Huize Ringelenburg

Huize Ringelenburg

Wapenbord Van den Hasselholt Stockheim

 

Huize Ringelenburg
(door Joost Kocken)

Inleiding
Aan de straat de Ringelenburg (vroeger bekend als ‘de Loan’) heeft ooit het huis Ringelenberg of Ringelenburg gestaan. De naam is waarschijnlijk ontleend aan de oudst bekende eigenaar Cornelius van Ryngelberch. Het huis werd in de volksmond ook wel ‘het slotje’ genoemd. De oudste vermelding van het huis dateert van 1482 en is te vinden in de zogenoemde Bossche Protocollen (schepenbankregisters). Het wordt dan omschreven als een huis, erf en tuin en aanliggend erfgoed van ongeveer vier morgen gelegen in de parochie Huesseling, tussen het erfgoed van de heer van Ravensteyn en de gemene straat.

De Ringelenburg op de kadasterkaart van 1832


De heren van de Ringelenburg zullen met hun grondbezit van oudsher wel een dominante positie hebben ingenomen in de nederzetting rondom de Heuvel. Deze nederzetting is men echter pas in de 18e eeuw (1758) Heuveleind gaan noemen. Op de kadasterkaart van 1832 zijn drie toponiemen aangetekend: het Heuvel eind, Heuvelstraat en aan de oostkant de Heuvel. Dat de Ringelenburg tot de Heuvel werd gerekend, blijkt uit een document van 1550 waarin men spreekt van ‘Suermonts huijs opten Heuvel’. Op de kaart van 1832 ziet men nog een zevental boerderijen rond de Heuvel.

Cornelius van Ryngelberch

Het Duitse Schloss Ryngelberch in Hamminkeln


De eigenaar Cornelius Hendrikszoon van Ryngelberch verplicht zich jaarlijks een erfelijke cijns van vijf Carolusgulden uit dit goed te betalen aan zijn zwager Jan van Baex, die getrouwd was met Cornelius’ zuster Margriet. De familie had ook bezittingen in Den Bosch. Cornelius wordt in de Bossche Protocollen vanaf 1455 vermeld. Hij was getrouwd met jonkvrouw Dierxken. In 1473 wordt hij al met betrekking tot Ravenstein vermeld. Cornelius is dan als leenman van de heer van Ravenstein aanwezig bij een leenverheffing. In 1508 wordt hij nog in leven vermeld.(1) Bovenstaande 4 morgen (circa 3 hectare) komen overeen met de oppervlakte die het kadaster van 1832 aangeeft voor de secties B. 640 t/m 646.

Het Duitse Schloss Ryngelberch in Hamminkeln


De Ringelbergs stammen mogelijk uit het Land van Kleef, waar nabij het stadje Hamminkeln bij Wesel al in 1220 sprake was van een ‘castrum de Ringelinberg’. In 1260 ging de familie ging zich von Ringenberg noemen. Door huwelijk en vererving kwam het slot in 1359 aan de graaf van Kleef, waarna het in 1635 door de Nederlanders werd verwoest. Van Spaen bouwde in 1660 een nieuw slot, dat nog steeds bestaat.(2) Het werd in 1703 nog vermeld als kasteel de Heerlijkheid Ringelenberg.

Link naar een pagina op Wikipedia (in het Duits): Schloss Ringenberg Wikipedia
En een filmpje over het slot: Schloss Ringenberg Youtube

Johannes Suermont
De volgende vermelding van dit huis vinden wij pas in 1550. Er is dan sprake van ‘Suermonts huijs opten Heuvel’. In 1576 laat de heer van Ravenstein een onderzoek instellen naar de ridderschap en adellijke huizen in het Land van Ravenstein. Dat ook het huis van Suermont werd geïnspecteerd lag waarschijnlijk aan het feit dat dit huis steeds eigendom was van min of meer adellijke families en mogelijk een adellijke uitstraling heeft gehad. Men constateerde echter, dat de Ringelenberg van Johan Suermont ‘… niet anders als een huysmanshuys te achten is …’, m.a.w. het was een boerenwoning zonder stenen kamer.(3)

Het Middelnederlands handwoordenboek van Verdam zegt dat een ‘huusman’ een boer is of een onedel persoon. Volgens de vrije encyclopedie Wikipedia is een ‘huesmann’ de middeleeuwse naam voor een vrije boer, die zijn eigen boerderij bezit. We citeren: ‘Vanaf de 7e eeuw ontstaat in Noord Europa een feodaal stelsel van leenheren en leenmannen. Verreweg de meeste boeren maken zichzelf afhankelijk van een leenheer door het grondbezit aan de leenheer te schenken in ruil voor bescherming. Een aantal
boeren blijven zichzelf verdedigen, houden hun eigen grond en gaan over tot het pachten van grond van de leenheer. Deze boeren worden vrije of weerboeren genoemd. De officiële benaming voor deze boeren werd huesmann. Vanaf de 13e eeuw krijgen veel huesmannen de gepachte grond in erfpacht en vormt dit met hun eigen grond de erfhoeve. In de 13e eeuwse boerendorpen ontwikkelde zich op deze wijze een hiërarchische structuur. Er bestond een bovenste laag van meliores (meerderen of beteren) die vanuit hun huesmanshof de orde bewaakten en recht spraken als schout over de onderste laag boeren (humiliores). In Duitsland lukte het velen van deze meliores in de lage adel (Niederadel) op te klimmen’. De vroegere eigenaren van de Ringelenburg behoorden kennelijk tot de landadel, een soort herenboeren, die het echte boerenwerk overlieten aan hun ondergeschikten.

In 1832 wordt het kadaster ingevoerd. De Ringelenburg wordt dan aangeduid als een huis met schuur en erf. Dit is de boerderij, die ook Van der Aa in 1844 in zijn Aardrijkskundig Woordenboek heeft beschreven en die in 1849 is gesloopt. Volgens de verschillende vermeldingen heeft er vóór die tijd ook altijd maar één huis (met bijgebouwen) gestaan. De kadasterkaart van 1832 toont een huis met aanbouw; in deze aanbouw zullen zich de deel en de stallen hebben bevonden. Bovendien was er een vrijstaande schuur met daarnaast een hooiberg en nog twee kleine gebouwtjes (w.o. mogelijk een bakhuisje). Het huis had een L-vorm (ongeveer zoals ’t Heerenhuis, Daalderstraatje 2). Het woongedeelte had wellicht een min of meer voornaam uiterlijk. Dit moet de situatie zijn geweest zoals Van der Heijden het in 1827 heeft gekocht. Voor de grondbelasting kreeg het in 1832 de hoogste klassering, maar dat was geen uitzondering in Huisseling. In 1576 werd het niet als een adellijk huis beschouwd, maar onder de laatste Stockheijm komen we de termen ‘chateau’ (1778) en ‘hoog adellijk huis’ (1789) tegen. Niet uitgesloten dat Stockheijm aan enige upgrading had gedaan, maar Van der Aa ziet in 1844 slechts een boerderij met schuren: ‘voormalig slotje … ter plekke waar het gestaan heeft ziet men thans eene boerderij, waarvan het huis evenals voorheen nog met eene gracht omgeven is, maar de ophaalbrug is weggeruimd en daarbij zijn thans twee groote schuren en eenen hooiberg opgetrokken …’. Vermoedelijk is er voorheen een herenhuis gesloopt en vervangen door een boerderij.

Zetten we de verschillende aanduidingen op een rijtje dan krijgen we het volgende overzicht:

  • 1482     een huis/huizing (eigenaar Cornelius van Ryngelberch);
  • 1550      huijs opten Heuvel (eigenaar Suermont);
  • 1576      een huysmanshuys, zijnde geen adellijk huis (eigenaar Johan Suermont);
  • 1629      er zit een boer op de Ringelenberg (eigenaar Johan Vaeck woont zelf in Deursen);
  • 1725      een huis (eigenares weduwe Stockheijm bezit vee);
  • 1778      kaart van J. Camps: ‘Chateau du Baron de Stockheim’;
  • 1789      een hoog adellijk huis (eigenaar jonker Stockheijm/Hack);
  • 1794      huis en hof den Ringelenbergh (eigenaar Ludovicus van Haaff);
  • 1800      een huysinge genaamd het Slotje (idem);
  • 1832     kadaster: huis en schuur; zie ook van der Aa in 1844;
  • 1835      een boerderij (eigenaar G. v.d. Heijden, bewoner Jan de Kleijn);
  • 1844      vermelding in het Aardrijkskundig Woordenboek Van der Aa: eene boerderij.

Johan Vaeck
De volgende eigenaar is jonker Johan Vaeck. Hij erfde de Ringelenberg via zijn moeder Isabella Suermont, een dochter van Johan Suermont. Uit een getuigenverklaring is bekend dat Vaeck in 1629 een boer op de Ringelenburg had zitten, die meehielp het dijkvak van Vaeck te onderhouden. De jonker, die drost van Ravenstein was, woonde zelf in Deursen.(4)

Van Stockheijm
Na Vaeck wordt de Ringelenburg eigendom van de familie Van den Hasselholt genaamd Stockheijm, voor het eerst aldaar vermeld in 1651. Jonker Christiaan Stockheijm, geboren te Arnhem 1622, was getrouwd met Isabella, dochter van Johan Vaeck en daarmee erfgenaam van de Ringelenburg.(5) Christiaan was militair en sneuvelde in de slag bij Seneffe (Henegouwen) op 11 augustus 1674. Nadat zijn zoon en erfgenaam Johan Georgius in 1680 te Huisseling overlijdt komt de Ringelenburg in handen van diens broer, ook Johan van Stockheijm geheten. Deze tweede Johan, sinds 1682 weduwnaar van Geertruid Agnes van der Voort, trouwde in 1690 met bisschoppelijke dispensatie Petronella Maria van den Hasselholt Stockheijm. De reden van de dispensatie wordt niet vermeld, maar men mag aannemen dat het om bloedverwantschap ging. In een akte anno 1706 wordt hij ‘heer van de Ringelenbergh’ genoemd.(6)

Het familiewapen Van den Hasselholt Stockheijm

Het familiewapen Van den Hasselholt Stockheijm


In 1725 vindt in Huisseling een haardentelling plaats. Petronella Stockheijm, weduwe sinds 1706, wordt vermeld met ‘… seven kinderen, een huijs, 13 mergen landt, 2 pert, 3 koij en een vercken …’ (13 morgen is ongeveer 10 hectare). Alle kinderen waren toen ouder dan 20 jaar. Zij had geen inwonend personeel. Met zoveel eigen volk is het denkbaar dat dit gezin zelf het boerenwerk deed, alhoewel … met de meeste kinderen bleek iets mis te zijn.(7) Gerardt Francis van Stockheijm was de langstlevende zoon† 1789. Hij werd 89 jaar. Bij testament van 23 september 1789 benoemt hij de priesterstudent Jacobus Johannes Hack tot zijn enige erfgenaam. In het testament wordt gesproken over ‘… het hoog adelijk huijs van Ringelenbergh …’.(8) De erfgenaam is een zoon van Theodorus Hack en Johanna Catharina Collinet, dochter van Johannes Dyonisius Collinet en Henrica Gertrudis van Stockheijm (zuster van erflater Gerardt). Johanna Catharina komt voor op de lijst van fundaties van de parochie Huisseling voor een eeuwigdurende jaargetijde, gefundeerd vóór 1774. Uit het Huisselingse begraafboek blijkt dat de Van Stockheijms in de kerk een familiegraf hadden.

Het familiewapen van de familie Van den Hasselholt Stockheim

De familie Van Haaff
Op 30 augustus 1792 verkoopt Hack alles aan Ludovicus van Haaff. In 1794 wordt het omschreven als ‘Huys en hof genaamt den Ringelenbergh mette daartoe gehoorige landerijen en houdgewass te zamen groot circa 10 mergen’. In het jaar 1800 duikt voor het eerst de benaming ‘slotje’ op: ‘…een huijsinge staande te Huisseling genaamd het Slotje en tans bewoond door Lodowicus van Haaff en Mijntje Goossens echtelieden …’. Ludovicus overlijdt in 1805. Zijn zoon Jan van Haaff wordt op 27 maart 1812 eigenaar door zijn moeder en zusters uit te kopen. Jan verkoopt het slotje met de landerijen op 26 juni 1827 aan notaris Gerardus van der Heijden.(9) Jan verhuisde met zijn gezin in 1828 naar Herpen.(10) Later is hij naar Oss verhuisd, alwaar hij in 1856 overleed.

De familie Van der Heijden

Huize Ringelenburg ten tijde van Gerardus van der Heijden. Bron: Familie Steenkamp


Gerardus van der Heijden werd in 1790 geboren te Oirschot als zoon van Martinus Carolus van der Heijden en Joanna Maria van Gerven. Gerardus trouwde drie keer: 1e 1816 Johanna van Bers† 1820, 2e 1821 Wilhelmina Sophia Mosk† 1825 en 3e 1826 Theresia Maria Christina Hoeben† 1858. Gerardus overleed in 1869. In de memorie van successie worden 13 kinderen vermeld. Daarin wordt de Ringelenburg met aanhorigheden omschreven als ‘… een heerenhuis en erf, genaamd Ringelenberg, tuin, bouw- en weilanden, boerenhuis, schuur, boomgaard, water en hakhout … groot samen 11.59.70 hectare …’.(11) Onder de familie Van der Heijden en de erfgenamen is er nogal wat veranderd aan de Ringelenburg.(12)
Jan de Kleijn was in dienst van Van der Heijden als meesterknecht en bewoonde met zijn gezin de boerderij de Ringelenburg, die toen nog op de plek van het latere slotje stond.(13) Rond 1849 wordt de boerderij gesloopt. Op dezelfde plek bouwt Van der Heijden een herenhuis, dat hij als zomerhuis gebruikt (het slotje). Circa 1852 is het klaar. Intussen is voor de boer een nieuwe boerderij gebouwd in de boomgaard. In het bevolkingsregister van 1869 wordt het slotje omschreven als ‘… wijk B. Slotje nr.79: onbewoond zomerverblijf, lusthof …’. De glorie is snel vergaan, want al in 1878 of 1879 wordt het afgebroken. De plek is sindsdien onbebouwd gebleven. Het zomerhuis zowel als de boerderij waren opgetrokken uit grote gele mergelstenen. In de muren van het zomerhuis, die met prachtig stucwerk versierd waren, zaten grote gotische ramen. Het dak was vrij steil en met leien gedekt. Het bovenste gedeelte was plat en afgesloten met een sierhek. De bouwstijl doet denken aan de Sint Lucia kerk te Ravenstein, waar Van der Heijden tegenover woonde (huidig voormalig raadhuis). Ook heeft het wat weg van huis Appeltern.
Jan Elemans (Wzn.) vertelde dat zijn oma (Johanna Kocken-Elemans?) nog als dienstmeisje op De Ringelenburg heeft gewerkt.
Van 1869 tot 1891 is de Ringelenburg onverdeeld eigendom van de kinderen Van der Heijden, in 1891 vindt de boedelscheiding plaats. Het goed wordt toegedeeld aan Charlotte Conrads, weduwe van Mathias van der Heijden en haar twee kinderen Constance en Charles van der Heijden. Bij de boedelscheiding van 1901 wordt het goed toegedeeld aan Constance Fackeldeij-van der Heijden.

Het bestek van Gerardus van der Heijden en Fie Mosk

Detail van het bestek van G. van der Heijden en F. Mosk (GvdH&FM).


Glas-in-loodwapen familie Fackeldeij (in spiegelbeeld).


Grafkruis Theresia W.A. Fackeldeij op Coudewater, geb. 16 juni 1902 - overl. 6 januari 1982.

De familie Arts
In 1924 is er weer een boedelscheiding. Het goed de Ringelenberg wordt toegedeeld aan vijf van de zeven kinderen Fackeldeij. In 1933 wordt door onderlinge verkoop Annij Fackeldeij (een van de zeven kinderen), getrouwd met Joseph Nolet, voor 3/5 eigenares. Elisabeth en Theresia Fackeldeij behouden ieder hun 1/5 deel. Op 17 augustus 1954 verkoopt de familie Fackeldeij de Ringelenburg.(14) Naar verluid was het geld nodig om Theresia in te kunnen kopen in het ‘klooster’ (Coudewater). Voor notaris Van Mourik te Ravenstein verscheen Joseph Nolet, burgemeester van de gemeente Boxmeer tot bijstand en machtiging van zijn echtgenote Anna M.E.C.A. Fackeldeij (mede verschenen), als provisioneel bewindvoerder van Theresia W.A.M. Fackeldeij, verblijvende in het gesticht Coudewater te Rosmalen en als lasthebber van Elisabeth W.A.M. Fackeldeij, verpleegster wonende te Nijmegen. Zij verklaren te verkopen en in volle eigendom over te dragen aan Albertus Theodorus Arts. In 1898 melden de notulen van de raadsvergaderingen van Huisseling dat aan Arnoldus Arts vergunning is verleend tot het oprichten van een broodbakkerij op perceel kadaster B.834 te Huisseling, behorende aan S?.J.S.A. van der Heijden te Nijmegen, in een nieuw te stichten gebouw. Er zal een ‘handbrooddeegmachine’ worden aangewend en er zullen niet meer dan twee personen werkzaam zijn. Leuk detail is dat op de zolder van de deel een grote witte huif van een huifkar stond, die werd gebruikt voor het rondbrengen van brood in de voormalige gemeente Ravenstein door de bakkers Jan en Drikus Arts. De zoon van Jan (Toon) was ook bakker en Gerard Arts ook. Het zat dus een beetje in de familie. Het bakhuis stond rechtsvoor tegen de boerderij aan gebouwd.

Arnoldus Arts en Catharina de Kleijn. Bron: Fam. Smit-Arts


De eerste bewoner van de boerderij was Arnoldus (Nolleke) Arts, geboren Deursen 1827. In 1856 kon Nolleke gaan boeren op de Ringelenburg. Waarschijnlijk was hij in dienst van de familie Van der Heijden want in het Bevolkingsregister van 1869 staat dat hij van beroep arbeider was. Ergens tussen 1890 en 1900 is het beroep arbeider doorgehaald en vervangen door boer, wat erop kan duiden dat hij toen pachter en dus zelfstandig boer werd. Dat moet dan gebeurd zijn in de tijd dat Charlotte Conrads eigenares was. Nolleke’s vrijgezelle kinderen, Drikus en Katrien, bleven op de boerderij wonen. Katrien overlijdt eerder dan Drikus.

Drikus en Katrien Arts. Bron: Fam. Smit-Arts


Het gezin Albert Arts-Schamp komt bij Drikus inwonen. Op een gegeven moment woont Drikus in bij zijn jongere broer Dorus, waar hij het beter naar zijn zin zou hebben.

Het gezin van Albert Arts en Til Schamp


In de jaren rond de oorlog komen kinderen en neefjes van dokter Fackeldeij uit Doetinchem met het zoontje van de Doetinchemse burgemeester op de boerderij logeren, dus contact met de toenmalige eigenaren was er nog steeds. In die jaren liep ook de Eligiusprocessie via ’t Streepestraatje naar De Ringelenburg. Op de ‘bult’ stond dan het rustaltaar. Op de zolder van de boerderij lagen allerlei versierselen van de processie. Mogelijk stond ook het processiealtaar (het oude Hoogaltaar uit de kerk) in de boerderij opgeslagen…
Fackeldeij laat in 1913 een landarbeiderswoning bouwen waaraan circa 2 hectaren grond worden toegevoegd. Hier gaat het gezin van Dorus Arts (later Ringelenburg 2) wonen. Dorus is ook een zoon van Nolleke. Toen Albert Arts eigenaar werd betaalde Dorus de huur aan hem.

Gonny Arts voor haar slaapkamerraam. Bron: Fam. Arts-van Bakel


Toen de kinderen van Albert en Til ouder werden kwamen zij voor een moeilijke beslissing te staan. Ze hadden toen 10 kinderen en meerdere van hen wilden de boerderij overnemen. Het was oneerlijk om slechts één van hen met de boerderij te bedelen. Twee van de oudere zoons emigreerden naar Canada om daar te gaan boeren. De keuze was snel gemaakt; de boerderij te koop zetten en elders opnieuw beginnen. In 1961 kochten zij café De Zon te Overasselt, terwijl zij ondertussen een perceel van Doorke Kocken aan de Hamstraat kochten. Hierop werd een varkensschuur gebouwd en daarna werd begonnen met de bouw van een woonhuis. Na anderhalf jaar in Overasselt te hebben gewoond werd het café weer verkocht en verhuisde het gezin in 1962 weer naar Huisseling. Na nog enkele maanden in de schuur te hebben gewoond was het huis Hamstraat 9 klaar.

De familie Van Lieshout
Albert Arts (kleinzoon van Nolleke Arts en grootvader van Jeroen Arts) verkoopt het goed in 1961 aan Jan van Lieshout en Mien Knoops. Zij woonden in Geldrop en hun boerderij werd er weggekocht vanwege de expansiedrift van Eindhoven. Via via kwam Jan van Lieshout achter een advertentie waarin de boerderij van Albert Arts te koop werd aangeboden en reisde af naar Huisseling.
Mien van Lieshout-Knoops vertelt hierover:
“Geldrop had een bestemmingsplan voor nieuwbouw en fabriek. De boerderij moest daar weg en wij moesten elders een nieuw bestaan opbouwen. Zo zijn wij in Huisseling belandt; een kleine emigratie van zand naar klei. De bevolking was hier erg terughoudend. Even binnenstappen voor een kop koffie; Kan ik iets voor je doen, enz., dat miste ik. Soms had ik heimwee, maar door mijn grote gezin en alles er omheen hebben we het hier weer opgebouwd. Dit was het begin van een nieuw tijdperk. Gelukkig heeft de familie Arts ons goed opgevangen.”

De familie Van Lieshout kocht de boerderij van de familie Arts. Bron: Fam. Van Lieshout-Knoops


De familie Van Lieshout heeft nog een jaar of twee in de oude boerderij gewoond en liet er toen een vrijstaande woning bij bouwen. De oude boerderij die toen als schuur werd gebruikt, brandde in 1972 als gevolg van hooibroei af. Volgens Van Lieshout was de oude boerderij onaangenaam om in te wonen, oud, vochtig en tochtig. In 1979 overleed vader Jan van Lieshout sr. Tiny, Willy en Jan jr. richtten toen een maatschap op om de boerderij te behouden. De maatschap heet ‘Ringly Dairy’.

De oude en de nieuwe boerderij bij elkaar. Bron: Fam. Martens

Jan Elemans schrijft in ‘Woord en wereld van de boer’ (1958) dat de Ringelenbörch een typische boomgaard is, een ‘slötje’ genoemd, een grasbult tussen grachten. De straat die erheen leidt is de Lòòn al staan er dan geen bomen langs.(15) Tijdens de werkverschaffing van de jaren ‘30 werd een gestuukte kelder blootgelegd, waarbij veel materiaal is verwijderd. Toen de Eligius-processie via het Streepenstraatje naar de Ringelenburg trok werd deze locatie gebruikt voor het rustaltaar. Tijdens de ruilverkaveling (1972) werd het terrein helaas geëgaliseerd. Zo verdwenen de gracht, de bult en de bomen waar eens het slotje stond. Ter plaatse werd een Duitse drinkbeker gevonden.

Verschillende families bezitten nog voorwerpen afkomstig van de Ringelenburg: Een schilderstukje van het slotje, het smeedijzeren hek dat tegenwoordig bij Burg. van de Wielstraat 1 hangt, een zilveren bestekset met de initialen ‘GVDH & FM’ (Gerardus van der Heijden en Fie Mosk, zijn tweede vrouw), een wapen in glas-in-lood van de familie Fackeldeij, een theeservies dat in Canada is.

Het oude hek van De Ringelenburg


Bewaard serviesgoed uit De Ringelenburg.


Verder is er nog een schilderij van de boerderij die ook De Ringelenburg heette en waar onder meer het gezin van Albert Arts in woonde; wat opvalt zijn de schuine gele stroken op de vensterluiken die doen denken aan de gele keper op het familiewapen Van Hasselholt Stockheim!

Schilderij van boerderij De Ringelenburg, door de Brabantse schilder Toon Noyons. (Bron: Amos Arts, Canada)


Schilderij van boerderij De Ringelenburg, door de Brabantse schilder Toon Noyons, detail. (Bron: Amos Arts, Canada)


Schilderij van boerderij De Ringelenburg, door de Brabantse schilder Toon Noyons, detail. (Bron: Amos Arts, Canada)


Hein Arts schilderde in 2016 het bekende schilderij van Toon Noyons na. Hij gebruikte oude foto’s om het beeld meer kloppend te maken. Ook de kleur van de gevel werd op zijn schilderij lichter. Onder andere het opkamerraampje werd toegevoegd.

Voorts weten we te melden dat er nog een schilderij van de boerderij moet zijn geveild, zo’n jaar of 20 geleden, bij veilinghuis Nieuwhuis in Arnhem. Het veilinghuis had helaas de gegevens van de koper uit hun archief gewist, dus niet meer te achterhalen. Het schilderij toonde de boerderij vanaf de achterzijde met op de achtergrond de oude boerderij van Stoots (Mondelinge mededeling van wijlen Dhr. Fackeldeij uit Doetinchem).

 

Bronverwijzing Ringelenburg:
Bosch’ protocol o.m. inv.nrs. 1225 (f 159), 1234 (f 182 anno 1464), 1251 (f 365 anno 1482). Leenregister Ravenstein inv.nr. 1 f 32 en 144.
o.m. webpagina: de.wikipedia.org/wiki/ Schloss Ringenberg.
Archief Drost van Ravenstein.
RA Ravenstein civiele protocollen inv.nr.46 bl.284-301; idem inv.nr.52 bl.109-161.
Gerechtelijk archief Ravenstein civiele processtukken inv.nr.43.
Gerechtelijk archief Mill inv.nr.543 f 105v d.d. 06-01-1706.
Met dank aan Ilse van Hemert, die diverse gegevens verschafte over de families Suermont, Vaeck, Stockheijm en Hack.
Gerechtelijk archief Ravenstein 118-I testamenten f 94v-95 Huisseling 23-09-1789: testament voor notaris Hendrik de Groot.
Forum BHIC Gerard van Haaff.
Regesten Vredegerecht Ravenstein regest 38.
Memorie van successie kantoor Grave inv.nr.63 nr.54.
Digileggers kadaster; registers van de hypotheekbewaarder ‘s-Hertogenbosch.
Gemeentearchief Huisseling en Neerloon inv.nr. 48 besluit gedep.staten NB betr.
personele omslag 15-05-1835.
Register hypotheekbewaarder ’s-Hertogenbosch deel 2631 nr.47.
Woord en Wereld van de Boer, J.H.A. Elemans 1958.

 

2012 is het jaar van de historische buitenplaatsen.
Kijk ook eens op: www.buitenplaatsen2012.nl/ (SKBL).

In Rotterdam en ook in Oss is een straat genaamd De Ringelenburg. Hier een link naar een satellietfoto van De Ringelenburg in Rotterdam Zuidwijk (de sloopflats doen de naam geen eer aan 😉 )
www.nederland-in-beeld.nl/Zuid-Holland/Rotterdam/Ringelenburg.html

Straat De Ringelenburg in Rotterdam Zuidwijk

Straat De Ringelenburg in Rotterdam Zuidwijk

 

naar boven

Wapenbord Van den Hasselholt Stockheim
In november 2016 wordt bij Veilinghuis Bubb Kuyper in Haarlem een wapenbord geveild van de in 1589 overleden Johan van den Hasselholt. Het zogenaamde rouwbord is aangeboden door Antiquariaat Van der Steur in Den Haag.

Omschrijving wapenbord op de veilingsite

Uiteindelijk wordt het rouwbord voor € 450,00 verkocht aan een verzamelaar inn Overveen. Met hem heb ik contact gehad en het rouwbord mogen fotograferen. Het was behoorlijk versleten, maar zat nog goed in de verf. De nieuwe eigenaar heeft het inmiddels laten restaureren en het ziet er nu veel beter uit. Inmiddels is duidelijk dat het rouwbord misschien niet in Huisseling op De Ringelenburg heeft gehangen, maar hoogstwaarschijnlijk op Kasteel “Het Geudje”, ofwel Huis Hasselholt in Ohé en Laak. Nazaten van Johan van den Hasselholt woonden wél in Huisseling. Joost Kocken heeft voor de gelegenheid een genealogie van de familie samengesteld.

Het wapenbord vóór de restauratie


Het wapenbord ná de restauratie


Detail van het wapenbord

 

Genealogie Van den Hasselholt genaamd Van Stockheim (door Joost Kocken 08-01-2017)

Rouwbord 1589
De op het rouwbord vermelde Van den Hasselholt † 11-11-1589 is volgens Beltzer van Johan van den Hasselholt (genannt) Stockheim (1520-1589) te zijn.

De familie stamt uit Krüchten, Westfalen

GEZINSRECONSTRUCTIES onder voorbehoud
Voor de eerste 4 generaties zijn de gegevens gebruikt van Beltzer en van Ilse van Hemert. De gegevens stroken niet geheel met elkaar. Ilse ken ik van het forum BHIC als een betrouwbaar onderzoekster.

Voor I t/m III zie Ilse van Hemert:
https://www.stamboomnederland.nl/etalage/Ilse_Birgitta_van_Hemert_Stamboom_Hasselholt_43371/index.html

Zie genealogieonline (Beltzer):
https://www.genealogieonline.nl/stamboom-beltzer/I30494.php
Voor meer Van Hasselholts in deze stamboom, zie
https://www.genealogieonline.nl/zoeken/index.php?q=hasselholt&vn=&pn=

I
JOHAN VAN DEN HASSELHOLT genannt STOCKHEIM
X 1) MARIA ROEMER

Zoon:
Johan x Elisabeth van Holthuysen

X 2) KATHARINA VAN KESTERNICH (?)

Zoon:
Adam x Gudula Romer
———————————————————————-

II
JOHAN VAN DEN HASSELHOLT genannt STOCKHEIM
X ELISABETH VAN HOLTHUYSEN

Johan is ca. 1520 geboren en overleden 11-11-1589
———————————————————————-

III
ADAM VAN DEN HASSELHOLT genaamd STOCKHEIM
X ELISABETH VAN WANNINCKHOF
Adam is ca. 1540 geboren
———————————————————————-

IV
ADAM VAN DEN HASSELHOLT genaamd STOCKHEIM
X SIBYLLA VAN STEENWIJCK
Adam is ca. 1580 geboren

Zoon, geboren Arnhem 07-08-1622:
1. Christiaen x Isabella Vaeck
———————————————————————-

V
jonker CHRISTIAEN VAN DEN HASSELHOLT genaamd STOCKHEIM
X ISABELLA VAECK
dochter van Johan Vaeck, drost van Ravenstein, en juffer Lutgardis van Beeck weduwe Willem van Cattenborgh.

Rond 1650 eigenaar van De Ringelenberg te Huisseling (erfenis Vaeck).
Christiaen sneuvelde te Seneffe 11-08-1674

Kinderen,
gedoopt Helmond:
1. Joannes Georgius 05-01-1650 † Huisseling 27-10-1680
gedoopt …:
2. Johannes x 1) Geertruid van der Voort
x 2) Petronella van de Hasselholt gen. Stockheim
———————————————————————-

VI
Jonker JOANNES VAN DEN HASSELHOLT genaamd VAN STOCKHEIM
X 1)
GEERTRUID AGNES VAN DER VOORT † Huisseling 30-11-1682

Dochter:
gedoopt RK Huisseling: doopgetuigen:
1. Isabella Agnes Nobilis Rudolph van Dijck en Albertus van
18-11-1682 der Voort namens nob. domicella Voort
(vernoemd naar grootmoeder Isabella Vaeck)

Jonker JOANNES VAN DEN HASSELHOLT genaamd VAN STOCKHEIM
X 2)
NOBILIS DNA. (jonkvrouwe)
PETRONELLA MARIA VAN DE HASSELHOLT genaamd STOCKHEIM
dochter van Balthasar van den Hasselholt genaamd Stockheim en Geertruidt van Balveren,

trouwen RK Huisseling 26-05-1690 met bisschoppelijke dispensatie.
(voor 2e graad neef en nicht was pauselijke dispensatie nodig, vanaf 3e graad bisschoppelijke)

getuigen: pater Adrianus Spronck, jonker Franciscus Raveschot, procureur Peerboom.
Kinderen:
Gedoopt RK Huisseling: doopgetuigen:
1. Christina Gertrudis Heer Martinus Vaeck Pastor in Veucht,
19-08-1690 Sophia Sibilla Stockheim echtgenote
Raveschot.

2. Balthasar Joannes Jonker luitenant Franciscus Raveschot,
21-02-1692 jonkvrouwe Mechtilda Sophia Pollart
echtgenote van jonker voornoemd, plaatsvervanger is koster Henricus Wilberts.

3. Henrica Gertrudis Jonker Henricus de Buijstel,
22-03-1694 jonkvrouwe Isabella Agnes Stocheim,
plaatsv. is jonker van Isendoorn genaamd
Gerardus Hubertus van der Cluijse.
x Hlg RK 19-10-1726 Dns. Joannes Dyonisius Collinet (nadat zij door 2 getuigen ‘intelligent’ gezond is verklaard). Uit dit huwelijk:
Joanna Catharina
x 1) Wilhelmus Petrus van Velpe en
x 2) Theodorus Josephus Hack. Uit 2e huwelijk: Joannes Jacobus Hack, enige erfgenaam van zijn oudoom Gerardus Franciscus van den Hasselholt gen. Stockheim. Hij erft de Ringelenburg.
Th. Hack was koopman in wijnen, wonende te Den Bosch

4. Sibilla Christina Raveschot ……………..?
10-03-1696

5. Anna Margarita Jonker Hubertus Raveschot heer van
10-03-1697 Waasbeeck, plaatsv: heer van Gendt, jonkvrouwe .. van Honthorst, plaatsv: juffrouw Egberta van Gendt (dit zijn dokter Theodorus van Gendt en zijn vrouw Maria Egberta Cocken uit Huisseling)

6. Christianus Hubertus Hubertus Raveschot, jonkvrouwe Agnes
19-10-1698 Raveschot genaamd ….?
x Maria Elisabeth Cogen wed. Van Willigen en wed. Van Duren

7. Gerardus Franciscus Balthasar? … van Raveschodt, plaatsv: koster Godefridus van Niethuijsen, jnkvrw
01-07-1700 Isabella (Agnes) Stockeim.

8. Judocus Franciscus Joannes Raveschodt, plvv: koster Godefr:
02-05-1700 van Niethuysen, jonkvrouwe Sophia Sibilla Stocheijm weduwe van jonker Judocus
Franciscus Raveschot, plvv: Isabella Stockheijm.

9. Maria Cornelia Freule van Wijnbergen, Ernst van Bronchorst.
23-06-1703

10.Theodorus Raveschot ….?
1705 juli-sept
———————-

† Huisseling 1692 Christiana Gertrudis jonkvrwe Stocheijm;
† Huisseling 14-02-1706 jonker Joannes Stocheijm;
† Huisseling 01-07-1733 jonkvrwe Petronella Maria weduwe Stockem op de Ringelenberg genoemd Stockem van ..?
† Huisseling 10-05-1743 Jan Baltazar Stockem, luijthenhand oud 52.
† Ravenstein 12-01-1758 Christianus Hubertus de Hasselholt baron de Stockhym, in de kerk begraven.
† Ravenstein 17-08-1761 domina Maria Elisabeth Coghe vidua de Stockhijm, begraven in de kerk.
† Huisseling 23-09-1778 begraven in onze kerk Anna Margareta Stockhem.
† Huisseling 02-05-1779 begraven in de kerk domicella Sibilla de Stockheim.
† Huisseling 06-09-1781 begraven in de kerk domicella Cornelia Stockhem.
† Huisseling 16-11-1790 begraven Gerardus Franciscus baron van Hasselholt gezegd Stockheim.
† Huisseling 24-12-1799 heer Theodorus Hack.

In bhic 25-01-2011:
Nog een niet geidentificeerde Suermont: Op 20 mei 1634 vernadert joffer Ida van den Poll weduwe Suermont, met haar voogd Reinder van Os (zoon van Nicolaas), een derde van twee scheuttienden genaamd Pollenthiende onder de parochie Huisseling, die jonker Herman van de Poll op 15 juni 1633 had verkocht aan Lenert Marcelissen. Vervolgens verpacht zij deze tiende aan genoemde Lenert voor 80 gulden per jaar met recht van aflossing. Bron R.A. Land van Ravenstein inv.nr.121 deel 3 folio 22-26r.
(Jonker Nicolaas van Os trouwde met Alyt van de Poll. Zo is deze tak aan de naam ‘Van Os Poll’ gekomen.)

 

naar boven