Beroepen en verenigingsleven

Eiervereniging Huisseling

Geitenfokvereniging Sint Eligius

Jeu de boule banen

 

Eiervereniging Huisseling
Op woensdag 28 december 1966 wordt in ‘Zaal Egbars’ (Stationskoffiehuis) de jaarvergadering van de Eiervereniging Huisseling gehouden. De agenda van de vergadering handelt over het boekjaar 1965, waarvan ook de ‘winst- en verliesrekening’ wordt gepresenteerd. Aftredende bestuursleden zijn W. Hendriks uit Deursen, J. van Schadewijk uit Dennenburg en J. Schraven uit Overlangel. De leden die tijdens de vergadering aanwezig zijn ontvangen na afloop ƒ 2,50 presentiegeld(!).

Hieronder de toespraak van de voorzitter. Deze is lichtelijk bewerkt en bijna in zijn volledigheid opgenomen, omdat deze zo’n mooi tijdsbeeld schetst. Nu bijna 50 jaar later terugkijkend zie je dat er inmiddels heel veel is veranderd. Niet alleen de ontwikkelingen in de landbouw en/of veeteelt, het efficiënt werken, maar ook de verzuiling. Het is bijzonder dat juist alleen déze toespraak bewaard is gebleven. Alsof men toen al inzag dat het belangrijke historische woorden zouden zijn!? Of was dit de allerlaatste vergadering, misschien?

In zijn openingswoord heet de voorzitter (H.E.) de aanwezige leden welkom. Het bestuur doet verslag over het boekjaar 1965. Zoals de voorzitter zegt: ‘In feite een belangrijk jaar in de geschiedenis van de Eierbond Huisseling, omdat per 1 januari 1965 gedeeltelijk en per 1 mei 1965 de volledige reorganisatie van de C.R.E. in onze afdeling werd doorgevoerd, wat inhield, dat vanaf 1 mei onze vereniging geen enkele bemoeienis met de eierafname van de leden meer te doen had, maar dat zowel het ophalen, het wegen als het uitbetalen der eieren voortaan door de CRE zelf werd verzorgd.’

Globaal genomen zal de Eierbond de afzet van eieren in Huisseling, Deursen, Dennenburg en Overlangel vanaf ongeveer 1918 volledig hebben verzorgd. Vooral door de grote veranderingen die zich de laatste jaren op economisch gebied en ook op het gebied van de pluimveehouderij voordoen, was het oude systeem te duur en vooral ook te langzaam. Vooral het steeds kleiner wordend aantal pluimveehouders hier ter plaatse maakte het noodzakelijk dat ook onze vereniging voor reorganisatie in aanmerking kwam. Thans is deze voor het gehele CRE-gebied doorgevoerd. Denk b.v. maar eens aan de kosten van de ophaaldienst en de mogelijkheid om dit werk gedaan te krijgen. Verder ook de huur van het inpaklokaal van ongeveer 500 gulden per jaar en ook de kosten van de inpakker-administrateur. Niet alleen onze afdeling, maar zo goed als iedere afdeling zat met dergelijke problemen te kijken. Ons bestuur juichte de reorganisatie in onze afdeling dan ook toe.

‘Ik zou echt tekort schieten wanneer ik vanaf deze plaats Fons (Fun) de Vocht niet zou bedanken voor het vele werk voor de Eierbond gedaan, waarbij ik ook Fons senior niet mag vergeten. Vele jaren hebben zij, zowel Fons sr. als jr. de band gevormd tussen onze leden en de CRE en in al die jaren hebben zij een hele berg eieren verzet en duizenden guldens aan onze leden aan eiergelden uitbetaald. Onze gewaardeerde dank aan hen en de rest van de familie De Vocht! Thans is Fons nog secretaris van onze vereniging.’
Alhoewel onze vereniging dus geen eieren meer afzet, bestaat ze voorlopig nog. De verdere reorganisatie is nog niet geheel rond, maar binnen een goed jaar mogen we toch wel verwachten dat onze Eierbond zal worden omgezet of deel gaan uitmaken van een sectie v/h N.O.P. of C.R.E. Dat horen we ter zijnentijd nog wel.

Onze eierbond was altijd een tweedelige organisatie:
1e Eierbond van de C.R.E. door wie onze eieren werden afgenomen.
2e Als Eierbond als afdeling van de Pluimveehoudersbond van de N.C.B., die meer als doel had de voorlichting, het onderzoek, het onderwijs, voorbeeldbedrijven, het organiseren van lezingen en pluimveetentoonstellingen en -dagen, enz.
Door de goede samenwerking tussen CRE en de Pluimveehoudersbond van de NCB Liepen deze twee elementen in goede harmonie gezamenlijk op.

In het verleden hebben deze ‘twee-in-een’ organisaties goed werk voor onze pluimveehouders verricht. Tengevolge van de reorganisatie van de CRE streeft deze ernaar rechtstreekse leden aan te nemen. In de praktijk zien we dit nu reeds, want we leveren de eieren rechtstreeks aan de CRE en deze betaal de eiergelden ook rechtstreeks aan de leden uit. Het ligt in de bedoeling van de CRE om op korte termijn over te gaan tot oprichting van secties, waaruit naar rato van de kg geleverde eieren een aantal ledenraadsleden worden gekozen die dan het bestuur van de CRE kiezen en namens de leden de vergaderingen bijwonen.

Wat de Pluimveehoudersbond van de NCB betreft zal het de vergadering bekend zijn dat deze bond vorig jaar is opgeheven en opgegaan is met een ruim tiental andere pluimveehoudersorganisaties in de Landelijke Organisatie Pluimveehouders, de N.O.P., een zuiver vaktechnische organisatie die geen enkele binding heeft met de standsorganisaties of coöperaties en mengvoederindustrieën. Zij staat alleen onder de drie gezamenlijke CLO’s en is als zodanig ook door de COPA in EEG-verband georganiseerd. Van deze vereniging kunnen alle groepen van pluimveehouders lid worden, Katholiek, Christelijk of neutraal, coöperatief of niet-coöperatief, iedere pluimveehouder kan lid worden. Men heeft hiermee voorgestaan om alle krachten die vroeger naast elkaar in de diverse bonden werkzaam waren te bundelen en in de korte tijd van het bestaan van de NOP is reeds komen vast te staan dat b.v. de invloed bij onze regering in Den Haag en ook in Brussel aanzienlijk is toegenomen. Momenteel is men aan de ledenwerving toe, want ook hier krijgen we het rechtstreeks lidmaatschap, terwijl de organisatie ook hier loopt via secties of kringen met een ledenraad en uiteindelijk het bestuur. Alleen, geachte vergadering, ben ik erg bang dat men hier weinig leden zal krijgen, want de laagste contributie bedraagt ƒ 30,00 per jaar.

Al deze nieuwe dingen wat betreft afzet en organisatie zijn een gevolg van de veranderende tijdsomstandigheden. Er verandert veel en snel: thuis, in de Kerk, in de Maatschappij, en ook in de organisaties. De mens, wij, het publiek, de markt, alles verandert. Denk maar eens aan de technische vooruitgang, ook op pluimveehouderijgebied: Hoeveel is er niet verbeterd aan de huisvesting, de opfok, de ziektebestrijding en voorkoming? We hebben gekregen productievere rassen en kruisingen, zelfs het voer is verbeterd.
Voorbeeld:
In 1930 kreeg men met het toen beschikbare voer en het toen in zwang zijnde mestkuiken in acht weken een mestkuiken van 386 gram.
Met het kuiken van 1960 en het voer van 1930 kreeg men in 8 weken een mestkuiken van 576 gram en met het kuiken van 1960 en het voer van 1960 in acht weken een braadkuiken van 1280 gram. Wanneer we dit nader bekijken blijkt dat sinds 1930 het acht weken gewicht is toegenomen met 9 ons waarvan 2 ons afkomstig is van de fokkerij en 7 ons van het verbeterd voer. Bij een test in Amerika was er onder de 960 inzendingen 1 die met de acht weken 2381 gram woog.
Ook de bedrijven die pluimvee houden zijn sterk veranderd. De kleine pluimveehouders houden er steeds meer mee op. Het neemt echter niet weg dat er ook thans op een gemengd bedrijf nog wel plaats is voor de kippenhouderij, maar dan met een behoorlijk aantal, minstens 1000 dieren.

Nog iets over de CRE:
Deze is in 1905 begonnen.
In 1905 10 miljoen eieren
1939 280 “ “
1945 12 “ “
1960 570 “ “
1965 220 “ “
In 1963 was de totale waarde van de Nederlandse Pluimvee export ƒ 570.000.000,00
Door het Nederlands volk werd dat jaar aan sigaretten uitgegeven ƒ 770.000.000,00
Eierexport:
1959: 3,2 miljard stuks
1962: 3 miljard stuks
1965: 1,2 miljard stuks
Toch is ons land nog de grootste exporteur van eieren.

Wat de slachtkuikens betreft, deze worden hier zo goed als niet gehouden. Vroeger zijn er in Nederland altijd al slachtkuikens gehouden; denk maar eens aan onze Noord-Hollandse Blauwen. De laatste jaren is de braadkuikenhouderij ook in Nederland op gang gekomen. Nu is pluimveevlees in Nederland niet erg gewild. De consumptie per hoofd van de bevolking ligt een stuk lager dan in b.v. Amerika. Iets wat de consumptie van pluimveevlees ook altijd heeft tegengehouden is, dat braadkuikens alleen door de zogenaamde poelier verkocht mochten worden. Thans worden deze door zo goed als alle winkelbedrijven en slagers verkocht. Dit betekent dat klanten makkelijk tot aankoop van braadkuikens overgaan. Iedere winkel met diepvriesruimte kan immers dit product verkopen. En wanneer er iets is wat de consumptie bevorderd dan is dit naast reclame de opvoering van het aantal verkooppunten. Vooral de zogenaamde supermarkten kunnen hierbij een grote rol spelen. Ook de verkoop van eieren en melk en zelfs van snijbloemen wordt op deze supermarkten steeds meer algemeen. Alhoewel hierop nogal eens kritiek komt.

De vraag kan worden gesteld of de Pluimveehouderij voor onze gemengde bedrijven nog rendabel is.
Zeker is het, dat een pluimveestapel van een 200-500 dieren geen invloed van enige betekenis zal uitoefenen op het bedrijfsinkomen. Daarvoor moeten daar minstens 2500 dieren gehouden worden. Hier zijn de mensen echter meer varkens minnend, maar ook met pluimvee zijn thans nog goede resultaten te behalen. In andere gebieden, b.v. Noord-Limburg en ook b.v. rond Eindhoven zijn goede resultaten met de pluimveehouderij te behalen. In Eersel is men enige tijd geleden nog gestart met een pluimvee integratie waar men een samenwerking heeft gevonden met kuikenbroeders, opfokbedrijven en de legboerderijen.

naar boven

 

Geitenfokvereniging Sint Eligius
Dat er in Huisseling ook een geitenfokvereniging is geweest blijkt uit de notulen van de raadsvergaderingen. In het archief bevindt zich een schrijven van de Geitenfokvereniging Sint Eligius, waarin wordt vermeld dat de vereniging is opgericht op 19 oktober 1918. De vereniging strekt zich uit over de gemeenten Huisseling c.a., Dieden c.a., Deursen c.a. met Ravenstein. De vereniging is voornamelijk opgericht voor de ‘armere man’. De vereniging ondervindt direct dat zij zonder gemeentelijke subsidie moeilijk kan blijven bestaan en dat de baten alleen kunnen worden gevonden in contributies en dekgelden, die in 1919 ƒ1,20 per geit hebben bedragen. Extra subsidie zou ook kunnen zorgen voor verbetering van het geitenras, door uitbouwen van kleine premies, stalwedstrijden of iets dergelijks, wat tenslotte ook weer ten goede komt van de ‘armere man’. De vereniging vraagt dan ook aan de gemeente Huisseling c.a. een bijdrage van 35 gulden voor het jaar 1919.

De vereniging is noodlijdend en in 1923 bespreken de raadsleden wederom of de jaarlijkse subsidie (60 gulden) uit de dorpskas of uit de winst van de Boerenleenbank moet komen. De voorzitter merkt op dat de leden meestal tot de meer gegoeden behoren en er niet veel arbeiders lid zijn. Van de eerstgenoemden zou hij meer contributie willen heffen. Het lid H. Kerkhoff zegt vernomen te hebben dat de gegoeden lid blijven tot steun van de vereniging. Men besluit voor 1923 een subsidie van 40 gulden toe te kennen (vreemd genoeg melden de raadsnotulen van 21-09-1923 dat de subsidieaanvraag van de geitenfokvereniging wordt afgewezen, want zij krijgen van de Boerenleenbank al 75 gulden subsidie). In 1924 krijgen ze nog 40 gulden en in 1926 maar 20 gulden in verband met terugloop van het aantal leden. Van de 30 leden zijn er 10 minder gefortuneerd; de subsidie is bedoeld voor de laatste categorie.

naar boven

 

Jeu de boule banen
In maart 1997 worden door het gilde bij de kerk twee jeu de boule banen aangelegd. De bielzen worden verzorgd door Frans van Lier en loonbedrijf Willems zorgt ook voor materieel. De officiële opening zal plaatsvinden op zondag 29 juni. Dan wordt er een toernooi gehouden voor de sympathisanten van het gilde. Er wordt een jeu de boule -clubje opgericht, dat onderling wedstrijden speelt. De jeu de boule club is vanuit het gilde ontstaan. De naam van de club luidt “Onder de toren”. De leden waren Leo en Noor Vissers, Theo en Fine Krabbenborg, Jan en Riny van Munster, Jo en Ardien Vermeulen, Henk en Gerdy van Leeuwen en Wil en Janske Ariëns. Aan het eind van het jaar wordt er gekeken wie het meeste heeft gewonnen, verder is er geen echt wedstrijdelement. In de zomertijd wordt er elke dinsdag gespeeld of gefietst, in de winter is er een winterprogramma. Het clubje is niet meer actief.
In Huisseling is momenteel (2016-2017) wél veel belangstelling voor het bridgen. Hierover later meer.

naar boven