Boerenleenbank

Boerenleenbank Huisseling

(tekst: Mario Coenen; bewerking: Werkgroep Geschiedschrijving Huisseling)

Inleiding
Als één van de eersten in Zuid-Nederland werd in 1897 ten huize van Martinus Coenen een Boerenleenbank opgericht. Drie generaties lang (70 jaar) bleef de functie van kassier ook gekoppeld aan de Coenen’s en stond de brandkast in de huiskamer of het kantoor van de familie. Het ontstaan van de Boerenleenbank vindt zijn basis in de landbouwcrisis eind 19e eeuw. Het directe gevolg van de crisis was dat de prijzen in hoog tempo daalden. De Nederlandse regering was niet bereid om beschermende maatregelen voor de boeren te treffen en bankiers hadden geen belangstelling voor het kruimelwerk bij de boeren. Zij waren dus aangewezen op familie, kennissen en een enkele geldschieter die uit was op winstbejag. Vanuit onze oostgrens kwamen berichten over kredietverenigingen die daar overal op het platteland ontstonden.

Naar de ideeën van Friedrich Wilhelm Raiffeisen
Ook in Nederlandse landbouwkringen ontstond het besef dat het ‘platteland’ behoefte had aan een “Raiffeisenbank”, waarvan de eerste in 1895 werd opgericht. Rondom de eeuwwisseling zien we dat in bijna alle uithoeken van het land locale coöperatieve banken ontstaan. Bankjes die naar huidige maatstaven de naam bank nauwelijks verdienden. Geen eigen kantoor, maar tussen de bedrijven door in de huiskamer van een bestuurslid die tot kassier was benoemd. Geen indrukwekkende balanstotalen of reserves. De boekhouding bestond uit een eenvoudig kasboek. De overheid gaf een kleine tegemoetkoming aan een pas opgerichte bank voor het aanschaffen van een (meestal tweedehands) brandkast. Alle Boerenleenbanken, een naam die in ons land naast Raiffeisen snel opgang deed, zijn rechtstreeks aan de ideeën van Friedrich Wilhelm Raiffeisen (1818-1888) ontsproten. “Sla de handen ineen, in je eigen leefgemeenschap, verenig je en richt samen een bank op. Wie geld heeft, laat hij dit daar veilig als spaargeld beleggen. Dan kan hij die krediet nodig heeft dat op billijke, normale voorwaarden bij zijn ‘eigen’ bank aanvragen.”

Boerenleenbank aan de Woordstraat. Bron: Fam. Coenen

De Huisselingse Boerenleenbank (1897)
Het idee van de Boerenleenbank is ontstaan vanuit de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond (NCB). Pater Gerlacus van den Elsen begon vanaf 1896 met het oprichten van plaatselijke boerenleenbanken. Zoals ook in andere plaatsen stond men in Huisseling aanvankelijk wantrouwend tegenover het feit om het zuur verdiende en schaarse geld aan een ander toe te vertrouwen. Het lenen en uitlenen was een heikel punt. Een aantal vooraanstaande lieden stelden hun steun en vertrouwen in een op te richten plaatselijke leen- en spaarbank, waarmee de Boerenleenbank Huisseling op 23 november 1897 een feit was. Het werkgebied van de bank strekte zich uit over de verschillende Maaskantse dorpen.

De eerste voorzitter was burgemeester Albertus van de Wiel, de eerste leden waren de pastoors van Deursen, Dennenburg, Huisseling en Neerloon en de eerste kassier Martinus Bernardus Coenen. Het vertrouwen van deze pioniers bracht de boeren er toe ook spaarmiddelen uit te zetten. De bank was gehuisvest in de boerderij van de familie Coenen aan de Woordstraat 18 te Huisseling. Het is één van de eerste boerenleen-banken in Zuid-Nederland en zelfs opgericht nog vóór de Centrale Bank in Eindhoven. De kassier hield alleen op woensdagmiddag zitting in zijn huiskamer. De cliënten brachten hun spaarcenten in contanten naar de bank en moesten wachten in de keuken. Voor een lening diende men een aanvraag in welke vervolgens door het bestuur werd beoordeeld. In de begintijd was het een probleem om het tegoed van de spaarders in overeenstemming te houden met het uit te lenen bedrag. Er was nog geen centrale bank. Wel vroeg men soms aan buurbanken of zij wat konden missen of gebruiken. Pas 2 jaar later werd op 28 december 1898 de Centrale Boerenleenbank in Eindhoven opgericht.

Janus Coenen, de 2e kassier. Bron: Fam. Coenen

In 1921 neemt Marianus Eligius (Janus) Coenen de taken van zijn vader over als kassier. Spaarders lieten hun tegoeden bijschrijven op een spaarbankboekje of op een deposito waar het een jaar vast stond. In ieder jaar werd de rente met de hand bijgeschreven. Daarvoor moest de inlegger met zijn boekje in februari op kantoor komen. Meestal vóór de kerst dienden de leners hun aflossing en rente contant bij de kassier te voldoen. Dat waren drukke tijden, dan zat de keuken vol wachtende mensen. De bank had in die tijd circa 95 leden.

Geldzuivering
De Boerenleenbanken hadden bij het begin van de oorlog grote spaartegoeden, die in de loop van de vijf oorlogsjaren alleen maar groter zijn geworden omdat niemand investeerde. Maar goederen waren er in het geheel niet. Het land was voor een goed deel leeggeroofd en er was grote schade aan alle onroerend goed. Tot slot was er veel geld in omloop van zwarthandelaren, die veel hadden verdiend aan de verkoop van schaarse goederen. Veel geld, maar de waarde was klein of eigenlijk niet goed duidelijk. Er moest iets heel bijzonders gebeuren om in korte tijd onze economie weer gezond te maken. Minister Lieftinck kreeg de gelegenheid om grote schoonmaak te houden en het land weer een normale economie te bezorgen en deed dat met harde hand. Al het papiergeld moest uit de roulatie en daarvoor in de plaats zou een nieuw geldstelsel worden opgebouwd. Voorwaarde van de operatie was dat het volledig onverwacht en in een heel korte periode gebeurde. En daar lag het grootste probleem. De communicatie- lijnen waren nog heel slecht en het bleek in de praktijk niet mogelijk om iedereen op tijd te informeren. Bovendien was er nog nauwelijks geregeld openbaar vervoer, zodat het brengen van ingezameld geld naar een centraal punt, grote logistieke problemen meebracht. De Boerenleenbanken waren er trots op aan de hele operatie mee te mogen werken. Voor het eerst kregen zij daardoor openlijk de erkenning die ze in het verleden niet kregen als bank.
Eerst moest het bankbiljet waarvan er de meeste in omloop waren, het biljet van 100 gulden uit de roulatie, waarvoor de week van 9 tot 13 juli 1945 was aangewezen. De afgelegen kantoren van de Boerenleenbanken waren vaak niet op de hoogte van de procedures en de formulieren om alles te verwerken waren er al helemaal niet. Mensen kregen voor de ingeleverde biljetten geen geld terug, maar er werd een rekening geopend, waarvan het saldo direct geblokkeerd werd. In september moest ook de rest van het geld worden ingeleverd waarbij men het nieuwe «Tientje van Lieftinck» retour kreeg. Het zou tot ver in 1952 duren voor al het geblokkeerde geld weer vrij opneembaar was.

Overval door de Zwarte Ruiter (1954)
De bank zelf heeft nooit te maken gehad met een overval. Tot in 1954 het geld van de Stoomzuivelfabriek Sint Isidorus via het postkantoor in Ravenstein werd verstuurd naar de Centrale Bank in Eindhoven. Juist die avond heeft De Zwarte Ruiter uitgekozen om een overval te plegen, waarbij de postbeambte Van Dieten werd doodgeschoten. Het geld van Sint Isidorus was overigens al op weg naar Eindhoven. Aanvankelijk ziet de politie in Hans Gruijters, alias de Zwarte Ruiter, nog geen serieuze verdachte voor de roofmoord te Ravenstein. Dat verandert als hij op 31 december in Boekel een fietser doodrijdt. Zijn auto wordt herkend en de politie probeert hem te arresteren. Als dat mislukt, volgt een fanatieke jacht van het gehele Nederlandse politiekorps op Gruijters. Het duurt nog zes dagen voor hij kan worden gearresteerd. Na zijn arrestatie komt ook zijn betrokkenheid bij de overval op het postkantoor aan het licht.

Boerenleenbank aan de Landpoortstraat in Ravenstein. Bron: Fam. Coenen

De verhuizing van de Boerenleenbank van Huisseling naar Ravenstein (1956)
Op 20 oktober 1956 ging Jan Coenen trouwen en nam zijn intrek in de woning Landpoortstraat 22 te Ravenstein. Om deze reden werd de Boeren-leenbank naar deze locatie verplaatst. De straatzijde van de huiskamer, gescheiden door schuifdeuren, diende als kantoor (vier bij vijf meter). Uit het raampje van de voordeur hing een riempje waardoor de cliënten binnen konden komen. De hal was de wachtkamer voor de cliënten die één voor één binnen werden gelaten. Op het eind van het jaar werden de rentes bijgeschreven. Het was dan zo druk dat de trap in de hal vol zat met wachtende mensen al dan niet met smerige klompen aan. De brandkast stond in de berging en volgens sommige verhalen was deze zo slecht beveiligd, dat je de deur er zowat uit kon duwen. De brandkast was nog steeds het oude exemplaar uit de boerderij in Huisseling.

Boerenleenbank aan de Grotestraat / Mgr. Zwijsenstraat. Bron: Fam. Van Weegen

Begin jaren ’70 maakte de bank een grote groei door, Henk van Aar werd als assistent kassier aangenomen en zodoende was de bank nu de gehele dag open. Plannen voor nieuwbouw volgden snel. Het pand van bakker Evers aan de Marktstraat (nu museum voor vlakglas- en emaïllekunst) wordt gekocht, waarna Thijs van Dieten begint met de sloop ervan. Er kan niet worden gebouwd zoals de leden dat wensten (geen parkeerruimte) en men zoekt naar een alternatief. Het alternatief ligt weer op het oude grondgebied van Huisseling in “Plan Schonenberg”. Hier stond vroeger de boerderij van de familie Thé Schonenberg en ook bijna op die plek verrees de nieuwe bank naar een ontwerp van architect Jan Elemans (Pzn). De parkeerplaats ligt precies op de plek waar vroeger de boerderij stond. De gevel werd gesierd door een kunstwerk van de hand van de Huisselingse kunstenaar Pierre Timmermans. De bovenverdieping werd bewoond door kassier Henk van Aar en zijn gezin.

Ontwerp voor het kunstwerk aan de Boerenleenbank, van de hand van Pierre Timmermans, dat in december 1968 werd onthuld. Het reliëf weegt bij elkaar zo'n 900 kilo en volgens Pierre De mooie bloemen voor de architect. Links het wapen van de Centrale Boerenleenbank, in het midden een symbolische voorstelling van de goede toekomst middels de bank en rechts het gemeentewapen van Ravenstein. Bron: Mevrouw Timmermans-Asselbergs


In 1967 volgt Henk van Aar Jan Coenen op als kassier. Jan gaat zijn tijd volledig besteden als onderwijzer op de lagere school en later op de Mavo in Ravenstein, maar blijft wel bestuurslid. In 1972 ontstaat door fusie uit de twee coöperatieve banken Raiffeisen en Boerenleenbank de nieuwe Rabobank. De bank waar voorheen onze grootouders op hun klompen hun spaarduitjes naar toe brachten en waar nu de agrarische ondernemer per auto zijn miljoenenlening afsluit.

De Boerenleenbank in aanbouw. Bron: Heidi van den Acker-van Aar


Helaas moeten we melden dat de Rabobank in november 2012 haar deuren sluit in Ravenstein. Een geldautomaat zal worden opgenomen in de gevel van het monumentale pand van de Boerenbond, die net als de Boerenleenbank haar wortels in Huisseling heeft. Het kantoorpand is verkocht.

naar boven