weer lopen en springen om het hooi samen te persen. Aan de overzijde van de deel was de paardenstal, een hok voor de jonge kalveren en een ruimte om de voederbieten op te slaan. Achter de boerderij was de grote schuur met een rij varkenshokken, een ruimte voor jongvee en een wat grotere ruimte waar de korenschoven tot aan de nok toe waren opgestapeld. Het achterste deel functioneerde als karschuur, waar de lange en de korte kar waren gestald.

Vijf en veertig jaar Huisseling opgetekend door Mia Königs (2011)
Nadat zij samen een carrière hadden opgebouwd in Parijs en New York, kwamen Joep en Mia Königs in 1965 weer terug naar Nederland. Hierbij een deel van het verhaal dat Mia speciaal voor dit boek schreef:
‘Het Brabantse land trok ons bijzonder aan. In die tijd stonden, mede door de ruilverkaveling, nogal wat boerderijen in de verkoop. Via een advertentie kwamen we in Huisseling terecht waar ‘Burgemeester van de Wielstraat 1’ te koop werd aangeboden. Jan en Marie van der Horst hadden hun kippenbedrijf beëindigd en waren al van start gegaan met de bouw van hun nieuwe behuizing op de Boschakker. Ondanks het minimale comfort was het voor ons liefde op het eerste gezicht, beseffend dat na de aankoop ons nog heel wat werk te wachten zou staan.
We waren jong en namen veel ongemak voor lief. Geen centrale verwarming en geen riolering. De aanwezige gierkelder was iets dat ons tot op dat moment volkomen onbekend was en de houten ‘poepdoos’ deed zelfs nostalgisch aan. De badkamer bestond in het nieuwe door ons zo begeerde
onderkomen uit een verplaatsbaar zinken bad op pootjes.
In de grotere plaatsen waren badhuizen in zwang, maar in Huisseling en verre omgeving ontbrak deze ’luxe’. Gas was slechts voorhanden in de vorm van flessen zogenaamd Butagas en de elektrische installatie in het huis bestond uit een elektriciteitskastje met één zekering van 6 ampère.
Een zekere bijzondere luxe was de telefoonaansluiting waar omringende buren zo nu en dan gebruik van maakten. Het destijds gebruikelijke potje naast het toestel nodigde uit voor een bijdrage aan de telefoonkosten van het nummer 720. Binnen werd de zogenaamde ‘knechten-kamer’ omgebouwd tot
slaapvertrek en twee aparte kamers uit het voorhuis tot een grote zitkamer. De opkamer en gewelfde kelders lieten we vanwege historisch oogpunt in de authentieke staat, inclusief de ingebouwde drie bedsteden.

In de tegenwoordige tijd zullen jongeren zich er nauwelijks van bewust zijn dat hun grootouders geen verwarming hadden. In ons pand bestond de verwarming uit een paar olievaten die tegen de buitengevels bevestigd waren. In die tijd was dat toch al min of meer een luxueuze verwarming van
het huis. Bij de restauratie en de onvermijdelijke modernisering van bepaalde onderdelen hebben we steeds getracht het historische karakter te behouden. Dat we daarin zijn geslaagd bewijst de status van de boerderij als gemeentelijk monument.’

Een nieuwe generatie boerderijen
Ongeveer halverwege de vorige eeuw veranderde op het platteland geleidelijk de wijze van bedrijfsvoering en de manier van bewoning. De pomp werd vervangen door een kraan, er kwam beter sanitair en het comfort nam toe. Via de landbouwvoorlichting, mechanisatie, veevoederindustrie en ruilverkaveling kwam de bedrijfsvoering in de 2e helft van de 20e eeuw op een hoger peil, geschikt voor massaproductie en specialisatie. In de beginjaren zestig vond in het buitengebied van Huisseling de ruilverkaveling plaats. Er werden ruilverkavelingboerderijen gebouwd, volgens een type boerderij dat in het hele land voorkomt. Later werden door de toenemende vraag naar productie nog grotere schuren en stallen gebouwd met vaak grote vrijstaande woonhuizen. Riet en pannen werden vervangen door golfplaten. Hiermee verdween definitief de streekeigen bouwwijze van de traditionele boerderij.

 

naar boven

Namen van boerderijen en woonhuizen in Huisseling
Beemdenweg 4: De Vossenkamp (naar een veldnaam)
Contre Escarpe 1: De Zwarte Raaf (voormalig café)
Daalderstraatje 2: ’t Heerehuis (oude burgemeesterswoning)
Den Dam 2: Den Dam (naar de Huisselingse Dam die Huisseling beschermde tegen hoogwater)
Den Dam 4: De Beers (naar de ‘Beersche Overlaet’)
Dortestraat 2: Jagershuis (voormalige bewoner Dhr. van Haren ging graag jagen in de polder)
Dortestraat 4: ’t Keyzershof (familie De Keyzer)
Graafsestraat 20: Huize Blankenburg
Grotestraat 25: De Steenshof (naar een veldnaam)
Grotestraat 35: De Zwaanshof (naam van oude herberg De Swaen)
Grotestraat 38: De Heinenhof (naar de Heinen Elemans)
Grotestraat 46: De Elft (voormalig café aan de Rijksweg in Reek die de familie uitbaatte)
Grotestraat 56: De Boomgaard (vroegere boomgaard van de kerk)
Grotestraat 57: De Palmhof
Hamstraat 9: Semi – Hof (Kleine boerderij)
Hamstraat 8a: Den Afsteek
Heuveleindstraat 4: Steenuiltje
Hoekstraat 2: De Gansheuvel
Hongerveldstraat 11: ’t Hongerveld (naar een akkercomplex)
Meerstraat 1: De Meerkes (naar een veldnaam)
Meerstraat 3: Huize Hoogakker (naar een veldnaam)
Nieuwe Erfsestraat 1: De Ganzenwei (naar een veldnaam)
De Ringelenburg 1: Vroeger Ringelenburg (naar het voormalige jachtslot)
De Ringelenburg 5: Ringelenburg (naar de boerderij bij het voormalige jachtslot)
Stationssingel 11: Crians
Burgemeester Van de Wielstraat 1: King’s Court (de bewoners (familie Königs) hadden hier een paardenfokkerij)
Burgemeester Van de Wielstraat 5: Aarensteyn (familie Van Aar)
Burgemeester Van de Wielstraat 7: De Roesterd (naar een veldnaam)
Woordstraat 22: De Woord (naar een akkercomplex)
Mgr. Zwijsenstraat 5: De Ravenshoeve (boerderij dichtbij Ravenstein)
In het verleden stond er op de plek van de kerk (tot 1626) een boerderij met de naam Achterhof.

Graag horen wij van u of we namen vergeten zijn.

naar boven

 

De oudste boerderij van Huisseling
Op de hoek van de Grotestraat met de Hoekstraat stond tot enkele decennia terug de oudste boerderij van Huisseling. Muurankers in de voorgevel duidden het jaartal 1649 aan. De middenlangsdeel van deze boerderij sloot vrijwel direct bij de woonkeuken aan, terwijl de stalling van vee en varkens in een buitenstijlruimte plaatsvond. Van een voorstal was geen sprake. De boerderij had nog geen voordeur in de voorgevel, maar een zijdeur, de achtergevel bestond nog gedeeltelijk uit gepotdekselde planken en de schouw stond, in tegenstelling tot de andere boerdeijen in de buurt, tussen de woonkeuken en de zijkamer, in plaats van tegen de muur tussen woon- en stalgdeelte. Direct ernaast, tegen de buitengevel bevond zich de bakoven. De boerderij vertoonde bovendien nog een primitief bouwkundig kenmerk: de sporen van de kap werden nog niet door spanten ondersteund. Op het erf stond een bakhuis en een kolenschuur. De boerderij had de bijnaam “Villa Scheefdak”. Hier woonde de familie Van den Heuvel (kolenboer), later verkochten zij de boerderij aan de familie Van Maasacker, die ernaast woonde op nummer 34. Zij verhuurden de boerderij aan de familie Loderus. De bouwvallige boerderij werd afgebroken door de familie Van Maasacker, omdat zij er een nieuw huis wilden bouwen. Zij kregen echter geen bouwvergunning meer en het terrein bleef onbebouwd. De oude kolenschuur staat er nog wel; deze nu als paardenstal. De meidoornhaag die het perceel ook nu nog omzoomd stond rondom de boerderij.

Bronnen: Familie Van Maasacker en het boek Traditionele boerderijen in Noord-Brabant door dr.ir. J.A. Hendrikx.

Plattegrond van de boerderij en tekening van de schouw

Voorgevel van de boerderij (Bron: Jan Elemans, Huissen)

Achtergevel van de boerderij (Bron: Jan Elemans, Huissen)

Rechter zijgevel van de boerderij met bakhuis (Bron: Jan Elemans, Huissen)

Rechter zijgevel van de boerderij met de kippen (Bron: Jan Elemans, Huissen)

Linker zijgevel van de boerderij met voordeur (Bron: Jan Elemans, Huissen)

naar boven

 

Van riet naar pannen
Vroeger waren de boerderijen tot onderaan met riet of stro gedekt. Rond 1875 is het de mode geworden om het onderste deel van het dak met pannen te bedekken. Men vond dat mooier. Er kwam meer ventilatie, maar in de winter werd het wel kouder op de deel. Dat werd grotendeels verholpen door zogenaamde stro- of pannenpoppen tussen de pannen te stoppen die weer en wind buiten moesten houden. De grote voordelen van het dekken met pannen waren onder andere minder brandgevaar en lagere premies voor de verzekering van de brandassurantie. Vroeger lag er op het erf overal hooi en stro, stonden er mijten en takkenbossen her en der. Als er dan brand uitbrak was een boerderij met zo’n laag dak natuurlijk een makkelijke prooi voor de vlammen!

Hierna werden ook de houten wanden of ‘stro-leem-vlechtwerkwanden’ vervangen door muren van steen die een grotere draagkracht bezaten en dus in staat waren meer gewicht te dragen.

Het hoger optrekken van de zijgevels was een logisch vervolg. Hierdoor ontstond vaak wel een ‘knik’ in het dak, maar dat nam men voor lief. Een handige bijkomstigheid was dat er binnen in de boerderij meer bergruimte ontstond op de zolders. Dat was erg handig voor het houden van kippen.

Een dak van stro betekende armoede. Stro had men zelf, en zelfs bij een huurboerderij moest de pachter hiervoor stro reserveren. Riet moest aangekocht worden en pannen zéker. Wat later kwamen ook de vorstpannen in zwang. Dit gebeurde voorheen met graszoden en donderplanten (Sempervivum).

naar boven

 

533 jaar Hofstad De Gansheuvel
(door Joost Kocken)
(Bedoeld wordt de voormalige boerderij tegenover Hoekstraat 1 die later tot schuur werd verbouwd)

Hofstad De Gansheuvel (de boerderij op de achtergrond). Bron: Fam. Elemans-Coenen


De namen van de Huisselingse hofstad, die in 1542 eigendom werd van Wouter Celen zoon, en de voorafgaande en latere eigenaren.
In 1477 bekend onder de naam ‘Herman Bonen hoffstath’;
In 1534 als ‘Herman Hoffstath’;
In 1542 is het eigendom van Aert Zebert Jans s. en later dat jaar van Wouter Celen zoon (door koop van Aert Zebert Jans)
In 1566 staat het bekend als ‘Wolter Ceelen erven hoffstath’;
In 1569 zijn de ‘Erfgenamen Wolter Ceelen’ eigenaars en in 1570 is dat Johan Wolters, een der erfgenamen;
In 1580 staat het bekend als ‘Johan Wolters hofstath’ en de eigenaar is Johan (= Jan) Wolters;
In 1597 als ‘Ceelen hofstath’, met als eigenaar Ceel Jans de Cock, zoon van Jan Wolters;
Tussen 1597 en 1644 onbekend hoe het werd genoemd, maar bekend is dat ergens in de 17e eeuw Teunis Ceel Kocken eigenaar is;
In 1644 wordt het ‘Sint Thonnis hoff’ genoemd en is Ceel Teunis Kocken eigenaar;
In 1695 is dat Marij de weduwe van Ceel Teunis en in 1703 Jan de Cock, zoon van Ceel Teunis;
In 1715 wordt het ‘Cocken hoff’ genoemd en zijn de Erfgenamen van Jan de Cock eigenaar;
In 1716 staat vermeld ‘Den hoff van ..’ .. de kinderen van Jan de Cock en later in 1716 wordt Antonetta de Cock, dochter van Jan genoemd;
In 1733 en 1760 ‘Jan de Kockshoff’, nog genoemd naar de oude eigenaar;
In 1738 Huis, hof .. op den Gansheuvel(*) en is het in eigendom bij Antonetta de Cock x Henrick Maes, Zij verkopen het aan Ruth Lamers Kleijnen;
In 1741 wordt het dus ‘Ruth Kleijnenhoff’ genoemd;
In 1785 is Gerardus de Kleijn, zoon van Ruth, eigenaar en die verkoopt het weer aan Hendrik van den Berg;
In 1825 staat het bekend als ‘Huis, hof .. op de Gansheuvel’ en Hendrik van den Berg verkoopt het aan Wouter van Aar voor ƒ 700,-;
In 1860 ‘Huis, schuur, erf, boomgaard, tuin en bouwland sectie B.148-151’, in eigendom van de erfgenamen van Wouter van Aar (zijn weduwe Isabella Wilms is vruchtgebruikster);
In 1871 wordt het verkocht aan Hermanus G. Elemans;
In 1893 zijn de erfgenamen van Hermanus G. Elemans de eigenaars;
In 1924 wordt het verkocht aan Hendrikus Jac. Elemans;
In 1928 is het huis is niet meer als woonhuis aanwezig (het is in 1927 verbouwd tot schuur);
In 1960 volgt er een boedelscheiding: de erfgenaam is Henri Elemans, en er staat nu een nieuwe schuur;
Ook in 2005 is het nog in eigendom van Henri Elemans ‘van het Hoekstraatje’;

Hofstad De Gansheuvel (de boerderij op de voorgrond). Bron: Fam. Elemans


In 2007 wordt de tegenoverliggende woonboerderij en de genoemde schuur (voormalige boerderij) bij gebrek aan opvolging door Henri en Truus Elemans-Snoek verkocht aan de familie Cornelissen-Woltering.

* In 1738 wordt de hofstad omschreven als 1½ morgen op den Gansheuvel, bestaande uit huijs, hoff, boomgart, schuer en backhuijs. Het cijnsregister hanteert ca. 1695 en ca. 1761 een maat van 7 hond. In 1825 1 bunder en 28 roeden = 1,28 ha. In 1832 kadastraal bekend Huisseling sectie B.148 t/m 151 huis, schuur, erf, boomgaard en bouwland groot 1.20.20 ha.
Verzameling Joost Kocken, 2010.

naar boven

 

Boerderij van het jaar verkiezing in 2003

De genomineerde boerderij


De boerderij van Herman en Riek van Aar-van Breughel aan het Daalderstraatje 2 wordt genomineerd als Boerderij van het jaar in Brabant. Helaas grijpen ze net naast de prijs en wordt een boerderij in Boekel, die nog in bijna originele staat verkeerd, als winnaar uitgeroepen.

naar boven

 

Vergane glorie
Hieronder een fotocollage van boerderijen en woonhuizen die uit het Huisselingse straatbeeld zijn verdwenen, voor zover als er foto’s voorhanden zijn (in bewerking).

Boerderij familie Peperkamp, Maasdijk (rechts). Bron: Familie Oosterhout-van Aar

Huisje familie Heesen, later Van Zanten, Doolhof. Bron: Heemkundekring Land van Ravenstein

Huisje familie Broes, Doolhof. Bron: Familie Broes

Tabaksboerderij familie Van Tilburg (voorheen Arts), Graafsestraat. Bron: Familie Sommers-Brands

De voormalige jongensschool Sint Josef, gebouwd op de plek van de boerderij van Van Tilburg. Inmiddels ook afgebroken. Bron: Jeroen Arts

Huisje familie Reijs, Graafsestraat / Blauwe Kei. Bron: Familie Reijs-Jansen

Huisje familie Zonnenberg (voorheen Spanjers), Graafsestraat / Ganzenweg. Bron: Stichting Herpen in woord en beeld

Contre Escarpe ?. Bron: Jeroen Arts

Huis familie Van Wijchen, Contre Escarpe. Bron: Familie Van Wijchen

Boerderij familie Bijl, Contre Escarpe, achter het doktershuis. Bron: Familie Keulers

Garage Van Thiel, Stationssingel / Mgr. Zwijsenstraat. Bron: Heemkundekring Land van Ravenstein

Boerderijtje familie Lamoen, Stationssingel (Huisseling). Bron: Brabants Dagblad

Van het huisje van de familie Wolters aan de Stationssingel (Huisseling) is geen foto beschikbaar!

Café Kuijpers, Stationssingel (Deursen). Bron: Jeroen Arts

Huisje Familie Blokland, Stationssingel (Deursen). Bron: Fam. Van Weegen


Tekst op het huisje Familie Blokland. Bron: Fam. Van Weegen


Kruis op het huis van de familie Blokland. Bron: Heemkundekring Land van Ravenstein


Piet en Greet Blokland woonden in een stacaravan achter hun vervallen huisje en kregen geen nieuwe bouwvergunning van de gemeente Ravenstein. Vandaar de tekst op het huis op de bijbehorende foto’s.

Huis familie Van Hees, Stationssingel (Deursen). Bron: Mevrouw Van Hees-van Boekel

Boerderij familie Kroonen (net achter het Boerenbondgebouw), Grotestraat / Mgr. Zwijsenstraat. Bron: Familie Keulers

Boerderij familie Schonenberg (voorheen Elemans, Van Zuijlen en Wilms), Grotestraat / Mgr. Zwijsenstraat. Bron: Familie De Vries-Schonenberg

Boerderij familie Van de Rijdt (voorheen Nabuurs en Van den Berg), Grotestraat 23. Bron: Familie Elemans-van de Rijdt

Huis familie Van Zuijlen (voorheen Lansdaal), Grotestraat 30. Bron: Familie Van Veghel-van Zuijlen

Boerderij familie Van Maasacker (voorheen Van den Heuvel en Loderus), Grotestraat 36. Bron: Mevrouw Egbars-van Maasacker

Van de boerderij op de hoek Daalderstraatje / Grotestraat en ook van de boerderij voorheen bij Daalderstraatje 1 zijn geen afbeeldingen beschikbaar!

De boerderij van de familie Albers, Daalderstraatje 5. Bron: Paul Stoots

Boerderij familie Van Aar, bij Hoekstraat 1. Bron: Familie Elemans-Snoek

Oude boerderij familie Van den Bergh (rechts), Grotestraat 40. Bron: Mevrouw Binos-van den Bergh

Huisje Marietje Kocken, Grotestraat 33a. Bron: Jeroen Arts

Van het voormalige huis van de familie Grad Kocken bij Grotestraat 33 is geen afbeelding beschikbaar!

Boerderij / Herberg familie Kocken, Grotestraat 35. Bron: Mevrouw Van der Worp-Kocken

Huisje Wout Kocken, Meerstraat 2. Bron: Familie Elshof-Heijmans

Boerderij familie W. Kocken, Meerstraat 3. Bron: Familie Loeffen-van Lieshout

Winkel / Postkantoor familie Van Aar, Grotestraat 61. Bron: Mevrouw Van Els-Spierings

Huis familie Albert Arts, Hamstraat 9. Bron: Mevrouw Arts-van Bakel

Boerderij / Bakkerij familie Toon Arts, Hamstraat 11. Bron: Hein Arts.

Boerderij familie Hannes van Gaal, Boschakker 2. Bron: Familie Van Gaal.

Van het huis van de familie Bertus Van Gaal (voorheen Schraven) aan de Boschakker / Hamstraat is geen foto beschikbaar!

Huisje familie Van Hemmen, Den Dam 1. Bron: Familie Van Aar-van den Berk

Het huis van de familie Van Grunsven aan Den Dam 4. Bron: Jeroen Arts


Het huis van de familie Van Grunsven aan Den Dam 4. Bron: Jeroen Arts

Boerderij familie Schonenberg, Nieuwe Erfsestraat 1. Bron: Jeroen Arts

Huisje familie Van Summeren (voorheen Van Maasacker, Van Houtert, Van Outvorst, Suppers), Hamstraat 10. Bron: Familie Van Summeren-van Gaal

Muurresten van voormalige boerderij Hamstraat 6. Bron: Jeroen Arts

Van de oude boerderij aan de Burg. van de Wielstraat voormalig nr. 3 en de oude boerderij tussen nrs. 3 en 5 zijn geen afbeeldingen beschikbaar!

Boerderij familie Arts (voorheen Van der Wielen), Burg. van de Wielstraat 7. Bron: Bert Arts

Huis familie Van Dijk en familie Van Schaijk, Woordstraat 4 en 6. Bron: Familie Wattenberg-van Dijk

Oude schuur bij Woordstraat 4 en 6. Bron: Jeroen Arts

Huisje familie Vrolijk (later Bens en Van Leuken), Woordstraat 10. Bron: Jeroen Arts

Boerderij familie Van der Horst (voorheen Van den Berg), Hongerveldstraat 2. Bron:Familie Van der Horst-Lansdaal

Boerderij familie Van den Heuvel (voorheen Van Dijk), Hongerveldstraat 13. Bron: Familie Van den Heuvel-Jansen

Huisje familie Van Summeren, Hongerveldstraat 11. Bron: Jeroen Arts

Boerderij familie Elemans (voorheen Kocken), Hongerveldstraat 1. Bron: Jeroen Arts

De oude boerderij van de familie Spanjers aan de Heuveleindstraat 2. Bron: Mevrouw Gerritsen-van Lier

De nieuwe boerderij van de familie Van Lier in originele staat (het huis staat er nog, maar is bijna onherkenbaar verbouwd). Bron: Mevrouw Gerritsen-van Lier

Van de oude boerderij van de familie Custers aan de Heuveleindstraat 4 is geen afbeelding beschikbaar!

Boerderij familie Van Zuijlen (voorheen Van den Heuvel en Van Dijk), Heuveleindstraat 13. Bron: Familie Van Zuijlen-van de Wiel

Achterzijde met vlaamse schuur, Heuveleindstraat 13. Bron: Familie Langen-van Rooij

De boerderij van de kinderen De Bruijn aan de Heuveleindstraat 15. Bron: Familie De Bruijn

Dezelfde boerderij, maar dan van bovenaf gezien. Bron: Familie De Bruijn

Van de oude boerderij aan de hoek Heuveleindstraat / Beemdenweg is geen afbeelding beschikbaar!

De Beving 2. Bron: Jeroen Arts

Boerderij De Ringelenburg, de Ringelenburg 1. Bron: Familie Arts

Boerderij familie Martens, de Ringelenburg 5. Bron: Familie Martens-Terburg

Van het oude huis van de familie Stoots is geen afbeelding beschikbaar!

Heeft iemand nog aanvullende foto’s? Laat het even weten via het prikbord of het contactformulier!

 

naar boven