Carnaval

De feesten van de omgekeerde wereld
(Bron: Noordbrabants Historisch Nieuwsblad, nr. 5, oktober 1992)
De Vastenavond gaat terug naar verschillende middeleeuwse winterfeesten. De voorlopers van het huidige carnaval vertonen veel overeenkomsten. Als gekerstende varianten van oeroude Germaanse vruchtbaarheidsrituelen boden feestdagen als Sint Maarten, Onnozele kinderen, Driekoningen, Maria-Lichtmis en Vastenavond vooral de mogelijkheid zich geestelijk tegen de winterse periode te bewapenen. Deze werd elk jaar weer met veel huivering tegemoet gezien. De kou bracht immers veel mensen tot bedelen of de hongerdood. De strenge vorst eiste vaak vele slachtoffers. Door deze gezamenlijke winterse angsten in een feestelijk kader tot tastbare en hanteerbare grootheden te verkleinen, probeerde de middeleeuwse samenleving ze te bezweren. Zo was Koning Winter in vele plaatsen een bekende figuur uit de vastenavondvieringen. In een groots feest ter ere van zijn heerschappij werd de vorst spottend verheerlijkt om daarna met veel lawaai uit de gemeenschap te worden verdreven; zijn regime moest plaatsmaken voor dat van de lente. Door het gezamenlijk uitvoeren van dergelijke letterlijk belachelijke rituelen rond een gepersonifieerde winter werd de angst ervoor met anderen gedeeld en hierdoor meer beheersbaar gemaakt. De feesten golden als een soort ‘rites de passages’ die de seizoenswisseling markeerden en haar overgang versoepelden.

In deze spottende bezwering van de courante angsten komt ook een ander wezenlijk kenmerk van de middeleeuwse winterfeesten naar voren: de tijdelijke en bewust gekozen omkering van de bestaande maatschappelijke orde. Tijdens de feestdagen werden er spotheerschappijen ingesteld waarin hooggeplaatsten een nederige rol kregen toebedeeld, terwijl daarentegen de eenvoudigen tijdelijk met de scepter zwaaiden. De feestvierders vermomden zich als nar of boer, trokken uitbundig zuipend en vretend op een scheepswagen (carrus navalis) door de stad, terwijl ze ironische liederen zongen en de spot dreven met het ongewenste gedrag van diverse maatschappelijke geledingen. Hun losbandigheid toonde ontegenzeggelijk aan dat de zotheid voor een paar dagen aan de mach was. Ondanks de korte duur van deze omkering ging er een sterk zuiverende werking van uit. Door zelf tijdens de feestelijke uitspattingen te ervaren dat het zonder de bestaande orde geen leven was, werd deze na het feest weer des te dankbaarder aanvaard. Het tijdelijk omkeren van de wereld had dus een moraliserend en didactisch effect.

Van Vastenavond naar carnaval
Een echt oude carnavalscultuur kennen we in Huisseling niet. Pas na de oorlog kwam het carnaval zoals we dat nu kennen vanuit ‘s-Hertogenbosch, Bergen op Zoom en elders in Brabant en Limburg overwaaien.
Jan Elemans schrijft in zijn boek “In Huisseling modderen de Dikbillen (koeien) of de kafzakken”: De Huusselingse dikbille die wie:te nie wa se frééte wille, Garstestròj of garstekaf, door worre de Huusselingse Dibille vet af. Het is uiteraard een parodie op de meer dan gemiddeld vetgemeste Huisselingse koeien die vergeleken worden met de welstand van de Huisselingse boeren.
De Huisselinger is gewend om in ’t Pomperstèdje (Pomperstad, Ravenstein) carnaval te vieren. De inwoners mengen zich tot één grote groep Pompers en Pomperinnekes en zijn allen gelijk. Toch is het altijd een soort traditie geweest om tegen elkaar te ‘strijden’. Huisseling heeft een jarenlange traditie van groepen die meelopen in de Ravensteinse optocht.

Vastenavond
Vastenavond is de dinsdag voor Aswoensdag en is traditioneel het einde van de carnavalsperiode. Klokslag middernacht is carnaval voorbij en begint het vasten. Vóór de Tweede Wereldoorlog wordt bij ons niet het carnaval maar Vastelòòvent (Vastenavond) sober gevierd. Destijds trokken vooral kinderen uit de armere gezinnen met de rommelpot langs de huizen om een centje (of een flapper) in de wacht te slepen. Dat er ooit een uitvoerig vastenavondliedje werd gezongen bewijzen de volgende resten:
‘Jan tis fastelòòvent,
ik kom nie töws fur tòòvent,
tòòvent in de mòòneschéjn
ès faader en moedder nò bét to zéjn
dan danse wéj op klómpe,
gekke Griet,
vertél et nie,
want onze Jan is drónke.
Boove in die hòrste,
hange lange wòrste,
snééj mar die:p
snééj mar die:p,
snééj mar in men vinger niet.
Hier ene stoe.l en door ene stoel.l
én op ieddere stoe.l en kusse,
dérke hawt oewwe kinnebak toe
òv ik slòjjer ene spèkkoek tusse,
want tussen oe neus en tussen oe kin
door kan nòch net ene spèkkoek in.’

Een ander vastenavondliedje luidde:
‘k hép sò lang mi te rommelpòt cheloe:pe,
‘k hép chén gèlt om broe:t te koe:pe,
foekkepòtterééj, foekkepòtterééj,
gif mene sent tan gòk ferbééj!’

Na het carnaval begon op woensdag het Vasten, traditioneel met het halen van een askruisje. Op school en in de kerk werd dan het zogenaamde Veertigurengebed gebeden. Ook werd in die periode helemaal geen vlees gegeten. Over het algemeen werd in die dagen sowieso minder gegeten. Met Halfvastenzondag mochten de jongens die verkering hadden weer naar hun meisje toe. In bijna elk Brabants huis stond een snoeptrommeltje. Al het snoep of andere lekkernijen die de kinderen in de Vastentijd ontvingen werd in het trommeltje gestopt (en pas met Pasen weer eruitgehaald). Ook in de jaren ’80 was bij ons thuis het snoeptrommeltje het teken van de Vasten. Mijn zusje en ik waren dan heel fanatiek, want het was een sport om aan het eind van de Vasten zoveel mogelijk snoep in je trommeltje te hebben. Tegenwoordig wordt er nog steeds elk jaar een Halfvastenoptocht gehouden. Voorheen in Zeeland, heden ten dage in Oss. Zeeland kent nog wel de Halfvastenfeesten.

Eigen Carnaval
Sinds het gereedkomen van het parochiecentrum (Den Achterhof) ontplooiden zich allerlei initiatieven in Huisseling zelf waaronder een carnavalsmiddag voor de basisschooljeugd op dinsdag. Huisselingers werden gedoopt tot ‘Kleistappers’ en het parochiecentrum werd omgeturnd tot feestzaal. Enkele malen werd een optocht op poten gezet, maar dit werd nooit een groot succes. Diverse groepen uit Huisseling zoals de ‘Taphangers’, ‘Gammel Gerammel’ en U.L.V.E. (Ut Lopt Van Eigus) bouwden in de loop der jaren in Huisseling een carnavalswagen of vormden een (loop)groep. Soms in samenwerking met mensen uit Ravenstein. De bekendste groep is het in 1999 opgerichte ‘Gammel Gerammel’. Zij vierden in
2010 hun 11-jarig bestaan met een groot feest.

In de strenge winter van 1962-1963 was de weg in Huisseling bij Den Dam geblokkeerd door sneeuwduinen. Deze carnavalswagen verwijst naar de rivaliserende verhouding tussen Herpen en Ravenstein. Bron: Fam. Van der Sluijs-van Wijchen


In de strenge winter van 1962-1963 was de weg in Huisseling bij Den Dam geblokkeerd door sneeuwduinen. Deze carnavalswagen verwijst naar de rivaliserende verhouding tussen Herpen en Ravenstein. Bron: Fam. Van der Sluijs-van Wijchen


Huisselingse loopgroep in een optocht eind jaren '60. Met o.a. kinderen van de families Van Grunsven en Elemans. Bron: Fam. Elemans-Coenen


Carnavalsoptocht Ravenstein met de groep uit Huisseling. Op de ponykar zitten onder andere Ivonne en René Arts. Voor de ponykar loopt Rinus van Oosteren. Bron: Fam. Wattenberg-van Dijk


Carnavalsoptocht in Ravenstein met een groep uit Huisseling met als thema 'Jeugdharmonie Huisseling'. Op de foto o.a. Jeroen Arts, Joan van Oosteren, Claudia Wattenberg, Teun Jaspers, Bas van Aar, John van den Bergh, Mark van Oosteren, Ivonne Arts, Thea van den Bergh-Peters (rest onbekend) in 1984. Bron: Fam. Arts-van der Wijst


Carnavalsoptocht 1987. We zien Tillie Waijers en Tonny Ceelen verkleed als zure-bomvrouwen. Bron: Fam. Arts-van der Wijst


Carnavalsoptocht in 1987. Links zien we Christien van Lieshout verkleed als zure-bomvrouw. Trudy Wattenberg en Riet Arts dragen het bord met de tekst 'In 1988 wordt onze optocht helemaal prachtig'. Echter, 1987 was de laatste keer dat Groep Huisseling meedeed! Bron: Fam. Arts-van der Wijst


CV Zot en het Mestoverschot tijdens de optocht in Bônneland (Herpen). Op de foto Herald Wattenberg, Sander van Aar, Jeroen Arts, Hein van Dommelen en Bas van Aar


Cv U.L.V.E. tijdens de optocht in 2009


Gammel Gerammel tijdens een optocht in het Schottelzakkenrijk. Bron: Twan Loeffen

naar boven