Archeologie

Woerden en dodenakkers
Archeologie in Huisseling. De Maaskant was in de verschillende oude tijden een aantrekkelijke woonplaats voor onze voorouders. Bekende bodemvondsten in de naaste omgeving van Huisseling zijn de grafheuvels van Oss en Wijchen (vorstengraven) en de nederzettingen van Oss-Ussen. In 1858 en latere jaren werden in Deursen en Dennenburg grote hoeveelheden urnen opgegraven met resten van as en beenderen. De naam ‘Het Steenwerk’ te Deursen is ontstaan door het zich daaronder bevindende muur- en stenenwerk, mogelijk een overblijfsel van een offerplaats of altaar ter verbranding van lijken. Aan de bovenkant van een soort altaar waren de uitzonderlijk harde stenen bijna aan elkaar gesmolten, wat erop duidt dat er zeer hard op gestookt was. Crematie kwam nog voor in de Romeinse tijd, maar tegen het einde van de 3e eeuw was begraving normaal geworden, waarschijnlijk onder invloed van het christendom. Op diverse plaatsen in de buitenpolder van Huisseling en Deursen (o.a. Lievevrouwenberg en Bendelaar) zijn prehistorische vondsten gedaan van oude bewoning uit de ijzertijd (700-50 v. Chr.). Hermans schrijft dat in 1854 in Herpen onder een ‘woerd’ een inheemse nederzetting werd aangetroffen met veel Romeins aardewerk en munten. In plan Wilgendaal werden in 1999 een aantal waterputten gevonden uit de vroege tot de volle middeleeuwen en een die nog veel ouder was. In een van de putten werd een gave vuurstenen kling (mes) gevonden uit het Neolithicum (het jongere steentijdperk 5000-2500 v. Chr.).

Ben van Vugt maakt een coupe van een waterput op Wilgendaal

Het rivierengebied tussen de Rijn en de Maas was het leefgebied van de Eburonen, die zich niet door Caesar wilden laten onderwerpen. Zij versloegen in 53 v. Chr. de Romeinen. Als wraak zou Caesar later de Eburonen hebben uitgeroeid. Zij werden ca. 30 v. Chr. opgevolgd door de Bataven, die aan de Romeinen krijgsdienst leverden. Hun hoofdplaats lag nabij Nijmegen. In 69 n. Chr. kwamen zij onder leiding van Julius Civilis in opstand. Na zijn nederlaag bij Xanten trok hij zich terug ten westen van Nijmegen en gaf zich over. Omdat de Bataven goede soldaten waren bleven zij in Romeinse krijgsdienst. Door uitroeiing, verplaatsing, assimilatie en romanisering wordt van deze Keltische stammen hierna niet meer gehoord.

In Huisseling is tot nu verder weinig gevonden, maar er is ook weinig gezocht. Op plaatsen waar in het verleden bodemverstoring plaatsvond werd geen serieus onderzoek gedaan. Enkele jaren terug werd een archeologisch onderzoek ingesteld in het Daalderstraatje, i.v.m. woningbouw. De uitkomst van dit onderzoek is bij ons niet bekend. De veldnaam ‘Tommelen’ aan de oostzijde van de Hamstraat, wijst op een grafheuvel uit de Romeinse tijd. Tommelen is een algemeen voorkomende Germaanse afleiding van het Latijnse woord tumulus, de benaming voor grafheuvel of begraafplaats. De verspreiding van de ‘tommele-benaming’ strekt zich uit van Zuid-Limburg via het zuidoosten van Brabant naar het Land van Cuijk. De meest noordelijk gevonden tommele-benaming bevindt zich in Huisseling.

De Hamstraat met links het terrein met 'De Tommele'


Zicht op de A50 met het terrein met De Tommele op de achtergrond (midden-achter)


Hannes van Gaal bij zijn boerderij aan de Boschakker, met op de achtergrond links bij de haag De Tommele. Bron: Fam. Van Gaal-van de Koolwijk

De heuvel waarop het slotje de Ringelenburg stond, zou een oude ‘motte’ kunnen zijn. Deze is echter in de werkverschaffingperiode en tijdens de ruilverkaveling vlak geschoven. De D.U.W. (Dienst Uitvoerende Werken) verzorgde de afgraving van de ‘bult’. De vrijkomende grond werd gebruikt om de ‘waardjes’ in de buurt te dichten en op te hogen. Dat gebeurde met behulp van kiepwagentjes op smalspoor. Daarbij werden muurresten van een kelder of fundering gevonden en een Duitse bierpul (zie foto’s). De bierpul kwam bij de gemeente Ravenstein terecht en is momenteel in particulier bezit. Van overige vondsten is geen melding gedaan; tenminste, deze zijn (nog) niet bekend. Ook zijn er geen foto’s bekend die de afgraving hebben vastgelegd.

De gevonden pul op De Ringelenburg

Onderzijde van de gevonden pul

Op een terrein aan de Burgemeester Van de Wielstraat werden in 1981 tijdens graafwerkzaamheden diverse scherven (fragmenten) aangetroffen, allen uit de Romeinse tijd. Gelukkig heeft het Noord-Brabants Museum de vondsten gedocumenteerd: 4 stuks terra sigillata; 3 stuks geverfd of gevernist aardewerk, gedraaide techniek, zwart-wit (Roule); 17 stuks dolium of voorraadvat; 2 stuks amfoor (dikwandig aardewerk); 2 stuks keramieke wrijfschalen of mortarium (dikwandig aardewerk); 7 stuks ruwwandig aardewerk, gedraaid; 1 stuk ruwwandig deksel; 15 stuks gladwandig aardewerk, gedraaid, waaronder 3x tweeledig oor; 13 stuks Belgische grijs/terra nigra-achtig aardewerk.
Verder is er, in opdracht van de gemeente Oss, een sleuvenonderzoek uitgevoerd aan het Daalderstraatje ten behoeve van de voorbereiding van de bouw van Daalderstraatje 2a. De uitkomst van dit onderzoek is mij niet bekend.

In de vroege middeleeuwen zijn veel van de oudste bewoonde plekken onder invloed van het stijgende water verdwenen (zoals nabij de Erfsestraat en de Bendelaar) of werden er in de ijzertijd terpen of woerden opgeworpen die de basis vormden voor de huidige bewoningskernen (het Hongerveld, de Woorden). Een algemeen beeld is dat juist op die plaatsen de oudste relicten verloren zijn gegaan door permanente bewoning of het ontbreken van onderzoek. Voor Huisseling zal de situatie niet veel anders zijn geweest dan elders in het rivierengebied. Kleine vondsten zijn er wel gedaan aan de Grotestraat, op de plek waar nu de kruising met de Dorpenweg ligt. Bij het aanleggen van de Dorpenweg trof men op de bodem van het uitgegraven wegvak nog duidelijk sporen van lang vergane lijken aan, die begraven waren op het daar gelegen kerkhof bij de vroegere parochiekerk. De dorpel van deze kerk is teruggevonden en bewaard gebleven.

De teruggevonden dorpel van de oudste kerk


De Franken
In de tijd dat het Romeinse Rijk in verval raakte waren de Franken in opkomst. In 358 kregen de Salische Franken door keizer Julianus woonplaatsen in Toxandrië, het huidige Noord- Brabant, toegewezen. Zij waren boeren. Andere Frankische stammen leverden krijgsdiensten aan de Romeinen. De Franken beheersten een aantal ambachten. Zij waren bijvoorbeeld goede smeden. Na het vertrek van de Romeinen was het rivierengebied door allerlei oorzaken sterk ontvolkt. Als gevolg van de Frankische kolonisering onder Clovis en zijn opvolgers nam de bewoning vanaf het begin van de 6e eeuw weer langzaam toe. In deze Merovingische tijd, die duurde tot 754, zijn vele nieuwe nederzettingen gesticht, waaronder waarschijnlijk ook Huisseling.

Uit archeologische vondsten blijkt dat de Franken aanvankelijk een- of tweeschepige huizen bouwden op een erf. Daarbij lagen de grafveldjes. Deze huizen gingen slechts één generatie mee. Ze lagen niet in een bepaalde regelmaat bij elkaar en er waren nog geen straten en pleinen. Drieschepige huizen zijn bekend uit de Karolingische tijd (vanaf 754). Het waren vrij grote gebouwen die werden gedragen door een gebintconstructie. In de 8e eeuw krijgt het domaniale stelsel zijn beslag. De domeinheer of zijn rentmeester bewoonde de herenhoeve (hof). Hieromheen woonden de horigen en bevonden zich de landerijen. Daarbuiten lagen de woeste gronden (later ‘de gement’). De domeinen waren eigendom van de koning of van kerken en kloosters. Zij waren nagenoeg zelfvoorzienend.

In de Karolingische tijd werden de eerste kerkjes gebouwd en ontstonden ook de eerste parochies. De overledenen werden voortaan bij de kerk begraven. In de 11e eeuw verschijnen de eerste natuurstenen romaanse kerkjes, in ons gebied onder meer in Neerlangel en Dennenburg. Waarschijnlijk was de oorspronkelijke Huisselingse kerk ook zo oud, maar door de afbraak in 1621 is dat niet meer na te gaan. De nu nog bestaande oude kernen van dorpen en gehuchten met hun kenmerkende driehoekige pleinen zijn veelal terug te voeren tot de 13e eeuw. Ze zijn meestal nog goed te herkennen op de kadastrale kaarten van rond 1830. Dit gaat niet op voor het huidige Huisseling omdat na de distrusie van 1621 de dorpskern is verplaatst van de Schaafdries naar de huidige locatie. De nederzetting Heuveleind kende echter wel zo’n structuur in de vorm van een Heuvel en Onderstal. Deze buurtschap werd al vroeg met Huisseling verenigd.

Tekening van het oude kerkje van Neerlangel. Klik op de foto voor vergroting


Oude muren in het kerkje van Dennenburg

 

naar boven

Overzicht van archeologische projecten op Huisselings grondgebied
Onderzoeksbedrijf Archeologisch Onderzoek Leiden bv (Archol), dat is verbonden aan de Faculteit der Archeologie van de Universiteit Leiden, heeft op haar site verslagen van de volgende projecten staan:
PLANGEBIED VEERSINGEL
2017-01-31 Tump, drs M (BAAC bv) 10.17026/dans-xc7-hauj
In opdracht van de gemeente Oss heeft BAAC bv op 12 januari 2017 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in plangebied Veersingel te Ravenstein. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van een brandweerkazerne. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Ravenstein ten zuiden van de Veersingel, nabij de kruising met de Graafsestraat. Het wordt aan de noordzijde begrensd door de Veersingel, aan de oostzijde door een groenstrook en aan de zuidwestzijde door een bedrijventerrein. Het is niet bebouwd en bestaat uit een grasveld met veel bosschages langs de randen. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 3.738 m2. Het beoogde bouwvlak is 820 m2 groot. Het plangebied heeft volgens archeologische beleidskaart van de gemeente Oss een hoge archeologische verwachting vanwege de ligging op de Huisseling-Demen stroomgordel. Dit is een relatief hooggelegen zone in het landschap. In 2016 is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Toen werden resten aangetroffen die mogelijk zouden kunnen duiden op menselijke activiteiten in het plangebied vanaf de Romeinse tijd tot in de nieuwe tijd. Het plangebied was in de 19e en groot deel van de 20e eeuw in gebruik als akker. Een dergelijk gebruik wijst op een relatief hooggelegen zone. Vanaf ca. 1978 bestond het terrein uit grasland met bosschages langs de zuidoost en zuidwest zijde. Toen werd ook de Veersingel aangelegd. Vanaf ca. 1988 is er sprake van bosschages langs alle zijden van het plangebied. De noordelijke rand en het noordwestelijke deel van het plangebied werden flink opgehoogd. Het plangebied is altijd onbebouwd gebleven. Uit het IVO-P blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van de kronkelwaard van de stroomrug van Huisseling-Demen. De bodem ter plaatse bestaat uit een 45 tot 50 cm dikke antropogeen beïnvloede bovengrond (bouwvoor en AC-horizont met baksteenspikkels). Onder het antropogene pakket bevindt zich een pakket klei dat met toenemende diepte siltiger en zandiger wordt. Aan de basis bestaat dit pakket uit gelaagd siltig of kleiig zand, dat met toenemende diepte grover wordt. Het pakket is bovenin verbruind en wordt naar onder toe grijzer met roestvlekken. Deze afzettingen zijn geïnterpreteerd als kronkelwaardtopafzettingen. Daaronder bevindt zich een pakket lichtgrijs, matig grof zand, dat is geïnterpreteerd als beddingafzettingen. Alhoewel de bodem van het grootste deel van het plangebied niet verstoord is, zijn er geen archeologisch relevante sporen gevonden. Wel is ter plaatse van werkput 2 en 3 een grote recente verstoring aangesneden. Deze verstoring, die zich aan de voet van het talud bevindt, is mogelijk veroorzaakt bij het opwerpen van het talud in het einde van de jaren 80 van de twintigste eeuw.

ERFSESTRAAT, RAVENSTEIN
2016 Moerman, drs. S. (IDDS Archeologie) 10.17026/dans-xmp-mvaf
IDDS Archeologie heeft in maart 2016 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Erfsestraat in Ravenstein, gemeente Oss. Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase: Erfsestraat, Ravenstein, Gemeente Oss.

GROTESTRAAT BOORONDERZOEK
2015-11-24 Huizer, J. (ADC ArcheoProjecten) 10.17026/dans-x85-rhwr
ADC ArcheoProjecten heeft in mei 2015 een bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Grotestraat te Huisseling, gemeente Oss. Aanleiding is de voorgenomen bouw van een woonhuis. Op basis van het bureauonderzoek werden archeologische resten uit perioden vanaf het Neolithicum verwacht op oeverafzettingen van de Huisseling-Demen-stroomgordel. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek is het beddingzand van de Huisseling-Demen meandergordel aangetroffen. Hierboven bevinden zich oeverafzettingen, maar hierin is geen aanwijzing gevonden voor de aanwezigheid van een (potentieel) archeologisch niveau, bijvoorbeeld in de vorm van een vegetatiehorizont. Mogelijk is deze oorspronkelijk wel aanwezig geweest, maar door grondbewerking opgenomen in de bouwvoor. ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling, omdat er in het plangebied geen archeologische resten worden verwacht. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen.

VLIERBOSSTRAAT 1, NEERLOON (voormalige grens met Land van Ravenstein)
012-10-25 Econsultancy BV; Boots; Boots, MA G.J. (Econsultancy BV) 10.17026/dans-xyg-8aep
Econsultancy heeft in opdracht van Agra-Matic bv op 25 oktober 2012 een inventariserend veldonderzoek (IVO, karterende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de geplande uitbreiding van een agrarisch bedrijf. Het plangebied is gelegen aan de Vlierbosstraat 1 te Ravenstein in de gemeente Oss. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Daarom is het binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007 (WAMZ), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 5). Doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden, om daarmee een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied op te stellen. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, karterende fase) heeft tot doel het opsporen van eventueel aanwezige archeologische vondsten en/of sporen en om een eerste indruk te verkrijgen van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging hiervan. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek en/of planaanpassing noodzakelijk is.
Resultaten inventariserend veldonderzoek: Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, karterende fase) blijkt dat er geen vindplaats in het plangebied aanwezig is.
Conclusie: Op basis van het ontbreken van een vindplaats, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden.
Selectieadvies: Op grond van de resultaten van het karterend booronderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies vormt een selectieadvies. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Oss), die vervolgens een selectiebesluit neemt.

MARSSTRAAT 3 TE GRAVE
2011-08-10 Hebinck, K.A. 10.17026/dans-zyj-69ta
De onderzoekslocatie ligt in het oostelijke deel van het rivierengebied, op oeverafzettingen van de Maas (actief sinds 1760 BP). Hieronder liggen mogelijk oeverafzettingen van de Stroomgordel van Huisseling-Demen, die actief was van 3000 tot 2000 jr BP. De pleistocene afzettingen van de Formatie van Krefenheye worden verwacht op een diepte van 1 tot 2 m -mv. De oeverafzettingen van de Maas hebben een hoge trefkans op archeologische resten uit de Vroege Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd. De oeverafzettingen van de Stroomgordel van Huisseling-Demen hieronder hebben een middelhoge trefkans op archeologische resten uit de periode IJzertijd – Late Middeleeuwen. Op de pleistocene terrasafzettingen kunnen resten verwacht worden uit de periode Laat-Paleolithicum – Bronstijd. Op basis van de resultaten van het bureau-onderzoek kan geconcludeerd worden dat er mogelijk nog archeologische waarden aanwezig zijn binnen het onderzoeksgebied.

PLANGEBIED RINGELENBURG 1
2011-06 BAAC BV; Voeten, D.F.A.E. 10.17026/dans-xef-edcd
In opdracht van Princen heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (karterende fase) uitgevoerd in het plangebied Ringelenburg 1 te Huisseling. De plannen voor de locatie hebben betrekking op een bestemmingsplanwijziging. In de gemeente Oss is de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart leidend ten aanzien van het specifieke archeologische verwachtingsmodel dat gehanteerd wordt bij archeologisch vooronderzoek. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van dit verwachtingsmodel. Op basis van het beleid van de gemeente Oss moet voor het plangebied een specifiek hoge verwachting op archeologische resten vanaf het neolithicum bestaan. Daar in dezelfde geomorfologische context als die van het plangebied vondsten uit het mesolithicum bekend zijn wordt een middelhoge verwachting gegeven op archeologische resten uit het mesolithicum. Er wordt een lage archeologische verwachting gegeven op archeologische resten uit het paleolithicum. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat binnen het plangebied overwegend komklei voorkomt. In het noordoosten van het plangebied is tevens de aanwezigheid van afgedekte oeverafzettingen op beddingzand vastgesteld. In het midden en zuiden van het plangebied zijn de oeverafzettingen mogelijk door natuurlijke processen of antropogene grondbewerking verdwenen of opgenomen in de bovengrond. De komklei, waar aangetroffen, zal nooit een bijzondere aantrekkingskracht ten aanzien van bewoning hebben gehad. Binnen de oeverafzettingen en de top van de beddingafzettingen zijn geen aanwijzingen gevonden die de aanwezigheid van archeologische waarden doen vermoeden. De kans dat bij de voorgenomen werkzaamheden archeologische waarden vernietigd worden moet derhalve klein geacht worden.

UITBREIDING COMPRESSORSTATION RAVENSTEIN
2009-05 Moonen, B.J. (ing.) 10.17026/dans-zud-ghbs
Het plangebied (7,4 ha) ligt ten zuidoosten van de kern van Ravenstein, ingesloten door de N277, A50 en Bulk. Plangebied uitbreiding compressorstation Ravenstein, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase).

BEDRIJVENTERREIN “DE KOLK” TE RAVENSTEIN
2009-01 Buesink, A. 10.17026/dans-xvw-3vnu
Op basis van het bureauonderzoek worden in het plangebied een restgeul- en oeverwal op beddingafzettingen van de Huisseling-Demen stroomgordel verwacht. Voor de oeverwalafzettingen geldt een hoge archeologische verwachting op resten uit de periode Late Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd. Ter plaatse van de restgeul kunnen afvaldumps aanwezig zijn. Tijdens het veldonderzoek bleken de restgeulafzettingen zich buiten het bereik van het onderzoek te bevinden, omdat ze zijn afgedekt met afzettingen van de Maas. In het zuidoosten van het plangebied zijn oeverwal op beddingafzettingen van de Huisseling-Demen stroomgordel aangetroffen. In het gehele plangebied is de bodem geroerd. De oorspronkelijke A-horizont is verdwenen. Binnen de oeverwalafzettingen zijn, op een boring na, geen oude bodemhorizonten aangetroffen, zoals laklagen. Voor het gehele plangebied geldt op basis van de bodemverstoringen een lage verwachting op het nog aantreffen van een intacte archeologische vindplaats, en wordt een vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht.

DE BULK
2002 Robberechts, R. 10.17026/dans-z2s-jzyj. Plangebied De Bulk, gemeente Ravenstein.

 

naar boven