Horeca

Herbergen, cafés, bierhuizen, teerhuizen en gelagkamers

Inleiding
Voor zo’n klein dorp als Huisseling, waren er verhoudingsgewijs veel cafés, herbergen, bierhuizen en andere ‘dranklokalen’. In totaal zijn er ruim 12 panden bekend waarop (niet tegelijkertijd) een horeca-bestemming is geweest. Bepalend hiervoor was dat Huisseling aan de doorgaande routes lag van en naar Ravenstein, maar ook aan de Maas en de spoorlijn. De herbergen in het dorp waren vooral een mannelijke ontspanning, zondags na de hoogmis en voor voerlui en handelaren die onderweg waren en voor (verenigings)vergaderingen kwam men in het café bij elkaar.
In de herberg stond achter de toonbank een kastelein of hospes. Men kwam samen in de gelagkamer waar men spijs en drank ‘verteerde’. In veel gevallen lag bij de herberg ook een Doel; een smalle afgesloten ruimte waar men met pijl en boog kon schieten. Ook trof men buiten de herberg soms een beugelbaan aan. Men een slaghout moesten de spelers een houten bal door een ijzeren beugel slaan. Het spel kon ook in het klein in de gelagkamer worden beoefend (op de plaats waar later het biljart kwam te staan).

Het Veerhuis
Volgens oude bronnen in het archief van de Commissie van Breda, behoorde ‘t Veerhuis (Maasdijk 33) oorspronkelijk tot Huisseling, immers het lag buiten de wallen van de stad. In 1729 werd het Veerhuis nog genoemd; ‘huis en hof te Huisseling gelegen sijnde het oudt veerhuijs’. Midden 19e eeuw behoorde het veerhuis kadastraal al wel tot Ravenstein. Vanwege de gunstige liggen aan de Maas heeft het pand gedurende honderden jaren achtereen zijn horecafunctie behouden en is nu nog de enige met deze bestemming.

Herberg Familie Bijl
Achter de dokterswoning aan de Contre Escarpe stond een boerderij waarin de herberg van de familie Bijl was gevestigd. De herberg was alleen open op zondag en het is bekend dat er openbare verkopingen werden gehouden. Voor de bouw van de dokterswoning werd ook een boerderij van de familie Bijl afgebroken. Het is aannemelijk dat deze familie meerdere boerderijen bezat en dat hun perceel zich uitstrekte in de richting van het huidige Keurvorstenplein.

De Zwarte Raaf
Dit pand aan de Contre Escarpe 1 heeft een lange horeca geschiedenis. Voorheen waren hier gevestigd de cafés Walsing Mathilde, Zwarte Raaf (Van Kippersluis), Jan Kuijpers, Has Smits, Jan van Gulick, Martinus van Wetten en café Van Londen. Uiteraard herbergt ieder café ook de nodige verenigingen. In de jaren ’50 en ’60 van de 20e eeuw was hier Luchtbuksvereniging Nimrod gehuisvest.

Het Stationskoffiehuis
Het Stationskoffiehuis (voormalig Stationssingel 16) werd jarenlang beheerd door de familie Egbars en voorheen door Piet van Mulekom. Hij was tevens koetsier van dokter Philipsen. Rond 1928 woonde hier Alphons de Vocht. Hij exploiteerde koffiehuis en stalhouderij ‘Hengst’ met de mogelijkheid om voor meerdere dagen paarden te stallen. Veel Huisselingers weten zich het café en het achterliggende zaaltje nog wel te herinneren.

Café Frans Kuijpers
Het café Frans Kuijpers stond net op Deursense grond, tegenover de huidige tennisbanen in de bocht naar het station. Toch willen wij aandacht besteden aan het café van Frans Kuijpers. Hij was de broer van Jan Kuijpers van de latere Ravenshoeve. De laatste bewoner was de familie Nales. Daarna werd het gesloopt vanwege de uitbreiding van Plan Schonenberg.

Lunchroom Marisca
Sjaak en Doortje Gijsbers-van Oorschot runden er een bakkerij met lunchroom en een cafetaria. De lunchroom kreeg de naam “Marisca”. Veel jongeren gingen hier in die tijd uit. In mei 1963 stopte de familie Gijsbers met de cafetaria en in 1976 met de winkel. Tegenwoordig wonen hier Jan en Martina Adriaans-van der Heijden. Zij hebben jarenlang de groentewinkel ‘Jagro’ gerund, maar verhuren de ruimte tegenwoordig aan een fysiotherapeut. Aan dit pand en de bewoners wordt ook aandacht besteed in het onderdeel ‘De werkende mens’.

De Ravenshoeve
In het kader van de ruilverkaveling kocht de gemeente Ravenstein deze boerderij van de familie Kuijpers (Mgr. Zwijsenstraat 5) om plaats te maken voor woningbouw. Na de ontwikkeling van het Keurvorstenplein werden de plannen gewijzigd en bleef de boerderij toch behouden. Deze werd toen verbouwd tot restaurant; rotisserie ‘De Ravenshoeve’. De laatste uitbater was Thomas Sluijters. Het is nu het woonhuis van de familie Shen-Klink.

Tolhuis Grotestraat-Middingstraat
In de mooie krukboerderij (Grotestraat 23) van Frans en Mathilda van de Rijdt-Klaazen, voorheen van Nabuurs en Van den Berg aan de Grotestraat 23 was een tolhuis met een soort danklokaal gevestigd. Tegenwoordig staat er op deze plek het voormalige Wit-Gele Kruisgebouw dat inmiddels is verbouwd tot twee woningen. Het linkerdeel van het gebouw werd voorheen bewoond door Zr. De Vocht en haar moeder.

Tolhuis Grotestraat-Daalderstraatje
Op de hoek Grotestraat-Daalderstraatje stond vroeger een boerderij dat tijdelijk tolhuis is geweest. Zeer aannemelijk is dat hier ook drank werd geschonken.

Herberg De Swaen
In vroeger tijden was aan de Grotestraat 35 herberg De Swaen gevestigd. Het was al een zeer oude herberg, die destijds op een belangrijk kruispunt van wegen stond. Bij De Swaen stond ook een ‘handwijzer’. In 1822 wordt door de gemeenteraad besloten om op de kruising bij De Swaen een nieuwe te plaatsen, omdat de oude inmiddels niet meer aanwezig is. Zelfs de beruchte misdadiger Jacobus van der Schlossen kwam er al.

Wat betreft de naamsbetekenis van de herberg verteld streekarchivaris Henk Buijks het volgende: ‘Natuurlijk komen we de zwaan ook veel tegen op uithangborden, met name van herbergen en restaurants. Dat is al sinds de middeleeuwen zo’. Taalkundige Jacob van Lennep beweert ‘De Swaen voert iedere kroeg, zowel in dorp als stad, omdat hij (de zwaan) altijd graag is met de bek in ’t nat’. Ook andere schrijvers leggen verband met het waterelement waarin de zwaan rondzwemt en slobbert. Andere zegswijzen zijn daarvan afgeleid, bijvoorbeeld over een alcoholist: ‘Hij woont in ’t zwaantje en zit staag aan ’t kraantje!’ Dat de ‘Zwaan’ benaming zo populair was, heeft volgens Van Lennep veel oorzaken. Een Zwaan is een vrolijk waterdier, dat met zijn lange hals geschikt is om in het nat te duiken. Ook was de zwaan een edele vogel die in de burgwallen van de steden onderhouden werd. De bewaarders der zwanen hielden een herberg open en hingen dan de Zwaan uit. Zwanen kwamen ook veel voor in de gebieden waar de sage van de ‘Zwaneridder’ populair was (Kleef). De zwaan maakt ook deel uit van het wapen van de heren van Herpen waartoe ook Huisselingbehoorde. Ten slotte was bet zwaantje een geliefkoosde vrouwennaam. De naam komt waarschijnlijk van de lieftallige Zwanenmaagden, ontleend aan de Walkuren of maagden in het Walhalla, die niet enkel konden vliegen, maar ook zwemmen. Daarom was het voor onze voorouders een grote zonde om een zwaan te doden, omdat deze wel eens een Walkure kon zijn. In de sagen van de Germaanse mythologie vinden we misschien de oudste reden voor de populariteit van de Zwaan als uithangteken.

De Palmhof
Deze voormalige langgevelboerderij aan de Grotestraat 57 dateert uit het midden van de 18e eeuw. Op één van de balken in het achterhuis staat het jaartal 1748. In het hoofdstuk over de Huisselingse brouwerij wordt gezegd dat Marcelis Kocken in deze boerderij een ‘gelagkamer’ had. In 1979 werd het tot woonboerderij verbouwd. De voorgevel is geheel gewijzigd. In het rieten dak was de naam ‘Palmhof’ uitgespaard. Dit is het geboortehuis van Marcellus van den Boogaard, rector van de Latijnse school in Ravenstein, naar wie de straat op Plan Schonenberg is genoemd.

Hamstraat 6
Op de kadastrale kaart van 1826 staat op deze plek een boerderij ingetekend, maar toen met de staldeuren naar de straat gericht. In 1877 is het pand herbouwd. Enkele bouwsporen wijzen op hergebruik van oude materialen. Christianus van Casteren runde er een bierhuis, smederij, kruidenierswinkeltje en boerderij. De familie Van Casteren verhuisde naar Zeeland, alwaar ze dezelfde activiteiten voortzetten op de plek waar nu de C1000 zit. Kleinzoon Jan van Casteren had een drankenhandel in Heesch. De familie Van Aar nam het huis met horecavergunning van hen over. In 1921 kwamen Drikus en Maria de Bruijn-Voet er te wonen. Zij stopten toen ook met het bierhuis. Het café heeft een geschiedenis als ‘teerhuis’ voor het gilde. Elders in dit boek wordt hier nader aandacht aan besteed.

Herberg De Woutjes Kocken
Het pand Hamstraat 8 is van begin 18e eeuw. Het is een prachtige oude boerderij van het krukhuis type, met de grote staldeuren in de zijgevel. Maar het meest bijzondere aan deze boerderij is dat het een echte dorpsherberg was met een aparte ingang langs de weg en een tweede ingang voor privé. Jan Elemans Wzn. beschrijft de herberg als een flinke ruimte voor die tijd, met in het midden een grote kolenkachel. Ook was er een gedeelte met een verhoging, dat werd gebruikt voor vergaderingen, openbare verkopingen en toneeluitvoeringen die daar in de winter gegeven werden. Heel typisch was ook het meubilair: donkerbruine stoelen en tafeltjes, met daaronder een groen houten bakje met zand, alwaar men zijn uitgekauwde pruimtabak (fluimen) in spuugde. Dit bakje werd de kwispedoor genoemd. Op de vloer lag fijn wit zand dat in bloemmotief was uitgestrooid. Buiten was een gelegenheid om het paard te stallen, met een drink- en voederplaats. In de zomer, als er in de polder werd gehooid, werd daar flink gebruik van gemaakt.

De herberg was –samen met de kerk- het centrum voor algemeen sociaal contact. Daarnaast werd er veel aan buurten en huisbezoek gedaan (vooral door vrouwen). De herberg was uitsluitend voor mannen die daar onder het genot van een borreltje en een sigaar, het wel en wee van hun huishouden en bedrijf bespraken. Bier werd er toen weinig of niet gedronken, daar had je in Huisseling een speciaal bierhuis voor. Een groot gedeelte van het inkomen werd in die tijd aan alcoholische drank besteed. De herberg is ook eens door de Osse Bende bezocht. Van tevoren hadden zij al een bezoekje aan de herberg gebracht, alles goed in zich opgenomen, de pal van het venster gelegd zodat men ’s nachts alleen maar het raam omhoog hoefde te schuiven. Maar toch had men zich vergist in de alertheid van de bewoners. Toen die onraad roken schoten zij vanuit het zolderraam op de indringers, die direct met hun salvo antwoorden. Jan en Anna van Oosteren-Princen kopen de boerderij van de familie Kocken. Zij laten de horecabestemming op het pand vervallen en de voormalige cafédeur wordt dichtgemetseld.

Bierhuis Schraven (Boschakker 1)
In een voormalige boerderij, die vlakbij de huidige rotonde aan de Hamstraat stond, woonden begin 20e eeuw Arnoldus en Aleida Schraven-Versteegh. Arnoldus was Meester kleermaker, barbier en gildekoning in Huisseling. Jan en Marie van der Horst-van Nuland bouwden, op bijna dezelfde plek, een nieuwe bungalow. Dit is tegenwoordig Boschakker 1. Arnoldus Schraven vraagt in 1905 (opnieuw) toestemming aan het gemeentebestuur om in zijn woning alcoholhoudende drank, andere dan sterke drank (waarschijnlijk bier), te mogen verkopen.

Café De Hut
De familie Van Grunsven (Den Dam 2)kocht in de jaren ‘20 café De Hut. Het was eigenlijk een overzetcafé of veerhuis. Het huidige woonhuis is gebouwd op de aanlegplek voor de boeren en hun karren met paarden. Er zit onder het huis nog steeds een grote put die diende voor de watervoorziening.

naar boven